Een jaar ongeveer. Zo lang bleef een reportage met Josip Weber tijdens het seizoen 1988-1989 in de schuif van onze collega Pierre Bilic liggen. Pierre zocht de nieuwkomer in de Belgische eerste klasse op in augustus 1988. Zijn bronnen in Kroatië waren immers vol lof over de spits van Cercle. Een topper, weliswaar een beetje ongeduldig. Omdat de doorbraak bij Hajduk Split wat lang op zich liet wachten, had hij om een transfer naar Dinamo Vinkovci gevraagd. Daar plukte Cercle hem weg.
...

Een jaar ongeveer. Zo lang bleef een reportage met Josip Weber tijdens het seizoen 1988-1989 in de schuif van onze collega Pierre Bilic liggen. Pierre zocht de nieuwkomer in de Belgische eerste klasse op in augustus 1988. Zijn bronnen in Kroatië waren immers vol lof over de spits van Cercle. Een topper, weliswaar een beetje ongeduldig. Omdat de doorbraak bij Hajduk Split wat lang op zich liet wachten, had hij om een transfer naar Dinamo Vinkovci gevraagd. Daar plukte Cercle hem weg. Pas op 31 mei, tien maanden later, verscheen het verhaal. De man die in 1994 voor de Rode Duivels op het WK in de basis zou staan, en later dat jaar voor 110 miljoen Belgische franken (2,7 miljoen euro) naar Anderlecht zou worden getransfereerd, kende immers een moeilijke aanpassing in België. Eerst Roland Rotty en later Han Grijzenhout hadden het niet direct op Weber begrepen. Die verzeilde op de bank en was die eerste maanden diep ongelukkig. Net als de rest van de familie. Irina, zijn vrouw, zei later in een interview met Sport/Voetbalmagazine over die beginperiode: 'Op 15 juli 1988 kwamen we aan. In Split scheen de zon, het was er 35 graden. In Brugge liep iedereen weggedoken in lange regenjassen en op ons appartement moest de verwarming zelfs branden. Er stond een eenpersoonsbed op de kamer, de koelkast werkte niet. Alles leek me zo klein, ik was gechoqueerd. Ik was gespannen, ziek, de baby ook. Ik vond het een hel in die dagen.' Uiteindelijk kwam alles goed. Josip weerhield zijn Irina ervan om terug te keren naar de heimat, beet door, en eindigde het seizoen alsnog met vijftien goals. Cercle redde zich en de reportage van Pierre Bilic kon verschijnen. Cercle had in die dagen een neus voor talent, dankzij twee beheerders: Franky Carlier (bankier/ex-speler) en Georges Ingelbrecht (zakenman/ex-scheidsrechter). Nooit blindelings afgaan op tips van makelaars, maar alles zelf controleren was hun motto. Van Oostende tot Eupen, van Belgrado tot Zambia. Bakken onbekend voetbaltalent haalden ze naar Brugge: Edi Krncevic, Kalusha Bwalya, Charly Musonda, Branko Karacic, Jerko Tipuric, Dorinel Munteanu, Tibor Selymes en, in 1988 dus, Josip Weber. Kostprijs: 4 miljoen Belgische frank (100.000 euro), te betalen over twee jaar. Verkoopprijs in 1994: 110 miljoen Belgische frank (2,7 miljoen euro). Investering maal 27. 'De transfer van Weber was een kettingreactie', vertelde Ingelbrecht in mei 2010. 'Zdenko Vukasovic, ex-doelman, tipte ons over Ive Jerolimov, die op zijn beurt vertelde dat Josip Weber bij Hajduk Split niet kon aarden.' Tegenover Pierre Bilic zei Luka Peruzovic, destijds speler bij Hajduk Split, dat het een zaak van ongeduld was en veel concurrentie bij de topclub die Split toen was. Het was nog de tijd van het eengemaakte Joegoslavië waar goeie voetballers pas na hun 28e mochten vertrekken. Weber zelf legde het tegenover Pierre uit als een godsdienstkwestie. De spits was afkomstig uit de streek van Slavonski Brod, waar zijn Duitse voorouders zich na de eerste wereldoorlog hadden gevestigd, op de vlucht voor de hongersnood in hun land. Van hen, zei Weber, erfde hij allicht zijn pioniersdrang en karaktersterkte. Toen hij te goed bleek voor de lokale derdeklasser en ook bij de voetbalploeg van het leger vlot scoorde, moest hij kiezen. Zijn supportershart zei Dinamo Zagreb, zijn verstand - Weber was een goed zakenman, bleek ook na zijn carrière - zei Hajduk Split. Internationaal bekender, en 'Italiaans' qua sfeer. Niet toevallig kwamen/komen veel Kroatische voetballers in de laars terecht. Hij tekende er een contract op het kantoortje van een werknemer van de club en werd verliefd op diens dochter. Toen beiden trouwden - Irina was diep katholiek - viel dat volgens Josip in slechte aarde. Die kwestie - en zijn ongeduld - dreef hem naar Dinamo Vinkovci. Op het moment dat hij er tekende was dat nog een