Een beetje onder de indruk wandelen Peter Van Houdt en Stéphane Stassin langs de hoofdtribune van het stadion op de Bökelberg. Daar prijken de metershoge portretten van het Elftal van de Eeuw, dat vorig jaar naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van Borussia MÖnchengladbach door de supporters werd verkozen. "Volgend jaar hangen onze foto's hier ook", grapt Stassin.
...

Een beetje onder de indruk wandelen Peter Van Houdt en Stéphane Stassin langs de hoofdtribune van het stadion op de Bökelberg. Daar prijken de metershoge portretten van het Elftal van de Eeuw, dat vorig jaar naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van Borussia MÖnchengladbach door de supporters werd verkozen. "Volgend jaar hangen onze foto's hier ook", grapt Stassin. De twee Belgen hebben dan wel een aandeel in de promotie naar de Bundesliga, er is meer nodig om een plek af te dwingen in dit selecte gezelschap. Naast trainer Hennes Weisweiler krioelt het van de monumenten uit het Duitse voetbal. Zoals : de eigenzinnige droomvoetballer Günter Netzer, wegens zijn flamboyante levensstijl een cultfiguur. En Berti Vogts, de voormalige pitbull, latere bondstrainer en sinds vorige week ontslagen trainer van Leverkusen. Er is ook Jupp Heynckes, de Deen Alan Simonsen, maar géén Lothar Matthaüs, die zijn jonge jaren doormaakte bij Gladbach alvorens naar Bayern te verkassen. Een club die het zich kan veroorloven zo'n gevierd speler links te laten liggen, moet over behoorlijk wat referenties beschikken. Wel een plaats kreeg het laatste grote idool van de Bökelberg, Stefan Effenberg. Effenbergs tweede vertrek - hij was al eens verhuisd naar Bayern, maar via een ommetje langs Fiorentina teruggekeerd - luidde het verval van Mönchengladbach in. Het volgende seizoen degradeerde de club voor het eerst in haar bestaan uit de Bundesliga, waar het sinds de promotie in 1965 een flink stuk Duitse geschiedenis had geschreven. Het tweejarige verblijf in de Bundesliga was geen feest voor Mönchengladbach, wél voor de andere tweedeklassers. Na Bayern is Gladbach immers de club met de meeste fans in heel Duitsland. Waar Gladbach kwam, wreef de plaatselijke kassier zich in de handen. Niet alleen wilden de thuissupporters de vergane glorie gaan bekijken, ook de plaatselijke Borussia-aanhangers en de meegereisde supporters vulden massaal de stadions. Vorig jaar waren ze met 20.000 in Nürnberg, een paar weken geleden nog met 10.000 in Hannover, op een maandagavond.Geen enkele andere tweedeklasser trok de afgelopen twee jaar zoveel volk als Gladbach. Ook daarom kan het Peter Van Houdt weinig schelen als hem in België verbaasd wordt gevraagd waarom hij de Nederlandse eredivisie inwisselde voor slechts de tweede klasse in Duitsland. "Als het tegenvalt, zit hier nog 18.000 man op de tribune. Dat noemen ze hier weinig", zegt hij. Gladbach laat met zijn gemiddelde van 24.000 aanwezigen alle andere tweedeklassers ver achter zich, ondanks het feit dat wegens de rechtstreekse tv-uitzendingen vaak op maandagavond werd gespeeld. Voor de laatste thuiswedstrijden was het stadion telkens uitverkocht : 34.000 kijkers. Toch volstaat dat mooie cijfer niet voor Mönchengladbach om financieel te overleven, al is het positief dat de tv-inkomsten door de promotie straks weer verdubbeld worden. Bovendien is het stadion aan de Bökelberg, hoe sfeervol ook omdat er geen atletiekpiste rond ligt, qua comfort een beetje verouderd. Jaren geleden werd al over de bouw van een nieuwe arena gepraat, naar het voorbeeld van het Ajaxstadion in Amsterdam, maar dat bleek financieel niet haalbaar. Een kleiner project is nu wel klaar, waarmee Gladbach ook zijn kandidatuur indient voor het WK 2006. De financiering van de 2,6 miljard frank is rond. De arena met 40.000 zitplaatsen en business-seats moet helemaal klaar zijn in de lente van 2004, zodat de club vanaf het seizoen 2004/05 de nieuwe