Raynald Denoueix werd door zijn collega's uitgeroepen tot beste trainer van Frankrijk en kroonde zich vorige zaterdag na een krappe 1-0-zege tegen Saint-Etienne tot landskampioen.
...

Raynald Denoueix werd door zijn collega's uitgeroepen tot beste trainer van Frankrijk en kroonde zich vorige zaterdag na een krappe 1-0-zege tegen Saint-Etienne tot landskampioen. De trainer, die indertijd zelf voor de Kanaries speelde, was er ook jeugdtrainer en stond aan het hoofd van het opleidingscentrum. Dat lijkt in Frankrijk het beste recept te zijn om succes te halen. Denoueix smeedde immers een heel goede groep rond zich, die als een hecht blok naar voor treedt. Toen het twee jaar geleden niet zo goed ging met de geel-groenen zei zijn voorganger Jean-Claude Suaudeau al dat "Denoueix er gelukkig nog was". Sueadeau was zelf de architect van de vorige titel van de club in 1995. Clubdirecteur Robert Budzinsky analyseert de verschillen tussen de twee laatste titels : "Zes jaar geleden hadden we een groep, waarvan de meeste spelers in de kern van de nationale ploeg zaten. Nu hebben we geen enkele A-international. Dat wijst erop dat het om een groep gaat die nog een grote toekomst heeft. De groep van zes jaar geleden wist precies waar haar sterke en zwakke punten lagen. Deze groep wist vooral wat ze moest vermijden. De meeste jongens leerden veel door eerst tegen de degradatie te vechten. Tegelijk bewezen ze al hun potentieel door twee Franse bekers te winnen. In 1995 hadden we ook een aantal heel explosieve karakters zoals Pedros, Karembeu en Ferri. De huidige generatie kan beter afstand nemen en getuigt van meer maturiteit. Japhet N'Doram was toen de verpersoonlijking van klasse, beheersing en stijl. Ferri stond voor de totale overgave. Hij leverde het bewijs dat men ook op het hoogste niveau kan doorbreken als men niet over uitzonderlijke technische kwaliteiten beschikt. De enige voorwaarde is dat men zich altijd bereid toont zich dubbel te plooien ten dienste van het collectief." Nu is Mickael Landreau de leider, maar ook professor Nestor Fabbri en Eric Carrière, die werd uitverkoren tot beste speler van eerste klasse, speelden een zeer voorbeeldige rol. Dat die laatste zijn aanvankelijke achterstand nog wist in te halen, getuigde volgens Budzinsky van veel doorzettingsvermogen. (PB)