Zes jaar geleden besloot de liga om per eersteklasser verplicht een minimum aantal Belgen op het wedstrijdblad te schrijven. Eerst waren dat er vier, vervolgens vijf en nu moeten er zes Belgen (of in België opgeleide spelers,nvdr) in de kern zitten. Wij hebben daar tijdig op geanticipeerd en de beslissing genomen om zwaar te investeren in jeugdopleiding. Op dat vlak hadden we met onze Ajaxschool al een historiek, tal van eersteklassespelers kwamen uit die opleiding voort. Het is waar, op een bepaald moment hebben we die visie verlaten - dat was een ander beleid - maar ondertussen kiest deze club toch weer vol voor eigen kweek. Oostende besloot destijds niet in te gaan tegen de beslissing van de liga, integendeel, wij stemden resoluut voor die wijzigingen."
...

Zes jaar geleden besloot de liga om per eersteklasser verplicht een minimum aantal Belgen op het wedstrijdblad te schrijven. Eerst waren dat er vier, vervolgens vijf en nu moeten er zes Belgen (of in België opgeleide spelers,nvdr) in de kern zitten. Wij hebben daar tijdig op geanticipeerd en de beslissing genomen om zwaar te investeren in jeugdopleiding. Op dat vlak hadden we met onze Ajaxschool al een historiek, tal van eersteklassespelers kwamen uit die opleiding voort. Het is waar, op een bepaald moment hebben we die visie verlaten - dat was een ander beleid - maar ondertussen kiest deze club toch weer vol voor eigen kweek. Oostende besloot destijds niet in te gaan tegen de beslissing van de liga, integendeel, wij stemden resoluut voor die wijzigingen." Aan het woord is Arthur Goethals (68), de ex-CEO van Delhaize die in januari 2007 de fakkel overnam van Robert Volckaert als voorzitter van basketbalclub BC Oostende. Onder zijn bewind pakte Oostende de voorbije vier jaren vier landstitels en drie bekers. Daarmee schiet Oostende op de ranking aller tijden zelfs het legendarische Racing Maes Mechelen voorbij. De Belgische recordkampioen heet tegenwoordig BC Telenet Oostende, met ondertussen zestien landskroontjes. Dat dat met voornamelijk jongeren en Belgen gebeurt, maakt het des te indrukwekkender. "De investeringen voor zo'n Belgisch project zijn niet min (zo'n 300.000 euro per jaar, een tiende van het totale budget,nvdr), maar als je dan met zoveel Belgen op het terrein kampioen wordt, is de voldoening vele malen groter", erkent Goethals. De finalereeks tegen Mons was op dat vlak illustratief. Terwijl de typeploeg van Yves Defraigne uit vijf Amerikanen bestond, stonden er bij Oostende geregeld vier, soms zelfs vijf Belgen op het parket. Niet om wat mee te lopen, neen, ze hadden elk hun rol in het geheel. Jeugdproduct Quentin Serron als meesterverdediger en brok energie. Jean Salumu en Niels Marnegrave als supersubs. Guy Muya als ervaren wisselstuk. Pierre-Antoine Gillet als nieuwe briljant aan het Belgische basketbalfirmament, zowel offensief als defensief een topper in wording. Zijn uitverkiezing tot 'Speler van het Jaar' mag daar het bewijs van heten. En dan de eigenzinnige Khalid Boukichou, de rotgetalenteerde maar nonchalante dubbele meter onder de korf. Oostende zette in op zijn ruwe talent en rekende op coach Dario Gjergja om dat te polijsten. Met veel getier en gevloek lukte dat: Boukichou was een van de revelaties dit seizoen. Waarmee we bij de inbreng van de coach komen in dit succesverhaal. De 39-jarige Gjergja is ontegensprekelijk de protagonist in het verhaal, daar doet niemand flauw over. Ook voorzitter Arthur Goethals niet: "De komst van Gjergja in 2011 was een beslissende factor in dat hele project. We wisten dat hij een goeie was, dat had hij ondanks zijn jonge leeftijd al bewezen bij Charleroi als assistent en vervolgens als hoofdcoach bij Luik. Maar dat hij ons dit zou brengen, daar hadden we nooit van durven