Tenzij de emoties weer de bovenhand nemen na de teleurstellende prestatie op Standard, doet RC Genk het seizoen uit met het trainersduo Pierre Denier- Hans Visser. Zeker is dat de twijfels over een goede afloop (top vier en bekerfinale) na zondag alleen maar zijn toegenomen en dan weet je het natuurlijk nooit met Jos Vaessen. Genk kreeg drie kansen, maar alleen omdat Standard had verzuimd de klus vroeger te klaren, waren het evenveel mogelijkheden om een punt uit de brand te slepen.
...

Tenzij de emoties weer de bovenhand nemen na de teleurstellende prestatie op Standard, doet RC Genk het seizoen uit met het trainersduo Pierre Denier- Hans Visser. Zeker is dat de twijfels over een goede afloop (top vier en bekerfinale) na zondag alleen maar zijn toegenomen en dan weet je het natuurlijk nooit met Jos Vaessen. Genk kreeg drie kansen, maar alleen omdat Standard had verzuimd de klus vroeger te klaren, waren het evenveel mogelijkheden om een punt uit de brand te slepen. Genk was geen partij voor de nieuwe lijstaanvoerder. Ondanks zware finan-ciële inspanningen vorige zomer en in januari is de conclusie hard: het blijkt een modale selectie bijeen te hebben gekocht. Tot die vaststelling moet ook João Carlos ondertussen zijn gekomen. Van de zomeraankopen is hij nog altijd de enige versterking gebleken, maar op Sclessin schudde hij vooral veel het hoofd. Dat deed zijn eigen prestatie geen goed. Drie keer mocht Igor De Camargo vrij inkoppen, wat op slag van rust Axel Witsel toeliet de score te openen. Carlos was in geen velden of wegen te bekennen en kapittelde Eric Matoukou. Ten onrechte. Trainer en ploegmaats bevestigden achteraf dat Carlos de opdracht had De Camargo op te vangen bij de stilstaande fasen. Dat deed hij niet. Alweer ontgoochelend waren de prestaties van Tom De Mul en Stein Huysegems. Beide aanvallers komen uit een hoger aangeschreven kampioenschap, maar naar hun verwachte meerwaarde blijft het zoeken. Huysegems slofte in Luik over het veld met de apathie die hem volgens de berichten ook bij Twente kenmerkte. Genk contracteerde hem voor 4,5 jaar en gokte daarmee zwaar. Ooit moet hij transferwaarde opleveren. Meer nog dan Huysegems was De Mul een paniektransfer. Hij wordt slechts een halfjaar gehuurd, voor veel geld bovendien en zonder optie. Genk zet hem zomaar in de etalage voor Sevilla en dreigt daar op geen enkele manier zelf beter van te worden. De Mul voetbalt met zo weinig vertrouwen dat hij zelfs in Landry Mulemo zijn meerdere moest erkennen. Standards kwetsbare plek, de combinatie Mikulic-Mulemo, bleek te sterk voor de ex-Ajacied. Met zijn snelheid had hij er schade moeten kunnen aanrichten. Dat deed hij niet. De Muls komst betekent ook de doodsteek voor Alex Da Silva. Hij komt niet meer aan spelen toe, uitgerekend na een heenronde met eindelijk enkele degelijke wedstrijden. Genk is straks twéé spelers kwijt en een hoop geld. Alex' beste positie is centraal achter een diepe spits, maar daar wordt hij zelden gebruikt. Voor die rol heeft Genk Jelle Vossen en Elyaniv Barda. Beiden zijn het sterkst rond een targetspits. Vossen is het uithangbord van het Genkse jeugdbeleid en dwong een vaste stek af de voorbije maanden. Hem uit de ploeg zetten ligt delicaat. Voor Barda ging Genk diep om zijn contract te verlengen. Hij is de vedette. Die zet je niet ongestraft aan de kant. Omdat het te weinig verdedigend denkende spelers heeft op zijn middenveld, is Genk haast gedwongen een driehoek met één offensieve punt te hanteren. Dat betekent kiezen tussen Vossen en Barda. Die keuze maakt het niet. Zelfs als niet al zijn targetspitsen onbeschikbaar waren geweest, zou Barda tegen Standard in de punt hebben gespeeld. Duelkracht is daar essentieel. Barda was geen partij voor Oguchi Onyewu. Genk heeft drie targetaanvallers: Marvin Ogunjimi, Adam Nemec en Goran Ljubojevic. Tot wat Ljubojevic nog in staat is na twee zware blessures, is een open vraag. Zijn optreden als would-be doelman zondag tegen Standard was veelbelovend. Ogunjimi was geblesseerd, Nemec ziek. Ogunjimi verspeelde krediet met een slappe vertoning tegen Dender, voor Nemec ligt het etiket 'mislukte transfer' al klaar. Ook Daniel Pudil overtuigde weer niet. Hij speelt als linksback, maar wist tegen Wilfried Dalmat niet waar zijn hoofd stond. Dat was niet voor het eerst. Ook de langdurig geblesseerde Tiago toonde zich nog geen goede linksachter. Vergelijkbaar verhaal op rechts, waar de nu geblesseerde Hans Cornelis - nog zo'n verdediger met meer offensieve dan defensieve kwaliteiten - aan een slap seizoen bezig is. Zijn stand-in Dimitri Daeseleire legt een ontroerend enthousiasme aan de dag, maar komt te kort voor de top die Genk ambieert. Conclusie: Genk heeft geen flankverdedigers, maar trok de portemonnee open voor flankaanvallers die het laten afweten. Andere vaststelling zondag: Genk kon zijn gebrek aan voetballend vermogen andermaal niet verhullen. Barda kreeg vooral ballen door de lucht toegespeeld. Daar kon hij niets mee. Het was niet gevraagd, maar zonder het vermogen te combineren is dit het wapen waar spelers naar grijpen. David Hubert is zowat de enige middenvelder zonder ruzie met de bal. De jonge speler kwam in het elftal naast Balazs Tóth om een oogje op de immer tussen de lijnen lopende De Camargo te houden. Die deed dat zo meesterlijk, dat geen enkele Genkenaar vat op hem kreeg. (De onbetrouwbaarheid van de backs is een andere reden om met twee verdedigende middenvelders te spelen. Vroeg of laat moet dat leiden tot een keuze voor Vossen óf Barda.) De keuze voor Hubert ging ten koste van Daniel Tözser. Die raakt niet meer in het elftal. Ook een verdedigende middenvelder met prima voeten, maar alleen als er in zijn tempo wordt gevoetbald. En tegenstanders die over hem heen gaan, laat hij lopen. Tegen Standard mocht hij zich even opwarmen. Er zijn er die het stilaan een wonder noemen dat Ronny Van Geneugden dit Genk in de top vier parkeerde. Dat is hooguit een halve waarheid. Van Geneugden was mee verantwoordelijk voor de transferpolitiek dit seizoen: inspraak in het aan- en verkoopbeleid was een van zijn voorwaarden om door te gaan als hoofdcoach. Het Genkse falen is een collectief falen en beterschap lijkt niet in zicht. Met de vacature voor een algemeen directeur (géén technisch directeur) dreigt het sportieve beleid in de Cristal Arena vooral een zaak van 'de voorzitters' te worden/blijven. S door jan hauspie