Het moet een jaar of 35 geleden zijn dat we Gille Van Binst voor het eerst ontmoetten. Voetballers interviewen was toen simpel: je belde hen op en een dag later zat je bij hen thuis. In uitzonderlijke gevallen kon het ook twee dagen later zijn. Er waren geen privénummers, geen perschefs, er werden geen teksten nagelezen. Gille Van Binst zou dat laatste ook nooit hebben geaccepteerd. Hij zei altijd wat hij dacht. Onverbloemd en ongezouten. Hij had een hekel aan censuur.
...

Het moet een jaar of 35 geleden zijn dat we Gille Van Binst voor het eerst ontmoetten. Voetballers interviewen was toen simpel: je belde hen op en een dag later zat je bij hen thuis. In uitzonderlijke gevallen kon het ook twee dagen later zijn. Er waren geen privénummers, geen perschefs, er werden geen teksten nagelezen. Gille Van Binst zou dat laatste ook nooit hebben geaccepteerd. Hij zei altijd wat hij dacht. Onverbloemd en ongezouten. Hij had een hekel aan censuur. Interviews met Van Binst waren dan ook geen karwei. Je lachte met zijn gortdroge humor en de eindeloze reeks anekdotes die hij uit zijn mouw schudde. Gille praatte niet over veldbezettingen en strategieën, hij verheerlijkte geen andere mensen om daar zelf beter van te worden en hij hemelde zeker geen trainers op. Veel liever had hij het over feesten en uitspattingen, over fratsen die werden uitgehaald. Het leven was voor Gille een groot feest, al stond hij er op het veld altijd. Ondanks alle sterke verhalen hadden zijn interviews veel diepgang. Ook over het voetbal op zich kon hij namelijk boeiend praten. Geen clichés, geen voorgekauwde teksten, maar telkens eerlijke en soms zelfs provocatieve ontboezemingen. Het kostte hem een hoop interlands, maar veel liever dat dan dat hij zijn persoonlijkheid moest laten verminken achter een façade van hypocrisie. Omdat Gille Van Binst journalistieke aspiraties koesterde, had hij in het midden van de jaren tachtig een reeks interviews gemaakt voor dit magazine. Hij praatte met Robbie Rensenbrink en Johny Thio, met Pierre Carteus en Rik Coppens, met Nico de Bree en nog vele anderen. Telkens begeleidden we hem op die trektochten door België en Nederland, vaak tot in de vroege uurtjes, want bij ieder interview hoorde een met veel wijn overgoten etentje. Tot Gille dan plots van het toneel verdween en zich van de voetbalwereld verwijderde. Hij brak met zijn job als vertegenwoordiger van waterverzachters, hij doolde een tijdje het land rond, sliep in zijn auto en tuimelde in een burn-out. Zelfs naar een voetbalwedstrijd op televisie kon hij niet meer kijken. Tot we hem een jaar of vier geleden weer tegen het lijf liepen en Gille het idee opperde een boek te schrijven. Dat boek, met de toepasselijke naam Circus Voetbal, groeide met een verkoop van meer dan 10.000 exemplaren uit tot een echte bestseller. Gille stond eensklaps weer in de belangstelling en zag het weer helemaal zitten. Hij kreeg een nieuwe job als vertegenwoordiger van D&D Sport, een in Machelen gevestigd bedrijf in voetbalmateriaal. En hij schreef voor dit magazine wekelijks een column. Dat deed hij bijna twee jaar. Tournee Gillerale heetten zijn stukjes en ze werden gesmaakt. Ooit wilde Gille journalist worden. Die interesse liet hem nooit los. Hij schrijft goed, aan zijn columns hoefde je nauwelijks een woord te veranderen. Wekelijks vroeg hij of zijn stukjes wel goed genoeg waren, want hoe graag Gille het hoge woord voert, telkens weer wilde hij bevestiging. Die innerlijke onzekerheid is de rode draad doorheen zijn leven, al zijn er maar weinig mensen die hem zo kennen. Nu, na om en nabij de tachtig columns, stelde Gille voor weer een andere journalistieke richting in te slaan. Opnieuw interviews maken, met kleurrijke ex-collega's en met dezelfde toon als vroeger: geen droge feiten, maar wel luchtige verhalen die lezen als een trein, zonder poespas. U mag ze de komende maanden in dit blad verwachten. Met de stijl die hem kenmerkt: rechttoe en rechtaan, pikant en amusant. Een paar weken geleden werd Gille 61 jaar. Hij vertelt nog graag over het verleden, hij heeft de draad met zijn carrière nooit doorgeknipt. Dat helpt hem ook in zijn job. En misschien komt er ooit nog wel eens een tweede boek. Met nieuwe sterke verhalen. Want nog altijd vragen mensen hem om een exemplaar van Circus Voetbal - meer dan twee jaar nadat het boek op de markt kwam. Dat geeft hem een goed gevoel. Ook al kan hij hen niet helpen: de voorraad is uitgeput. JACQUES SYS