Een dag in het spoor van de Gentse burgemeester is als de Ronde van Vlaanderen. Je moet het parcours goed kennen, weten wanneer je vooraan moet zitten, veel eten en drinken en je kopman geen seconde uit het oog verliezen.
...

Een dag in het spoor van de Gentse burgemeester is als de Ronde van Vlaanderen. Je moet het parcours goed kennen, weten wanneer je vooraan moet zitten, veel eten en drinken en je kopman geen seconde uit het oog verliezen. Wanneer de vlag 's ochtends de hoogte in gaat, heeft Daniël Termont zich al fors warm gereden. In zijn bureau rijgt hij zijn das dicht tot tegen de hemdskraag, print een laatste document, wandelt in een hoog tempo tussen de bustes van burgervaders die hem voorgingen en trekt de deur van het stadhuis, de plek waar hij al veertig jaar huist, achter zich dicht. Bart, de chauffeur, wacht ons op:'Goedemorgen burgemeester.' 'Kom kom, we zijn vuurt. Dus euh, Radio 1 is gedaan, de vergaderingen met Groen en SP.A zijn afgerond. - Waarom hier geen parkeerplaats is voor chauffeurs van parlementsleden? Omdat dit een stadhuis is en geen parlement. Plaats genoeg in de zijstraten! - En nu naar madame Astrid, de prinses wacht op ons en prinsessenvolk mag je niet laten wachten, hé.' Chauffeur Bart zit bedeesd in zijn donkere wagen. Een Volvo, dat spreekt. Bart ziet er ook als een echte chauffeur uit. Een wat schuchtere man die kan zwijgen en die de nodige rust uitstraalt, niet onbelangrijk als de agenda dicht geplamuurd is. Bart rijdt rustig, regelt het volume als het radionieuws bericht over Uber, schakelt behoedzaam en brengt die rust ook over op Termont. Na een paar minuten rijden loopt al een sms binnen: 'Een oliespoor op de Ter Platenbrug.' 'Bart, we staan er net op! Zie jij hier iets?' 'Neen, niks ongewoons.' 'Ach, oliespoor op het water, dat is het. Geen paniek.' Een paar minuten later, de commissaris aan de lijn: 'Burgemeester, er is fout volk uit Lyon afgezakt. Straks zien de harde kernen elkaar op het Ledebergplein.' De burgemeester verroert niet: 'Pak ze maar allemaal op en laat ze na de wedstrijd los.' Er volgt een lach: 'Dit wordt weer een dag zonder einde. Zo eentje die naadloos in de volgende overloopt. Ik moet na mijn operatie nochtans waken over de werkdruk. Maar wanneer ik eenmaal herbegonnen ben, trekt dat drukke leven zich weer op gang. Gent-Lyon, daar lig ik nu nog niet wakker van. Dat is voor straks. Ontspanning, niks dan ontspanning. Het wordt overigens 4-0, had ik dat al gezegd? Ha, de rode loper is al uitgerold voor mevrouw de prinses. Tot straks, Bart.' Daniël Termont is het Higgsdeeltje van de stad Gent. De man die aan alle bordjes draait. Een tactisch vaardige man, die de gave van het heldere woord koppelt aan het voorkomen van een dokwerker op rust. Iedereen kent Daniël en Daniël kent iedereen. En dat weet hij ook. Termont heeft de regie graag zelf in handen. Zijn vader was een middenstander, die handelde in meubelen, oud ijzer en alles wat los zat. Die vader had al een kraan voor zijn zoon gekocht, zodat die de handel kon voortzetten. Maar die zoon weigerde, werd schepen en is uitgegroeid tot de goede huisvader van een gezin van 250.000 mensen. Sinds een aantal jaren hebben ook de Buffalo's de burgervader omarmd. Dat heeft alles met de Ghelamco Arena en die eerste titel te maken. Je kunt je als fan pas hechten aan een plek als je sterke, intense ervaringen kunt delen. Zo is de landstitel de lijm die het legioen samenhoudt en is dat kampioenschap in de geest van het volk ook helemaal gelinkt aan de Ghelamco Arena. 'Ik heb goesting om mee te sjotten vanavond,' zegt Termont, 'maar mijn kwaliteiten zijn beperkt. Ik doorliep de jeugdreeksen van Olympia Gent, dat moet in de jaren zestig zijn geweest. Ik deed daar als rechtsback al slidings voor dat woord bestond, haha. Niet dat ik iedereen van het veld schopte, maar ze gingen mij niet zomaar passeren! Bij de junioren hebben die van Olympia mij dan geruild voor een spits van Mariakerke, voor tien kilo patatten. Een droomtransfer! Ach, het voetbal heb ik nooit echt losgelaten en dat ga ik ook nooit doen. Het is een van de sporten die me helemaal kunnen inpalmen. Dat zal vanavond niet anders zijn, maar allee, eerste Astridje begroeten.' In het Vlaams Instituut voor Biotechnologie ontvangt Termont aan de zijde van gouverneur Jan Briers prinses Astrid en geeft de directeur van het VIB de notabelen een rondleiding door labo's waar Gobelijns in een witte stofjas vloeistoffen vermengen tot er stoom komt uit de oren van de burgemeester. 