Met 27 zijn ze, de spelers die woensdag 26 juni onder een warme zon opdraven voor de allereerste training van kampioen KRC Genk. De talrijke aanwezigen zijn vooral nieuwsgierig naar de nieuwe trainer, Felice Mazzu, want veel spelersaankopen heeft Genk nog niet gedaan. Er klinkt veel Italiaans langs de zijlijn, en na de training is een minzaam lachende Mazzu voor de fans aanspreekbaar. Ook de mensen uit de technische staf en de entourage heeft hij meteen voor zich gewonnen.

De mens Mazzu is meteen een Genkie.

Op training voelt het een beetje onwennig om hem te horen roepen in het Engels, al een paar jaar de voertaal op KRC Genk. Als je buitenlanders van de Limburgse club vraagt welk Nederlands woord ze zullen onthouden bij hun vertrek, blijven ze het antwoord schuldig: niemand heeft hier ooit Nederlands met hen gesproken. Dat Mazzu geen Nederlands kent, is dus geen ramp. Als zijn Engels maar goed genoeg is om de groep mee te krijgen in zijn verhaal. Dat blijkt uiteindelijk niet het geval te zijn.

Bij de 27 spelers op die eerste dag zijn veertien beloften, en amper twee nieuwkomers: Théo Bongonda en de 17-jarige Zweedse belofte Benjamin Nygren. Slechts vijf 'kampioenen' zijn aanwezig. Afwezig: zes jeugdinternationals die het EK U21 speelden, drie internationals uit de Afrika Cup en de Copa América, Sander Berge en Roeslan Malinovski die nog met vakantie zijn. De Oekraïner laat meteen weten dat hij niet meer voor Genk wil voetballen. Een domper voor Mazzu.

Dimitri de Condé verwachtte van Hrosovsky, Bongonda en Onuachu dat ze Genk meteen naar een hoger niveau zouden tillen. Dat lukte geen van hen.

Zo wordt de hele voorbereiding voor de nieuwe trainer één grote puzzel, maar dan één waarvan een aantal stukken nog niet in de doos zitten, en andere nog kunnen weggenomen worden. Wat een verschil met zijn vorige club, Charleroi. Ook daar zag Mazzu elk jaar de beteren vertrekken, maar kon hij bouwen op een geraamte dat er al stond.

Drie dagen later komen bij 35 graden in de eerste oefenmatch op Eendracht Termien amper vier spelers uit de kampioenenploeg op het veld, samen met nieuwkomers Bongonda en Nygren, een paar jongens die terug zijn van een uitleenbeurt, plus de betere beloften. Een mogelijk basiselftal valt dik drie weken voor de competitiestart in geen geval uit deze selectie te distilleren.

Op trainingskamp in het Nederlandse Horst zijn er geen signalen dat de twee nog verwachte vertrekkers, Sander Berge en Ally Samatta, staan te springen om weg te gaan. In Nederland zorgt Genk wel voor een stunt waarmee het de buitenlandse pers haalt. Het legt Ianis Hagi vast, een speler op wie ook buitenlandse topclubs aasden.

Technisch directeur Dimitri de Condé gelooft in wat hij ziet groeien. 'Ik ben nu al overtuigd dat, als we deze ploeg kunnen samenhouden, we over twee of drie jaar weer een fantastisch team gaan hebben.' Dat hij maar één keer heeft gesproken met de twee andere kandidaat-trainers, Bernd Storck en Marc Brys, om daarna resoluut voor Felice Mazzu te gaan, daar heeft hij geen spijt van. 'De resultaten zullen bepalen of er kritiek komt. Maar ook als die er komt, moeten wij overtuigd blijven van het verhaal dat we samen met Mazzu willen schrijven. Op lange termijn gaat het met Felice zeker lukken.' Dus, ook als hij zijn start zou missen, wordt hij niet ontslagen? 'Absoluut niet', zegt De Condé. We zijn dan half juli.