locatie kan bespelen. Tot dan is het bij succes behelpen. Als Gladbach Europees voetbal zou afdwingen, moet het uitwijken, want van de 34.500 plaatsen op de vertrouwde Bökelberg zijn er maar 8700 overdekte zitplaatsen. In 1995 moest het om dezelfde reden, nadat het de Duitse beker won, zijn thuiswedstrijd tegen Feyenoord in Düsseldorf afwerken en voor die tegen Arsenal uitwijken naar het stadion van aartsrivaal FC Keulen. De grote uitdaging nu wordt de hoge verwachtingen te temperen. Door zijn grootse verleden kan Gladbach nooit als zomaar een Bundesligaclub door het seizoen stappen. Om de mythe van de Fohlenelf uit de jaren zeventig weer te laten herleven, ontbreekt nu het geld. Mönchengladbach kan slechts 160 miljoen frank uitgeven om nieuwe spelers aan te werven. Dat is het gevolg van een noodplan dat het huidige bestuur zichzelf oplegde. Het verval kwam bijna ongemerkt. In 1996 was Borussia Mönchengladbach nog de derde kracht in de Bundesliga, na Bayern en Dortmund. In 1998 was het - mét Effenberg - al eens bijna gezakt : pas in de laatste minuut van het kampioenschap redde het zich ! Toen drong de licentiecommissie, die jaarlijks een strenge budgetcontrole uitvoert in Duitsland, een sanering op. Gladbach moest zo snel mogelijk van 600 miljoen frank schulden af en diende daarom Effenberg te verkopen aan Bayern. De degradatie bleek vervolgens onafwendbaar, maar had een positieve keerzijde : twee jaar later is de schuldenlast teruggebracht tot 100 miljoen frank. Het budget waarmee Gladbach werkte, was hoog voor tweede klasse, maar zal in de Bundesliga één van de laagste zijn.Peter Van Houdt grinnikt op de vraag of hij dan zo goed betaald wordt, dat het de stap van een ploeg die Europees voetbalde (Roda JC) naar een Duitse tweedeklasser rechtvaardigde. "Niemand begrijpt dat ik in tweede klasse wilde komen voetballen", zegt hij. "Ik moest niet weg bij Roda, had er nog vier jaar contract. Maar ik wilde weg, na vier jaar was ik er een beetje op uitgekeken. Bovendien benadrukten ze dat ze maar één jaar in tweede wilden blijven. Ik vond het het risico waard. Mönchengladbach is toch een club met een naam en niet ver van de grens. In België en Nederland zou het makkelijk in de middenmoot meedraaien."Stassin was vorig jaar bij Anderlecht einde contract en dus gratis. Hij kon ook naar Charleroi, Charlton en Aberdeen, maar tekende al in maart voor Gladbach, op een moment dat de club nog uitzicht had op promotie. "Ik wilde na veertien jaar Anderlecht niet té ver weg. Ook om familiale redenen. Ik heb wat privéproblemen gekend en wou niet aan de andere kant van Europa belanden. Gladbach was het buitenland, niet te ver en toch een goeie club. Een ideale tussenstap voor als ik over een paar jaar echt naar het buitenland wil. Bovendien was het de trainer die me absoluut wilde. Ook tweede klasse vond ik geen stap terug, want die is de eerste klasse in België meer dan waard. Met de promotie nu naar de Bundesliga zette ik geen stap terug, maar een vooruit." Eén keer kende de ploeg een off-day, uit tegen Mannheim, en in Nürnberg werd verdiend verloren. Stassin : "Je had drie goeie clubs : Gladbach, Nürnberg en Sankt Pauli. Maar daarom win je nog niet makkelijk. Er wordt minder tactisch gespeeld, maar vooral een fysieke slijtageslag geleverd, één tegen één. Niet gemeen. Hard in de duels, maar minder smerig dan in België. De scheidsrechters trekken ook sneller geel. Bij Anderlecht bouwde je van achteruit op. Als ik hier achterin de bal ga opvragen, kijken ze raar op. Ik zag ook vaak dat Peter twee of drie keer de bal vroeg omdat hij ruimte had, maar hem niet kreeg. Ze zien het niet altijd." Van Houdt : "Daarom was ik blij telkens Stéphane mocht invallen. Hij durft wél een crosspass geven, met hem werd ik veel beter aangespeeld. Maar doorgaans gaf de trainer op zijn positie de voorkeur aan fysisch sterke spelers die zich konden laten gelden