Hoeveel van alle mensen die vooraf debiteerden dat Zuid-Afrika een haard van onveiligheid was, zouden er op dat moment eigenlijk al in dit land zijn geweest? Welke onheilspellende verhalen vielen er niet over deze natie te horen? Alsof je naar een oorlogsgebied trok, alsof er om de hoek van iedere straat iemand klaarstond om je te overvallen en te vermoorden, alsof Zuid-Afrikanen zulke chaoten zijn dat ze niet bij machte waren om het grootste sportevenement ter wereld te organiseren.
...

Hoeveel van alle mensen die vooraf debiteerden dat Zuid-Afrika een haard van onveiligheid was, zouden er op dat moment eigenlijk al in dit land zijn geweest? Welke onheilspellende verhalen vielen er niet over deze natie te horen? Alsof je naar een oorlogsgebied trok, alsof er om de hoek van iedere straat iemand klaarstond om je te overvallen en te vermoorden, alsof Zuid-Afrikanen zulke chaoten zijn dat ze niet bij machte waren om het grootste sportevenement ter wereld te organiseren. En vooral: hoe bestaat het dat de Nederlandse ambassade in Zuid-Afrika een oranje boekje op de markt bracht met... over-levingstips? Mensen die langs een statige straat in de hoofdstad Pretoria resideren, tussen allemaal deftige huizen, verscholen achter hekkens en een gesofistikeerde alarminstallatie, omringd door veel zwarte hulpjes en waarvan je je afvraagt hoeveel keren ze uit hun cocon treden? Maar ze hebben wel een mening en ventileren die luid en duidelijk. En ze schrikken potentiële toeristen af om naar Zuid-Afrika te komen, ze wurgen als het ware het land. Natuurlijk is een verblijf van vijf weken in Zuid-Afrika niet meer dan een momentopname. En uiteraard waren de veiligheidsvoorzieningen enorm, zij het dat veel op een discrete manier gebeurde. Zo zou er zelfs een satelliet boven Zuid-Afrika hangen die alle eventuele aanslagen tijdig kon detecteren. Het haalde nauwelijks de media. Want veel meer dan voor de criminaliteit in eigen land werd daarvoor in Zuid-Afrika gevreesd. Om de ziel te verminken van een land dat zich na een verdorven verleden weer probeert op te richten. Dat is op zich al moeilijk genoeg. Want hoe ontluisterend is het telkens weer om met al die littekens te worden geconfronteerd. In de tijd van de apartheid werden de zwarten veertig jaar dom gehouden en vernederd. Geen onderwijs, geen perspectieven, maar alleen discriminatie in zijn meest pure vorm. Je leest erover en dan zie je op de muren van de gevangenis in Robbeneiland, waar onder meer Nelson Mandela lang opgesloten zat, wat de gedetineerden te eten kregen. Voor de zwarten was het rantsoen nauwelijks de helft van dat van de blanken. En uiteraard word je telkens weer op een brutale manier met de neus op die schrijnende armoede gedrukt. Hoe prachtig dit land ook is, welke mooie panorama's je ook aantreft, langs de kust of in het binnenland, telkens weer duiken ze plots op, die eindeloze en rauwe townships waar mensen op vuilnisbelten leven, die telkens weer confronterende sloppenwijken, waar mensen doelloos rondlopen, waar kinderen spelen in de vuiligheid, waar niemand uitzicht heeft op een toekomst. Of je het nu voor de eerste of dertigste keer ziet, telkens weer word je stil van die labyrinten zonder hoop. En toch zag je ook daar, zoals in Soweto, af en toe een Zuid-Afrikaanse wimpel, als teken van verbondenheid met het WK dat een land weer op de kaart moest zetten. Een land dat veertig jaar lang was afgesneden van de buitenwereld. Wat moet er in de hoofden van de toenmalige bewindslieden omgegaan zijn om mensen zo hun laatste greintje waardigheid te ontnemen? Een mooi maar dramatisch land, noemde de onlangs overleden Jan Wauters het Zuid-Afrika waar hij zes maanden per jaar woonde. Een land van contrasten, zoals we ook zelf vijf weken lang telkens weer ervoeren. Blanken die zich nog altijd superieur gedragen en zwarten als hun knechten beschouwen, de ene op een al wat pedantere manier dan de andere. Blanken die de meeste restaurants bevolken waar zwarten instaan voor de bediening en al eens nukkig reageren als het niet snel genoeg gaat. Ze kunnen, heel breed geschetst, niet leven met dat wat de zwarten is aangedaan. Vraag hen inderdaad niet om aan dezelfde tafel twee verschillende rekeningen te maken, want dat snappen ze niet. Ze zijn niet opgeleid en hebben nooit leren denken. Je moet ze alles vertellen en het telkens weer herhalen. En totaal geen benul hebben velen van wat er in de wereld omgaat. Zoals dat ene meisje dat hoorde dat je met het vliegtuig bent gekomen en vroeg of er in de lucht ook... wegen zijn. Die intellectuele achterstand valt niet te overbruggen. Daar zullen nog generaties overheen gaan. Zuid-Afrikanen zitten opgesloten in hun eigen denk- en leefwereld. Twintig jaar na de afschaffing van de apartheid zijn nog altijd 95 procent van de Zuid-Afrikanen nooit in het buitenland geweest. Daarom waren ze zo blij dat de wereld nu naar hen kwam. Want de vreugde om het WK, die was echt en authentiek. Natuurlijk klonken de vuvuzela's wat minder luid vanaf het moment dat Zuid-Afrika werd uitgeschakeld en moest de onvermijdelijk president Jacob Zuma dan opdraven om het volk toe te spreken. Zuma, die omwille van zijn harem en onderhand 22 kinderen niet