Hoeveel volk er eigenlijk in de tribunes zat, wilde Patrick Remy na de wedstrijd graag weten. Tienduizend zeshonderd toeschouwers, meldde een Gentenaar fier. Want het was lang geleden dat het Jules Ottenstadion (totale capaciteit 12.900 plaatsen) nog eens zo vol gelopen was. Maar Remy vond dat geen goed nieuws. Hij schudde onbegrijpend het hoofd. "Hoe kan dat toch voor een stad met 250.000 inwoners ? Dat is toch veel te weinig ? Wat kunnen we nog meer doen dan wekenlang aan de leiding staan ?"
...

Hoeveel volk er eigenlijk in de tribunes zat, wilde Patrick Remy na de wedstrijd graag weten. Tienduizend zeshonderd toeschouwers, meldde een Gentenaar fier. Want het was lang geleden dat het Jules Ottenstadion (totale capaciteit 12.900 plaatsen) nog eens zo vol gelopen was. Maar Remy vond dat geen goed nieuws. Hij schudde onbegrijpend het hoofd. "Hoe kan dat toch voor een stad met 250.000 inwoners ? Dat is toch veel te weinig ? Wat kunnen we nog meer doen dan wekenlang aan de leiding staan ?" Dat er zoveel volk was, kwam ook omdat Genk op een paar zeldzame plaatsen na moeiteloos het bezoekende vak vulde. Niet dat Gent buitenshuis veel onder doet voor de Genkenaren : het bezoekersvak uit bij Anderlecht en eerder Paris SG zat goed vol, maar thuis lopen niet alle voetbalminnende Gentenaren warm voor de Gantoise. Zowel Anderlecht, Club Brugge als Standard hebben goed bevolkte supportersclubs in Gent. Hoe komt het dat wat in Genk moeiteloos lukt in Gent niet werkt ? AA GentDe Gentse advocaat Piet Van Eeckhaut, afkomstig uit Aalst en vroeger Eendrachtfan, volgt sinds hij in Gent kwam studeren in 1957 het Gentse voetbal van nabij. Piet Van Eeckhaut : Sinds ik hier woon, ben ik niet alleen adoptiezoon van de stad Gent, maar ook van zijn voetbalploeg. Ik sta tegenover het voetbal als tegenover de wijn : ik hou er van maar ik ken er niets van. Aanvankelijk ging ik meer naar Racing Gent omdat dat toch meer een volksploeg was en politiek ook meer aansloot bij mijn socialistische voorkeur. Maar de Gantoise trok toch. Als je als voetballiefhebber van een stad houdt, moet je ook van haar ploeg houden. Dat gaat samen. Je kan in het leven een paar liefdes hebben. Voetbal is voor mij één van de tien dingen is die het leven draaglijk maken, samen met de bibliotheek en de bioscoop. Gent heeft zijn eigen sfeer. Volks, maar toch heel kritisch. De Gentenaar is een beetje stugger, niet zo Brabants, niet zo uitgelaten of carnavalesk. Carnaval mislukt trouwens altijd in Gent. Gent is wat terughoudender dan andere clubs. Het heeft wel altijd iets aristocratisch. Niet voor niets was La Gantoise ook tennis en hockey toen dat nog echt elitaire sporten waren. Ook in de sfeer van de bestuurskringen en de VIP-ruimten had je dat, un peu le chic. Anderzijds heb je de volksdimensie, wat tot uiting kwam toen de V-vakken omgebouwd werden. Bij die kritiek werd geen Frans gepraat. Daar heb je een mix van volksmensen, studenten, advocaten ook. Mensen die zich vroeger verwaarloosd voelden door het bestuur ook. Nu niet meer. Waarom komt er zo weinig volk naar Gent ?Voor de vierde stad van België is een gemiddelde van 7000 te weinig. Ik was verbaasd toen ik hoorde dat Genk 18.000 abonnees had. Ik hoorde ook dat Ford Genk meteen een dag verlof gaf toen Genk kampioen werd. Er is in die regio een meer directe aansluiting met de sociale realiteit dan in Gent. Ik denk niet dat Volvo een dag verlof geeft als Gent kampioen zou worden. Genk zit meer verankerd in de plaatselijke bevolking.Er zijn in Gent zelfs veel supporters van Anderlecht en Club.Raar, hé. Mijn vrouw geeft les in Gent en zij ziet op maandag veel leerlingen komen met sjaals van