eersteklasser, maar na een omkoopschandaal werd de club teruggezet. Weber: 'Voor ik het wist, speelde ik in tweede afdeling.' Carlier: 'Een belangrijk detail, want in die tijd mochten Joegoslavische voetballers pas na hun 28e verjaardag naar het buitenland vertrekken.' Weber was als tweedeklasser niet belangrijk genoeg, zodat Cercle hem al op zijn 24e kon aanwerven. In mei 1989, na zijn eerste seizoen, stuurt Joske het duo Carlier-Ingelbrecht naar Kroatië om Branko Karacic te gaan bekijken. Die dag, in een broeierig heet Marakana, waar Rode Ster Belgrado Hajduk Split ontvangt, wordt de basis gelegd van Webers definitieve ontbolstering. Carlier: 'Op de tribunes zag ik verschillende scouts en spelersmakelaars, die vooral in de spelers van 22, 23 jaar geïnteresseerd waren. Wij gingen voor Branko, die 29 jaar was - dat vonden de andere clubs al een bejaarde - en naar het buitenland mócht vertrekken.' Dé man van de match is niet Karacic, maar een hoogblonde jongen die alle ballen wegkopt. Carlier: 'Tussen al dat talent - Robert Prosinecki, Robert Jarni en Goran Vucevic - heerste Jerko Tipuric. Dus kochten we ze alle twee.' Het drietal van Hajduk Split wordt Grijzenhouts centrale as, waarbij de eergierige Weber een hoofdrol opeist. Alain De Nil, ploegmaat tussen 1988 en 1992: 'Het was soms een ramp om met Josip te voetballen. Hij stond aan de cornervlag en, hoewel er voor doel drie mensen stonden te wachten, stampte hij de bal toch zelf binnen. Op training oefende hij dikwijls vrije trappen: onvoorstelbaar hoeveel keer hij de bal over die hoge netten shotte. En toch ging hij in de wedstrijd achter de bal staan, terwijl we met Karacic een echte specialist in de ploeg hadden. Maar Josip krulde de bal wel in de winkelhaak. Een echte topspits, die in zijn laatste drie seizoenen gemiddeld telkens dertig goals maakte. Bij Cercle Brugge, hé!' Weber wordt drie keer topschutter in de competitie en maakt zich bij de supporters vooral onsterfelijk wanneer hij in het seizoen 1992-1993 in de stadsderby's vier van de zes doelpunten scoort. Voor het eerst in 66 jaar wint groen-zwart de twee derby's. Op de achtergrond speelt inmiddels in zijn vaderland de oorlog. Kroatië, Servië, Bosnië, het spat bloederig uit elkaar. De drie Kroaten van Cercle zetten vanuit Brugge humanitaire acties op. Ze worden zelf ook persoonlijk getroffen, Weber verliest een verre neef, Karacic zijn schoonbroer. Irina heeft elke dag contact met het thuisfront, maar Split komt, beschermd door de zee en de bergen, relatief ongeschonden uit de strijd. Hun acties krijgen massaal steun in het Brugse. In die periode ontstaat ook de nationale ploeg van Kroatië. Als die een eerste keer in de rood-witte dambordkleuren aantreedt voor een match tegen de VS (op 17 oktober 1990), is Weber er niet bij. Hij maakt wel deel uit van de selectie die in de zomer van 1992 naar Australië reist. De echte start, want Kroatië wordt door de FIFA die zomer (op 3 juli) officieel erkend. Eigenlijk had heel voetballend Joegoslavië dan in Zweden moeten zitten voor het EK, maar vanwege de oorlog en het uiteenvallen van het land, werd het team in laatste instantie vervangen door de latere Europees kampioen Denemarken. Weber zal de eerste vriendschappelijke match met zijn land verliezen (3-1), maar wel scoren. Het eerste officiële doelpunt van zijn land. Wat dan niemand weet, is dat in het hoofd van de Webers een felle strijd woedt. De oorspronkelijke afkeer van België is helemaal weg, ze hebben zich goed gesetteld in Sint-Kruis-Brugge. 'We horen thuis in België', zegt Irina. Josip: 'En dat moet ik respecteren. I want my family to be happy.' Haar vader vindt dat ook. In 1991 al, in volle oorlogsstrijd, vraagt hij waarom de Webers geen Belgen worden. Hij ziet wat in zijn land en in heel ex-Joegoslavië gebeurt, etnische zuiveringen, en vindt dat daar lessen uit moeten worden getrokken. Irina kan zich daarin vinden. Josip heeft het er iets moeilijker mee, geeft hij in januari 1994, drie jaar later, toe. Op dat moment is de hele papierwinkel zo goed als afgerond. 