En zeggen dat hij niet eens als doelman begonnen is ! Bij de jeugdploegen van Perticata de Carrare speelde Gianluigi Buffon op het middenveld. Een middenveldertje dat zich graag offensief mocht uitleven. Voor twintig doelpunten op een seizoen draaide hij zijn hand niet om. Afstandsschoten, dat was zijn grote specialiteit.
...

En zeggen dat hij niet eens als doelman begonnen is ! Bij de jeugdploegen van Perticata de Carrare speelde Gianluigi Buffon op het middenveld. Een middenveldertje dat zich graag offensief mocht uitleven. Voor twintig doelpunten op een seizoen draaide hij zijn hand niet om. Afstandsschoten, dat was zijn grote specialiteit. Hoe wordt zo iemand dan op iets latere leeftijd keeper bij Juventus ? Gianluigi Buffon (28 januari 1978) : "Men zegt wel eens : in het doel staat de slechtste voetballer van de ploeg. Want zo gaat dat toch bij kinderen als ze voetballen. Wie niet met die bal uit de voeten kan, vat maar post tussen de palen. Zo niet in mijn geval. Ik ben doelman geworden omdat ik het beu was om altijd maar te moeten lopen. Ik werd daar zo moe van dat ik op een moment in het doel ben gaan staan om uit te rusten. Dat viel nogal mee, dus heb ik tegen mezelf gezegd : ik vind in het doel staan eigenlijk plezanter dan voetballen zelf."Vanaf dat moment ging het razendsnel voor Gianluigi Buffon. Op 23-jarige leeftijd debuteerde hij als doelman bij Juventus Turijn. "Ja, dat is nog een cliché dat ik onderuit heb gehaald", lacht Buffon. "Men beweerde altijd dat doelmannen vooral niet te jong mochten zijn. Maar nu zie ik veel clubs het voorbeeld van Juventus volgen en een jonge keeper nemen." De snelheid waarmee hij carrière maakte, typeert Gianluigi Buffon. Hij was altijd al een kind van het-moet-vooruitgaan, herinneren zijn ouders zich. Die hadden overigens zelf de sportmicrobe in het bloed. Ze leerden elkaar kennen toen ze samen deel uitmaakten van de Italiaanse nationale atletiekploeg, hij als speerwerper, zij als kogelstootster. Voor een goed begrip, met Lorenzo Buffon, de legendarische doelman uit de jaren vijftig, jaren zestig, heeft Gianluigi niets te maken. Het is zelfs geen verre familie. "Hoewel het dikwijls zo wordt voorgesteld alsof hij mijn vader is. Daar is dus niks van aan." Het moest vooruitgaan. De kleine Gianluigi kon al lopen toen hij zeven maanden was, spreken volgde twee maanden later. "Ik heb me nog nooit te jong gevoeld om iets te doen", zegt hij. "Ik ben eigenlijk zeer snel opgegroeid. Maar let wel, ik voel me langs de andere kant ook niet ouder dan mijn werkelijke leeftijd." Een gulzige jongeman, hij had geen tijd voor geduld. Buffon vertelt graag de volgende anekdote. Toen hij veertien was, voorspelde een jeugdtrainer hem dat hij op zijn twintigste in eerste klasse zou spelen. Waarop Buffon : "Neem me niet kwalijk, maar wat ga ik ondertussen dan doen ?"Bij Parma was dat. Want op dertienjarige leeftijd - toen iedereen geloofde dat hij voor Juventus zou tekenen, want de Oude Dame hing aan zijn deurbel - legde Gianluigi Buffon een test af bij Parma en besloot daar naartoe te trekken. Waarom in 's hemelsnaam - als tenslotte toch het grote Juventus je wil ? "Gewoon, omdat dat dichter bij huis, dichter bij Carrare was. Ik vind het niet evident om als knaap van dertien jaar je ouders te verlaten en ergens je plan te gaan trekken. Er zijn zoveel zaken die ik gemist zou hebben. Misschien maar details, zoals de koffie met melk die mijn moeder klaarmaakte telkens als ik van de training terugkeerde. Maar zulke details maken vaak het verschil."Zeventien jaar was Gianluigi Buffon toen de trainer van Parma, Nevio Scala, hem op een zondagochtend opzocht. De mededeling die volgde, was kort en kernachtig : "Vanavond speel jij." Die avond eindigde Parma-AC Milan op een scoreloos gelijkspel en schudde Buffon drie parades uit zijn mouw op pogingen van George Weah en Roberto Baggio. En het bleef vooruitgaan. Negentien jaar en negen maanden was Buffon toen hij voor het eerst voor de nationale ploeg in actie kwam. Dat gebeurde in Moskou, in het kader van een kwalificatiewedstrijd voor het WK 1998. Buffon moest tijdens die match invallen voor de geblesseerd uitvallende Gianluca Pagliuca en incasseerde één doelpunt, een eigen doelpunt van zijn vriend Fabio Cannavaro. Maar Italië kwalificeerde zich wel voor de eindronde van het WK in Frankrijk. Als om zichzelf te verontschuldigen voor zijn gebrek aan geduld zegt hij : "Vroegrijp zijn vind ik niet zo belangrijk en het is op zich ook geen kwaliteit. Het is niet zo dat ik een mateloze streber ben. Het is gewoon zo dat als ik besef dat ik iets kan bekomen, ik er niet van hou te moeten wachten." Dat leidt soms tot dwaasheden. Buffon krijgt al eens de kolder in de kop. Zoals de omkooppoging die hij ondernam om een diploma te bemachtigen, terwijl hij nog amper één jaar te gaan had om zijn middelbare studies af te ronden. "Dat was een stommiteit. Ze hebben me erin geluisd, dat ook. En ik was goedgelovig, ik