Hoe zou Armstrongkenner en (ex-)fan Mart Smeets zich nu voelen, als hij terugdenkt aan die novemberdag in 2009 toen hij te gast was bij Lance Armstrong in Texas, hij The Boss de vervelende dopingvraag stelde en de Amerikaan antwoordde, terwijl hij Smeets récht in de ogen keek: "Niemand is zo slim en zo doortrapt dat hij met zoiets zeventien, achttien jaar wegkomt. No way!"?
...

Hoe zou Armstrongkenner en (ex-)fan Mart Smeets zich nu voelen, als hij terugdenkt aan die novemberdag in 2009 toen hij te gast was bij Lance Armstrong in Texas, hij The Boss de vervelende dopingvraag stelde en de Amerikaan antwoordde, terwijl hij Smeets récht in de ogen keek: "Niemand is zo slim en zo doortrapt dat hij met zoiets zeventien, achttien jaar wegkomt. No way!"? Hoe zouden die tienduizenden toeschouwers zich nu voelen, wanneer ze terugblikken op die julidag in 2005 toen ze Armstrong op de Champs-Élysées na zijn zevende Tourzege à la Barack Obama hoorden oproepen om "te geloven in mirakels, het wielrennen en zijn atleten"? En hem hoorden debiteren dat "er geen geheimen bestonden om de Tour te winnen, alleen keihard werken"? Hoe zouden die vele kankerpatiënten zich nu voelen, die ooit aan Armstrong vroegen om hen, als een weer op aarde neergedaalde Jezus, aan te raken in de hoop genezen te worden? Of die gewoon moed putten uit zijn comebacksprookje, maar nu lezen dat de Texaan in 1998 verklaarde dat hij bij een eventueel dopingprobleem zich geen zorgen zou maken omdat hij dan "zijn kankerkaart kon uitspelen"? Misschien is dat gevoel het best te omschrijven met de tweet van ex-believer André Denys, de Oost-Vlaamse gouverneur en voormalig kankerpatiënt die tijdens zijn ziekte een opbeurende videoboodschap van Armstrong himself kreeg. "Vandaag neem ik afscheid van mijn icoon. Lance, tot het laatste heb ik je verdedigd. De ontgoocheling is bitter." Een te begrijpen deceptie over een renner die naast de grootste trainingsmaniak ook de grootste dopeur van zijn tijd bleek te zijn. En - wat het nog erger maakt - samen met zijn rücksichtsloze partner in crime Johan Bruyneel op een misdadige manier anderen meetrok in zijn honger naar succes, macht en geld. Een appetijt die zo groot was dat hij nog geen jaar na het ontploffen van de Festinabom, en amper genezen van kanker, zich weer begon te doperen. Zo groot dat hij in 2009 een comeback maakte omdat hij naar eigen zeggen de kankerproblematiek (of beter: de kas van zijn Livestrongstichting) nieuw leven wou inblazen en daarvoor 'bereid' was zijn lichaam weer te vergiftigen met doping - je zou hem bijna een medaille voor zelfopoffering geven. Het tekent de vreemde dualiteit in de mens Armstrong: de geprezen kankeroverlever/-bestrijder - en daar heeft hij ongetwijfeld zijn verdienste - versus de bedrieger, die wél zo slim en doortrapt was om dopingjagers en miljoenen fans te misleiden. En nu niet anders kan dan halsstarrig te blijven ontkennen, omdat hij bij een biecht een nog veel groter risico op een celstraf en enorme schadeclaims loopt. De hamvraag is nu: wat te doen met deze ontgoocheling? Velen zeggen: laat het verleden rusten en kijk vooruit. Maar wie wil een toekomst gebaseerd op alleen maar leugens? Hoe wil je je huis lekker laten ruiken als in de kelder tientallen rottende kadavers liggen? Met een luchtverfrisser kun je de meest penetrante reukjes wel verdoezelen, maar uiteindelijk zal de stank altijd bovendrijven. Natuurlijk is het een utopie dat je alle lijken kunt opruimen, maar als morele plicht ten opzichte van de onschuldige jeugd van vandaag moet men het ten minste proberen. Na de Festina- en de Fuentesaffaire zijn al twee kansen verknoeid, het zou doodzonde zijn om ook een derde onbenut te laten. Zo niet, dan zal het wielrennen zijn aan diggelen geslagen geloofwaardigheid nooit meer kunnen herstellen. In die zin zou de zaak-Armstrong het beste kunnen zijn wat deze sport de laatste twee decennia is overkomen. 