De Calzada de Fama noemen ze het. De weg van de glorie. Hij ligt voor de ingang van het voetbalstadion van Grêmio, een van de twee topclubs van de Braziliaanse stad Porto Alegre (de andere is Internacional).
...

De Calzada de Fama noemen ze het. De weg van de glorie. Hij ligt voor de ingang van het voetbalstadion van Grêmio, een van de twee topclubs van de Braziliaanse stad Porto Alegre (de andere is Internacional). Aan de toegangspoort van het stadion van Grêmio hangt een bord. Daarop jubelen de letters. Campeano Mundo. Wereldkampioen, al dateert de zege van de club in de intercontinentale beker intussen van 1983. En in de Calzada de Fama hebben alle beroemde spelers van de club hun voetafdruk in het cement achtergelaten. Dat hebben ze natuurlijk van Hollywood afgekeken. Je kunt daar letterlijk in de voetsporen lopen van al die grote spelers die ooit het hemelsblauwe shirt en de zwarte broek droegen van Grêmio. Al die grote spelers. Behalve Ronaldinho. Die zijn ze kennelijk vergeten. Porto Alegre is een stad van twee miljoen inwoners. Gelegen in de Rio Grande do Sul, ongeveer halfweg tussen São Paulo en de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Een aangename stad met - als rustpunt in de drukte van de straten verankerd - parken waarin het goed flaneren is. Geen toeristische topattracties, Porto Alegre laat zich veeleer kennen als een nijvere pool, met de metallurgie en de automobielindustrie als koplopers. Daar is het dat Ronaldo de Assis Moreira geboren werd. Ronaldo Gaucho noemden ze hem eerst, om goed het onderscheid te kunnen maken met die andere Ronaldo, die van Real Madrid. Inmiddels is het Ronaldinho geworden - de kleine Ronaldo betekent dat. Maar hoe groot is hij mettertijd niet geworden. Hij is tegelijk FIFA-speler van het jaar en de Europese Ballon d'Or. Hij is, kortom, de beste voetballer van de planeet. Bij Grêmio debuteerde hij op prille leeftijd. Maar tussen club en ster is de relatie verkild sinds Ronaldinho gratis naar Paris Saint-Germain vertrok. Is het daarom dat de voetafdruk van Ronaldinho ontbreekt in de Calzada de Fama ? "Er zijn twee versies van dit verhaal", vertelt Marcio Neves, die als bediende van de club Grêmio de persrelaties en de public relations waarneemt en Ronaldinho tot zijn kennissen rekent. "Er is de versie van de club. En er is de versie van de familie de Assis. De club pretendeert dat ze Ronaldinho meerdere voorstellen deed om zijn loopbaan bij Grêmio te verlengen. De familie beweert dat de club met geen enkele aanbieding voor de pinnen kwam en dat Ronaldinho vrij kon gaan waar hij wou, aangezien hij einde contract was. Ik gun iedereen het recht om zich hierover een mening te vormen. Het probleem valt te herleiden tot een interpretatie van de wet-Pelé. Dat is een beetje de Braziliaanse wet-Bosman . Die wet stipuleert dat een speler die einde contract is, vrij is. Maar deze wet slaat op het Braziliaanse voetbal, niet noodzakelijk op het internationale voetbal." Grêmio. heeft nog recht op een vergoeding voor de opleiding van Ronaldinho en het zou ook een stevige cent verdienen aan een bijkomende transfer van de superster. De trouw van Ronaldinho aan Barcelona speelt de club echter parten. Wie de waarde van de Braziliaan schat, kan als het ware het tandengeknars bij Grêmio horen. "Al heeft Ronaldinho nog wel zijn fans bij de club", verzekert Tadeu Oliveira Jr., zoon van een manager die onder meer Tinga in zijn portefeuille heeft, de vedette van Internacional. "De gewezen voorzitter van Grêmio, bijvoorbeeld, droeg Ronaldinho in zijn hart. Maar hij heeft de club vorig jaar verlaten. En er lopen bij Grêmio ook bestuursleden rond die Ronaldinho ronduit haten." Tadeu troont ons mee naar de plekken in de stad waar Ronaldinho zijn jeugd sleet. Want : "Het is belangrijk dat de wereld weet wat er gebeurd is. Ronaldinho maakt een beetje deel uit van het patrimonium van Porto Alegre."De eerste halte op het traject is Vila Nova, de wijk waar de kleine Ronaldinho aanvankelijk opgroeide. Het veld