Om de Pro Licencecursus te volgen, betaal je in dit land 215.000 oude Belgische frank. Vreemd genoeg kunnen anderzijds trainers die werkloos zijn en de ontwikkelingen op het veld willen blijven volgen, nauwelijks naar het voetbal. Omdat ze geen fankaart hebben, kunnen ze immers geen ticket kopen. Scheidsrechters daarentegen hebben wél een vrijkaart om overal te gaan kijken, zowel nationaal als internationaal. Ik vraag me af waarom dat onderscheid met toekomstige trainers wordt gemaakt. En waarom er een regel bestaat dat je 35 A-interlands mo...

Om de Pro Licencecursus te volgen, betaal je in dit land 215.000 oude Belgische frank. Vreemd genoeg kunnen anderzijds trainers die werkloos zijn en de ontwikkelingen op het veld willen blijven volgen, nauwelijks naar het voetbal. Omdat ze geen fankaart hebben, kunnen ze immers geen ticket kopen. Scheidsrechters daarentegen hebben wél een vrijkaart om overal te gaan kijken, zowel nationaal als internationaal. Ik vraag me af waarom dat onderscheid met toekomstige trainers wordt gemaakt. En waarom er een regel bestaat dat je 35 A-interlands moet hebben gespeeld vóór je overal gratis binnen kan. Daardoor komt het dat analisten, zoals ik, een perskaart aanvragen. Daar komt dan weer kritiek op, zoals een paar weken geleden ook in dit blad. Maar ik vraag me af : hoe moet iemand die over heel het land naar wedstrijden wil gaan kijken, dat met al die fankaarten voor mekaar krijgen ? Wie bijvoorbeeld beslist om op zondagmiddag naar Heusden-Zolder - Standard te gaan, hoeft zonder fankaart niet eens te vertrekken. Ondertussen maakt de honger naar de titel veel krachten los in het kampioenschap. Dat zie je nu heel duidelijk aan de gretigheid waarmee Anderlecht voetbalt. Twee jaar geleden zag je het ook bij RC Genk (dat in de volgende campagne terugviel) en vorig seizoen bij Club Brugge. De meeste spelers zaten toen aan hun absolute top en kenden de beste periode uit hun carrière. Dat heeft een grote tol geëist, ook en vooral psychologisch. Toen al kon je eigenlijk voorspellen dat ze die lijn moeilijk zouden kunnen doortrekken. Opvallend bij Club Brugge is dat spelers die aanvankelijk moesten vertrekken, nu de ploeg dragen, met name Philippe Clement en Andrés Mendoza. Meer dan door het ploegbelang worden ze gedreven door eigenbelang. Dat blijkt nog altijd de beste stimulans te zijn : externe omstandigheden bepalen op een gegeven moment of je jezelf wil bewijzen. Kijk maar naar Ivica Mornar bij Anderlecht. Toen ik na de blessure van Nenad Jestrovic voorzichtig opperde dat Mornar de ideale vervanger is, werd er hier en daar schamper gelachen. Nu lacht niemand nog. Bij succes treedt er snel gewenning op. Club Brugge maakt het nu mee. Bij buitenlandse clubs heb je een psycholoog die de spelers dan begeleidt, want de trainer houdt zich daar niet mee bezig. Hier is er echter geen geld voor een psycholoog. Zelfs niet voor een gedegen jeugdopleiding : met de hakbijl boven het hoofd, blijven clubs in de eerste plaats werken om de licentie te halen. Jammer dat Anderlecht op dat vlak al jaren geen trendsetter is. Want nu wordt duidelijk hoe lonend een jeugdopleiding kan zijn : met het geld dat Anderlecht ooit voor Vincent Kompany zal vangen, worden de investeringen dubbel en dik terugbetaald. Door Wim De Coninck