De afspraak kwam tot stand per sms. Op onze vraag of we hem op de club of beter ergens op café konden spreken, antwoordde Joris Delle: "Au Cercle." Hij zal het dus wel weten dat bij zijn nieuwe vereniging Cercle Brugge het woord 'club' best niet gebruikt wordt.
...

De afspraak kwam tot stand per sms. Op onze vraag of we hem op de club of beter ergens op café konden spreken, antwoordde Joris Delle: "Au Cercle." Hij zal het dus wel weten dat bij zijn nieuwe vereniging Cercle Brugge het woord 'club' best niet gebruikt wordt. Zijn integratie verliep in elk geval geruisloos. Al na twee dagen kende de 23-jarige Fransman de namen van al zijn ploegmaats, vertelt hij. "Ik zocht op het internet beelden van hen op en leerde de namen bij de gezichten vanbuiten. Daarna vroeg ik mijn vriendin om mij te ondervragen: ze toonde een foto en ik moest zeggen wie het was. De ene na de andere, tot ik geen enkele fout meer maakte. Dat was noodzakelijk. Voetbal is een collectieve sport. Als je als keeper de naam niet kent van de spelers voor je, dan is het moeilijk communiceren." Delle debuteerde in uiterst moeilijke omstandigheden. Op donderdag kwam hij in Brugge aan, op zaterdag moest hij in de zware uitwedstrijd op Genk al zijn debuut maken. Maar vooral: Cerclesupporters en media zouden zijn prestatie met een vergrootglas bekijken, want hij was diegene die de plaats afnam van de populaire Bram Verbist. "Het lijkt mij normaal dat het publiek gehecht is aan een doelman die er al bijna zeven jaar is. Meer dan eenvoudig blijven en mijn match spelen kon ik niet doen. Dezelfde concurrentie en druk maakte ik al mee bij Nice, met David Ospina, op dat vlak had ik dus al wat ervaring." Joris. Zijn voornaam is Nederlands. "Maar Vlaamse roots heb ik niet", zegt hij. "Mijn grootouders zijn van Sloveense en Italiaanse afkomst. Zij verhuisden destijds naar Noord-Frankrijk om in de mijnen te werken. Maar Delle is een Franse familienaam." Hij is een Lotharinger, opgegroeid in Bouligny-Baroncourt. "Mijn vader runt een computerbedrijf in Thionville, mijn moeder werkt in een bakkerij en mijn drie jaar oudere broer in een fiduciaire in Luxemburg. In de familie zaten altijd al voetballers. De vader van mijn moeder, die in de mijnen werkte, probeerde prof te worden, maar dat lukte hem niet. Mijn vader voetbalde op laag niveau. Mijn broer speelde bij de jeugd van Bouligny, maar stopte daar al vroeg mee. Hij is nu vrijwillige brandweerman. Allemaal zijn we altijd supporter geweest van FC Metz. Toen ik elf jaar was, zei ik tegen mijn ouders dat ik prof wou worden. Daar lachten zij mee. Ik was een goeie student, dat vonden zij het belangrijkste, maar voor mijn beroep wou ik echt voetballer worden. Bij Bouligny speelde ik op het allerlaagste districtsniveau en mensen zeiden dat ik daarvoor te goed was. Daarom wou ik sport-étude volgen in Verdun, een combinatie van studie met sport. Dat zagen mijn ouders echter niet zitten. Die verplaatsingen zouden van hen te veel concessies vragen. Het werd een beetje chaud thuis, maar uiteindelijk vonden we een oplossing. Ik ging naar school in Briey en tien kilometer daarvandaan, in Homécourt, kon ik op het hoogste regionale niveau spelen." Daar is het echt begonnen, bedenkt hij. "Ik werd er geselecteerd voor de regionale selectie van Lotharingen, en zo kreeg ik aanbiedingen van Nancy, Metz, Strasbourg en Sochaux en kwam ik in beeld bij de staf van de nationale jeugdploegen. Op mijn vijftiende speelde ik mijn eerste wedstrijd voor Frankrijk, met de U16 tegen Polen, en tekende ik ook mijn eerste contract. Un contrat apprenti, een leercontract waarin je verklaart dat je niet voor een andere club zult