waarop hij op 4-jarige leeftijd speelde in het gezelschap van zijn oudere broer Roberto, zelf een speler van Grêmio in de jaren tachtig en nu zijn manager, is niet veranderd. Piriquito heet het terrein en het onderscheidt zich in hoegenaamd niets van al die plaatsen waar overal ter wereld voetbal wordt gespeeld: een grasveld met daarop slordig lijnen getekend en twee doelen zonder net. Wat dit veld een speciaal parfum geeft, is het besef dat de beste voetballer ter wereld hier zijn eerste kunstjes heeft geleerd. De volgende etappe is de wijk Cavalhada. Daar liet Ronaldinho later een huis bouwen. Je kunt er alleen maar het strenge toegangshek van zien, en de bewaker die het in het oog houdt. Geen sprake van dat hier iemand binnenraakt. Hier komt Ronaldinho uitrusten, in die enkele dagen zomervakantie tussen zijn activiteiten bij Barcelona en zijn verplichtingen voor de Braziliaanse nationale ploeg. Het schijnt dat achter de muren een voetbalveld op ware grootte is aangelegd, waarop Ronaldinho met zijn vrienden wedstrijdjes organiseert. Derde stop : de eerste woning die de familie de Assis kocht in Porto Alegre, meer bepaald in het stadsdeel Guaruja. Ook dit pand verschanst zich achter tralies, maar wonder boven wonder : je kunt er wel naar binnen. Het huis is namelijk niet bewoond, ze hebben er een soort museum van gemaakt. Aan de muren reconstrueren foto's en affiches de carrière van Ronaldinho. Het comfort in de vertrekken verrast de bezoeker, hij had zich aan een meer bescheiden verblijf verwacht. "Vergeet niet", licht Tadeu toe, "dat Roberto, de elf jaar oudere broer van Ronaldinho, als voetballer wat geld had verdiend. Daarom kon hij zijn familie deze zeer degelijke woonst - mét zwembad - aanbieden. De familie kwam van een stulp in de wijk Vila Nova, maar dat optrekje bestaat nu niet meer."En aan het huis in Guaruja is ook het zwembad weg. Verdwenen. Op de plaats waar het vroeger lag, groeit nu gewoon gras. Heeft men zo de herinnering willen wegvegen aan het drama dat zich hier afspeelde op 25 januari 1989 ? Die ochtend werd João, de vader van Roberto, Deisi en Ronaldo, door een hartaanval getroffen toen hij in het zwembad enkele baantjes trok. Hij stierf ter plaatse. Ronaldinho was toen 8 jaar. De voetballer kijkt naar de hemel telkens als hij gescoord heeft. Kijkt hij naar zijn dode vader ? "Goed mogelijk", antwoordt Marcio Neves. "Maar zeker weet ik het niet. Hij heeft ons nooit een verklaring voor die blik gegeven." Maar van de eeuwige glimlach van Ronaldinho kent Neves de verklaring wél. "Hij lacht omdat hij doet wat hij graag doet : voetballen. Voetbal is zijn leven. Ik heb nog met hem gepraat toen hij twee weken geschorst was, na een uitsluiting tegen Zaragoza. Hij was de ongelukkigste man van de wereld omdat hij niet kon voetballen."Marcio Neves neemt ons mee naar de salon van het museum. "Ik ken Ronaldinho al zo lang", vertelt hij. "Ik woonde bij Grêmio vaak de trainingen van de jeugd bij en hij was me opgevallen. Toen ik later, in 1999, bij de club ging werken, leerde ik hem van dichterbij kennen. Op dat moment begon Ronaldinho in heel Brazilië beroemd te worden. Hij bezat zoveel natuurlijk talent. Hij speelde niet voor niets systematisch in een hogere categorie dan zijn leeftijdgenoten. Toen hij 7 jaar was, moest hij meedoen met de jongens van 8 en 9 jaar. Anders won hij alle wedstrijden in z'n eentje. Als hij zijn broer Roberto vergezelde naar de training, jongleerde hij aan de rand van het veld met de bal. Daar stonden de mensen bewonderend naar te kijken. Zelfs spelers van het eerste elftal onderbraken de training en ze kwamen zich daaraan vergapen."Door een blessure moest Roberto vroegtijdig een streep trekken onder zijn carrière. Ronaldinho liet al enkele keren doorschemeren dat zijn broer nog beter was. "Ik geloof dat hij dat alleen heeft gezegd om zijn broer een plezier te doen", sust Marcio Neves. "Je moet niet overdrijven. Beter zijn dan Ronaldinho : dat is moeilijk. Ook binnen zijn familie was iedereen het erover