Maandag 11/06

De naam Jean-Marie, de verkiezingen hebben het weer eens bewezen, staat in dit land garant voor succes. Wij denken spontaan ook aan Jean-Marie Pfaff, de gewezen doelman van Beveren, Bayern München en de Rode Duivels, naar wie later een realitysoap is genoemd.
...

De naam Jean-Marie, de verkiezingen hebben het weer eens bewezen, staat in dit land garant voor succes. Wij denken spontaan ook aan Jean-Marie Pfaff, de gewezen doelman van Beveren, Bayern München en de Rode Duivels, naar wie later een realitysoap is genoemd. Hoeveel Jean-Maries zijn er nog ? Jean-Marie Wampers. Misschien niet de grootste coureur, maar heeft toch netjes Parijs-Roubaix gewonnen. Jean-Marie Houben, bij Anderlecht gespeeld, zij het niet lang. Jean-Marie Abeels, met zijn vogeltjes. En Jean-Marie ... Jean-Marie ... tiens, het zijn er misschien toch minder dan wij dachten. De nieuwe Tourgids komt deze week uit. Zoals elk jaar een juweeltje, maar helaas ook elk jaar een groter waagstuk. De cover ! Wie zet je op de cover van de Tourgids ? Om druktechnische redenen moet die een week of drie vooraf al in de drukkerij in Roeselare zijn en dat maakt de keuze van de foto almaar delicater. Zeker, men kan opteren voor een beeld uit de cols, waarin je in de diepte of in de hoogte het peloton als een processierups omhoog ziet kruipen. Je kunt ook prenten uit de oude doos gebruiken : de gebroeders Pélissier op de top van de Tourmalet, of Jacques Anquetil en Raymond Poulidor op de flanken van de Galibier. Maar dat zijn alibifoto's. De toekomstige winnaar, die moet op de cover, punt uit. Jarenlang was dat niet zo moeilijk : Miguel Indurain en Lance Armstrong. Met hen liep je maar één risico : dat ze in de Dauphiné tijdens de levensgevaarlijke afdaling naar Saint-Etienne hun nek braken. Maar sinds enkele jaren is zo'n valpartij de minste zorg van Jacques Sys, die in de weken tussen de keuze van de cover en het in de winkelrekken liggen van de gids hoogst nerveus door de gangen van het Brussels Media Centre dwaalt. Doping ! Dat wie de voorpagina siert, vol zit met een kruidige mengeling van groeihormoon, synthetische epo, zuivere heroïne, clandestiene amfetamines, ontstekingsremmende steroïden en biodiesel, daaraan twijfelt alleen Michel Wuyts. Maar de grote vraag is : wanneer lopen ze tegen de lamp ? Als wij ons goed herinneren, stonden er vorig jaar zes kandidaat-winnaars op de voorpagina. Drie van hen kregen startverbod, een vierde werd betrapt bij de medische keuring, een vijfde was positief in de proloog en de zesde ontplofte toen hij tijdens de eerste rit te dicht bij een Totalstation passeerde. Wie prijken dit jaar op de omslag ? Alexandre Vinokourov, ex-Telekom. Andreas Klöden, ex-Telekom. En Carlos Sastre, CSC van Bjarne Riis. Dat is zoveel als de goden in hun gezicht uitlachen. Een kleine prognose van uw Scout : geen van de drie haalt de start in Londen. Na de aanslagen op de metro zijn de detectoren daar fijn afgesteld. Daar kom je met een pot belge niet doorheen zonder dat het alarm afgaat. Het is trouwens niet de enige gok met de cover. 'Stepán Kucera, de nieuwe God van Club Brugge', schreeuwde het vorige nummer u toe. Ook dat loopt verkeerd af, weet de Murphy in ons nu al zeker. Tsjechische verdedigers doen gemakkelijk denken aan net boven de wortel omgehakte bomen in de wouden van Bohemen. Of aan mislukte pogingen om het Franse leger tegen te houden bij Austerlitz. Maar niet aan verfijnd voetbal waarmee zij de nieuwe God zijn van welke club ook. Overigens : in Brugge hoort God, net als zijn plaatselijke gezant Pol Vandendriessche, bij Cercle en niet bij Club. Dit om historische redenen. Hoe heette die kerel van Racing Genk ook weer, die ook eens in volle zomervakantie op onze cover werd aangekondigd als niet meer of niet minder dan de nieuwe Messias. De Heiland. Hij die gekomen was om ons allen, en die van Genk in het bijzonder, te verlossen van de vele zonden die ze in en om het Fenixstadion met graagte begaan. Johansson ! Of nee, Jansson, dat was het. Voornaam zijn we kwijt. Het was niet Jean-Marie en ook niet Lars. Evenmin Knut, zoals de IJsbeer in de Tiergarten van Berlijn. Feit was dat die Jansson zozeer de Messias was, dat hij na een half seizoen al niet meer mocht meedoen. Gemaakte potten : twee. Gebroken potten : nul. Jesper ! Jesper Jansson. Stepán Kucera draagt op de foto witte schoenen. Zoals Peter Ustinov in 'Dood op de Nijl'. Eind augustus, schatten wij. Dan speelt Club weer gewoon met het duo Valgaeren-Maertens achterin. Jean-Marie Philips. Sdoor koen Meulenaere