"Ik ben een echte gelukzak", bedenkt Olivier Van Impe (19). De microbe van het keepen erfde hij van zijn grootvader; zijn vader staakte het voetballen noodgedwongen op vrij jonge leeftijd wegens rugproblemen. " Lucien Pletinckx, een jeugdscout van AA Gent, was al eens komen informeren tijdens de eindronde bij de scholieren van FC Denderleeuw. Had Nico de Bree me als vijftienjarige na een test niet overgehaald, dan speelde ik waarschijnlijk daar nu nog. In het begin stond ik heel huiverachtig tegenover een transfer. Ik wilde absoluut spelen en vreesde voor een plaatsje op de bank door de grotere concurrentie bij AA Gent. Door De Bree pleegde ik toch woordbreuk tegenover FC Denderleeuw, maar trainer Walter Moyson begreep mijn standpunt volledig. De Bree voorspelde me een gouden toekomst. Onvoorstelbaar, want hij had me geen minuut zien spelen, alleen enkele korte oefeningen met me gedaan. Straf, hé ? Volgens hem komen jongens met een sprongkracht en explosiviteit in de benen zoals ik altijd aan de bak in eerste klasse. Hij heeft geen ongelijk gekregen ( lachje)."
...

"Ik ben een echte gelukzak", bedenkt Olivier Van Impe (19). De microbe van het keepen erfde hij van zijn grootvader; zijn vader staakte het voetballen noodgedwongen op vrij jonge leeftijd wegens rugproblemen. " Lucien Pletinckx, een jeugdscout van AA Gent, was al eens komen informeren tijdens de eindronde bij de scholieren van FC Denderleeuw. Had Nico de Bree me als vijftienjarige na een test niet overgehaald, dan speelde ik waarschijnlijk daar nu nog. In het begin stond ik heel huiverachtig tegenover een transfer. Ik wilde absoluut spelen en vreesde voor een plaatsje op de bank door de grotere concurrentie bij AA Gent. Door De Bree pleegde ik toch woordbreuk tegenover FC Denderleeuw, maar trainer Walter Moyson begreep mijn standpunt volledig. De Bree voorspelde me een gouden toekomst. Onvoorstelbaar, want hij had me geen minuut zien spelen, alleen enkele korte oefeningen met me gedaan. Straf, hé ? Volgens hem komen jongens met een sprongkracht en explosiviteit in de benen zoals ik altijd aan de bak in eerste klasse. Hij heeft geen ongelijk gekregen ( lachje)." Daar stond hij dan. "De volkse jongen die in de grote stad zijn waarde als doelman moest gaan bewijzen. Bij Denderleeuw zou ik bij de beloften en soms bij de A-kern zijn terechtgekomen, terwijl ik bij AA Gent als zestienjarige meteen werd doorgeschoven naar de min zeventien van Peter Van den Abeele. Een heel correcte man, die me direct veel vertrouwen gaf en net als ik bijzonder gedreven met het voetbal bezig is. Meteen werd ik geconfronteerd met tegenslagen in de voorbereiding. De omschakeling naar een hogere trainingsintensiteit, van driemaal per week naar twee keer per dag, leidde tot overbelasting en pubalgie. Maar omdat je nieuw bent, wil je daar niet aan toegeven, tot het moment dat je gedwóngen wordt te stoppen. Acht weken moest ik rusten. Kort daarna werd ik ook nog eens getroffen door een blindedarmontsteking. Normaal betekent dat drie dagen ziekenhuis, ik heb er elf dagen gelegen. Op het einde van het seizoen was er ook nog een botje van mijn hand losgerukt. Kortom, ik had mijn deel van de pech wel gekend." Meteen rezen er in Gent vragen over de blessuregevoeligheid van Van Impe. Hij mocht blijven, ook al beschikte de club bij de min 18-jarigen met Bart Van Thournhout en Kevin Kesteleyn over nog twee andere doelmannen. "Ondertussen had ik wel opnieuw een aanbieding gekregen voor de A-kern van FC Denderleeuw, maar Gilbert De Groote overtuigde me om bij Gent te blijven. Ik moest op mijn tanden leren bijten, zei hij. Gelukkig kregen we elke dinsdag specifieke keeperstraining van Philippe Vande Walle. Toen er op een gegeven moment wegens blessures iemand van ons drie mee moest als