Dreun in Salzburg

Een week voor de competitiestart wordt gans Genk in slaap gewiegd wanneer de kampioen op één been de supercup binnenhaalt tegen KV Mechelen. De eerste prijs van Mazzu, die hij opdraagt aan zijn voorganger Philippe Clement, wiens 4-3-3-systeem hij ook overneemt: 'Waarom zou ik veranderen wat vorig jaar succes opleverde?' KV Mechelen is die avond ontiegelijk zwak. Sander Berge wandelt over het veld waar en wanneer hij wil. Wel valt op dat het tempo een stuk trager is dan vorig jaar, en dat niemand de flitsen toont van Trossard, Malinovski, Pozuelo of Ito toen. Dat is nog altijd zo op de eerste speeldag, waar acht spelers uit de kampioenenploeg aan de aftrap komen. Toch feest Genk die avond, omdat twee jonge nieuwkomers scoorden: Benjamin Nygren en Ianis Hagi.

Begin september haalt iedereen opgelucht adem wanneer na de zomermercato zowel Berge, Samatta als Joakim Maehle nog in Genk zijn. Een schaduwkant is dat twee spelers in wie zwaar geïnvesteerd werd (respectievelijk vijf en zes miljoen euro) en van wie veel verwacht wordt, middenvelder Patrik Hrosovsky en aanvaller Paul Onuachu, pas een week voor het einde van de mercato aan de kern worden toegevoegd. De competitie is dan al een maand ver, en de Champions League lonkt.

Op 1 september wacht Genk een eerste flinke test. Op het veld van Club Brugge wordt het een helft lang zoek gespeeld, maar na de rust recht het, met de inbreng van Hrosovsky knap de rug. Club bibbert. Die tweede helft op Club wordt hét referentiepunt waar Genk de komende weken zal naar teruggrijpen wanneer het stroef blijft lopen.

Een paar weken later blijkt op Salzburg dat de vooruitgang die er in het elftal op Club zat, slechts een momentopname was. De dreun die Genk in Oostenrijk krijgt (6-2) valt van Mazzu's gezicht af te lezen. Close-ups met de camera tonen een radeloze coach. Weken later noemt Mazzu in een interview met Marc Degryse in Het Laatste Nieuws de match 'een nachtmerrie die me nog mijn hele leven zal achtervolgen'. Het is eerlijke reactie, typisch voor de mens Mazzu, maar het haalt de twijfel die hij steeds meer voelt en onbewust uitstraalt en die zich ook in de hoofden van zijn spelers is beginnen installeren, niet weg.

Hannes Wolf werkt graag met jonge spelers., GETTY
Hannes Wolf werkt graag met jonge spelers. © GETTY

Integendeel.

Eén keer slechts presenteert de kampioen zich als het geheel waar de puzzelstukjes in elkaar gevallen zijn. Thuis tegen Napoli speelt het zijn enige volledige volwassen partij over negentig minuten. Vooral de manier waarop het gelijkspel behaald werd, is een opsteker, tegen een titelkandidaat in Italië én de ploeg die in de Champions League titelhouder Liverpool klopte. Alleen staat Napoli intussen in eigen land zevende en staat de positie van Carlo Ancelotti ter discussie. Om maar te zeggen: zo hoog moest het niveau van dat Napoli ook niet ingeschat worden.

Wanneer Genk na Napoli opnieuw stilvalt, sluipt de twijfel weer in de hoofden van de trainer en de spelers. Vooral de manier waarop de kampioen tegen Cercle Brugge ondanks een voorsprong en een goeie eerste helft na de rust weggevoetbald wordt door de hekkensluiter uit eerste klasse, doet pijn aan de ogen. Vanuit de loges zien de bestuurders bij de tegenstander een trainer met wie men ook heeft gepraat, en die bij de vereniging in amper twee weken van een stuurloze selectie een weerbaar elftal heeft gemaakt, met geloof in eigen kunnen. Net wat Genk al heel het seizoen mist. Had Genk dan toch niet beter uitvoeriger gesproken met Bernd Storck toen het zijn trainerskeuze maakte, of was het feit dat die een heel uitgebreide staf wilde meebrengen het breekpunt?

De definitieve klap krijgt Mazzu op Eupen. Na de vroege 2-0-achterstand heeft zijn ploeg geen enkele reactie in huis. Na de wedstrijd heeft een eerlijke Berge het over een shit game. 'We voetballen altijd wel een tijdje goed, maar nooit lang. Het gaat traag, te voorspelbaar.' Eupen-Genk is een goeie les van hoe dicht succes en gehoon bij elkaar liggen. Een week voordien wordt bij Eupen voor de aftrap tegen Anderlecht nog smalend gedaan over trainer Beñat San José die met zijn ruime kern al vier verschillende systemen heeft uitgeprobeerd maar de oplossing niet vindt.