'Als je in Kroatië opgroeit en je verneemt op het ogenblik dat je ver weg bent, dat je geboorteland na duizend jaar onafhankelijk wordt, doet je dat iets. Je bent vervuld van trots. Dat maakt het zo moeilijk. Ik kies niet graag.' Kiezen moet hij qua identiteit niet, hij behoudt zijn Kroatische nationaliteit en krijgt er de Belgische bovenop. Maar op sportief vlak trekken ze wel aan zijn mouw: voor zijn oude vaderland voetballen, of voor zijn nieuwe? Het wordt het nieuwe, blijkt snel. Nog geen Belg zijnde zegt hij in augustus 1993 af voor Kroatië-Polen. Een teken. Irina, in die periode: 'Maar met voetbal had onze keuze in eerste instantie absoluut niks te maken.' Wanneer hij in zijn zesde Brugse seizoen op weg is om voor de derde opeenvolgende keer topschutter te worden, is duidelijk dat Weber Cercle is ontgroeid. Dat hij er zo lang bleef heeft met Irina te maken, net als haar Josip behoorlijk honkvast, én met zijn karakter. Paul Duchêne, ex-voorzitter van Cercle: 'Een eerlijk en correct man, de contractbesprekingen met Josip gebeurden altijd bij mij thuis in de living, om een ontspannen en serene sfeer te kunnen creëren. Weber was geen moeilijke op dat gebied, ook al omdat hij nooit een manager bij zich had. Zelfs toen hij naar Anderlecht kon, heeft hij lang getwijfeld. Ik heb dat contract gelezen. Prachtige condities.' Sportief waren er twijfels, of hij bij een topclub wel kon aarden met zijn spelstijl als counterspits. Club Brugge nam hem nooit, Anderlecht wachtte lang. Bij KV Mechelen koos Georges Leekens ooit voor een veel duurdere Zweed, en Martin Lippens kwam namens Bordeaux wel een paar keer kijken, maar hapte niet toe. Alleen Raymond Goethals was gecharmeerd. Toen Jean-Pierre Papin Olympique Marseille in 1992 inruilde voor Milan, reikte hij Bernard Tapie de naam van Weber aan. Tapie bedankte, een spits van Cercle? Te kleine naam. Webers eerste officiële interland met België, 4 juni 1994, is een godsgeschenk voor... Cercle. België - Zambia 9-0, Joske scoort vijf keer. Carlier: 'Michel Verschueren zat achter mij. Na Josips eerste doelpunt vroeg ik of hij overtuigd was. Nee. Na negentig minuten dus wel... Roger Vanden Stock en Verschueren kwamen bij Georges Ingelbrecht thuis. We begonnen te onderhandelen aan 120 miljoen frank. Roger belde naar zijn vader, Constant. Hij zei wat de vraagprijs was. Een paar minuten stilte.' De clubs komen er niet meteen uit. Ingelbrecht: 'Ik stelde hen voor om vijf minuutjes in mijn tuin te gaan wandelen en goed na te denken. Toen ze terug binnenkwamen, bereikten we een akkoord: 110 miljoen Belgische frank.' Met 144 goals op zijn teller trekt de import-Belg naar het Constant Vanden Stockstadion, eerste tussenstop: WK in de Verenigde Staten. In de aanloop - tegen Zambia, Hongarije en de Amerikaanse olympische ploeg - scoort Weber negen keer, het WK wordt echter een afknapper: Joske blijft droog staan, vindt dat hij wordt geboycot en raakt van de groep geïsoleerd. Peruzovic zal later verwijzen naar het gebrek aan ervaring op topniveau met verdedigers à la Jürgen Kohler. En zelf gaf Weber toe last te hebben gehad van stress. Drie grote kansen, drie missers. 'Bij Cercle gingen die zeker binnen.' Na een korte vakantie neemt Weber bij Anderlecht een blitzstart - veertien doelpunten - maar nog in zijn eerste seizoen loopt hij een zware knieblessure op. Achterste kruisbanden en mediale band gescheurd, voorste kruisbanden zwaar geraakt. Het gebeurt niet tijdens een wedstrijd, maar op training. Blijven steken in de sproei-installatie bij een tackle in een duel met Olivier Doll, het kostte Filip De Wilde ooit ook een meniscusletsel. Weber zal er later in interviews nog geheimzinnig over doen en zeggen dat niemand de juiste waarheid kent. Hij knokt terug, maar twee jaar erna, na zes operaties, gooit de 32-jarige voetballer de handdoek. In drie seizoenen Anderlecht speelt hij amper 23 competitiewedstrijden, zijn laatste dateert van 11 oktober 1995, op bezoek in het Veltwijckpark van Germinal Ekeren. Een troosteloos decor voor een triest einde. Maar met, alweer, een doelpunt. Zijn 150e en allerlaatste. Hoe gelukkig ze in Brugge ook waren, de familie keert nadien terug naar Kroatië. Weber krijgt nog een aanbod om trainer te worden van KV Kortrijk, maar gaat er niet op in. Irina vanuit Slavonski Brod: 'Het klimaat is hier veel beter. Bar koud in de winter, maar vanaf de lente en in de zomer leeft iedereen buiten.' In 2014 slaat het noodlot er opnieuw toe: kanker. Drie jaar later overlijdt hij, net voor zijn 53e verjaardag. DOOR CHRIS TETAERT EN PETER T'KINT - FOTO'S BELGAIMAGEVan zijn Duitse voorouders erfde hij zijn pioniersdrang en karaktersterkte.