in de onderlinge duels. Pas als het op die manier niet lukte, bracht hij Stéphane in." Stassin staat nu centraal op het middenveld : "Aanvankelijk wilde de trainer me als centrale verdediger, zoals in België. Maar de centrale verdedigers hier zijn twee voorstoppertypes, die eigenlijk op de man spelen. Dat lag me minder goed. Je speelt wel meer pressing, op de bal en de man jagen, terwijl je je in België bij balverlies liet terugzakken." Van Houdt is zelfs tweede topschutter geworden, na Arie Van Lent. Met elf goals blijft hij wel onder zijn Nederlandse record van achttien, maar voor een rechtsvoetige die vaak linksbuiten moest spelen, valt het nog mee : "Ik was aangetrokken om te scoren. De eerste wedstrijden dachten ze : die neemt de bal, loopt naar voor en schiet hem er in. Dat lukte niet echt. Ik maakte een moeilijke aanpassingsperiode mee, maar eens ik begon te scoren, mocht ik me al eens een mindere match permitteren." Ze wonen allebei in het stadje Mönchengladbach, op een appartement niet ver van het stadion. Van Houdt : "Bij Roda reed ik heen en weer, maar 140 kilometer vond ik te ver. Komen de buren in Nederland direct koffie drinken, hier zijn de mensen meer gesloten, heel stil. Van de acht appartementsbewoners ken ik er misschien twee."Stassin overwoog eerst wegens het taalprobleem om naar Luik te verhuizen, maar liet zich uiteindelijk overhalen om naar Gladbach te komen, al sprak hij geen woord Duits. "Nu leer ik Duits, twee uur per week. Tenminste, tot voor kort : de lerares vond dat ik genoeg ken. Ze respecteren hier je privacy. In België krijg je veel meer opmerkingen, kritiek bij al wat je zegt en doet. Er heerst hier ook een echte groepsgeest. Als je wint, is iedereen blij. Bij Anderlecht waren de bankzitters blij als er verloren werd. Er werd ook meer achter de rug gepraat. Hier niet. Voor Peter is het misschien anders, maar ik vind dat er meer georganiseerd wordt. Bij Anderlecht gingen we één keer per jaar op stap, hier af en toe. En iedereen doet mee, ook de vrouwen. En als er iets is, stap je gewoon naar de verantwoordelijke, die dat dan oplost. Je wordt niet van hot naar her gestuurd." Vedetten zijn er bij Gladbach niet : in de fanshop gaan de truitjes van Stassin en Van Houdt net zo goed over de toonbank als die van topschutter Van Lent of doelman Uwe Kamps, het monument dat bijna 400 Bundesligawedstrijden voor Gladbach speelde. Populairst is nog de trainer, Hans Meyer. Stassin : "Als wij het stadion betreden, wordt er beleefd geapplaudiseerd. Als de trainer zijn kop laat zien, worden ze helemaal wild, scandeert iedereen zijn naam. Dat maakte ik nooit eerder mee. Hij praat ook tegen iedereen. Altijd en overal." Eigenlijk viel het allemaal best mee. Alleen in de zes weken voorbereiding hadden de twee Belgen het gevoel dat ze elke dag een beetje stierven. Van Houdt : "Om acht uur ontbijt, dan een uur bosloop, na de middag drie uur voluit, dan tot acht uur massage. Tijdens het seizoen wordt met de veelheid van wedstrijden ontspannen getraind. Ook omdat je vaak onderweg bent. Voor veel verplaatsingen zit je drie tot vier dagen op hotel, één dag voor de match, vaak nog één dag erna. Je went eraan, ook aan de lange busritten, vaak drie tot vier uur, omdat het een speciaal ingerichte bus is met maar achttien plaatsen." Stassin : "In België is een verplaatsing naar Lommel die anderhalf uur duurt er één naar het andere eind van de wereld. Hier noemt men dat een derby. Je merkt pas hoe populair deze club is als je op verplaatsing gaat. De verplaatsing naar Hannover is vierhonderd kilometer, dat is vier uur bus, maar er zitten daar meer dan 10.000 aanhangers van ons. Zelfs voor vriendenmatchen tegen provinciale clubs reizen er vijfduizend supporters mee. Anderlecht had dat ook. Met dat verschil dat ze hier altijd achter de ploeg blijven staan. Ook als je verliest, blijven ze supporteren."door Geert Foutré