Voor hij zich als bondscoach engageerde, benadrukte René Vandereycken dat hij nooit aan deze klus zou zijn begonnen indien de Rode Duivels geen toekomst hadden. Ook in de aanloop naar de partij in Servië zei Vandereycken dat het wachten was op het moment dat het tussen al dat talent klikt. Inmiddels pakte hij uit met verschillende veldbezettingen en heette het dat de Limburgse tacticus voor de wedstrijd in Servië wel een ingenieus strijdplan zou bedenken. Vreemd hoe voor iedere moeilijke uitwedstrijd steeds weer naar het verleden wordt gegrepen, toen de Rode Duivels vanuit een hechte organisatie hun grootste triomfen behaalden. De constatering dat de ploeg dan op zijn best presteert, is langzamerhand uitgegroeid tot een mythe. Terwijl die afwacht...

Voor hij zich als bondscoach engageerde, benadrukte René Vandereycken dat hij nooit aan deze klus zou zijn begonnen indien de Rode Duivels geen toekomst hadden. Ook in de aanloop naar de partij in Servië zei Vandereycken dat het wachten was op het moment dat het tussen al dat talent klikt. Inmiddels pakte hij uit met verschillende veldbezettingen en heette het dat de Limburgse tacticus voor de wedstrijd in Servië wel een ingenieus strijdplan zou bedenken. Vreemd hoe voor iedere moeilijke uitwedstrijd steeds weer naar het verleden wordt gegrepen, toen de Rode Duivels vanuit een hechte organisatie hun grootste triomfen behaalden. De constatering dat de ploeg dan op zijn best presteert, is langzamerhand uitgegroeid tot een mythe. Terwijl die afwachtende houding de afgelopen vier jaar nauwelijks nog succes opleverde. Omdat er op een gegeven moment altijd flagrante fouten werden gemaakt. Dat was ook in Servië weer niet anders. Toen de ploeg na een sterke eerste helft na de rust tien minuten werd overspoeld, kwam er weer een fataal moment : Vincent Kompany liet zich als een miniem uitspelen en de Servische spits Nikola Zigic trapte ongehinderd binnen. Verwonderlijk om te zien was het wel dat de nationale ploeg vervolgens, nadat er in de eerste helft wel goed werd gecombineerd maar nauwelijks was gedreigd, met offensiever voetbal tot een paar kansen kwam en de verdiende gelijkmaker uitbleef. Dit heette een serieuze opsteker te zijn voor de toekomst. Ook al was het gebrek aan opportunisme schrijnend. Na de wanvertoning tegen Kazachstan en de steriele partij in Armenië, zakte de nationale ploeg dieper in het moeras dan ooit te voren. Dan is er niet veel nodig om in de duisternis een straaltje licht te zien. Dat er na de wedstrijd in Belgrado weer wat hoop gloorde, was in die zin begrijpelijk. Maar de realiteit is ontnuchterend : met een vier op negen is een kwalificatie voor het EK 2008 op dit moment heel ver weg. De thuiswedstrijd van woensdag tegen Azerbeidzjan moet, zoals zo vaak in het verleden, nog maar eens voor een kentering zorgen, maar tegen teams die voor het eigen strafschopgebied een muur metselen, bleken in het verleden juist de inventieve en technische beperkingen van de ploeg. Niet eens twee maanden geleden was er in de wedstrijd tegen Kazachstan geen opbouwend vermogen, geen voetbal over de flanken, geen creativiteit, geen tempo en geen opportunisme. De ploeg leek zichzelf te verstikken in een veldbezetting met één eenzame spits. Het zal interessant zijn om te zien wat er aan die euvels is gedaan. Hoe bemoedigend de prestatie in Belgrado was, voorlopig is de nationale ploeg onder Vanderecyken geen stap verder geraakt. Dat is niet de schuld van de bondscoach. Vandereycken is nooit een trainer geweest met revolutionaire ideeën en heeft altijd de indruk gegeven liever af te wachten dan een tegenstander onder druk te zetten. In die zin zou het voor hem goed zijn geweest indien zijn aanpak in Belgrado succes had opgeleverd of de verrassende selectie van Emile Mpenza effect had gesorteerd. Steeds weer blijft het verbeten zoeken naar nieuwe recepten een maat voor niets. In die zin moeten de verhalen dat er in dit land veel talent voorhanden is, behoorlijk worden gerelativeerd. Er valt op tal van vlakken nog een lange weg te gaan. Intussen neemt een scenario waarin de Rode Duivels voor de derde opeenvolgende keer een groot toernooi missen rampzalige proporties aan. Vooral bij sommige sponsors zwelt het ongenoegen aan. Bij een aantal van hen loopt het contract straks af. De nieuwe bondsvoorzitter François De Keersmaecker liet in Belgrado horen dat er op bepaalde zaken bespaard zal moeten worden als er sponsors afhaken. Dat belooft, in een land dat na een periode waarin het enthousiasme hoog opflakkerde, het Euro 2000, zes jaar nodig had om een nieuw jeugdcentrum uit de grond te stampen. DOOR JACQUES SYS