invaller, viel zijn keuze op mij. ( Grijnst) Ik moet dus een goede indruk hebben gelaten. Hij beloofde ook een woordje voor mij te doen bij het bestuur voor een profcontract, wat in juni op het einde van de examenperiode ook gelukt is." Tot nieuwjaar bleef hij in een beurtrolsysteem keepen, zodat hij slechts om de drie weken speelde. "Rampzalig", zegt Van Impe. "Je moet dan echt geluk hebben met de tegenstander. Maar een paar maanden later trainde ik elke zondag met de jongens van de A-kern, toen nog onder Patrick Remy. Het waren Gunther Schepens, Vital Borkelmans en Jacky Peeters die voor de opvang zorgden. Zij stelden me direct op mijn gemak en maakten mij een beetje wegwijs. Dat vond ik wel tof." Sinds vorig seizoen maakt hij dus als derde doelman volwaardig deel uit van de A-kern. "Ondertussen heb ik toch al vier wedstrijden in eerste klasse kunnen afwerken. Weinig leeftijdgenoten mogen dat zeggen. Natuurlijk heb ik er ook heel wat voor moeten opofferen, zoals mijn studies. En nog altijd ga ik maar heel uitzonderlijk eens weg. Alles staat in het teken van het voetbal. Het is mijn beroep, hé. Een beetje ernst kan geen kwaad.""Eigenlijk was ik maar een middelmatige leerling", vervolgt Van Impe. "Op de schoolbanken al keek ik uit naar de training van 's avonds. Zodra ik bij AA Gent zat, moest ik elke dag trainen, zodat ik serieuze inspanningen moest leveren om te slagen op school. Het gebeurde vaak dat ik pas vanaf tien uur 's avonds kon beginnen studeren. Na overleg met mijn ouders hebben we dan besloten om te gaan voor een loopbaan als profvoetballer. Daardoor moet ik straks voor de middenjury nog mijn diploma toerisme middelbaar onderwijs proberen af te dwingen. Normaal mag dat geen probleem zijn. Ik hoop dat het geluk me ook daar niet in de steek laat."Vorig seizoen profiteerde Olivier Van Impe van een neusbreuk bij Frédéric Herpoel en het feit dat vaste doublure Nicolas Denijs na een langdurige blessure onvoldoende wedstrijdfit was, om het Gentse doel te verdedigen tegen Club Brugge en Eendracht Aalst. "Plots werd ik voor de leeuwen geworpen. Maar schrik had ik helemaal niet, veeleer gezonde zenuwen. Een week eerder was ik immers al op de hoogte gebracht van mijn speelkans. Philippe had me optimaal voorbereid en de trainingsintensiteit enigszins aangepast. Maar de eerste keer dat je het stadion betreedt met al dat volk in de tribunes, bezorgt je dat toch koude rillingen. Ik dacht : amai, wat is dat hier ? Vreemd, maar toch aangenam. Serieuze adrenalinestoten ( lacht). Bovendien ben ik iemand die mezelf veel druk oplegt. Ik leg de lat soms te hoog, ben vrij perfectionistisch ingesteld. Maar als de eerste bal goed is, verdwijnen ook de spanningen." Problemen aan de adductoren bij Herpoel zorgden ervoor dat Van Impe tegen Lokeren en GBA opnieuw tussen de palen stond. Hoewel hij tegen de Waaslanders vijf ballen uit zijn net moest vissen, kreeg hij alleen maar lovende kritieken. Van Impe had een grotere afstraffing kunnen voorkomen. "Het zou verkeerd zijn om nu al overdreven hoge verwachtingen te koesteren", blijft hij nuchter. "Je moet vooral realistisch zijn in je doelstellingen. Fred is international, de man die punten pakt voor AA Gent. Ik blijf liever rustig verder werken in de schaduw met Philippe. Mijn tijd komt nog. Geef me nog twee jaar. Weet je, ik heb nog veel te leren. Bij terugspeelballen moet ik nog iets rustiger proberen te blijven.""Als ik de kans krijg," besluit Van Impe, "moet ik bewijzen dat mijn vorige optredens geen toeval waren. Fred is straks weer wedstrijdklaar. Ik heb er geen moeite mee om dan een stapje opzij te zetten. Daarvoor is mijn respect voor hem te groot. Het motiveert me alleen om nog harder te werken."door Frédéric Vanheule'Het is mijn beroep. Dan kan een beetje ernst geen kwaad.'