dromen. "Door hem goed te omkaderen - assistent Thierry Declercq en sportief directeur Philip Debaere verzetten achter de schermen bergen werk - en te steunen, komen we tot deze resultaten. Gjergja is een vat vol emotie, maar hij maakt spelers beter. De evolutie van onze jonge Belgen is aan hem te danken. Zijn naam opent ook deuren naar talentvolle jongeren uit andere landen. Mateusz Ponitka is daar het beste voorbeeld van: zonder Gjergja geen Ponitka." Gjergja wond er in een interview met dit blad onlangs geen doekjes om: hij is geen liefhebber van het Amerikaanse basketbal, dat volgens hem te veel gericht is op individualisme en vedettecultus. De Kroaat zweert bij een brede kern waarin iedereen inwisselbaar, of complementair, is. Die brede kern - met amper drie Amerikanen: JP Prince, Jared Berggren en Wes Wilkinson - was ook dit seizoen, waarin Oostende tot de zestiende finales mee ging in de Eurocup, een sleutel tot succes. Terwijl veel ploegen tegen het einde van een wedstrijd verslappen, kan BCO de (defensieve) druk opvoeren. Veel tegenstanders kijken daar gezond jaloers op toe. Zoals Yves Defraigne, coach van verliezend finalist Mons, moest toegeven: "Oostende staat lichtjaren voor op de rest." Is dat wel zo? Is dit de sterkste dynastie die het Belgische basketbal gekend heeft? De voorzitter van BC Oostende nuanceert: "Ik denk dat de Belgische competitie aan de top toch minder breed is dan vroeger. In de tijd van Maes Mechelen of Sunair Oostende had je veel talentrijke buitenlanders. Door de concurrentie uit de ons omringende landen en de economische crisis zijn we die troef kwijtgeraakt. Maar in de plaats is er een positieve tendens gekomen door meer Belgen in de ploegen te implementeren. Als ik zie hoe onze fans recht veren wanneer een 'eigen' jongen als Serron een driepunter binnen knalt... dat spreekt boekdelen. Het enthousiasme bij de toeschouwers is zoveel groter wanneer Belgen een wedstrijd winnen. Een belangrijke les." Eentje die Goethals nu wenst mee te nemen naar de liga van eersteklassers, waar hij weldra aan de slag gaat als voorzitter. "Ik heb een plan klaar om onze Belgische basketbalcompetitie meer visibiliteit te geven, want daar ligt volgens mij de sleutel om de teruglopende bezoekersaantallen te counteren. Dat we bijvoorbeeld amper nog aandacht krijgen op de VRT-zenders heeft pijn gedaan. Het is ook onbegrijpelijk dat een aantrekkelijke competitie als de Eurocup, waarin de Belgische clubs het goed doen, zo weinig aandacht krijgt. Ik hoop met mijn plan anderen mee te krijgen in dit positieve verhaal." Dat betekent wel dat BC Oostende op zoek moet naar een nieuwe voorzitter. Op 20 juni maakt de recordkampioen die naam (de Oostendse architect Johan Verborgh wordt genoemd) en de toekomstplannen bekend. "Maar veel zal er niet veranderen", zegt Goethals, die tevens uitgaat van een verlengd verblijf van succescoach Dario Gjergja. De Kroaat zelf gaf al aan een topclub in een mindere competitie te verkiezen boven een staartploeg in een topcompetitie. "Er zit nog rek op dit Oostende", oordeelt Goethals. "We zullen deze kern behouden en vertrekkers - onder andere Muya en Prince - waardig vervangen. De basis van jonge spelers blijft en het voordeel is dat ze de bagage van dit seizoen, met daarin achttien Europese wedstrijden, meenemen. Dat ze konden wennen aan een ritme van twee wedstrijden per week zal ons volgend seizoen nog sterker maken!" De rest van België is gewaarschuwd. Charleroi, Mons, Antwerp, Aalstar: het antwoord is aan hen. *titel: zin uit M'n Zeekapiting, een Oostendse evergreen van Lucy Loes, steeds uit volle borst meegezongen door de BCO-fansDOOR MATTHIAS STOCKMANS - FOTO'S: BELGAIMAGE"Volgend seizoen zullen we nog sterker zijn." BCO-voorzitter Arthur Goethals