Muziek uit de boxen, een wirwar van stemmen, tikkende biljartballen op de pooltafel. De gasten, vooral mannen, aan de tafels en aan de toog. Ze praten, lezen de krant, lossen hun kruiswoordpuzzel op of kijken met de blik op oneindig voor zich uit. Nippend van de pot bier voor hun neus. Kwajongensstreken (een pets tegen de oren), geroep (' Haad aa koest, hé'), lachsalvo's.
...