In gedachten zie ik de weggegooide schoenen van Björn Vleminckx op een kinderkamertje prijken van de gelukkige dichtstbijzijnde jonge toeschouwer die avond op het Kiel. Hij koestert ze als relikwieën voor het leven. Zo is er dus toch nog iets positiefs te melden over de onbeholpen maar wat overdreven (re)actie van de Brugse topspits na zijn vervanging tegen de Ratten. Al kunnen we hem ook wel ergens begrijpen. Hoe je het immers draait of keert, een spits staat er om te scoren. Als hij op een bepaald moment begint te verkondigen dat zijn werkkracht voor de ploeg ook belangrijk is en dat een assist ook al veel waarde heeft, dan mag je er van op aan dat er in...

In gedachten zie ik de weggegooide schoenen van Björn Vleminckx op een kinderkamertje prijken van de gelukkige dichtstbijzijnde jonge toeschouwer die avond op het Kiel. Hij koestert ze als relikwieën voor het leven. Zo is er dus toch nog iets positiefs te melden over de onbeholpen maar wat overdreven (re)actie van de Brugse topspits na zijn vervanging tegen de Ratten. Al kunnen we hem ook wel ergens begrijpen. Hoe je het immers draait of keert, een spits staat er om te scoren. Als hij op een bepaald moment begint te verkondigen dat zijn werkkracht voor de ploeg ook belangrijk is en dat een assist ook al veel waarde heeft, dan mag je er van op aan dat er in het brein van een doelpuntenmachine alarmerende lampjes beginnen te branden. Iemand die meer dan drie miljoen euro gekost heeft, beseft zelf maar al te goed wat er van hem verwacht wordt: doelpunten maken, karrenvrachten liefst. Vergelijk het met een doelman die zijn plaats zou verdienen omdat hij goed coacht en een kei is in het meevoetballen. Larie! Hij moet in eerste instantie gewoon de ballen pakken en al de rest komt pas ver erna. Doelpunten maken of verhinderen: het voetbal in zijn essentie. Wees maar zeker dat elke spits zich daarvan terdege bewust is. Ze weten allemaal verdomd goed op hoeveel de respectievelijke tellers staan. De strafste hierin was toch Patrick Goots, ooit mijn ploegmakker bij SK Beveren. Die kon je op elk moment van het seizoen vertellen hoeveel hij er ooit binnengetrapt had, aan welk gemiddelde en bij welke club. Met links, rechts of een verdwaalde kopbal, allemaal stonden ze in zijn geheugen gegrift. Dat de elftallen waarin hij toen speelde al eens onderin meedraaiden of een degradatie opliepen, was een te verwaarlozen detail. Als ik het rijtje zo eens overloop van de spitsen met wie ik ooit speelde: Peter van Vossen, Gilles De Bilde, Mariano Bombarda, Wesley Sonck, Nicolas Anelka, Branko Strupar, Josip Weber ... Allemaal hadden ze wel diezelfde eigenschap: heel leuke collega's in een spelersgroep, maar als door een wesp gestoken als de netten een paar weken niet trilden. De beste met wie ik ooit speelde, hoor ik jullie denken? Dan kom ik terecht bij Robbie Fowler, mijn toenmalige ploegmakker bij Manchester City. Weliswaar lagen zijn topjaren van Liverpool en Leeds al even echter hem, maar op training bleek nog altijd zijn on-ge-lo-fe-lij-ke kwaliteit om een doelpunt te maken. Waar ik tijdens de eerste weken, na alweer een oefening op afwerken, als doelman dacht dat hij niet zoveel geluk zou blijven hebben, kwam ik al snel tot een andere vaststelling. Fowler was gewoon amper af te stoppen. Elke vrije schietkans belandde in het zijnetje, alleen een kattensprong van jewelste gaf enig uitzicht op een mogelijke redding. Dat gecombineerd met de kinderlijke blijheid waarmee hij elk doelpunt steeds weer begeleidde, bezorgt hem het etiket van wereldspits. Tja, spitsen en doelmannen, het blijft voor altijd een haat-liefdeverhouding wat mij betreft. En nu snel de auto in en tijd voor mijn wekelijkse potje minivoetbal ... in de spits! Mijn cijfers? Vlot scorend in de oefenwedstrijden en in de competitie drie keer in drie wedstrijden. Te weinig? Zou kunnen, maar ik werk ook heel hard voor de ploeg ... Tenminste, dat probeer ik onze trainer wijs te maken. De column van Geert De Vlieger verschijnt tweewekelijks. GEERT DE VLIEGER"De beste spits met wie ik ooit speelde? Robbie Fowler."