Tot vijf seizoenen geleden was het simpel. De eerste en de tweede klasse bestonden elk uit achttien ploegen en op het eind van elk kampioenschap degradeerden er twee uit eerste en promoveerden er twee uit tweede - behalve de kampioen ook de winnaar van een eindronde. Die eindronde werd gespeeld door vier tweedeklassers: het nummer twee uit de gewone competitie en de drie winnaars van de periodekampioenschappen. De beste van die nacompetitie in 2005 was SV Roeselare. Samen met kampioen Zulte Waregem nam het de plaatsen in van KV Oostende en RAEC Bergen, de zakkers uit eerste.
...

Tot vijf seizoenen geleden was het simpel. De eerste en de tweede klasse bestonden elk uit achttien ploegen en op het eind van elk kampioenschap degradeerden er twee uit eerste en promoveerden er twee uit tweede - behalve de kampioen ook de winnaar van een eindronde. Die eindronde werd gespeeld door vier tweedeklassers: het nummer twee uit de gewone competitie en de drie winnaars van de periodekampioenschappen. De beste van die nacompetitie in 2005 was SV Roeselare. Samen met kampioen Zulte Waregem nam het de plaatsen in van KV Oostende en RAEC Bergen, de zakkers uit eerste. Na afloop van dat seizoen kwamen de Liga Beroepsvoetbal (de verzamelde eersteklassers, toen beter bekend als de Prof-liga) en de Nationale Voetballiga (de verzamelde tweedeklassers) iets nieuws overeen. Voortaan zou naast de drie periodekampioenen één eersteklasser deelnemen aan de eindronde, namelijk het nummer zeventien. Alleen de ploeg die als laatste eindigde in de Jupiler League, zou nog rechtstreeks degraderen. Voor het nummer twee uit de tweede klasse was er geen plaats meer. Omdat zo de kansen op promotie voor de tweedeklassers aanzienlijk slonken, deed de Profliga een financiële geste: elke club uit tweede kreeg per seizoen een cheque van 75.000 euro. De nieuwe formule werd overeengekomen voor twee seizoenen. Twee keer was Lierse de eersteklasser die naar het vangnet van de eindronde mocht. Eén keer redde het zich, één keer moest het KV Mechelen laten voorgaan en zakte het alsnog. Over hoe het na die twee jaar verder moest, bereikten beide liga's geen overeenstemming. De eindronde in het seizoen 2007/08 ging dus gewoon weer tussen vier tweedeklassers. Tubeke won hem. Maar de geest was uit de fles en al spoedig werden de ware intenties van de Pro League (zoals de Liga Beroepsvoetbal ondertussen was gaan heten) duidelijk. Achter de schermen vond druk overleg plaats over een nieuw competitiemodel voor een kleinere Jupiler League. Om zo weinig mogelijk extra dalers te hebben, en dus slachtoffers in eigen rangen, diende de Pro League het aantal stijgers uit de tweede klasse te beperken. Het experiment met de eindronde was daartoe een aanzet geweest. Begin 2008 kwam de aap uit de mouw in de vorm van een hervormingsplan. Dat plan, genoemd naar Anderlechtvoorzitter Roger Vanden Stock, zou gelden voor drie seizoenen en zag er zo uit: - seizoen 2008/09: drie dalers in de Jupiler League (de nummers zeventien en achttien plus een derde ploeg op basis van een later te bepalen criterium) + één stijger in de tweede klasse; - seizoenen 2009/10 en 2010/11: één daler in de Jupiler League + één stijger in de tweede klasse. Van een eindronde was geen sprake meer. Die werd afgeschaft en alleen de kampioen zou nog de sprong van tweede naar eerste klasse maken. Opnieuw voorzag de Pro League in een financiële compensatie: 10 miljoen euro over drie jaar. Een peulschil in vergelijking met de 135 miljoen euro waarvoor ze enkele maanden later haar tv-rechten opnieuw voor drie seizoenen aan Belgacom zou verkopen. Van dát geld, zo stond ook in het plan-Vanden Stock, zou niet één euro naar de tweede klasse gaan. De tweedeklassers beseften meteen: dit was een wurgcontract. Zij veroordeelden het voorstel scherp en spraken zich unaniem uit voor het behoud van twee stijgers. Dat de Pro League bovendien sportieve en financiële schikkingen door elkaar haalde, werd als uiterst "ongepast" afgekeurd. Ook was er onbegrip in het licht van de steeds strengere licentievoorwaarden. Waartoe dienden al die investeringen als de kansen op promotie zomaar werden gehalveerd? En vooral: hoe moesten al die armlastige tweedeklassers dat allemaal gaan betalen, als de Pro League de geldkraan dichtdraaide? "Het is aan de Pro League om een andere oplossing te zoeken voor haar probleem", luidde dan ook de conclusie van de Nationale Voetballiga. Wil