Moumouni Dagano en Wesley Sonck. De een zijn meter 86 compenseert het metertje 74 van de ander, net zoals die 82 kilo's dat met die 74 kilootjes doen.
...

Moumouni Dagano en Wesley Sonck. De een zijn meter 86 compenseert het metertje 74 van de ander, net zoals die 82 kilo's dat met die 74 kilootjes doen.Marc Degryse, speelde met beiden bij GBA, maar nooit samen : " Dagano moet je tijd geven, hij is per slot van rekening nog maar 20 jaar. Ik heb vorig seizoen in Europa geen jongen gezien van die leeftijd met zo'n lichaam. Zijn positiespel vond ik goed voor de leeftijd die hij heeft. Ik hoop dat ze hem daarbij helpen, want dan kan hij daarin nog groeien. Hij mist nog wat de sluwheid en de slimheid." Franky Van der Elst, was trainer van beiden bij GBA : "Dagano is wat minder snel in de eerste meters, maar hij geeft een ploeg de kans op te schuiven en geeft de anderen tijd omdat hij de bal kan bijhouden. Je kan hem goed gebruiken als targetman, want hij staat er altijd. Je kan er hoog mee spelen." Dennis Fraeyman, scoutte voor Antwerp Genk tegen Roda JC in de voorbereiding en tegen Beveren in de competitie : "Dagano biedt zich altijd in de diepte aan, wat in de speelwijze van Genk, waarin veel de lange bal wordt gebruikt, belangrijk is. Hij ligt voornamelijk op rechts op de loer en moet de ruimte krijgen, maar als hij die heeft kan hij die op kracht heel goed benutten. Man-man is hij bijvoorbeeld heel sterk. Hij is in staat om met tackles of positioneel verdedigen veel te doen. Sonck heeft een geweldige timing met de kop, wat bij Dagano minder is. Hij is vooral sterk in de lucht omdat hij kracht heeft." Wesley Sonck en Moumouni Dagano. De een zijn scorend vermogen compenseert het gebrek daaraan bij de ander, net zoals het groot zelfvertrouwen dat met het jeugdig gebrek aan mentale weerbaarheid doet.Marc Degryse : "Van Sonck zou ik niet zeggen dat hij meer basiskwaliteiten heeft, hij staat gewoon verder in zijn ontwikkeling. Moumou heeft nog meer schouderklopjes nodig. Fysiek is hij sterk, mentaal moet dat nog groeien. Voor Dagano is het allemaal heel snel gegaan : de eerste drie maanden bij GBA speelde hij niet, maar zijn debuut werd een succes en daarna ging het altijd beter. Maar hij zal, denk ik, nog wel zijn klopje krijgen. Dat was bij Sonck ook zo de eerste maanden in Genk. Hij speelt veel op kracht en is misschien ook daardoor niet altijd zo fris en koelbloedig meer als hij voor de goal komt. Ik denk niet dat het een echte afwerker zal worden. Maar veel conclusies zou ik daar toch niet uit trekken. Je weet nooit wat er gebeurt als hij zoals bijvoorbeeld tegen Beveren die eerste kans wel binnentrapt, vertrouwen krijgt en ineens veel begint te scoren." Franky Van der Elst : " Moumou moet het meer hebben van de bal in de voet krijgen en houden. Als hij bijvoorbeeld van rechts komt, moet je al de bal in de rug van de verdediger geven, omdat hijzelf die actie niet heeft. Sonck zoekt meer de diepgang, is explosiever en je weet dat hij niet veel nodig heeft om te scoren." Dennis Fraeyman : "Dagano is in een aantal zaken nog wat rudimentair. Als hij een bal aanneemt, kan het zijn dat die nog een halve meter wegspringt. Stoppen, draaien, kaatsen : dat gaat niet zo veel in één beweging. Terwijl je bij Sonck ziet dat die veel meer in één tijd probeert te spelen en de bal meestal direct goed aanneemt. Probleem is alleen dat Dagano totaal niet goalminded is. Van het moment dat hij in de zestien komt, wordt het een drama, hé. Tegen Beveren wrong hij drie kansen de nek om, maar toch is hij van heel groot belang : hij wint veel duels en gaat naar elke bal. Sonck speelt heel hoog, haakt makkelijk af, is wendbaar, goed in de korte combinatie en zeer doelgericht. In de zestien is het van drie kansen die hij krijgt twee keer doelpunt. Hij zoekt meer de linkerkant op, want hij combineert makkelijk met Daerden, die goed de diepte zoekt en