tekenen. Op mijn zestiende werd ik met Metz kampioen van Frankrijk. Een ploeg met onder meer Miralem Pjanic, die nu voor AS Roma voetbalt. Met de nationale ploeg gingen we naar het EK U17 in België en naar het WK in Zuid-Korea. Op mijn zeventiende tekende ik mijn eerste profcontract en zat ik voor het eerst op de bank bij de eerste ploeg, in het Parc des Princes tegen PSG. Op mijn achttiende begon ik met de profs te trainen." Maar toen leerde Joris Delle de keerzijde kennen. "Een halfjaar out met een schouderblessure en enkele maanden nadat ik was herbegonnen, scheurde ik op mijn verjaardag de kruisbanden van mijn linkerknie. Alles samen stond ik bijna anderhalf jaar aan de kant. Ik begon zelfs opnieuw te studeren, maar dat werd geen succes. Achteraf bekeken sterkte die moeilijke periode mijn karakter. Ik was niet meer dezelfde als voorheen. Meer dan ooit besefte ik hoe fantastisch het was te kunnen leven van het voetbal en topmatchen te kunnen spelen voor duizenden mensen. Ik zag het voetbal helemaal anders. Ervoor legde ik heel veel druk op mezelf, uit vrees om fouten te maken. Erna nam ik met plezier het voetbal, mijn passie, zoals het kwam. Wat er ook gebeurde. Koude, regen, supporters die je beledigen: het had geen invloed meer op mijn beleving. Ik ging er altijd vol voor en genoot van elke bal. Die moeilijke periode bevrijdde mij." En de dag dat de titularis van tweedeklasser FC Metz geblesseerd raakte, greep Delle zijn kans. "1-0 winst tegen Vannes, waarbij ik op het einde een beslissende redding deed. Daarna ben ik 28 wedstrijden op rij blijven staan. Ik debuteerde toen ook bij de Franse belofteploeg, een supergeneratie met onder meer Mamadou Sakho (Liverpool), Clément Grenier (Lyon) en Raphaël Varane (Real Madrid)." Vervolgens tekende Delle voor vier jaar bij de Franse topklasser OGC Nice, waar coach Claude Puel hem introduceerde als le numéro 1 bis. "De Colombiaanse international David Ospina, die er al jaren speelde, zou vertrekken naar Besiktas. Uiteindelijk is dat niet doorgegaan en is hij gebleven. Daarom wilde Nice mij uitlenen." Sinds eind augustus is Joris Delle actief in de Jupiler Pro League en daar liet hij tot nu toe een degelijke indruk. "Het verschil met de Franse competitie is vooral tactisch", vindt hij. "In de Ligue 1 wordt alles geblokkeerd, heel compact voetbal met veel fysieke contacten. Hier is er meer speelruimte. Als keeper moet ik in België heel goed het spel lezen en veel uitkomen op hoge centers." Hij straalt soberheid uit. In 2011 verscheen er in het gerenommeerde Franse voetbalmagazine France Football een artikel met als kop Simple comme Delle. "In Frankrijk is het niet gebruikelijk dat een jonge prof die doorbreekt en geld begint te verdienen, blijft studeren en hetzelfde levensritme behoudt als in het centre de formation. Ik denk ook niet dat je mij op een dag met een grote blinkende ketting om de hals zult zien, of met een trui van duizend euro." Geen blingbling s.v.p. voor Joris Delle. Tijdens ons gesprek in het spelershome van Cercle gooit hij er af en toe met de glimlach een Nederlands woord tussen. "Zeker op het veld is het nodig dat ik de noodzakelijke basiswoorden voor een keeper ken", zegt hij. "Links, rechts, in de rug... Op Genk, in mijn eerste match, gaf ik de verdedigers nog aanwijzingen in het Frans en duurde het twee seconden langer voor ze reageerden. Ik paste mij dus aan. Voor de start van de play-offs mag je terugkeren voor een interview in het Nederlands!" (lacht)DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Ik zocht op het internet beelden van mijn toekomstige Cercleploegmaats op en leerde de namen bij de gezichten vanbuiten."