ze naar een eerste klasse met slechts zestien ploegen? Dat ze er dan zelf twee méér laat zakken. Net dat was natuurlijk het probleem van Roger Vanden Stock en zijn medestanders in de overige topclubs. Zij wilden maar één ding: minder ploegen, daardoor ruimte voor play-offs, en zo meer topmatchen. Dat dit het voetbalniveau zou opkrikken, was een drogreden. Het ware motief was niet sportief, maar financieel: minder clubs betekende minder eters van de tv-koek, play-offs met alleen de topclubs hogere recettes. Omdat afgesproken was dat elk voorstel binnen de Pro League unanieme goedkeuring moest krijgen, moesten de kleinere clubs - zij die in het nieuwe model een grotere kans op degradatie maakten - worden omgekocht. Weer gebeurde dat met geld. Afgesproken werd dat de twee zakkers in het seizoen 2007/08 elk een degradatiepremie van 500.000 euro zouden krijgen. Voor de twee seizoenen daarna zou dat bedrag zelfs worden opgetrokken tot 700.000 euro. Die bonus moest hen in staat stellen om zo snel mogelijk op het hoogste niveau terug te keren. Van die geheime deal kreeg de Nationale Voetballiga pas later lucht. Ze was niet opgenomen in het officiële plan-Vanden Stock. De Pro League, Anderlechtvoorzitter Vanden Stock op kop, was razend over de afwijzing door de tweedeklassers. En zoals dat gaat in een door persoonlijke belangen en verborgen agenda's geregeerde ledenorganisatie, werd meteen de lobbymachine in stelling gebracht. De Pro League spande François De Keersmaecker voor de kar en die effende gewillig het pad voor de hervorming. De bondsvoorzitter komt uit het amateurvoetbal en dankte zijn verkiezing drie jaar geleden aan de steun van Anderlecht, nadat topkandidaat Roger Vanden Stock himself was weggestemd. Sinds die vernedering heeft Anderlecht elke vorm van solidariteit afgezworen. Het opzet lukte. De Keersmaecker slaagde erin alle lagere afdelingen achter het hervormingsplan te scharen. Niet met geld, maar met toezeggingen: alle afdelingen, van derde klasse tot provinciale, werd extra stijgers beloofd. Dat verklaart waarom de derde klasse nu is uitgebreid naar twee reeksen van achttien (in plaats van zestien) ploegen. Door die uitbreiding trof het cascade-effect van de extra zakkers uit de Jupiler League hen niet. Ook bevordering en de provinciale afdelingen bleven gespaard. Eigenlijk was er van een cascade-effect helemaal geen sprake: de tweede klasse ving als enige de klappen op. Alleen daar leidde de inkrimping van de topklasse tot extra dalers. Na het gelobby van de bondsvoorzitter was iedereen snel mee in het verhaal. Op de buitengewone algemene vergadering van 17 mei 2008 keurde de KBVB met 87 procent van de stemmen een reglementswijziging goed die een nieuwe organisatie van de competitie mogelijk maakte. Alleen de Nationale Voetballiga stemde tegen. Eén compromis was er op de valreep toch nog uit de bus gekomen. De eindronde voor een tweede stijger naar de Jupiler League bleef behouden, al moesten de tweedeklassers daarin wel opnieuw een eersteklasser dulden. Een terugkeer naar de situatie in 2005/06 en 2006/07 was dat dus, met dat verschil dat er nu géén financiële compensatie tegenover stond. Die eindronde werd drie maanden geleden met vlag en wimpel gewonnen door SV Roeselare, de eersteklasser van het kwartet. Daarmee zagen de meest ambitieuze clubs uit de EXQI League (zoals de tweede klasse ondertussen heette) hun vrees bevestigd: in dit systeem zijn zij zo goed als kansloos. Die keer dat KV Mechelen de nacompetitie won (ten koste van eersteklasser Lierse), was de spreekwoordelijke uitzondering die weer een andere regel bevestigt. Namelijk: alleen wie over een gulle mecenas beschikt, is nog competitief met gezakte eersteklassers. Zonder het geld van koekjesbakker Willy Van den Wijngaert - en, niet te vergeten, de truc van de vereffening - zou Malinois nooit (zo snel) naar de top zijn teruggekeerd. Zelfde verhaal in Sint-Truiden. Dankzij voorzitter en multimiljonair Roland Duchâtelet kon STVV vorig seizoen zijn accommodatie, structuur en spelersselectie op het niveau van de eerste klasse houden. Dat gecombineerd met de degradatiepremie van 500.000 euro maakte van STVV een tweedeklasser hors catégorie. Het competitieverloop bewees dat ook: binnen de kortste keren lag het een straatlengte voor, waardoor elke spankracht al vroeg verdween. Zonder eindronde was de EXQI League al voor Nieuwjaar nergens nog om gegaan. Goed mogelijk