Sonck aanvoelt."Moumouni Dagano en Wesley Sonck. Een complementair duo. Wordt gezegd.Scoorde Sonck op de openingsspeeldag tegen Beveren nog drie keer en miste Dagano evenveel kansen, tegen Antwerp bleven zelfs de kansen uit. Op een goed openingshalfuur van Sonck na trapte het Genkse duo geen deuk in een pakje boter. Veel te veel als de Genkse verdedigers hun heil zochten in onzuivere boogballetjes naar beide spitsen maakten ze het Antwerp makkelijk : als er al geen middenvelder tussen had gezeten, kregen de verdedigers nog alle tijd positie te kiezen. Duels verloren de Genkse spitsen bovendien bij de vleet en áls ze al een bal kregen, ging die nog het vaakst verloren. In de tweede helft ruilde Genk Reini in voor Wamfor, ging het achteraan met drie verdedigers spelen ( Roumani- Zokora- Delbroek) en met Thijs-Wamfor als verdedigende middenvelders, waardoor Skoko meer achter de spitsen terechtkwam. De lange bal bleef achterwege en Genk kreeg meer balbezit op de helft van de tegenstander, maar ook dat bracht Sonck en Dagano niet meer in de match. Elf minuten voor het einde werd Dagano naar de kant gehaald. "We hebben", concludeerde Sef Vergoossen "veel arbeid moeten leveren, maar wel veel corrigerende arbeid." Een opgemerkte prestatie tegen Beveren op de openingsspeeldag, vorige zaterdag onzichtbaar tegen Antwerp : hoe complementair zijn de Genkse spitsen nu eigenlijk ? Marc Degryse : "Sonck en Dagano zijn twee verschillende spitsen, maar ik denk dat ze complementair zijn. Al staat Wesley iets verder in zijn ontwikkeling. Hij is ook twee, drie jaar ouder. Het was wat mij betreft in ieder geval ideaal om met hen als tweede spits te spelen. Combineren is misschien niet zijn sterkste punt, wat bij Wesley wel het geval is. Moumou heeft niet die fijne baltoets, hij moet het meer hebben van zijn lichaam gebruiken." Franky Van der Elst : "Dat ze als duo moeilijk te verdedigen zijn, komt gewoon doordat het twee verschillende types zijn, waarbij Wes dan ook voortdurend afhaakt." Dennis Fraeyman, vóór de wedstrijd op Antwerp : "Ik wil ze wel eens zien spelen tegen een gesloten verdediging, tegen zo'n ploeg die een dubbele muur optrekt. Dan weet ik niet of Dagano van veel nut is. Terwijl van een Sonck weet je : die gaat altijd proberen. Om ze uit de match te houden, moet je, denk ik, compact verdedigen en Sonck wat weghouden uit de zestien en Dagano kort dekken en geen ruimte geven op de flanken. Tegen Roda speelden ze heel wat minder goed dan tegen Beveren : ze werden hard en stevig gedekt. Sonck bijvoorbeeld had daar Vrede tegenover zich en moest daardoor heel diep de bal komen ophalen en kon zo weinig kansen creëren. Dagano zocht de flanken op, maar kwam daar spelers tegen waar hij met een individuele actie niet over kon. "Complementair in de zin van ze zoeken elkaar geregeld op in de combinatie, dat zijn ze totaal niet. Want ze zoeken elkaar helemáál niet op in de combinatie. Met de rest van de ploeg zijn ze wel complementair, maar om nu te zeggen dat het twee spelers zijn die elke combinatie naar zich toe trekken... vooral niet omdat het combinatiespel niet Dagano's sterke punt is, in tegenstelling tot Sonck. Vergelijken met Koller en Radzinski kan je hen dan ook niet, vind ik. Koller en Radzinski zochten elkaar op en scoorden allebei, dat zie ik deze twee niet doen. Dagano trekt heel veel naar de buitenkanten, terwijl Koller toch meer centraal bleef. Dagano moet meer de ruimte vóór zich hebben. Extreem gezegd : hij had bij GBA topschutter van België moeten zijn, maar hij was de topschutter van de gemiste kansen. "Dus als morgen Sonck een mindere periode heeft, zie ik in Dagano niet direct de man van wie je zegt : die pakt het over. Dus om nu al te zeggen : dit is hét duo... Dat geeft wel een lichtelijk vertekend beeld, denk ik. Maar ze gaan wel brokken maken en ik zou er in ieder geval niet graag tegen spelen."door Raoul De Groote