'Interessant, interessant.' Na tweeënhalf uur, een paar lessen chemie, wat handdrukken, een officiële handtekening en een paar glazen schuimwijn staat Bart opnieuw klaar aan de draaideur. Termont: 'Dat es toch uuk een plakvliege, die prinsesse. Enorm sympathiek. En altijd maar vragen blijven stellen.'Snel naar het stadhuis, sandwich eten en weer weg. Het lijkt alsof de burgemeester de tijd kan vertragen. Oproepen, sms'en, mails, radio: Termont glijdt door de dag, wat ook verklaart waarom die tijd precies geen vat op hem krijgt. Een aantal maanden geleden werd darmkanker bij hem vastgesteld en hoewel je verwacht dat de ziekte zijn razende leven zou intomen, merk je bij Termont geen sleet op de machine. 'Het is enerzijds een privézaak, die kanker, anderzijds is het verbazend vast te stellen dat ik er inderdaad weinig onder lijdt. De chemokuren blazen mij niet weg, ik voel me niet moe. Al zal ik het vanavond niet lang uitzingen. Na de wedstrijd naar huis. Het is vroeg dag morgen.' 'Een mens moet op tijd kunnen ontspannen en voetbal leent zich daartoe', zegt hij in de wagen. 'Al is dat niet gemakkelijk naast Michel Louwagie en Ivan De Witte. Ik steek mijn vingers al in mijn oren als Michel begint te roepen: 'Offside, offside, ziet gij dat nu niet!' En Ivan die ineenkrimpt. Die kropt alles op. Bij de 1-0 thuis tegen Standard kwam de titel heel dichtbij. Ik zei: allee,Ivan, laat u nu toch een keer gaan!' Voetbal is een belangrijke rol gaan spelen in het leven van Daniël Termont. Speelde AA Gent vroeger op het achterplan, dan heeft de burgemeester de tijd dit keer versneld. Natuurlijk was hij trots toen de kampioenenploeg per boot door een blauwe zee voer. Tienduizenden mensen in het hart van de stad en nergens liep het fout. 'Die beelden zijn de wereld rond gegaan', zegt hij. 'Op nog geen 48 uur hebben we dat georganiseerd. Je kunt je geen betere citymarketing wensen dan dat.' Hij wacht even, kijkt naar buiten. De regen trekt grijze strepen op het raam. 'Nooit gedacht dat voetbal zo'n enorme boost kon zijn voor de stad. Wat is gebeurd, is ongezien.' Terwijl de burgemeester aan zijn brede bureau een resem documenten ondertekent, wijst hij naar de tafel waar ik zit: 'Daar - ik ga het niet meer vergeten - aan die tafel zei ik eind jaren negentig tegen Ivan De Witte: 'Kijk, Ivan, een nieuw stadion aan The Loop, de plek waar de Ikea nu staat, dat is niet haalbaar. De gronden zijn daar veel te duur. Ik nam het stadionplan en legde dat op de oude site van de Groothandelsmarkt, aan de Ringvaart en de R4, vlak bij de snelwegen E17 en E40. Het stadion paste er schoon in, er was zelfs nog overschot. Ik zei: 'Ivan, wa peisde?' 'Hij ging akkoord, waarna we twaalf jaar hebben getsjold, maar het is ons wel lukt. Ivan is geen bloedvriend, we lopen elkaars deur niet plat. En vergis u niet: we hebben in die twaalf jaar even vaak champagne gedronken als we met deuren hebben gegooid. Het is er dikwijls hard aan toegegaan, de ruzies waren niet min, maar de relaties waren en zijn zodanig sterk dat de band met Ivan en de mensen van Gent echt wel warm en hartelijk is. 'Wat De Witte en Louwagie hebben gerealiseerd, dat leest ook als een sprookje, hé. Het is al vaak gezegd, maar we mogen dat niet onderschatten. De club had indertijd een schuld van 900 miljoen Belgische frank, hé. Dat is dus gigantisch. En te weten dat de club vanavond als kampioen van België aantreedt in de Champions League. Dat is werkelijk ongelufelijk. 'Er zijn een paar verwezenlijkingen waar ik echt trots op ben. De verhoogde capaciteit van Volvo Cars is er daar één van, het aantrekken van een paar belangrijke trafieken naar de Gentse haven ook, en de Ghelamco Arena zal toch ook altijd iets blijven waar ik trots op ben.' 