Anderlecht en Brugge. Het kan niet alleen aan het toegenomen aantal buitenlanders zijn dat voor een vervreemding zorgt, want Genk werd kampioen met acht buitenlanders. In sport is de multiculturele samenleving een feit. Zouden de musea en de bioscopen mensen uit het stadion weghouden ? Ik denk van niet. Als ik thuiswedstrijden van Gent bijwoon, word ik altijd getroffen door de vele lege plaatsen. Ik heb mijn loopbaan hier gemaakt als politicus en advocaat. Mijn conclusie is : de Gentenaar moet je meer veroveren. Hier zegt men snel : doe maar gewoon. Een supporter mag niet te sceptisch of stug zijn. Een echte supporter is al veroverd. Het gevoel dat de Gentenaar voor zijn stad heeft, vind je maar in afgezwakte vorm voor de voetbalclub. Het wij-gevoel van de stad Gent ten opzichte van de club is te weinig ontwikkeld. In Genk heb je dat wel. Er is ook geen aanwijsbare band van de beleidsmensen met de club. Misschien komt de Gentenaar alleen maar voor het uitzonderlijke uit zijn huis. Begin augustus gingen er wel tweeduizend Gentenaars mee naar Parijs.Is het eigen stadion niet gezellig genoeg ?Goeie vraag. Het is veel verbeterd, vooral de volksplaatsen. Maar daarbuiten vallen toch die lege plekken op op die twee grote tribunes. Vooral als je op tijd komt, om twintig voor negen, merk je dat. Het vult zich maar traag. De vraag is of een verhuis iets ten goede kan veranderen.RC GenkLaat Gent maar eens beginnen met eindelijk eens iets te winnen, raadt Hans Saris aan. Saris was jaren geleden zelf kortstondig manager van de Genkse fusieclub en observeert nu voor Het Nieuwsblad vanaf de zijlijn. Hans Saris : Iedereen kijkt zeer verbaasd naar die 18.000 abonnementen van Genk. Dat komt natuurlijk omdat de basis hier aanwezig was. Die verbondenheid vanuit de streek met het Genkse voetbal is er altijd geweest. Als je de toeschouwersaantallen van Waterschei en Winterslag optelde, maakte dat behoorlijk veel volk voor een agglomeratie die maar 100.000 inwoners telt. Waterschei trok ook in tweede en derde klasse veel volk. Genk heeft geen concurrentie.Dat klopt niet helemaal. Toen het minder ging, gingen veel Genkenaren naar Anderlecht of Standard. Nu zie je dat Genk ook recruteert in het noorden van de provincie. Niet in Haspengouw. Daardoor leidt vooral Lommel onder het Genkse succes. De verbondenheid met de ploeg was zes, zeven jaar terug niet zo goed. De mensen zien nu veel meer herkenbaarheid. Genk is meer gaan focussen op het voetbal als totaalgebeuren. Ze hebben een sfeer gecreëerd waarbij niet alleen meer gemikt wordt op de modale voetbalsupporter maar op de voetballiefhebber met vrouw en kinderen. Voetbal in Genk is een familiaal gebeuren, daar durf je met je vrouw en kinderen naartoe in je beste kleren. In het begin deed men wat lacherig over die randanimatie, maar Paul Heylen en Eric Gerits hebben dat goed uitgebouwd. Dat werkt, als je er maar tijd en energie in stopt. In Genk heb je geen hooliganproblemen. Vorige week zag ik op het videoscherm een tekenfilm over de kwalijke gevolgen van vuurwerken, hoe een tribune in brand kan vliegen, op een knappe manier gepresenteerd. Vervolgens nodigde men een professioneel vuurwerkmaker uit die voor de wedstrijd met zijn karretje een demonstratie gaf, mooi om zien. De hele wedstrijd door heb ik geen enkel spatje Bengaals vuur op de tribune gezien, noch rotjes die men over de omheining gooit. Op Genk creëert men een band tussen club, spelers en toeschouwers. Het wij-gevoel is daar heel sterk. Hele groepen mensen uit bepaalde wijken of families maakten dat niet-voetballiefhebbers uit dezelfde wijk of familie er ook wilden bij horen. Dat is een nieuwe doelgroep