tuimelde erin. Dat ik werkelijk van geen kwaad bewust was, bewijst het feit dat ik me al had laten inschrijven aan de universiteit."Op kemels laat Gianluigi zich wel vaker betrappen. Zoals toen hij op zijn shirt de leuze Boia chi molla ("Een schurk is hij die zich gewonnen geeft") droeg - een slogan uit de periode van het fascisme. Of toen hij koos om met het rugnummer 88 te spelen en zich daarmee de woede van de joodse gemeenschap op de hals haalde. Want 88 is een nazi-symbool, namelijk de afkorting van Heil Hitler (de h is de achtste letter van het alfabet, vandaar). Toen hem dat met handen en voeten werd uitgelegd paste Buffon prompt zijn rugnummer aan. Hij liet er 77 van maken. Hij had makkelijk zeggen dat hij van politiek geen verstand heeft, de gemoederen bedaarden niet meteen. Buffon had een punt toen hij argumenteerde dat men niet kan verplicht worden om te weten dat 88 een anti-joods symbool is, maar hij kan niet ontkennen dat zijn keuze voor het cijfer bijzonder ongelukkig kwam, zo kort nadat hij het shirt met die fascistische kreet had geshowd. En het zal wel waar zijn dat Buffon het allemaal niet vrijwillig heeft gedaan, het belette niet dat hij veel kwaad bloed zette. Niet dat het Buffon zelf een zorg zal zijn. Hij blijkt in dat soort zaken veeleer vergeetachtig van aard, zijn levenswandel is aan de losse kant. Alles glijdt vlug van hem af. Alles behalve dan wat hij zorgvuldig noteert in zijn schriftje : de strafschoppen die hij gestopt heeft, en de strafschoppen die hij niet heeft tegengehouden. "Het gemiddelde is fenomenaal", grijnst hij samenzweerderig en daaronder dient duidelijk te verstaan : het gemiddelde aantal gekéérde strafschoppen. Toen hij nog niet met het eerste elftal meespeelde, begaf Gianluigi Buffon zich 's zondags naar het stadion met de Boys, de ultra's van Juventus. En vandaag nog amuseert hij zich geregeld met het zingen van supportersliederen. Zelfs in het doel durft hij in een werkloos moment wel eens enig gezang aanheffen. Hoe gek is de doelman ? "Het is niet waar dat alle doelmannen gek zijn", antwoordt Buffon, en hij kijkt alsof hij het nog meent ook. "Er zit een beetje zotheid in elke mens, maar er zijn ook doelmannen die normaal zijn." Waarbij hij vergeet te preciseren onder welke categorie hij valt. In Italië kennen ze hem als de idioot. Hij vangt - en niet alleen de ballen. De media lusten anders wel brood van Buffon. Toen hij, bijvoorbeeld, zijn burgerdienst moest kloppen, zoemden de camera's als lastige muggen rond zijn hoofd. Voor televisiekijkend Italië werd gretig in beeld gebracht hoe Buffon, gekleed in een blauwe overall, een oude deur gladschuurde. Toen men hem opmerkzaam maakte hoe belachelijk hij wel oogde, haalde hij de schouders op : "Belachelijk ? Integendeel, de normaalste zaak van de wereld. Dit is een deur en een doelman noemen ze toch ook soms een portier."Een andere keer telefoneerde hij zelf naar de radio om hoogst persoonlijk met een meisje te spreken dat voor alle luisteraars had opgebiecht dat ze elke nacht van Buffon droomde. "Als ik een mens met zo'n kleinigheid gelukkig kan maken, waarom zou ik het dan laten ? Daar beleef ik toch zelf plezier aan." Als hij deelneemt aan Fantacalcio - de Italiaanse versie van De Gouden Elf - is de eerste speler die Gianluigi Buffon selecteert steevast Gianluigi Buffon zelf. "Vanzelfsprekend, het is uitgesloten dat ik mezelf niet koop." Gekocht werd hij zelf, in juli 2001, door Juventus, en voor de lieve som van 52,5 miljoen euro, een kolossaal bedrag. Het was niet het eerste aanbood dat bij Parma voor Buffon binnenliep, maar de doelman was voorzichtig met zijn keuze. "Want kampioen worden is geweldig, maar kampioen worden met een ploeg die het nog nooit is geweest, dat moet de absolute top zijn." Het is een typische Buffon-uitspraak. Zijn favoriete personage is Robin Hood - al droeg hij wel een T-shirt van Superman onder zijn keeperstenue toen hij een strafschop van Ronaldo stopte. Onlangs verklapte Gianluigi Buffon dat hij tot het doelwachterschap geroepen werd toen hij Thomas N'Kono aan het werk zag. Hij weet nog hoe hij als twaalfjarig jongetje hete tranen geweend heeft toen Kameroen werd uitgeschakeld op het WK van 1990, nota bene in zijn eigen Italië. In een interview onderstreepte Buffon tijdens een stage met de nationale ploeg dat hij in zijn leven maar één idool heeft gekend : N'Kono. Die uitspraak viel niet in dovemansoren. N'Kono bedankte hem voor zoveel eerbetoon : op zijn afscheidsmatch in 2001 werd Buffon uitgenodigd. Natuurlijk sloeg Buffon de invitatie niet af. Ondertussen is N'Kono aan lager wal geraakt. Buffon heeft hem geld gestuurd. Dat hoefde de buitenwereld niet te weten, maar de manager van Buffon liet het in een loslippige bui lekken. De doelman van Juventus kon er niet om lachen. door Nicolas Ribaudo'Een mens is niet verplicht om te weten dat 88 voor Heil Hitler staat.''Ik ben doelman geworden omdat ik het beu was om altijd maar te moeten lopen.'