door iedereen serieus genomen wordt en die destijds ook opgesloten zat op Robbeneiland. Dat leek in de periode na de apartheid wel een voordeel. Dat mensen die vroeger ook leden onder het regime en wat bagage hadden, nu de macht in handen namen. Ongeacht of ze daarvoor over de nodige compe-tenties beschikten. Het versnelde niet echt het groeiproces van de regenboognatie. Niet onlogisch is het daarom dat er nu een soort reddingsboei wordt uitgegooid naar mogelijke buitenlandse investeerders. Zonder die hulp gaat het niet. Maar enige onveiligheid hebben we in vijf weken Zuid-Afrika nooit gevoeld. Natuurlijk begaven we ons niet in de zwarte wijken, al gebeurde het één keer per vergissing wel, in Hillbrow, een voorstad van Johannesburg. Laat nu net daar onze auto stilvallen. Het euvel was snel verholpen, enkele zwarten keken toe, je kreeg de indruk dat je aan hen beter geen hulp kon vragen. Of was dat ook een vooroordeel? Achteraf hoorden we dat Hillbrow een van de meest beruchte wijken van Johannesburg is. Eén zaak is duidelijk: het voetbal was voor alle Zuid-Afrikanen een gigantisch feest. Sport verbroedert en zo is het in Zuid-Afrika al ten tijde van de apartheid geweest. Onder impuls van de toenmalige minister van sport voetbalden blanken en zwarten op een gegeven moment samen, de ene wist wel niet waar de andere woonde, maar het klasseverschil viel tijdens de wedstrijd niet te bespeuren. Ook dat bleek uiteindelijk een voorbode te zijn voor de afschaffing van de apartheid, al is dit een hoofdstuk dat je in de geschiedenisboeken niet vaak zal terugvinden. Sport geeft een land een identiteit en het is ook daarom dat Zuid-Afrika zich kandidaat wil stellen voor de Olympische Spelen van 2018. Zeker in het begin van het toernooi was het ontroerend om zien hoe uit vrijwel alle auto's de Zuid-Afrikaanse vlag wapperde, hoe het land geel en groen ademde, de kleuren van de Bafana Bafana. Zuid-Afrika was zowaar een symbool van een-heid. Natuurlijk zal dat niet zo blijven en sijpelen alle problemen vanaf deze week weer aan de oppervlakte. De hoge werkloosheid, het dramatisch aantal mensen dat besmet is met het hiv-virus, het gegeven dat een kwart van de bevolking moet rondkomen met één euro per dag. Het laat je niet ongevoelig als een man, zoals dat in de universiteitsstad Stellenbosch gebeurde, je op straat aanklampt om uit te leggen dat hij zijn elektriciteit niet kan betalen, de tranen staan hem in de ogen. Heel koud en ongevoelig moet je dan zijn om niets te geven. Ja, een dramatisch land, dat is Zuid-Afrika. Een natie die zichzelf wel weer een zelfbeeld gaf. Door de goede organisatie van het evenement, al had de FIFA daarvoor honderden mensen en de grote technologische middelen ingezet. En uiteraard keek je wel eens vreemd als je de veiligheidscontrole moest passeren vooraleer je naar de perszaal kon. De ene keer doorsnuffelde een hond je tas, de andere keer mocht je zomaar doorwandelen. Maar toch, het was allemaal minder streng en afgelijnd dan vier jaar geleden in Duitsland. Met een beetje overtuigingskracht kon je de pers-parking op, ook al had je geen officiële kaart. Een gebrek aan politieagenten was er nochtans nooit. Ook dat viel vijf weken lang op: overal een overvloed aan personeel. Zoals je dat eigenlijk constant zag. Met de vlaggenzwaaiers die je op het kleinste bouwwerk langs een straat moesten attenderen als ongekroonde kampioenen. Intussen is Zuid-Afrika weer in zijn vertrouwde plooi gevallen. Sinds dinsdag openden de scholen opnieuw hun deuren. De vuvuzela's zijn niet meer te horen. Neemt de criminaliteit, die tijdens het WK onbesproken bleef in de kranten, nu weer toe? Manifesteert Zuid-Afrika zich nu weer als een land met een gespleten ziel en was er tijdens het WK sprake van een artificiële situatie? En slagen de bewindsvoerders er echt in met het WK als springplank verder te werken aan het herstel? Je hebt er na vijf weken geen idee van. Je keek gewoon een dikke maand lang rond, je zag een WK zonder haperingen, je bespeurde niets van onveiligheid, compleet in tegenspraak met het sinistere beeld dat vooraf werd opgehangen. Je zag de erfenis van dit evenement voor het land: futuristische stadions waarvan je je afvraagt wat ermee gaat gebeuren maar vooral een wegennet dat tussen de grote steden de vergelijking met Europa kan doorstaan. En je ontmoette veel Belgen die daar woonden en die alle verhalen over onveiligheid zwaar relativeren en voor geen geld ter wereld terugwillen. Hoewel, iemand had toch een kritische kanttekening. Hij sprak over die mensen die in de uitzichtloosheid van de townships wonen en door de regering zo vaak werden gepaaid en ontgoocheld met valse beloftes. En hij vroeg zich af hoelang ze dat nog zouden pikken. En of op langere termijn het gevaar van een opstand niet dreigde. Dat is het laatste wat Zuid-Afrika kan gebruiken. Alle goodwill waarvoor het WK zorgde zou dan in één klap aan diggelen worden geslagen. Zuid-Afrika zou weer afglijden tot het verweesd land dat het lang is geweest. Een horrorscenario waar niemand durft aan te denken. door jacques sys - beelden reutersHoe kon de Nederlandse ambassade in Zuid-Afrika nu een boekje op de markt brengen met overlevingstips?