Maandag 19/11

Bonk! Volgens Gui Polspoel heet de Poolse verdediger Jacek Bak van Austria Wien in werkelijkheid Bonk. Dat wil zeggen: hij heet Bak, maar in Polen spreken ze dat uit als Bonk. Zo had Wlodek Lubanski hem althans wijsgemaakt. En dus was het in Polen-België de hele match door Bonk van hier en Bonk van daar. Een gebonk dat deed denken aan een opgefokte wagen met sportvelgen en extra spoilers, en met achter het stuur een werkloos jongmens met een achterstevoren geplaatst honkbalpetje op het hoofd.
...

Bonk! Volgens Gui Polspoel heet de Poolse verdediger Jacek Bak van Austria Wien in werkelijkheid Bonk. Dat wil zeggen: hij heet Bak, maar in Polen spreken ze dat uit als Bonk. Zo had Wlodek Lubanski hem althans wijsgemaakt. En dus was het in Polen-België de hele match door Bonk van hier en Bonk van daar. Een gebonk dat deed denken aan een opgefokte wagen met sportvelgen en extra spoilers, en met achter het stuur een werkloos jongmens met een achterstevoren geplaatst honkbalpetje op het hoofd. Het is in de sportjournalistiek een onuitroeibaar en chronisch weerkerend fenomeen: iedereen spreekt de naam van een buitenlandse speler op een bepaalde manier uit en plots duikt er een wijsneus op die heeft ontdekt dat ze hem in zijn land van herkomst anders uitspreken, en die dat niet zonder enige aanstellerigheid ook begint te doen. Dat heeft al tot hilarische toestanden geleid. Een van de eerste gevallen uit ons eigen geheugen was de Zweed Ove Kindvall van het grote Feyenoord uit de jaren zestig. Maakte in de Europacup 1-finale tegen Celtic het winnende doelpunt. Herman Kuiphof, de vermaarde televisiecommentator van de NOS, begon op een bepaald moment over Ove Tchindvol, want zo zegden ze dat in Zweden. Waarna een bevlogen cabarettier, wij zijn vergeten wie, de draak begon te steken met Herman Tchuiphof. Iedereen in Brugge zei Kenneth Brille, tot Rik De Saedeleer van een Deense collega hoorde dat het in Denemarken Brulle was. De volgende week stond er bij Club plots een nieuwe speler aan de aftrap. In diezelfde periode transformeerde Frank Arneesen in Frenk Ornessen, en Björn Borg zowaar in Björn Boriej. Ronaldo die Ronaldoe wordt, Deco De Koe ... Bij grote kampioenschappen is het een echte plaag. Om dit vreselijke verschijnsel uit te roeien bestaat geen overtuigender voorbeeld dan Anderlecht-Steaua Boekarest uit de jaren tachtig. Luister naar dit prachtige verhaal. Voor de BRT mocht Dirk Deferme die wedstrijd verslaan, een van zijn eerste Europese opdrachten. Dat was niet helemaal, of beter gezegd helemaal niet, naar de zin van Carl Huybrechts, die uiteraard vond dat bij afwezigheid van Rik De Saedeleer niemand anders dan hijzelf in aanmerking kwam voor deze klus. Maar Carl toonde zich een sportief verliezer, en toen hij de dag voor de match Dirk Deferme gebogen zag over de in die tijd nog alleen op papier beschikbare informatie over de tegenstander, bood hij zijn blij verraste collega een helpende hand. 'Weet je wat,' sprak Carl behulpzaam, 'ik heb een Roemeense vriend die jarenlang in Boekarest heeft gewoond. Bel hem op, dan kun je eens vragen hoe je al die namen precies uitspreekt. Wacht, ik zal mijn boekje met telefoonnummers even gaan halen in de auto.' Hierna rende Carl naar de sportredactie van de radio, belde vandaar naar zijn vriend, een bekende Antwerpse kapper, en verwittigde hem dat er zo dadelijk een dwaas van de televisie ging telefoneren, en wat hij die op de mouw moest spelden. Zo gezegd zo gedaan, vijf minuten later rinkelde bij de kapper de telefoon: 'Dag meneer, met Dirk Deferme van de BRT. Ik zoek wat inlichtingen over Steaua Boekarest en ik zou ook graag weten hoe je de namen van de spelers precies uitspreekt. Ik heb uw nummer gekregen van Carl Huybrechts. ' De kapper, in Roemeens-Duits-Nederlands: 'Ha, tag meniere. De Carl ja, gute Freund von mir. Ich habe vierzig Jahre in Boekarest gewohnt. Ich ken diese Club wie main broekzak. Fragen sie maar.' De volgende avond trad een volledig nieuw elftal van Steaua Boekarest aan in het Astridpark. Marius Lacatus, op dat moment de beste speler in Europa, heette plots Loctosch. 'Want zo spreken ze dat uit in Roemenië.' In doel was de legendarische doelman Helmuth Ducadam vervangen door een zekere Dotsjdom. Victor Piturca had zijn plaats moeten afstaan aan Pitorch, Adrian Bumbescu aan Bombosjk. De naam van vader Tudorel Stoica werd uitgesproken als iets dat verdacht veel op Georges Leekens leek. In het omroepcentrum hebben ze de hulpdiensten moeten bellen. Carl was van zijn stoel gevallen en lag blauw aangelopen over de grond te rollen. Sindsdien geven wij, indien daarom gevraagd, aan alle commentatoren één raad: doe maar gewoon met die buitenlandse namen. Wij hebben Polspoel tijdens de rust van Polen-België dan ook een sms gestuurd: 'Gui, wil je eens vermelden dat ze in Leuven spreken over Louis Tobbonck. En in Asse over Ivan Sak.' Sdoor koen Meulenaere