die vroeger niet naar het voetbal ging, het zijn géén fans die men weghaalde bij Anderlecht of Standard.Overal klaagt men dat het publiek veroudert.Maar in Genk zie je het publiek steeds jonger worden. Omdat het dynamisme dat vanuit de club wordt gestimuleerd aanslaat. Natuurlijk is de concentratie van jonge mensen in de regio Genk groter dan elders. Naar Genk gaan kijken is ook een avondje uit. Bij veel andere clubs is het wedstrijdje kijken en daarna de kroeg in, of heel snel naar huis. Bij Genk niet. Ik reed na de wedstrijd tegen Aalst om kwart voor twaalf weg van het stadion. De meeste hotdogkramen en frituren waren nog open, daar stonden nog mensen aan te schuiven. Als je alleen het voetbal presenteert, moet je al heel goeie resultaten hebben om de tribunes vol te krijgen. En dan moet je nog aantrekkelijk voetbal spelen ook. De vraag is of Gent ondanks de klassering echt dat aantrekkelijk voetbal speelt waarvoor het publiek warm loopt en echt absoluut in het stadion wil zijn.Bij Gent klaagt men over te veel buitenlanders, in Genk is dat geen punt.Op een bepaald moment had Genk zeventien nationaliteiten in de kern. Dat is geen nadeel. Want in Groot Genk wonen ook een zeventigtal nationaliteiten waarvan de meesten intussen gewoon Belg zijn geworden. Genk is een multiculturele samenleving.Het opvallende is dat Genk de laatste twee jaar geen resultaten haalde en Gent wel.Maar Gent moet wel eens een prijs pakken. Het moet afmaken waar het telkens alleen maar de aanzet toe gaf. Wanneer hebben ze nog eens een bekerfinale gespeeld ? Ze zijn nooit kampioen geworden. In die drie jaar hebben de Genkse supporters zoveel fantastische momenten beleefd. Dat schept een band en die werkt nog wel even door. Men blijft optimistisch, wil het niet missen als het weer aanslaat. Wie puur op resultaten afkomt, blijft dan weg. Het vreemde is : aanvankelijk zijn de supporters ook met resultaten naar Genk gelokt, maar nu komen ze voor hún club. Het is hún avondje uit.Terwijl men een jaar of vijf geleden nog in eigen huis kloeg : deze club heeft geen ziel.Een van de redenen waarom die ziel er niet was, was dat er twee harten klopten in één lichaam. Het ene was geel-zwart, het andere rood-zwart. Dat gaf een bepaalde gespletenheid die ook verder leefde in de supportersschare. Dat is pas opgelost geraakt toen een van de twee partijen geleidelijk totaal verdwenen is. Winterslag was bij de fusie aanvankelijk sterker omdat Waterschei sportief en financieel de slechtste papieren had, maar uiteindelijk zijn de mensen van Waterschei overgebleven. Uiteindelijk moet bijna altijd een van de twee harten afsterven. De grote vraag blijft altijd : wie wordt baas ? Twee kapiteins op één schip werkt nooit. Ik heb me daar destijds ook voor een stuk op miskeken. Naarmate de tijd verstreek, stelde je toch vast dat binnen de club oppositie bleef. Intern had je te veel baronieën en elke baron gaat op zijn strepen staan. Een belangrijk figuur was de vroegere voorzitter Remi Fagard, een alom gerespecteerde notaris. Hij ging er altijd prat op dat hij niets van voetbal kende, maar hij was wel voor iedereen aanspreekbaar. Tevoren scheelde er altijd iets aan de voorzitter, omdat hij van Hasselt hetzij van Winterslag was. Ineens viel die innerlijke verdeeldheid weg. Op dat moment kwamen de resultaten, terwijl het stadion werd uitgebouwd. In Westerlo klaagt men dat men uit de bedrijven geen eters krijgt als de Europawedstrijd tegen Hertha vervroegd plaatsvindt. In Genk zie je op een woensdagavond duizend mensen eten. Directies van bedrijven stoppen iets vroeger dan normaal hun activiteiten om op tijd op het stadion te zijn. door Geert Foutré