Een uur na de tweede zege van Beveren is de stadionbuurt al ingeslapen. In de frituur op de hoek stapt een hongerige Ivoriaanse speler binnen. Een paar aanwezigen monsteren hem nauwkeurig en weten plots wie het is : linksachter Arthur Boka ! Toch niet, schudt een andere supporter peinzend het hoofd. Het moet Diallo zijn. De pingelaar grijnst en stapt met zijn zak frieten naar buiten.
...

Een uur na de tweede zege van Beveren is de stadionbuurt al ingeslapen. In de frituur op de hoek stapt een hongerige Ivoriaanse speler binnen. Een paar aanwezigen monsteren hem nauwkeurig en weten plots wie het is : linksachter Arthur Boka ! Toch niet, schudt een andere supporter peinzend het hoofd. Het moet Diallo zijn. De pingelaar grijnst en stapt met zijn zak frieten naar buiten. Het is nog wat wennen, de verstandhouding tussen de fans en de nieuwe idolen. Het zijn allemaal aardige, welopgevoede jongens. Trainers en begeleiders doen hun best op de integratie op zijn Bevers goed te laten verlopen, maar de formule slaat nog niet helemaal aan, zo blijkt uit de magere opkomst. Wie voor het eerst een uur voor de aftrap in de buurt van de Freethiel belandt, riskeert niemand te vinden die hem de weg kan tonen naar de juiste parking en de ingang. Een half uur voor de aftrap pas sijpelen de eerste bezoekers binnen. Onder hen de ex-spelers uit de glorieperiode van Beveren. Want de club probeert weer aan te knopen met zijn roots en zo de verloren affectie terug te winnen.Intussen kijkt geen enkele tegenstander nog naar een verplaatsing naar de Freethiel uit. Spelers kunnen zich niet meer motiveren voor zo'n match, niemand heeft tegen Beveren nog iets te winnen, enkel te verliezen. Of het ooit nog goed komt, is niet duidelijk. Want eigenlijk heeft Beveren zijn ziel verkocht. Het is zichzelf niet meer. Alleen het stadion, de naam, de medewerkers en enkele supporters zijn gebleven. En de correcte omgangsvormen : bij Beveren geen smeuïge verhalen over late betalingen of niet uitgekeerde premies. Alles verloopt correct. Maar de clubkleuren zijn weg. Beveren is een schuilnaam geworden, een buitenlands opleidingscentrum, een asielcentrum gelijk. Buitenlandse spelers, niet eens vertrouwd met de club en zijn roemrijk verleden, belanden er in de hoop zo snel mogelijk opgepikt te worden door een grote club. Wie niet slaagt, moet met de tranen in de ogen terug naar af.Met nog vier Ivorianen erbij is Beveren een plaats in de linkerkolom waard, roept de trainer. In afwachting van hun komst moet Beveren zich maar behelpen met wat Belgen. Het zijn stand-ins voor die plekken waar de juiste Engelsman of Ivoriaan nog niet is gearriveerd. Zoals vorig jaar de jonge doelmannen Deckers en Meul.Niet dat alle buitenlandse tijdelijke arbeidskrachten kneusjes zijn. Zo'n Yaya Touré bijvoorbeeld kan wel een stukje voetballen en is zonder meer een aanwinst voor eerste klasse. En misschien komt de carrière van Frédéric Pierre dankzij Beveren wel weer op dreef. Pierre kreeg na bemiddeling van KPMG zaterdag zijn spelerslicentie. Had op 1 juli (officieel een dag te laat) zijn ontslag gegeven bij Standard, maar het voorcontract dat hij een paar weken geleden bij Beveren tekende en het feit dat hij bij zaalvoetbalclub Eghezée geen officiëel contract had en dus officieel nog amateur was, maken dat hij vanaf komend weekend tegen KV Mechelen inzetbaar is. door Geert Foutré