B arry Boubacar Copa : "Mijn allereerste belangrijke shirt kreeg ik niet na een shirtruil, maar wel van Titou, de rechterhand van Jean-Marc Guillou. Hij bracht het voor me mee toen ik nog geen 18 was, na een bezoek aan Arsenal op het einde van de jaren negentig. Onder leiding van de Franse trainer had ik goed gewerkt op de Académie Mimosifcom van Abidjan en als beloning daarvoor kreeg ik een shirt van David Seaman, de toenmalige legendarische doelman van de Gunners en van de Engelse nationale ploeg....

B arry Boubacar Copa : "Mijn allereerste belangrijke shirt kreeg ik niet na een shirtruil, maar wel van Titou, de rechterhand van Jean-Marc Guillou. Hij bracht het voor me mee toen ik nog geen 18 was, na een bezoek aan Arsenal op het einde van de jaren negentig. Onder leiding van de Franse trainer had ik goed gewerkt op de Académie Mimosifcom van Abidjan en als beloning daarvoor kreeg ik een shirt van David Seaman, de toenmalige legendarische doelman van de Gunners en van de Engelse nationale ploeg. "Naderhand ben ik met andere uitrustingen van zowel keepers als veldspelers een kleine collectie gaan uitbouwen. Toen ik bij Rennes speelde, kreeg ik er het tenue van de twee doelmannen die daar een trapje hoger stonden op de ladder : Bernard Lama, de vroegere doelman van PSG en de Franse nationale ploeg die toen op het einde van zijn carrière was, en de nog jonge Petr Cech, die zich de laatste jaren bij Chelsea ontpopt tot één van de beste keepers ter wereld, maar die nu, zoals bekend, als gevolg van een zware blessure voor maanden in de lappenmand ligt. "Uiteraard wisselde ik ook vaak mijn truitje met dat van tegenstanders. Ik denk bijvoorbeeld aan Ulrich Ramé van Bordeaux en de Senegalese doelman van Monaco Tony Sylva. Vaak koos ik ook andere Afrikaanse spelers uit, dikwijls landgenoten die bij een grote club spelen. Bijvoorbeeld Kolo Touré en Emmanuel Eboué bij Arsenal, Aruna Dindane bij Anderlecht en Lens, Arouna Koné bij PSV en Baky Koné bij OGC Nice. Die bezorgde me onlangs het shirt van een andere keeper waarvoor ik veel bewondering heb : Grégory Coupet van Lyon. "Het truitje dat me het nauwst aan het hart ligt, is niet dat van een doelman, maar wel dat van de Italiaanse middenvelder Gennaro Gattuso. Ik bemachtigde het na afloop van een vriendschappelijke wedstrijd tussen Ivoorkust en Italië, vlak voor de wereldbeker in Duitsland. Dat had eigenlijk nogal wat voeten in de aarde, want Jean-Jacques Tizié, die bij ons onder de lat stond, ruilde met zijn overbuur Gianluigi Buffon, terwijl Gérard Gnanhouan en ik die tweede en derde keeper waren, ruilden met Angelo Peruzzi en Marco Amelia, de reservedoelmannen van de Azzurri. Maar ik had dus mijn oog laten vallen op het shirt van de verdedigende middenvelder van de Italianen. Omdat hij met niemand van ons gewisseld had, ben ik het hem gaan vragen in de kleedkamer van de Italianen. Gattuso spreekt me zo aan omwille van zijn vechterskarakter en zijn overmijnlijkmentaliteit. Als er één iemand de typische Italiaanse grinta verpersoonlijkt die je als sportman naast je talent nodig hebt, is hij dat wel. Zijn blik spreekt in elke wedstrijd boekdelen. "Hetzelfde geldt voor Oliver Kahn die alleen al met zijn ogen de aanvallers tot wanhoop brengt. Ook zijn truitje zou ik graag aan mijn collectie toevoegen, maar het ziet er niet naar uit dat we mekaar binnenkort ontmoeten. Aangezien er ook geen enkele Ivoriaan bij Bayern speelt, zal ik nog wat geduld moeten hebben. Tenzij één van uw lezers me een tip kan geven. Dat kan altijd via www.barrycopa.net." l BRUNO GOVERS