Amper één week en zeven punten later staan de fans op de banken en wordt de directeur die twee weken eerder werd gevraagd wanneer hij die trainer nu eindelijk eens ging ontslaan, geprezen om zijn aanpak. Net op tijd heeft San José de goeie formule gevonden, terwijl Mazzu blijft zoeken. Drie dagen later probeert hij in Liverpool een derde systeem uit. Na de 4-3-3 van Philippe Clement en de 4-4-2 waarbij hij meer volk in de zestien heeft maar op het middenveld een man te kort komt, beperkt hij met een 5-3-2 de schade op Anfield Road.

Plan B

Bij de terugkeer uit Engeland ontkent Genkvoorzitter Peter Croonen dat de Limburgse club een ontslag van de trainer alleen maar voor zich uit schuift omdat het geen plan B heeft. 'We weten dat, als we een beslissing nemen, daar gevolgen aan verbonden zijn. Maar dat wil niet zeggen dat we al met een plan B bezig zijn.'

In de match van de laatste kans ziet een machteloze Mazzu hoe Genk tegen een sterk KAA Gent steeds dieper wegzakt. Op de persconferentie na de match moet de coach moeite doen om zijn tranen te bedwingen.

Dinsdagochtend gaat Genk op zoek naar een vervanger. Het onderzoekt de mogelijkheden om Storck bij Cercle los te weken, en praat ook een paar keer met Marc Brys. Net de kandidaten die afgelopen zomer ook al in beeld waren. Genk informeert ook even naar Wouter Vrancken, maar met hem wordt niet gepraat. Besnik Hasi heeft het voordeel dat hij de club en de Belgische competitie kent, maar het afkopen van zijn contract blijkt financieel niet haalbaar. Vervolgens neemt men de draad op met een verrassende naam met wie De Condé al sprak: de 38-jarige Hannes Wolf. In januari 2009 wordt die door Jürgen Klopp opgemerkt wanneer hij op een sportgala in Dortmund een prijs mag uitreiken aan de jonge coach. Zijn leerschool in het profvoetbal krijgt hij bij de jeugdwerking van Dortmund. Dat Wolf op zijn 36e met traditieclub VfB Stuttgart promoveert, bewijst dat hij een groep kan meekrijgen in zijn verhaal. Die prestatie brengt hem op de Genkse radar. Zijn enthousiasme voor het Genkse model en het feit dat hij net als Genk graag met jonge spelers werkt, vallen voorzitter Peter Croonen bij de onderhandelingen op. 'Hij heeft een profiel dat nauw bij ons aansluit, een heel enthousiaste man, een warme persoonlijkheid ook. De enige bedenking is het kortetermijnplan.'

Want hét belangrijkste is dat Wolf nu de motor in de competitie snel op gang krijgt. Dat er in de spelerskern meer potentieel zit dan er tot nu toe uit is gehaald, daar is iedereen het over eens, maar makkelijk wordt zijn opdracht niet.

Geen enkele van de veelgeprezen nieuwkomers haalde al zijn niveau, hoewel De Condé begin september nog benadrukte dat hij van Hrosovsky, Bongonda en Onuachu verwachtte dat ze Genk meteen naar een hoger niveau zouden tillen. Dat lukte geen van hen.

Maar ook de blijvers zijn, op Sander Berge na, nog maar een schim van wat ze vorig seizoen waren. Aimé Anthuenis, dé succestrainer bij Genk, maakte dat fenomeen ook ooit mee met Anderlecht, toen Jan Koller, Tomasz Radzinski, Bart Goor en Didier Dheedene samen vertrokken. 'Je verliest dan niet alleen je sterkhouders, maar plots gaan ook de spelers die zich aan hen optrokken op een lager niveau acteren. Die verliezen zonder die sterkhouders ineens dertig procent van hun niveau. Dat zie je ook bij Genk. Ik zou in deze omstandigheden een zesde plaats aan het eind van de reguliere competitie al knap vinden.'