eens dat de kleinste de beste was. En daar hebben ze zich niet in vergist. Al moet ik er wel aan toevoegen dat hij er ook de nodige inspanningen voor gedaan heeft. Hij trainde altijd geconcentreerd, hij leefde sober. Ronaldinho haalde in 1998 de eerste ploeg, maar hij zat toen steevast op de bank en viel in. Pas in 1999 stond hij voor het eerst aan de aftrap, maar zelfs nadien werd hij nog verscheidene keren naar de bank verwezen. De supporters schreeuwden hem dan het veld op. Een van zijn mooiste goals maakte hij in de finale van het Gauchokampioenschap - in 1999 was dat. Meteen daarna is hij naar de Copa America vertrokken en maakte hij tegen Venezuela weer een magnifiek doelpunt. Vanaf dat moment was hij wereldberoemd."De uitvinder, wordt hij soms genoemd. Marcio Neves begrijpt waarom. "Sommige acties vindt hij gewoon uit. Er zijn dribbel- en schijnbewegingen die alleen hij kan uitvoeren. Sommigen zeggen dat hij één schijnbeweging per dag verzint. Zelf beweert Ronaldinho dat hij nog hard moet werken. Vooral zijn kopspel beschouwt hij als zijn zwakste punt."Is Ronaldinho zo sympathiek als hij eruitziet ? "Absoluut", beaamt Marcio Neves. "Hij lacht de hele tijd, hij heeft voor iedereen aandacht. Zelfs voor journalisten. Natuurlijk is het moeilijk om hem voor een interview te strikken, maar eens het zover is, antwoordt hij joviaal op alle vragen. Hij beseft dat perscontacten deel uitmaken van zijn verplichtingen en hij vindt dat niet eens zo onaangenaam. Natuurlijk, niet alles in zijn voetbalbiotoop is even prettig. Ronaldinho kan niet op straat komen, of hij wordt aangeklampt. Maar hij klaagt daar niet over. Hij blijft altijd zichzelf."Voetbal en familie zijn het lang leven van Ronaldinho. En muziek, stipt Marcio Neves aan. "Samba, Braziliaanse ritmes : dat is een passie voor hem. Hij speelt zelf percussie. Dat heeft hij eens gedaan in een bar in Barcelona. Hij droeg een masker opdat men hem niet zou herkennen. Verloren moeite, de foto's werden breed in de pers uitgesmeerd.""Maar Ronaldinho houdt van de gewone dingen van het leven", benadrukt Neves. "Van een hamburger, bijvoorbeeld. Die gaat hij altijd in een drive-in bestellen en dan trekt hij de klep van zijn pet voor zijn ogen. Ronaldinho is niet echt gesteld op luxe. Hij zwemt in het geld, maar dat heeft zijn smaak niet veranderd. En hij is opvallend bescheiden gebleven."Wat weet Marcio Neves nóg over Ronaldinho ? "Dat 21 zijn lievelingsgetal is. Hij is geboren op een 21ste - maart, 1980. Zijn naam bestaat uit 21 letters. En zijn contract bij Barcelona tekende hij op de 21ste juli 2003. "En dat hij een fanatieke hondenliefhebber is. Ronaldinho zegt wel dat zijn voetbaltalent een geschenk van God is, maar hij vertelt ook dat hij heeft leren dribbelen door te voetballen met zijn honden. Ik denk dat hij wel een dozijn honden heeft. Hier, in Porto Alegre, of ginds in Barcelona : altijd lopen er honden rondom hem. Een van zijn honden in Barcelona heet Bola da Fogo, vuurbal." Op zo'n twintig kilometer van Barcelona, in Castelldefels, woont Ronaldinho in een villa met drie verdiepingen. Alleen is hij zelden. Zijn broer en manager Roberto (37 jaar) verblijft er vaak. En zijn zus Deisi (31 jaar), zij is zowat zijn persoonlijke secretaresse. Ook zijn moeder Miguelina reist dikwijls heen en weer tussen Spanje en Brazilië. Er is zijn neefje Diego, de zoon van Roberto. De jongen is 10 jaar en naar het schijnt met zichtbaar voetbaltalent in de genen. Sinds een jaar woont voorts Ronaldinho's zoon João - naar zijn vader - in Barcelona. "Kortom, een hechte familie", getuigt Marcio Neves. "De dood van de vaderfiguur heeft de overige gezinsleden nog meer met elkaar verbonden. Roberto was toen 18 jaar, hij keerde net terug van een preolympische competitie met de Braziliaanse selectie en hij heeft binnen de familie de vaderrol overgenomen. Logisch dat hij nu de zaken van Ronaldinho waarneemt. Niemand kent Ronaldinho beter dan zijn eigen broer. Soms doet die familie me aan een soort burcht denken : je