Je beseft soms pas later wat wereldkampioenen voor hun sport betekend hebben. We maakten ons de bedenking tijdens de Grote Prijs van Brazilië, het voorbije weekend. Omdat het ons daar ieder jaar weer opvalt hoe almaar meer F1-mensen het graf van Ayrton Senna gaan bezoeken, terwijl ze een weekendje in São Paulo zijn. Lewis Hamilton, die in ieder interview wel eens herhaalt dat hij altijd met ingehouden adem voor televisie zat als Senna reed, droeg het voorbije weekend zelfs een speciaal gedecoreerde helm. Een combinatie van zijn eigen kleuren en die van de Braziliaanse halfgod. Want dat is Senna vandaag meer dan ooit, een halfgod. Terwijl er wellicht geen F1-coureur meer controverse zaaide dan de Braziliaan, toen hij nog leefde. Afscheid en dood als bouwstenen voor legendes.

We wensen Sebastian Vettel dat meest extreme afscheid niet toe, maar we weten het nu al. Later, als de Duitser aan zijn kleinkinderen uitlegt wat die helm op de schouw eigenlijk betekent, zal de wereld pas beseffen wat hij voor de sport betekende. Telkens als we hem dit jaar in de paddock kruisten of voor hem zaten voor een interview, konden we het niet geloven hoezeer de 24-jarige Duitser zichzelf bleef. Immers, geen oord dat een mens sneller bezoedelt dan de formule 1-paddock. De verafgoding, het statuut van de wereldster, en niet in het minst: het grote geld. Het doordrenkt de jonge zielen met de overtuiging dat er buiten die hermetisch afgesloten biotoop geen echte wereld meer is. Het maakt ze ook achterdochtig, met al die verhalen, al dan niet verzonnen, over hun privéleven. Geen enkele coureur die we eraan zagen ontsnappen, tenzij die ene Duitser. De jongeman achter de coureur is dezelfde als vier jaar geleden, toen hij in de formule 1 debuteerde. Een jongenslach om de twee zinnen, alsof het allemaal nieuw is in die wondere wereld. Geen kapsones, niet gespeeld maar oprecht.

Wat hem vooral uniek maakt, is dat hij het combineert met een ongemene genadeloosheid op de piste. "Als ik dit seizoen iets van hem heb geleerd, dan is het dat hij zijn prooi nooit loslaat. Hij heeft nooit genoeg", zei Jérôme D'Ambrosio ons onlangs nog. Wie zag hoe Vettel zich in Monza voorbij Alonso slingerde, twee wielen op het gras in een volsnelle bocht, weet wat hij bedoelt. Anderzijds, en opnieuw iets dat Vettel uniek maakt: hij wordt nooit bij de wedstrijdcommissarissen geroepen. Omdat hij nooit controverse zaait met onheuse manoeuvres. We hebben de voorbije twintig jaar wel andere kampioenen gekend.

Zaterdag in São Paulo voegde Vettel trouwens nog een record toe aan zijn al lange lijstje. Hij pakte zijn vijftiende poleposition in een seizoen. Dat is eentje meer dan Nigel Mansell in diens begenadigde seizoen 1992. Maar winnen deed hij niet, in São Paulo. Daarvoor zorgden problemen met de versnellingsbak. "Doodjammer", zei de man die nooit genoeg heeft, na de race. En ja, natuurlijk zei hij het met die brede glimlach.

door jo bossuyt

Je beseft soms pas later wat wereldkampioenen voor hun sport betekend hebben. We maakten ons de bedenking tijdens de Grote Prijs van Brazilië, het voorbije weekend. Omdat het ons daar ieder jaar weer opvalt hoe almaar meer F1-mensen het graf van Ayrton Senna gaan bezoeken, terwijl ze een weekendje in São Paulo zijn. Lewis Hamilton, die in ieder interview wel eens herhaalt dat hij altijd met ingehouden adem voor televisie zat als Senna reed, droeg het voorbije weekend zelfs een speciaal gedecoreerde helm. Een combinatie van zijn eigen kleuren en die van de Braziliaanse halfgod. Want dat is Senna vandaag meer dan ooit, een halfgod. Terwijl er wellicht geen F1-coureur meer controverse zaaide dan de Braziliaan, toen hij nog leefde. Afscheid en dood als bouwstenen voor legendes. We wensen Sebastian Vettel dat meest extreme afscheid niet toe, maar we weten het nu al. Later, als de Duitser aan zijn kleinkinderen uitlegt wat die helm op de schouw eigenlijk betekent, zal de wereld pas beseffen wat hij voor de sport betekende. Telkens als we hem dit jaar in de paddock kruisten of voor hem zaten voor een interview, konden we het niet geloven hoezeer de 24-jarige Duitser zichzelf bleef. Immers, geen oord dat een mens sneller bezoedelt dan de formule 1-paddock. De verafgoding, het statuut van de wereldster, en niet in het minst: het grote geld. Het doordrenkt de jonge zielen met de overtuiging dat er buiten die hermetisch afgesloten biotoop geen echte wereld meer is. Het maakt ze ook achterdochtig, met al die verhalen, al dan niet verzonnen, over hun privéleven. Geen enkele coureur die we eraan zagen ontsnappen, tenzij die ene Duitser. De jongeman achter de coureur is dezelfde als vier jaar geleden, toen hij in de formule 1 debuteerde. Een jongenslach om de twee zinnen, alsof het allemaal nieuw is in die wondere wereld. Geen kapsones, niet gespeeld maar oprecht. Wat hem vooral uniek maakt, is dat hij het combineert met een ongemene genadeloosheid op de piste. "Als ik dit seizoen iets van hem heb geleerd, dan is het dat hij zijn prooi nooit loslaat. Hij heeft nooit genoeg", zei Jérôme D'Ambrosio ons onlangs nog. Wie zag hoe Vettel zich in Monza voorbij Alonso slingerde, twee wielen op het gras in een volsnelle bocht, weet wat hij bedoelt. Anderzijds, en opnieuw iets dat Vettel uniek maakt: hij wordt nooit bij de wedstrijdcommissarissen geroepen. Omdat hij nooit controverse zaait met onheuse manoeuvres. We hebben de voorbije twintig jaar wel andere kampioenen gekend. Zaterdag in São Paulo voegde Vettel trouwens nog een record toe aan zijn al lange lijstje. Hij pakte zijn vijftiende poleposition in een seizoen. Dat is eentje meer dan Nigel Mansell in diens begenadigde seizoen 1992. Maar winnen deed hij niet, in São Paulo. Daarvoor zorgden problemen met de versnellingsbak. "Doodjammer", zei de man die nooit genoeg heeft, na de race. En ja, natuurlijk zei hij het met die brede glimlach. door jo bossuyt