door Jacques Sys
...

door Jacques SysDe 0-2-zege van Anderlecht in Bordeaux en het uitzicht op een Europese overwintering gaven Hugo Broos voor het eerst dit seizoen wat ademruimte. Dat kwam niet te vroeg want in de coulissen werd al gemokt omdat de trainer in een poging om zijn elftal in de juiste vorm te gieten wat al te vaak wisselde. Het zorgde aanvankelijk voor verkramping en onzekerheid. Bovendien zag Broos zich voor de zoveelste keer in zijn carrière geconfronteerd met zijn zogenaamd gebrek aan communicatie. Dat werd zwaar uitvergroot toen Gilles De Bilde zich in een kinderlijke opwelling onheus behandeld voelde omdat hij zonder toelichting van de trainer voor de wedstrijd in Bordeaux was gepasseerd. De spits sprak onverbloemd over een gebrek aan respect. Steeds weer waan je je op dat soort momenten in een kleutertuin in plaats van in een gezelschap volwassen voetballers. Gilles De Bilde heeft op dit moment bij Anderlecht geen recht van spreken. Hij moet zwijgen en werken. De Bilde kan de dynamiek van het internationale topvoetbal nog moeilijk aan. Zijn snelheid is afgebot, zijn individuele flitsen worden zeker op het hoogste niveau steeds sporadischer. Wat blijft zijn enkele bevliegingen in de Belgische competitie. Maar alleen hij ziet dat anders. Het blijft vreemd dat zelfs gelouterde voetballers niet in staat zijn zichzelf te analyseren. Als ze door hun trainer met de realiteit worden geconfronteerd, gedragen ze zich als verwende pubers in plaats van voor de spiegel te gaan staan. Het is typerend voor de manier waarop de voetballerij is geëvolueerd. Voetballers zijn alleen met zichzelf bezig. Ze juichen in het begin van het seizoen als de kern is versterkt maar janken als er iemand aan hun plaats komt. Het is voor een trainer steeds moeilijker om in dat klimaat van egocentrisme het hoofd koel te houden. Hugo Broos doet dat op zijn manier. Hij vindt dat hij niet alle beslissingen die hij neemt tegenover de spelers moet motiveren. Dat is een zienswijze die misschien niet echt past in deze tijd van communicatie. Maar ze valt in ieder geval te prefereren boven deze van die trainers die zoveel praten dat ze zichzelf op de duur gaan tegenspreken. Tegenspraak was er de afgelopen maanden in Mechelen waar de doodsstrijd van de club steeds weer wordt gerekt. Ooit was KV een prachtige vereniging die gezelligheid en professionalisme goed wist te koppelen. Bestuurders hieven tijdens de Europese verplaatsingen op het traditionele banket het clublied aan en John Cordier was de eerste voorzitter in dit land die met een open boekhouding werkte. Weemoed overvalt velen bij de herinnering aan deze periode waarin Aad de Mos een aantal elders afgeschreven voetballers op een dusdanige manier motiveerde dat ze puur op rancune topprestaties neerzetten. Het was een staaltje van zelden gezien vakmanschap, ook al kon de Mos dezelfde prestatie later nooit meer neerzetten. Wat overbleef is een niet meer op te bouwen ruïne. KV Mechelen had geen toekomst meer met Willy Van den Wijngaert, maar het schijnt dat evenmin te hebben zonder de voorzitter. De afhankelijkheid van één man en een onvoorstelbaar wanbeleid dreigen tot de definitieve ondergang te leiden. Het blijft ontluisterend dat een club die de afgelopen vier jaar een injectie van een half miljard frank kreeg, zijn spelers niet meer kan betalen. Het tragische lot van KV Mechelen toont dat er van een sanering van het Belgisch voetbal nog altijd geen sprake is. Een paar maanden geleden kreeg de club zonder problemen een licentie. Binnenkort neemt de licentiecommissie de clubs weer onder de loep. Het valt te hopen dat er dan niet weer naar de weg van het compromis wordt gezocht. En dat men zich niet langer tevredenstelt als clubs de RSZ en de bondsschulden kunnen betalen. Clubs moeten, zoals bijvoorbeeld in het basketbal, gewoon een sluitende begroting kunnen voorleggen. Alleen dreigt dat voor een bloedbad te zorgen. Daar is iedereen bang voor. Zo bleef alles bij het oude. En mogen er overal lekken worden gedicht. Tot het schip onherroepelijk zinkt. Beter weinig spreken dan jezelf tegenspreken.