'Zou kunnen zijn' en niet 'is', want dan moeten de UCI en alle (ex-)renners, ploegleiders, dokters, soigneurs die deel uitmaakten van 'het systeem' én van het huidige profpeloton tabula rasa maken met hun duister verleden. Meermaals werd er al gewag gemaakt van een onderzoeks/waarheidscommissie, desnoods op initiatief van het wereldantidopingagentschap WADA of het IOC, die de beerput van de laatste vijftien jaar helemaal omkeert en reinigt. Van een volledige amnestie voor dopingzondaars kan echter geen sprake zijn, want dan zend je een verkeerde boodschap uit: wie sluw genoeg was om zich niet te laten pakken, kreeg indertijd geen straf en ook nu niet. De WADA-code laat dat ook niet toe: een bekentenis afleggen of meehelpen in een dopingonderzoek kan je schorsing maximaal voor driekwart reduceren - zoals bij George Hincapie en co: zes maanden in plaats van twee jaar. Alleen wie de (eenmalige) kans grijpt om oprecht uit de biecht te klappen, zo'n lichtere straf aanvaardt, zweert een cleane wielercultuur te willen omarmen en bereid is daar ópenlijk voor te vechten, zoals een bekeerling als Garminrenner David Millar, heeft nog zijn plaats in het peloton - al moet je in het wielrennen met opportunistische beloftes altijd voorzichtig blijven. Degenen die weigeren mee te werken en het dopinglicht blijven ontkennen, moeten definitief koud gesteld worden. Met name heerschappen die bij topploegen aan de touwtjes trekken, zoals Alexandre Vinokoerov, de alleenheerser bij Astana, of Viatsjeslav Jekimov, die aan de zijde van Armstrong vijf keer de Tour reed, ongetwijfeld van alles op de hoogte was en vorig jaar Tyler Hamilton nog "een op geld beluste leugenaar" noemde toen die met zijn verhaal naar buiten kwam. Die Jekimov werd onlangs aangesteld als nieuwe manager van Katjoesja - hoe verzínnen ze het. Een onderzoeks/waarheidscommissie zou dopingpraktijken uit het verleden kunnen blootleggen en met name de spilfiguren in die carrousels ontmaskeren die nog altijd in de periferie van veel wielerteams meedraaien. Niet alleen Vino en Jekimov, maar vooral ook de gewetenloze dealers en dopingdokters als Michele Ferrari moeten eruit, want zolang zij als aasgieren boven het peloton hangen, zullen ze (te) ambitieuze prooien makkelijk verleiden. Bovendien zullen veel renners zo blijven twijfelen aan de zuiverheid van hun collega's en geneigd zijn om ook de verboden grens te overschrijden - "mijn concurrenten doen het, dus kan ik niet achterblijven als ik wil winnen" - een van de meeste aangehaalde oorzaken van de vicieuze dopingcirkel. Hoewel ze jaren machteloos stond door nog niet geperfectioneerde tests en de jongste jaren een voorloper geweest is inzake dopingbestrijding, moet ook de UCI mea culpa slaan. Voorzitter Pat McQuaid en ex-president Hein Verbruggen lieten echter al verstaan dat de wielerunie niet verantwoordelijk gesteld kan worden voor de epojaren en dat teruggrijpen naar het verleden het wielrennen van de toekomst niet vooruithelpt. Het betere struisvogelwerk dus, van een instantie die uit een soort van vreemde Realpolitik de louche zaken van Armstrong, die in zijn eentje het wielrennen op een mondiaal platform lanceerde, in de doofpot stopte. Hoe anders valt te verklaren dat The Boss ondanks alle (achteraf gezien correcte) dopingbeschuldigingen jarenlang buiten schot bleef? Of dat Bruyneel uren op voorhand wist wanneer de dopingcontroleurs op de deur zouden kloppen? Of dat de UCI - in ruil voor een gift van 125.000 dollar - niets deed met het verdachte epostaal dat de Amerikaan in de Ronde van Zwitserland van 2001 afleverde? En in 2009 en 2010 de bevindingen van meerdere experts van het biologischpaspoortpanel over Armstrongs 'hoogst verdachte bloedwaarden' straal negeerde? Dezelfde organisatie ook die de zaak over de Texaan uit de handen van het USADA wilde halen, maar teruggefloten werd door het WADA omdat ze haar eigen regels niet respecteerde. Dezelfde instantie die een rechtszaak aanspande tegen Floyd Landis en de kritische journalist Paul Kimmage, wegens beschadiging van haar imago, terwijl die twee niet meer dan de waarheid spraken/schreven. Wie zegt bovendien dat Armstrong de enige was die de UCI een hand boven het hoofd hield? Zo werd de 50 picogramplas van Alberto Contador in de Tour van 2010 pas drie maanden later openbaar gemaakt, nádat een ARD-journalist Pat McQuaid met de positieve test geconfronteerd had... Dé vraag is nu of de Internationale Wielerunie de beslissing van het USADA om Armstrongs Tourzeges te schrappen zal aanvaarden. Eerder gaf ze al aan dat ze dat zou doen, mócht de motivatie van het Amerikaanse dopingagentschap 'sluitend' zijn. Na zo'n vernietigend rapport lijkt dat volkomen logisch, maar de wegen van McQuaid en co zijn ondoorgrondelijk. Eén ding is zeker: stapt de UCI toch naar het TAS, dan schiet ze het laatste restje geloofwaardigheid dat ze nog heeft helemaal aan