Twintig jaar na zijn laatste landstitel begon Standard aan de competitie met één ambitie : kampioen worden. Vanuit die optiek had de club zware financiële inspanningen geleverd door bijna de hele spelerskern te behouden en, vooral, door Robert Waseige ervan te overtuigen de Rode Duivels op te geven en naar Sclessin terug te keren.
...

Twintig jaar na zijn laatste landstitel begon Standard aan de competitie met één ambitie : kampioen worden. Vanuit die optiek had de club zware financiële inspanningen geleverd door bijna de hele spelerskern te behouden en, vooral, door Robert Waseige ervan te overtuigen de Rode Duivels op te geven en naar Sclessin terug te keren. De hoge verwachtingen bij de Rouches werden al gauw omgebogen naar een heuse nachtmerrie. Van bij de voorbereidingswedstrijden werd duidelijk dat Standard weliswaar over een degelijk basiselftal beschikte, maar dat de kern veel te krap uitviel. Jonge elementen stoffeerden de bank : ze hadden in het eerste gedeelte van het seizoen de maturiteit noch de ervaring om echt de concurrentie aan te gaan met de titularissen. Bovendien waren de kalendermakers de Luikenaren niet bepaald gunstig gezind geweest : de eerste zeven wedstrijden kondigden zich, gezien de aard van de tegenstand, als loodzwaar aan. Op de koop toe verloor Standard meteen Eric Van Meir, van wie de knie definitief de geest gaf. Dadelijk werd ook zichtbaar dat de spelerskern te veel linksvoetigen bevatte en te weinig materiaal waarmee de ploeg op de flanken uit de voeten kon. Een leemte waaraan de komst van Aleksandar Mutavdzic en Fredrik Söderström weinig of niet verhielp, aangezien het twee rechtsvoetige, bij voorkeur centraal opererende spelers betreft. Robert Waseige werd vlug gecontesteerd, ook door een deel van de spelersgroep, die hem een gebrek aan motivatie en te veel tactische wijzigingen verweet. Eind september nam Dominique D'Onofrio over, installeerde een 4-3-1-2-systeem, dat vrijwel onmiddellijk vruchten afwierp. Standard realiseerde een sterke remonte en vatte bij het ingaan van de winterstop post op de vijfde plaats. Op dat ogenblik verliet Ali Lukunku de club, waardoor Ole-Martin Aarst eenzaam achterbleef in de spits en de ploeg té afhankelijk werd van de Noor. Een Europees ticket afdwingen via de competitie bleek vrij vlug een aartsmoeilijke opdracht, maar in de beker van België behield Standard geruime tijd perspectieven. In de kwartfinales ontmoette het La Louvière, maar in de terugmatch ging een gunstige uitgangspositie (3-1) verloren (2-0). Standard kreeg daar zo'n mentale dreun van dat het ook in de competitie z'n laatste kansen op Europees voetbal verkwanselde. Het seizoen doofde uit als een kaars. Een paar jongeren grepen nog de hen geboden kans met beide handen. Ondertussen deemsterden enkele pijlers ( Goossens, Walem, Moreira) weg in de anonimiteit. door Pierre Bilic