De Condé, die de afgelopen maanden zelf drie keer moest tussenbeide komen om de verslapping tegen te gaan, wil niet meer uitgebreid ingaan op de vraag waarom hij deze zomer helemaal overtuigd was van het verhaal dat de club samen met Mazzu zou schrijven, en vorige week plots niet meer. 'Ik wil alleen nog meegeven dat we vaststelden dat de trainer het moeilijk had om zijn eigen verhaal te schrijven op een hoger niveau.' Ook het overbrengen van dat verhaal was een probleem. Als Mazzu zijn verhaal in het Frans had kunnen brengen, was het misschien wel overgekomen, wordt in de Genkse wandelgangen verteld. Had men dan niet op voorhand kunnen inschatten dat het Engels van de net ontslagen coach onvoldoende was? Daar lag het probleem niet, wil De Condé nog nuanceren: 'Ik heb nooit van één speler gehoord dat Mazzu's Engels onvoldoende of een probleem was. Als dat al een rol heeft gespeeld, was het zeker niet de hoofdreden.' De mislukking met Mazzu is geen blaam voor De Condé, benadrukt ook voorzitter Croonen: 'Ik geloofde ook heel erg in het profiel van Felice voor onze club. Alleen heeft de mayonnaise nooit gepakt.'

Uiteindelijk is de conclusie dat Mazzu té blij was dat hij als kleine trainer bij de landskampioen aan de slag mocht gaan, waarna bij elke nieuwe nederlaag of tegenslag zijn twijfels of hij dit niveau wel aankon, groter werden. Te weinig geloof in eigen kunnen, dus. Spelers merken snel als een trainer twijfelt, waarop die twijfels zijn overgeslagen op de kern. Mazzu heeft zijn team nooit kunnen meeslepen in zijn voetbalverhaal, omdat hij zelf onvoldoende geloofde dat het op dat niveau zou aanslaan, en dat ook uitstraalde.

Het is zijn werkpunt voor zijn volgende opdracht, en de voornaamste taak voor zijn opvolger.

Felice Mazzu, GETTY
Felice Mazzu © GETTY

Gemiddeld één jaar en vijf maanden

De laatste 24 jaar versleet KRC Genk al 17 coaches, de interim-trainers niet meegerekend. Gemiddeld één jaar en vijf maanden houdt een coach het in Genk vol. Recordhouder was Aimé Anthuenis met vier jaar. Hij vindt niet dat Genk een moeilijke club is om in te werken. 'Integendeel. Het was de club waar ik de meeste impact had op het sportieve. Het bestuur hield rekening met de coach, al dwing je dat natuurlijk ook af als je wint.'

Vaak wordt ook verwezen naar de structuur van Genk, de enige overgebleven profclub in België met een vzw-structuur en een bestuur waar iedereen zijn zeg heeft, waardoor knopen al eens minder snel doorgehakt worden. Zo schrok Felice Mazzu toen hij na de positieve sportieve gesprekken bij de financiële contacten hoorde wat hij in Genk kon verdienen: minder dan wat hij bij Charleroi kreeg. Pas na tussenkomst van Mogi Bayat kwam hij tot een akkoord. Een aspect waar ze bij Genk nuchter op reageerden: 'Het moet zijn dat ze bij Charleroi goed betalen', aldus een bestuurslid.

Anthuenis vond de Genkse structuur niet te log. 'Al zat er bij mijn eerste vergadering wél 50 man aan tafel. Heel Winterslag en Waterschei waren daar aanwezig. Maar na een paar weken had ik al door bij wie ik moest zijn als ik iets wilde bekomen. Die structuur heeft me nooit gestoord.'

