Mijn voornaam is Gleidionor, zoals mijn vader. Maar je mag mij Júnior Negrão noemen", zegt de Braziliaanse spits, voor wie de tweede poging in Europa de goede moet zijn. In het Portugees betekent negrão 'grote neger' . "Dat is helemaal niet pejoratief of beledigend bedoeld", weet hij. "Het is zelfs veeleer een teken van genegenheid. Het was mijn eerste trainer, Marcelo Rodrigues, die me zo heeft genoemd. Er waren toen twee Júniors in het team en aangezien ik de donkerste van de twee was ... Maar het stoort mij niet. Ik heb in mijn leven nog nooit met racisme te maken gehad. Alleen in Portugal worden de Brazilianen vaak duidelijk scheef bekeken. Maar dat is geen racisme, gewoon wantrouwen."
...

Mijn voornaam is Gleidionor, zoals mijn vader. Maar je mag mij Júnior Negrão noemen", zegt de Braziliaanse spits, voor wie de tweede poging in Europa de goede moet zijn. In het Portugees betekent negrão 'grote neger' . "Dat is helemaal niet pejoratief of beledigend bedoeld", weet hij. "Het is zelfs veeleer een teken van genegenheid. Het was mijn eerste trainer, Marcelo Rodrigues, die me zo heeft genoemd. Er waren toen twee Júniors in het team en aangezien ik de donkerste van de twee was ... Maar het stoort mij niet. Ik heb in mijn leven nog nooit met racisme te maken gehad. Alleen in Portugal worden de Brazilianen vaak duidelijk scheef bekeken. Maar dat is geen racisme, gewoon wantrouwen." Júnior is de laatste in een gezin van negen kinderen: acht jongens en een meisje. "Ik ben ook de enige profvoetballer, maar ten minste drie van mijn broers hadden redelijk wat talent. En mijn zus had geen keuze: als ze niet alleen in haar hoekje wou achterblijven, moest ze met ons mee voetballen. Mijn vader is advocaat van opleiding, maar hij werkt tegenwoordig als belastingcontroleur, net als mijn moeder. Al mijn broers en mijn zus zijn licentiaten: er zijn advocaten, biologen en leraren lichamelijke opvoeding in de familie. Ik heb twee jaar rechten gestudeerd, maar mocht ik vandaag moeten stoppen met voetballen, dan zou ik het eerder in de ondernemerswereld gaan zoeken. Kwestie van eens iets anders te doen. Temeer omdat mijn vrouw Anne ook advocate is." Júnior Negrão werd op 30 december 1986 geboren in Salvador da Bahia. Hij was pas één jaar oud toen het hele gezin naar Manaus verhuisde, de hoofdstad van het Amazonegebied. Bij gebrek aan een strand waar je op blote voeten kan spelen, trapte Júnior zijn eerste balletjes in het zaalvoetbal. "Mijn vader had zijn eigen team opgericht, met allemaal familieleden. Wij noemden onszelf Os Mascarados ( de gemaskerden, nvdr). Toen het team werd ontbonden, zijn wij elk onze eigen weg gegaan. Ik belandde bij Ubra, een ploeg in het interscholenkampioenschap, met mijn broer als coach. Daarna sloot ik me aan bij Nacional, een club waar ik veel vrienden aan over heb gehouden. Ik zou er graag mijn carrière afronden en - wie weet - mijn steentje bijdragen om de titel te behalen waar deze club al jaren naar streeft." Na twee jaar bij Nacional trekt Negrão enkele maanden naar Atlético Mineiro, waar hij in contact komt met Paulo Henrique, nu bij Westerlo. "Hij was de enige Braziliaan in de Belgische competitie die ik kende toen ik hier toekwam", weet hij. In het zaalvoetbal speelde Júnior als centrale spits. Hij geeft toe dat hij nog altijd zaalvoetbal verkiest boven het gewone voetbal. Door die opleiding vertoont hij kleine tekortkomingen op een groot veld, zoals het gebrek aan snelheid in de diepte en het feit dat hij de bal wat te graag bijhoudt. "Dat zijn de twee voornaamste fouten die Glen De Boeck me verwijt", bevestigt hij. "De Boeck is een directe trainer, hij zegt je de zaken zoals hij ze denkt. Ik begrijp geen Nederlands en begin pas Engels te leren, maar Daniel Cruz vertaalt voor mij. Het Belgische voetbal verschilt enorm met wat ik in Brazilië heb gekend. Bij ons speelt men vaak in 3-5-2, met een zeer hoog blok en middenvelders die de bal laten rondgaan tot de zwakke plek gevonden is. Hier gaat men veel meer meteen in de diepte, met het risico daarna terug naar achteren te moeten spelen. We moeten dus veel meer lopen en spelen met veel preciezere instructies." Een ander probleem waarmee Negrão kampt, is de koude. "Ik trek voortdurend naar de winkels op zoek naar het warmste wat ik kan vinden", vertelt hij. "In Manaus is het normaal 35 à 40 graden warm. Je kan er onmogelijk met een auto zonder airco rijden en je moet heel veel drinken. Dat verklaart waarom ik telkens met enorme hoeveelheden water uit de supermarkt kom. De thermometer zakt bij ons nooit onder de 17 graden." In São Paulo had hij al enigszins kennisgemaakt met de kou. "Maar dat viel in niks te vergelijken met dit hier." Bij Corinthians kreeg hij er de eerste echte kans uit zijn carrière. "Helaas liep alles fout", zegt hij. "De club verkeerde in de grootste crisis die ze ooit kenden. De voorzitter werd ervan beschuldigd geld te hebben verduisterd en witgewassen. Er werd helemaal niet meer over voetbal gesproken en ik was te jong om dat allemaal aan te kunnen." Na die ongelukkige ervaring tekende Negrão bij het Portugese Belenenses, waar hij ook slechts zes maanden zou blijven. "Het was een beetje zoals in São Paulo. Ik was er helemaal alleen, ver van mijn dierbaren, in een team dat in tweede klasse had moeten spelen maar dat heropgevist werd in eerste klasse en snel van trainer wisselde. Bovendien werden we niet betaald. Je moet weten dat ik uit een zeer hecht gezin kom. In Belenenses zat ik ver van mijn familie. Daarna heb ik me ook nog vaak eenzaam gevoeld. Nu is dat probleem opgelost, want ik ben sinds bijna anderhalf jaar getrouwd met Anne, die bij mij in Antwerpen woont." Júnior klom sindsdien uit het dal en kreeg weer zelfvertrouwen in de Braziliaanse serie B. Eerst bij CRAC Catalão, daarna vooral bij ABC Natal (10 goals in 16 matchen) en bij Figueirense uit de deelstaat Santa Catarina (9 treffers in 13 wedstrijden). Via de managementfirma Brazil Soccer kwam hij dan bij Germinal Beerschot terecht. In het verleden huurde de club al spelers die door Brazil Soccer werden aangeboden. Dat was het geval voor keeper Luciano, tegenwoordig bij Groningen, maar ook voor André Lima, die momenteel na zijn passage bij Hertha Berlijn meestrijdt voor de Braziliaanse kampioenstitel bij Fluminense. "Natuurlijk hoop ik dat ik een carrière kan uitbouwen zoals die van hen", aldus Júnior Negrão. "Ik voel dat ik nu nood heb aan stabiliteit. Ik zou hier graag twee tot drie jaar blijven." door patrice sintzen