Een paar keer kruiste hij ons pad. Als bondscoach, manager van Newcastle, maar ook als PSV-coach. Toen we hem daar interviewden, excuseerde hij zich. Afspraak glad vergeten, en of het erg was dat we even moesten wachten. Hij had eerst nog een halfuurtje Nederlandse les. Bobby Robson was toen net 65, hij zou maar één jaar blijven, maar toch vond de coach dat hij de taal moest leren.
...

Een paar keer kruiste hij ons pad. Als bondscoach, manager van Newcastle, maar ook als PSV-coach. Toen we hem daar interviewden, excuseerde hij zich. Afspraak glad vergeten, en of het erg was dat we even moesten wachten. Hij had eerst nog een halfuurtje Nederlandse les. Bobby Robson was toen net 65, hij zou maar één jaar blijven, maar toch vond de coach dat hij de taal moest leren. Het tekent de man: een voetbaldier, maar ook, zoals ze dat in Engeland zeggen: every inch a gentleman. Zoon van een mijnwerker, geboren in Durham, vlak bij Newcastle. Toen hij in september 1999 die ploeg ging coachen, noemde hij dat dan ook "naar huis komen." En toen hij in 2005 ereburger van de stad werd, haalde hij nog wat anekdotes van zijn pa aan. Die dook wit de mijn in en kwam zwart weer boven. Wit en zwart waren de juiste kleuren, vond Robson. Iedereen ontroerd. Hij kwam er terecht na veel omzwervingen, want Sir Bobby was een wereldreiziger: hij voetbalde jaren in Birmingham (West Brom) en Londen, bij Fulham, maar sloot zijn actieve carrière af bij de Canadese Vancouver Royals. Als trainer ging hij aan de slag in Engeland (Fulham, dertien jaar Ipswich) maar ook in Zuid-Europa. Bij Sporting en later FC Porto in Portugal, bij Barcelona in Spanje. Daar was José Mourinho zijn assistent. Eigenlijk vertaler, maar zoals Robson achteraf altijd lachend zei: José friemelde zich overal tussen. Tot twee keer toe werkte hij ook bij PSV. Overal geliefd en attent, niet te beroerd om zijn fouten toe te geven. Zo stuurde hij de toen veertienjarige Paul Gas-coigne wandelen. Kon voetballen, maar veel te dik, vond hij. Achteraf zou hij zeggen: "De moraal van dit verhaal was: geef als jongere nooit op." Faam maakte hij als manager bij Ipswich. Waar de voorzitter op zaterdag na een gewonnen wedstrijd één fles champagne kraakte en na verlies twee. "Had ik niet tegen druk gekund," zei Robson, "ik was daar gebleven: lekker rustig met de auto zes mijl naar de training en alle zaterdagen feest." Maar hij koos wel voor druk. De meest onmogelijke job, noemde Graham Taylor ooit die van bondscoach van Engeland. Robson vond het "het mooiste beroep ter wereld." Hij was een man die hield van mooi voetbal. Ipswich liet hij over de grond voetballen. Later deed hij het ook met Engeland, bijna wereldkampioen in Italië onder hem (halve finale, gewipt na strafschoppen door de Duitsers) en vier jaar eerder nog uit de titelrace geslagen door 'de hand van God', Diego Maradona. Maar zijn laatste strijd verloor hij. Vijf keer worstelde hij zich door kankerproblemen. Op zijn 76e werd de ziekte hem echter fataal. PETER T'KINT