dat dit scenario zich dit seizoen herhaalt. Als de financiële logica wordt gerespecteerd, is de kampioen van de EXQI League nu al bekend. Niet toevallig was het Lierse dat STVV op het eind nog het vuur aan de schenen legde. Nog zo'n club die overleeft op het fortuin van een mecenas, de Egyptenaar Maged Samy. Die stak het voorbije anderhalf jaar naar verluidt al acht miljoen euro in de club. Van zulke bedragen kunnen Bergen en Dender slechts dromen. Met een degradatiepremie van 750.000 euro als parachute is het niettemin zacht landen in de EXQI League. De loonmassa van de modale tweedeklasser schommelt tussen 500.000 en één miljoen euro. Ambitieuze clubs als Antwerp, Beveren, Brussels, Oostende, United en OH Leuven lijken door deze naar concurrentievervalsing neigende maatregel definitief veroordeeld tot de tweede klasse. Omdat ze meende dat haar rechten waren geschonden, sleepte de Nationale Voetballiga mei 2008 de KBVB voor de rechtbank in een poging de competitiehervorming ongedaan te maken. Dat lukte niet. Op 20 januari 2009 verklaarde het Hof van Beroep in Brussel de klacht "ontvankelijk doch ongegrond". Bij de KBVB hadden de tweedeklassers het dan al lang verkorven. Als represaille weigert de bond sindsdien een solidariteitsbijdrage van ongeveer 30.000 euro per club uit te betalen. Zelfs binnen de KBVB zijn er die deze schaamteloze vermenging van dossiers ongeoorloofd vinden. Ook bij de Pro League vielen de maskers af. Clubs die naar de Jupiler League promoveerden, maar zich eerder (toen ze nog tweedeklasser waren) hadden aangesloten bij het verzet van de Nationale Voetballiga, werd in geval van degradatie het recht op de 750.000 euro ontzegd. Wat Dender en Bergen dus wel kregen toegestopt, daar kon Tubeke deze zomer naar fluiten. En ook KV Kortrijk mocht het zijn gezakt. Ook de pas opgerichte vzw Betaald Voetbal, waarin de eerste- en tweedeklassers zich hadden gegroepeerd, werd weer opgedoekt. Van gezamenlijke belangen was ineens geen sprake meer. Zingt Roger Vanden Stock graag de lof van Michel Platini omdat die oog heeft voor de kleintjes in Europa, zelf gaan hij en de Pro League resoluut voor het protectionisme. De deur tussen de Jupiler League en de EXQI League is hooguit nog een konijnenpijp. Echt funest wordt het nu tegelijk de poort tussen tweede en derde klasse wagenwijd is opengezet. Tot een jaar geleden verliep de eindronde van de derde klasse tussen vijf derdeklassers en het nummer veertien uit tweede. Met de hervorming zijn dat nu drie clubs uit derde en drie uit de EXQI League geworden. Bovenop de twee directe zakkers betekent dit dus minimaal twee bijkomende dalers uit tweede. Het werden er zelfs drie, want het was een derdeklasser, Boussu Dour Borinage, die het haalde. Slotsom: víjf tweedeklassers gedegradeerd! Wat leert ons dit nu allemaal? Eén: promoveren vanuit de EXQI League naar de Jupiler Pro League is zo goed als onmogelijk geworden. Twee: de modale tweedeklasser is niet eens meer competitief met de top van derde klasse, waar geen licentievoorwaarden gelden, waar arbeidsrechterlijk alles kan en waar nauwelijks controles bestaan. Met andere woorden: zowel naar boven als naar onder voeren de EXQI-clubs een ongelijke strijd. Drie: de instroom van derdeklassers zal onvermijdelijk tot nieuwe drama's leiden. Voor Wetteren (en de andere neotweedeklassers) beginnen de problemen nu pas, nu het van de ene op de andere dag geconfronteerd wordt met de steeds zwaardere investeringen die worden opgelegd door Binnenlandse Zaken en de KBVB. Conclusie: de competitiehervorming heeft alleen de belangen van de happy few gediend, zijnde de topclubs. Een visie op een gezond profbestel stak er niet achter. Dat dit gebeurde met medewerking van de bondstop, verrast niet. Al langer dan vandaag slaagt de KBVB er niet in zijn core business - het ordentelijk organiseren van kampioenschappen - waar te maken. Door eigen geknoei en een rechtszaak moest ze twee seizoenen geleden zowel Verbroedering Geel als UR Namen in de tweede klasse toelaten. Ondertussen bestaat Geel niet meer en Namen degradeerde. Probleem vanzelf opgelost? Niet voor de KBVB: ook dit jaar gaat de EXQI League gewoon door met negentien ploegen, ondanks de hervormingen. Meer zelfs: ook in de derde klasse wordt voortaan in één reeks met z'n negentienen gevoetbald. Uniek is het wel. door jan hauspie"De modale tweedeklasser is niet eens meer competitief met de top van derde klasse."