Patrick Vervoort : "Eigenlijk ben ik nog veel te jong om te niksen. Mijn vrouw vond mij meer dan eens zappend voor de televisie toen ze van het werk thuiskwam. Een mens moet overdag toch wat om handen hebben. Via een vriend kwam ik bij een expeditiebedrijf in het havengebied terecht. Een compleet nieuwe wereld. Je kan er eigenlijk niet voor studeren, je leert alles in de praktijk. Gelukkig heb ik een tamelijk bekende kop waardoor heel wat douanebeambten erg behulpzaam zijn. Zo vind ik makkelijker mijn weg in die wereld. Als je daar als volslagen onbekende jonge gast in terechtkomt, moet het niet simpel zijn, denk ik. Maar ik doe het erg graag. Ik ben constant tussen de mensen en kan goed overweg met die typische sfeer in de haven, ook al door het kleurrijke taalgebruik van de havenarbeiders. Ik ben voortdurend onderweg met douanedocumenten die afgestempeld en gevalideerd moeten worden.
...

Patrick Vervoort : "Eigenlijk ben ik nog veel te jong om te niksen. Mijn vrouw vond mij meer dan eens zappend voor de televisie toen ze van het werk thuiskwam. Een mens moet overdag toch wat om handen hebben. Via een vriend kwam ik bij een expeditiebedrijf in het havengebied terecht. Een compleet nieuwe wereld. Je kan er eigenlijk niet voor studeren, je leert alles in de praktijk. Gelukkig heb ik een tamelijk bekende kop waardoor heel wat douanebeambten erg behulpzaam zijn. Zo vind ik makkelijker mijn weg in die wereld. Als je daar als volslagen onbekende jonge gast in terechtkomt, moet het niet simpel zijn, denk ik. Maar ik doe het erg graag. Ik ben constant tussen de mensen en kan goed overweg met die typische sfeer in de haven, ook al door het kleurrijke taalgebruik van de havenarbeiders. Ik ben voortdurend onderweg met douanedocumenten die afgestempeld en gevalideerd moeten worden. "Voetbal is altijd mijn leven geweest, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik het nog amper volg. Ik kijk net zo graag naar een film. Kranten of tijdschriften koop of lees ik niet meer. Ik hoef het ook niet zonodig niet meer op de voet te volgen. Ik heb nu een andere job. Vroeger, toen voetballen mijn beroep was, keek ik wel veel. Ik miste niks. Je kwam altijd wel iets te weten over één van je volgende tegenstanders. Nu is het pure liefhebberij. Ik speel nu bij vierdeprovincialer Mariaburg uit Brasschaat. Veel ex-topvoetballers halen er misschien hun neus voor op en hebben schrik om te veel stampen te krijgen. Ik zeg niet dat ik niet geviseerd word, maar ik kan er goed mee om. "Dat het verschil groot is, spreekt voor zich. Ik ben altijd iemand geweest die voor een voetballende oplossing koos. Als linksachter kon ik technisch aardig uit de voeten. Vandaar dat ik na Bordeaux, waar ik sportief het beste niveau haalde en waar ook het leven me ontzettend beviel, zo graag naar Italië wilde. Ik kwam bij Ascoli terecht. Dat had een springplank naar een grotere club uit het calcio moeten worden. Onder meer Sampdoria toonde nogal wat belangstelling, maar door één van mijn vele spierblessures verdween die interesse. "Het niveau bij Ascoli was zeer bescheiden. We kwamen amper weg van de laatste plaats en degradeerden. Mijn plaats als Rode Duivel kwam in het gedrang en ik trok naar Standard. Daar viel ik ook van de ene blessure in de andere, al had ik er met Robert Waseige wel een trainer die voor tweehonderd procent in mij geloofde. Telkens ik weer even blessurevrij was, stelde hij me meteen op. Maar de nationale ploeg bleek een afgesloten hoofdstuk. Mijn laatste interland was er één tegen Luxemburg toen ik nog bij Ascoli was. We wonnen met 0-2 na een rotslechte match." "Het afscheid aan de nationale ploeg was minder fraai dan mijn doorbraak op het WK '86 in Mexico. Ik speelde toen nog bij Beerschot en verdrong in de derde wedstrijd tegen Paraguay Michel Dewolf uit de ploeg. Ik ging er niet meer uit. Maar door die aanhoudende blessures hield ik het in 1997 bij Standard voor bekeken. Mijn carrière zat erop, dacht ik. We trokken naar Canada, waar ik met mijn vrouw een restaurant zou beginnen. Maar de zaak raakte maar niet van de grond. Ze is zelfs geen dag open geweest. En het leven in Toronto beviel ons ook al niet. Money making is al wat er telt. Plaats voor een sociaal leven is er niet en dat valt als Belg toch wel tegen. Ik ben er wel opnieuw in zaal beginnen voetballen met enkele kennissen. Geen mens daar die mij kende. Toen ze mij zagen spelen, trokken ze zùlke ogen. Via het internet kwamen ze erachter dat ik twee WK's had gespeeld. "We keerden terug naar België. Ik was bereid om bij om het even welke eersteklasser gratis te gaan trainen in de hoop een contract te krijgen. Maar interesse was er niet. Tot ik via een manager voor zes maanden naar RKC Waalwijk kon. Van dan af was het zes maanden hier en nog eens zes maanden ginder. Zonder mijn gezin. Dat knaagt. Door de heimwee ga je ook minder goed presteren. Je voelt je niet goed in je vel. Dat was het geval bij Guimaraes in Portugal, waar ik samen met David Paas zat, en bij de Franse tweedeklasser Toulon, waar Stéphane Demol me overhaalde om naartoe te komen. Een grote vergissing. Het gebeurde dat we na een slechte wedstrijd gewoon gemolesteerd werden door de supporters. Ik leed er bij momenten echt aan achtervolgingswaanzin. Ik voelde me er geen moment meer veilig en wilde er zo snel mogelijk weg. "Je kan best stellen dat ik na mijn periode bij Anderlecht telkens bij een club terechtkwam waar het slecht afliep. Financiële problemen en degradatie bij Bordeaux, idem dito bij Ascoli en later ook bij Waalwijk, Guimaraes en Toulon. Het kan best dat ik achteraf beschouwd te weinig uit mijn carrière heb gehaald, maar er zijn nu eenmaal dingen die je zelf niet in de hand hebt."door Stefan Van Loock