flarden. Wil de wielerbond dat imago, en dat van het wielrennen in het algemeen, weer opbouwen, dan moet McQuaid aftreden of in 2013 ten minste afzien van een nieuwe voorzitterskandidatuur. En dan moet ook Verbruggen, die nog altijd een grote rol achter de schermen speelt, zijn conclusies trekken. Maar die kans is klein. De UCI is immers, net als de FIFA, een non-profit organisation, waardoor de leiding zich officieel aan geen enkele aandeelhouder moet verantwoorden. McQuaid bevestigde op het WK zelfs dat hij voor een nieuw mandaat als voorzitter gaat en het woord schuldbekentenis staat niet eens in zijn woordenboek. Ook Verbruggen zal zich vastklampen aan zijn postje. Sowieso zou hun ontslag slechts een oppervlakkige schrobbeurt zijn. Meer diepgaande oplossingen zijn daarom noodzakelijk, zoals een onderzoekscommissie gepaard aan een collectief mea culpa en een eenmalige, gedeeltelijke amnestie. Zonder dat je daarbij alle erelijsten omgooit en plots de eerste renner zonder dopingverleden in de uitslag tot winnaar uitroept, want wie zegt dat ook die geen boter op het hoofd heeft? Beter is dan om, zoals Tourorganisator ASO van plan is, een kruisje bij bepaalde edities te zetten. Zodra een vette streep getrokken is onder dat verleden, kan men nieuwe fundamenten leggen en preventieve maatregelen uitwerken: door al wie zondigt met doping in de toekomst te verbieden een leidinggevende functie in een wielerteam uit te oefenen, om zo de intrede/terugkeer te bespoedigen van niet aangebrande en visionaire managers als Bob Stapleton (ex-HTC-HighRoad). Door ook de schorsingen en geldboetes nog veel zwaarder te maken of door alle controles en de monitoring van het biologisch paspoort van renners niet meer door de UCI, maar door een onafhankelijke instantie te laten uitvoeren, om eventuele belangenvermenging in de toekomst uit te sluiten. Helaas blijkt uit de reacties van de voorbije week dat een collectieve schuldbekentenis vanuit de hoek van ex-renners, ploegleiders of dokters even onrealistisch is als een ontslag van McQuaid en Verbruggen. Johan Museeuw lanceerde begin september nog een voorzichtige oproep, maar ondanks de onthullingen van Hincapie en co blijft het voor de rest oorverdovend stil. Ook de Belgische leden van US Postal die voorlopig buiten schot blijven (onder meer Bruyneels rechterhand Dirk Demol en verzorger Freddy Viaene - naast Bruyneel de enige landgenoot die in het USADA-dossier genoemd wordt) weigerden te reageren, en de renners die wel bereikbaar waren, Jurgen Van den Broeck en Stijn Devolder (die 'op aandringen van Bruyneel' een contract bij RadioShack getekend heeft voor 2013), vielen uit de lucht. Want, zeggen ze: zij behoorden nooit tot het 'A-team' van Armstrong. Ook Marc Wauters en Michael Boogerd wisten natuurlijk niets van het gedoogbeleid bij Rabobank waar Levi Leipheimer over getuigde. Zelfs van de huidige generatie durfden opvallend weinig renners - op Bradley Wiggins na - openlijk Armstrong af te vallen. Uit lijfsbehoud worden de rangen opnieuw gesloten, lijkt de Heilige Omerta nog altijd alive and kicking en zal nog moeten blijken of de zaak-Armstrong een keerpunt of een van de vele mijlpalen in de eenrichtingsstraat van een alsmaar voortschrijdende dopingprocessie wordt. In 1992 repliceerde Jack Nicholson als kolonel Nathan Jessep in de film A Few Good Men op een bevel van advocaat Tom Cruise (" I want the truth!") met de legendarische quote " You can't handle the truth!" Het valt te vrezen dat ook het wielrennen nooit echt klaar zal zijn voor de gehele waarheid en niets anders dan de waarheid. Voorlopig is het eerder hopen dat de demasqué van Armstrong potentiële dopingzondaars zal afschrikken en dat de eenzame, visionaire kruisvaarders ooit hun gevecht winnen. Tot dan moet en zal argwaan ook de komende jaren het deel van elke renner zijn die een (buitengewoon) nummer uit de benen schudt, zelfs al gaat het om een Belg die wereldkampioen wordt. Verdomd jammer voor een generatie nieuwe, cleane renners, maar zonder een verregaande catharsis zal ook hun imago aangetast worden door de excessen van hun voorgangers. En misschien ook door die van zichzelf... DOOR JONAS CRETEURWil de UCI haar imago weer opbouwen, dan moet McQuaid aftreden en moet ook Verbruggen zijn conclusies trekken. Het valt te vrezen dat het wielrennen nooit echt klaar zal zijn voor de gehele waarheid en niets anders dan de waarheid.