Met 27 zijn ze, de spelers die woensdag 26 juni onder een warme zon opdraven voor de allereerste training van kampioen KRC Genk. De talrijke aanwezigen zijn vooral nieuwsgierig naar de nieuwe trainer, Felice Mazzu, want veel spelersaankopen heeft Genk nog niet gedaan. Er klinkt veel Italiaans langs de zijlijn, en na de training is een minzaam lachende Mazzu voor de fans aanspreekbaar. Ook de mensen uit de technische staf en de entourage heeft hij meteen voor zich gewonnen. De mens Mazzu is meteen een Genkie. Op training voelt het een beetje onwennig om hem te horen roepen in het Engels, al een paar jaar de voertaal op KRC Genk. Als je buitenlanders van de Limburgse club vraagt welk Nederlands woord ze zullen onthouden bij hun vertrek, blijven ze het antwoord schuldig: niemand heeft hier ooit Nederlands met hen gesproken. Dat Mazzu geen Nederlands kent, is dus geen ramp. Als zijn Engels maar goed genoeg is om de groep mee te krijgen in zijn verhaal. Dat blijkt uiteindelijk niet het geval te zijn. Bij de 27 spelers op die eerste dag zijn veertien beloften, en amper twee nieuwkomers: Théo Bongonda en de 17-jarige Zweedse belofte Benjamin Nygren. Slechts vijf 'kampioenen' zijn aanwezig. Afwezig: zes jeugdinternationals die het EK U21 speelden, drie internationals uit de Afrika Cup en de Copa América, Sander Berge en Roeslan Malinovski die nog met vakantie zijn. De Oekraïner laat meteen weten dat hij niet meer voor Genk wil voetballen. Een domper voor Mazzu. Zo wordt de hele voorbereiding voor de nieuwe trainer één grote puzzel, maar dan één waarvan een aantal stukken nog niet in de doos zitten, en andere nog kunnen weggenomen worden. Wat een verschil met zijn vorige club, Charleroi. Ook daar zag Mazzu elk jaar de beteren vertrekken, maar kon hij bouwen op een geraamte dat er al stond. Drie dagen later komen bij 35 graden in de eerste oefenmatch op Eendracht Termien amper vier spelers uit de kampioenenploeg op het veld, samen met nieuwkomers Bongonda en Nygren, een paar jongens die terug zijn van een uitleenbeurt, plus de betere beloften. Een mogelijk basiselftal valt dik drie weken voor de competitiestart in geen geval uit deze selectie te distilleren. Op trainingskamp in het Nederlandse Horst zijn er geen signalen dat de twee nog verwachte vertrekkers, Sander Berge en Ally Samatta, staan te springen om weg te gaan. In Nederland zorgt Genk wel voor een stunt waarmee het de buitenlandse pers haalt. Het legt Ianis Hagi vast, een speler op wie ook buitenlandse topclubs aasden. Technisch directeur Dimitri de Condé gelooft in wat hij ziet groeien. 'Ik ben nu al overtuigd dat, als we deze ploeg kunnen samenhouden, we over twee of drie jaar weer een fantastisch team gaan hebben.' Dat hij maar één keer heeft gesproken met de twee andere kandidaat-trainers, Bernd Storck en Marc Brys, om daarna resoluut voor Felice Mazzu te gaan, daar heeft hij geen spijt van. 'De resultaten zullen bepalen of er kritiek komt. Maar ook als die er komt, moeten wij overtuigd blijven van het verhaal dat we samen met Mazzu willen schrijven. Op lange termijn gaat het met Felice zeker lukken.' Dus, ook als hij zijn start zou missen, wordt hij niet ontslagen? 'Absoluut niet', zegt De Condé. We zijn dan half juli. Een week voor de competitiestart wordt gans Genk in slaap gewiegd wanneer de kampioen op één been de supercup binnenhaalt tegen KV Mechelen. De eerste prijs van Mazzu, die hij opdraagt aan zijn voorganger Philippe Clement, wiens 4-3-3-systeem hij ook overneemt: 'Waarom zou ik veranderen wat vorig jaar succes opleverde?' KV Mechelen is die avond ontiegelijk zwak. Sander Berge wandelt over het veld waar en wanneer hij wil. Wel valt op dat het tempo een stuk trager is dan vorig jaar, en dat niemand de flitsen toont van Trossard, Malinovski, Pozuelo of Ito toen. Dat is nog altijd zo op de eerste speeldag, waar acht spelers uit de kampioenenploeg aan de aftrap komen. Toch feest Genk die avond, omdat twee jonge nieuwkomers scoorden: Benjamin Nygren en Ianis Hagi. Begin september haalt iedereen opgelucht adem wanneer na de zomermercato zowel Berge, Samatta als Joakim Maehle nog in Genk zijn. Een schaduwkant is dat twee spelers in