raakt er niet zo maar binnen."In 2001 koos deze familie voor Paris Saint-Germain. Neves : "De familie kwam bijeen en besloot dat het voor de kleine best was dat hij naar Europa trok, maar niet meteen naar een topclub. Veeleer naar een Europese subtopper om van daaruit naar een echte topper door te stoten. Dat is dan Barcelona geworden, al had ook Manchester belangstelling. Er is zelfs sprake van een ernstig conflict tussen de twee clubs, maar daar weet ik het fijne niet van."Hoe wordt er in Porto Alegre gedacht en gesproken over Ronaldinho ? "Bij de supporters van Grêmio zijn de meningen verdeeld", geeft Marcio Neves toe. "Sommigen verwijten hem dat hij de club in de steek heeft gelaten en noemen hem een deserteur. Over zijn klasse daarentegen is iedereen het eens. De nieuwe voorzitter van de club probeert weer in contact met de familie te komen. Die man beseft : zelfs zonder een deel van de transfersommen kan de club voordeel halen uit het fenomeen Ronaldinho. Alleen al op het vlak van naambekendheid. Qua merkimago en marketing liggen hier voor Grêmio grote kansen."Want de club beleeft moeilijke tijden. Hij is zelfs naar de tweede klasse gedegradeerd, maar heeft intussen weer de promotie afgedwongen, zij het niet bepaald met oogstrelend voetbal. "Die degradatie was een gevolg van wanbeleid", legt Neves uit. "Maar Grêmio is en blijft een club met een rijke traditie en alleen al door dat verleden een van de topclubs van Brazilië en de hele wereld. Ik zie de club ooit weer met die tijden van vroeger aanknopen. In het huidige team zitten zes, zeven bijzonder getalenteerde jongeren. Die werden door de club zelf gevormd. Naar een nieuwe Ronaldinho moet men natuurlijk niet uitkijken. Zo'n speler maak je maar één keer per eeuw mee."José Alzir Flor is coördinator van de jeugdschool van Grêmio. "Ronaldinho heeft zich hier op 7-jarige leeftijd ingeschreven", weet hij nog. "Technisch was hij toen al verbluffend goed. Op dat vlak kon hij alles al voor hij bij ons kwam en hoefden we hem niks meer te leren. Zo'n voetballer leveren we uiteraard nooit meer af. Maar we hebben nog goed materiaal in huis : Anderson, al is dat een heel ander type, en Lucas, die tot in het eerste elftal is doorgestoten en ook een pure diamant is." "Helemaal geen moeilijke jongen", zegt Flor over Ronaldinho. "Hij kon altijd goed opschieten met de ploegmaats. Een sociale jongen. Zijn vrienden van vroeger, dat zijn nu nog altijd zijn vrienden. En nooit een probleem met zijn trainers."Is dat zo, César da Rocha Gomes ? De directeur van de futebol base, beter bekend onder de bijnaam Rochinha, was de eerste trainer van Ronaldinho. "Ik ken de hele familie goed. Ik weet hoe vader João op een dag naar me toe kwam en zei : 'Vind je Roberto een goede voetballer ? Wel, wacht dan maar tot je onze kleinste aan het werk ziet. Pas 4 jaar is die en je gelooft je ogen niet. ' João had gelijk : je wist niet wat je zag. Nochtans was Roberto effectief een goede voetballer. Maar Ronaldo, dat is een niveau apart. Hij heeft altijd op z'n eentje het verschil kunnen maken. Technisch buitengewoon begaafd. Plus : gedisciplineerd, uitermate gefocust op zijn ambitie om zo goed mogelijk te worden. Een prima jongen. Altijd goedgehumeurd, een goed karakter. Verslaafd aan voetbal. Ik heb Pelé en Maradona zien voetballen. Vergelijken is altijd gevaarlijk, maar Ronaldinho is van het niveau van Pelé. Gewoon geniaal. "Of ik hem iets heb kunnen leren ? Een zeker tactisch inzicht, misschien. En ook voor geniale voetballers is trainen noodzakelijk. Altijd dezelfde handelingen herhalen : enorm belangrijk. En ik denk dat Ronaldinho ook bij Grêmio geleerd heeft hoe hij zich moet voeden."Er komt een dame met een gulle lach bij : Vera Beatriz de Oliveira, bijgenaamd Verinha. De oppas van de voetbalschool van de club, en een soort van tweede moeder voor Ronaldinho. Haar ogen glanzen. "Zo'n vriendelijke jongen. Dat heeft hij van zijn familie meegekregen. En geen lastigaard op het gebied van eten. Hij at alles." DANIEL DEVOS