'Vanaf het midden van de jaren negentig was ik schepen van Haven in Gent. Ik kreeg het verwijt niet om te kijken naar AA Gent, dat ik als socialist niks had met de liberale kleur van de Gantoise. 'Je bent meer te vinden op de Racing dan op den AG.' Daar was niks van aan. Sinds het aantreden van Ivan De Witte, die ik voordien al kende, ging ik vaker naar de Gantoise kijken. Nu ben ik daar nog vaker te vinden, ja. Natuurlijk heeft het stadion daar alles mee te maken. Alsook de mensen die daar rondlopen. Het is netwerking, maar ik loop daar niet om stemmen te ronselen. Bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen ga ik met pensioen. Het hoeft niet meer.' Hij kijkt op de klok.'Maar allezbon, het is tijd voor de rampoefening. Een tram die is gekanteld,'t zal schune zijn. Een beetje actie in den dag!' In de brandweerkazerne van de Roggestraat is een crisiscentrum ingericht om een gesimuleerd tramongeluk te coördineren. Kwestie van de gaten in het rampenplan te dichten tegen de tijd dat er echt iets voorvalt in de stad. Termont krijgt tussendoor een sms en verwoordt die naar de hele groep: 'Ter info: die harde kern van Lyon loopt nu rond in het stadscentrum. Alert zijn, mensen! Het is niet de bedoeling dat ze hier op elkoars moile goan toeken,hé.'' Misschien is dat wel de kracht van Termont: hoe hij, ook voor zichzelf, op stressvolle momenten de druk van de ketel laat met een simpele oneliner. Het maakt hem populair, het maakt het leven draaglijk en het levert altijd knipogen op van collega's. Het rampenplan kent wat kinderziektes en terwijl de mensen van de hulpdiensten nota nemen, is de burgemeester, omringd door zijn woordvoerder en kabinetschef, al op weg naar het volgende agendapunt: een reeks afspraken op het stadhuis. Het is tevens de laatste passage in het bureau. De laatste handtekeningen, laatste mails, laatste telefoontjes, alvorens af te zakken naar de Arena. Het is een tweetal uren voor de wedstrijd en voor het eerst is enige vermoeidheid zichtbaar. Het tempo ligt nog altijd hoog, maar de lange dag heeft zich in zijn blik genesteld. De ogen iets dieper, iets grauwer. 'Nog drie jaar en ik ga met pensioen', herhaalt hij. Maar zijn netwerk kent te veel vertakkingen om de link met het werkleven echt door te knippen. Hij zucht: 'Bedrijven vragen mij nu al om na het burgemeesterschap een functie op te nemen. En ik weet het: er wordt ook gefluisterd dat ik de nieuwe voorzitter van AA Gent wordt. Hier, klaar en duidelijk: neen, dat zal niet gebeuren! Ik heb overigens met Ivan afgesproken dat we ongeveer gelijktijdig stoppen.' 'Bon, zijn we weg?' Dat is dus de zelfrelativering die Termont eigen is. De man heeft net een open brief op Facebook gepost om de Gentenaars gerust te stellen over het nieuwe mobiliteitsplan en zelf rijdt hij zich op weg naar het stadion met de auto vast in het verkeer: 'Dedju, alles zit weer dicht.' Maar hij vult ook zelf aan: 'Maar ja, niks aan te doen, we moeten erdoor. We hebben geen keuze. Even op de tanden bijten. Het dichtslibbende verkeer heeft nu ook te maken met de werken op belangrijke wegen. Dat staat los van ons plan, maar dat vergeten de mensen soms.' Aangekomen in Zwijnaarde ligt de Ghelamco Arena er statig bij. De sponsoring is vakkundig afgeplakt - de FIFA is een log potentaat - en de burgemeester weet dat iedereen hem de hand zal schudden. Hij heeft een riedeltje klaar: '4-0, niet twijfelen, 4-0!' Hoog in het stadion bevindt zich het veiligheidscentrum. Termont zegt iedereen gedag, ziet hoe een politiehond de Franse supporters controleert op vuurwerk, nestelt zich kort voor aanvang van de wedstrijd bij Louwagie en De Witte, veert recht als een jonge hond als de Gantoise de meubelen alsnog redt en rijdt later in het zwart van de nacht naar huis. De dag kreeg alsnog een einde, jawel. ?DOOR MATTHIAS DECLERCQ - FOTO'S BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS'Nooit gedacht dat voetbal zo'n enorme boost kon zijn voor de stad.' DANIËL TERMONT 'Klaar en duidelijk: ik word níét de nieuwe voorzitter van AA Gent!' DANIËL TERMONT