wie zwaar geïnvesteerd werd (respectievelijk vijf en zes miljoen euro) en van wie veel verwacht wordt, middenvelder Patrik Hrosovsky en aanvaller Paul Onuachu, pas een week voor het einde van de mercato aan de kern worden toegevoegd. De competitie is dan al een maand ver, en de Champions League lonkt. Op 1 september wacht Genk een eerste flinke test. Op het veld van Club Brugge wordt het een helft lang zoek gespeeld, maar na de rust recht het, met de inbreng van Hrosovsky knap de rug. Club bibbert. Die tweede helft op Club wordt hét referentiepunt waar Genk de komende weken zal naar teruggrijpen wanneer het stroef blijft lopen. Een paar weken later blijkt op Salzburg dat de vooruitgang die er in het elftal op Club zat, slechts een momentopname was. De dreun die Genk in Oostenrijk krijgt (6-2) valt van Mazzu's gezicht af te lezen. Close-ups met de camera tonen een radeloze coach. Weken later noemt Mazzu in een interview met Marc Degryse in Het Laatste Nieuws de match 'een nachtmerrie die me nog mijn hele leven zal achtervolgen'. Het is eerlijke reactie, typisch voor de mens Mazzu, maar het haalt de twijfel die hij steeds meer voelt en onbewust uitstraalt en die zich ook in de hoofden van zijn spelers is beginnen installeren, niet weg. Integendeel. Eén keer slechts presenteert de kampioen zich als het geheel waar de puzzelstukjes in elkaar gevallen zijn. Thuis tegen Napoli speelt het zijn enige volledige volwassen partij over negentig minuten. Vooral de manier waarop het gelijkspel behaald werd, is een opsteker, tegen een titelkandidaat in Italië én de ploeg die in de Champions League titelhouder Liverpool klopte. Alleen staat Napoli intussen in eigen land zevende en staat de positie van Carlo Ancelotti ter discussie. Om maar te zeggen: zo hoog moest het niveau van dat Napoli ook niet ingeschat worden. Wanneer Genk na Napoli opnieuw stilvalt, sluipt de twijfel weer in de hoofden van de trainer en de spelers. Vooral de manier waarop de kampioen tegen Cercle Brugge ondanks een voorsprong en een goeie eerste helft na de rust weggevoetbald wordt door de hekkensluiter uit eerste klasse, doet pijn aan de ogen. Vanuit de loges zien de bestuurders bij de tegenstander een trainer met wie men ook heeft gepraat, en die bij de vereniging in amper twee weken van een stuurloze selectie een weerbaar elftal heeft gemaakt, met geloof in eigen kunnen. Net wat Genk al heel het seizoen mist. Had Genk dan toch niet beter uitvoeriger gesproken met Bernd Storck toen het zijn trainerskeuze maakte, of was het feit dat die een heel uitgebreide staf wilde meebrengen het breekpunt? De definitieve klap krijgt Mazzu op Eupen. Na de vroege 2-0-achterstand heeft zijn ploeg geen enkele reactie in huis. Na de wedstrijd heeft een eerlijke Berge het over een shit game. 'We voetballen altijd wel een tijdje goed, maar nooit lang. Het gaat traag, te voorspelbaar.' Eupen-Genk is een goeie les van hoe dicht succes en gehoon bij elkaar liggen. Een week voordien wordt bij Eupen voor de aftrap tegen Anderlecht nog smalend gedaan over trainer Beñat San José die met zijn ruime kern al vier verschillende systemen heeft uitgeprobeerd maar de oplossing niet vindt. Amper één week en zeven punten later staan de fans op de banken en wordt de directeur die twee weken eerder werd gevraagd wanneer hij die trainer nu eindelijk eens ging ontslaan, geprezen om zijn aanpak. Net op tijd heeft San José de goeie formule gevonden, terwijl Mazzu blijft zoeken. Drie dagen later probeert hij in Liverpool een derde systeem uit. Na de 4-3-3 van Philippe Clement en de 4-4-2 waarbij hij meer volk in de zestien heeft maar op het middenveld een man te kort komt, beperkt hij met een 5-3-2 de schade op Anfield Road. Bij de terugkeer uit Engeland ontkent Genkvoorzitter Peter Croonen dat de Limburgse club een ontslag van de trainer alleen maar voor zich uit schuift omdat het geen plan B heeft. 'We weten dat, als we een beslissing nemen, daar gevolgen aan verbonden zijn. Maar dat wil niet zeggen dat we al met een plan B bezig zijn.' In de match van de laatste kans ziet een machteloze Mazzu hoe Genk tegen een sterk KAA Gent steeds dieper wegzakt. Op de persconferentie na de match moet de coach moeite doen om zijn tranen te bedwingen. Dinsdagochtend gaat Genk op zoek naar een vervanger. Het onderzoekt de mogelijkheden om Storck bij Cercle los te weken, en praat ook een paar keer met Marc Brys. Net de kandidaten die afgelopen zomer ook al in beeld waren. Genk informeert ook even naar Wouter Vrancken, maar met hem wordt niet gepraat. Besnik Hasi heeft het voordeel dat hij de club en de Belgische competitie kent, maar het afkopen van zijn contract blijkt financieel niet haalbaar. Vervolgens neemt men de draad op met een verrassende naam met wie De Condé al sprak: de 38-jarige Hannes Wolf. In januari 2009 wordt die door Jürgen Klopp opgemerkt wanneer hij op een sportgala in Dortmund een prijs mag uitreiken aan de jonge coach. Zijn leerschool in het profvoetbal krijgt hij bij de jeugdwerking van Dortmund. Dat Wolf op zijn 36e met traditieclub VfB Stuttgart promoveert, bewijst dat hij een groep kan meekrijgen in zijn verhaal. Die prestatie brengt hem op de Genkse radar. Zijn enthousiasme voor het Genkse model en het feit dat hij net als Genk graag met jonge spelers werkt, vallen voorzitter Peter Croonen bij de onderhandelingen op. 'Hij heeft een profiel dat nauw bij ons aansluit, een heel enthousiaste man, een warme persoonlijkheid ook. De enige bedenking is het kortetermijnplan.' Want hét belangrijkste is dat Wolf nu de motor in de competitie snel op gang krijgt. Dat er in de spelerskern meer potentieel zit dan er tot nu toe uit is gehaald, daar is iedereen het over eens, maar makkelijk wordt zijn opdracht niet. Geen enkele van de veelgeprezen nieuwkomers haalde al zijn niveau, hoewel De Condé begin september nog benadrukte dat hij van Hrosovsky, Bongonda en Onuachu verwachtte dat ze Genk meteen naar een hoger niveau zouden tillen. Dat lukte geen van hen. Maar ook de blijvers zijn, op Sander Berge na, nog maar een schim van wat ze vorig seizoen waren. Aimé Anthuenis, dé succestrainer bij Genk, maakte dat fenomeen ook ooit mee met Anderlecht, toen Jan Koller, Tomasz Radzinski, Bart Goor en Didier Dheedene samen vertrokken. 'Je verliest dan niet alleen je sterkhouders, maar plots gaan ook de spelers die zich aan hen optrokken op een lager niveau acteren. Die verliezen zonder die sterkhouders ineens dertig procent van hun niveau. Dat zie je ook bij Genk. Ik zou in deze omstandigheden een zesde plaats aan het eind van de reguliere competitie al knap vinden.' De Condé, die de afgelopen maanden zelf drie keer moest tussenbeide komen om de verslapping tegen te gaan, wil niet meer uitgebreid ingaan op de vraag waarom hij deze zomer helemaal overtuigd was van het verhaal dat de club samen met Mazzu zou schrijven, en vorige week plots niet meer. 'Ik wil alleen nog meegeven dat we vaststelden dat de trainer het moeilijk had om zijn eigen verhaal te schrijven op een hoger niveau.' Ook het overbrengen van dat verhaal was een probleem. Als Mazzu zijn verhaal in het Frans had kunnen brengen, was het misschien wel overgekomen, wordt in de Genkse wandelgangen verteld. Had men dan niet op voorhand kunnen inschatten dat het Engels van de net ontslagen coach onvoldoende was? Daar lag het probleem niet, wil De Condé nog nuanceren: 'Ik heb nooit van één speler gehoord dat Mazzu's Engels onvoldoende of een probleem was. Als dat al een rol heeft gespeeld, was het zeker niet de hoofdreden.' De mislukking met Mazzu is geen blaam voor De Condé, benadrukt ook voorzitter Croonen: 'Ik geloofde ook heel erg in het profiel van Felice voor onze club. Alleen heeft de mayonnaise nooit gepakt.' Uiteindelijk is de conclusie dat Mazzu té blij was dat hij als kleine trainer bij de landskampioen aan de slag mocht gaan, waarna bij elke nieuwe nederlaag of tegenslag zijn twijfels of hij dit niveau wel aankon, groter werden. Te weinig geloof in eigen kunnen, dus. Spelers merken snel als een trainer twijfelt, waarop die twijfels zijn overgeslagen op de kern. Mazzu heeft zijn team nooit kunnen meeslepen in zijn voetbalverhaal, omdat hij zelf onvoldoende geloofde dat het op dat niveau zou aanslaan, en dat ook uitstraalde. Het is zijn werkpunt voor zijn volgende opdracht, en de voornaamste taak voor zijn opvolger.