De kerkklok van St.-Anna Ten Drieën op de Antwerpse Linkeroever slaat twaalf uur als onze fotograaf Bert Claerhout op de gevoelige plaat vastlegt. Even later zetten we de fotoshoot om de hoek verder. De redactie van Kerk & Leven is gevestigd in een oud klooster. Het 'parochieblad' telt 480 edities en is met een oplage van 280.000 nog steeds het op één na grootste weekblad van het land.
...

De kerkklok van St.-Anna Ten Drieën op de Antwerpse Linkeroever slaat twaalf uur als onze fotograaf Bert Claerhout op de gevoelige plaat vastlegt. Even later zetten we de fotoshoot om de hoek verder. De redactie van Kerk & Leven is gevestigd in een oud klooster. Het 'parochieblad' telt 480 edities en is met een oplage van 280.000 nog steeds het op één na grootste weekblad van het land. Claerhout (64) werkte twintig jaar op de redactie van De Standaard en werd nadien achtereenvolgens hoofdredacteur van de religieuze weekbladen Tertio en Kerk & Leven. Dat hij niet alleen met God dweept, maar ook met het voetbal, verbaast heel wat minder als je weet dat hij begin jaren tachtig werkzaam was op de voetbalredactie van Het Nieuwsblad. Voor het interview verruilen we beide oevers van de Schelde. In het café van de Vlaamse Opera dribbelen we verbaal langs marmeren zuilen en kelners met lange witte schorten. Bert Claerhout: "Het is mij met de paplepel ingegeven. Mijn vader was supporter van Club Brugge in hart en nieren. We hadden nog geen auto en ik reed vanuit Eernegem mee op de Vespa. Op de Klokke stond ik altijd achter het doel van Fernand Boone. Ik herinner me een wedstrijd tegen Gantoise, met Mokuna en Storme. Er was zo veel volk dat de jongeren in de neutrale zone mochten staan. Ik kon Mance Seghers bijna aanraken. Ik zag er ook Rik Coppens spelen. Een fenomeen. De beste voetballer uit mijn kindertijd." "Ik ben gedurende tien jaar naar alle thuismatchen van Club geweest. Met mijn vader, die heel fanatiek kon zijn. Voor elke match smeekte ik hem om geen ruzie te maken met andere supporters. Hij was hartpatiënt en was eens onwel geworden tijdens een match. De dokter raadde hem het stadionbezoek af. Ik herinner me een thuismatch tegen Berchem. Club moest winnen om niet te degraderen en scoorde in de laatste minuut. Iedereen sprong recht, maar mijn vader zeeg neer. Ik was gepassioneerd door het voetbal, maar het was niet altijd even leuk. Toen ik in Leuven ging studeren, verminderde de belangstelling voor Club en na mijn studie werd het nog minder. Ook al beleefde Club toen zijn glorieperiode met een paar Europese finales." "Ik woonde intussen in Evergem. Een vriend nodigde me uit om mee te gaan naar Lokeren. Lubanski, Lato en Larsen: het beste voetbal dat ik ooit in België heb gezien. Mijn interesse was weer gewekt en ik besloot te solliciteren voor voetbaljournalist. Ik heb dat drie jaar gedaan. Het was niet de meest boeiende, maar zeker de leukste periode uit mijn leven. Toen ik cultuurredacteur van De Standaard werd, verdween het voetbal weer naar de achtergrond en als hoofdredacteur van Tertio had ik er aanvankelijk geen tijd meer voor." "Ik kwam vaak in Rijsel, om boeken over theologie en filosofie te kopen. 's Avonds zag ik de auto's vaak naar het stadion rijden. Lille OSC was in 2000 weer naar de Ligue 1 gepromoveerd en in 2003 kreeg ik opnieuw zin om eens naar een match te gaan. Toevallig was ik ook op zoek naar een verjaardagscadeau voor mijn broer. Ik kocht twee kaartjes voor het bezoek van Olympique Marseille. Lille verloor, maar ik ben blijven gaan." "Ik heb twee seizoenkaarten en neem altijd iemand mee. LOSC is een sympathieke club, heeft een eigen speelstijl, een goede jeugdwerking en steunt veel sociale projecten. Het is een club met een visie die ethisch handelen hoog in het vaandel voert. Dat is cruciaal voor mij. "In Rijsel heb ik de club van mijn hart gevonden. Als het weer het toelaat, ga ik in clubshirt kijken. Af en toe zelfs naar uitwedstrijden. In Metz en Parijs. Soms maak ik er een citytrip naar Nice of Marseille van. In 2011 wonnen we de beker en werden we kampioen. Ik probeerde alles om aan kaarten te geraken voor de bekerfinale tegen PSG, maar dat is niet gelukt. Drie dagen later bij de titelmatch was ik er wel bij. Het was een van de mooiste weken uit mijn leven." "Het is technisch beter en de snelheid van uitvoering is veel hoger. Er zijn geen echt zwakke ploegen. Iedereen kan van iedereen winnen. De sfeer is er ook minder agressief, behalve in Parijs. Je ziet er geen trainers als een debiel langs de zijlijn rennen, zoals Michel Preud'homme of Guy Luzon. Ze worden voor veel minder naar de tribune gestuurd en voor een halfjaar geschorst. Je ziet er ook veel minder echt brutale fouten." "Neen, daar kunnen de meesten niet bij. De opvatting bestaat nog steeds dat voetbaljournalisten alleen verstand hebben van voetbal en verder met niets bezig zijn. Als ik journalist ben geworden dan dank ik dat aan mijn ervaring op de sportredactie. Ik heb er met mensen leren praten, invalshoeken leren zoeken. Ik ben sterk gelovig en ga ervan uit dat ik daar als het ware naartoe ben gezonden om het vak te leren. Ik heb veel te danken aan die periode. Iedereen lijkt ook te weten dat ik op de sport heb gezeten." "Als je van voetbal houdt, betekent dat toch niet dat je niet gelovig kunt zijn of geen interesse hebt voor politiek, kunst en cultuur. Ik ga naar alle grote tentoonstellingen, maar de emotie van lijfelijk aanwezig te zijn in een voetbalstadion is uniek. De mensen hadden dat vroeger misschien ook met de kerk en het geloof. Het aantal mensen dat nog in God en de Kerk gelooft, is echter klein geworden. Het voetbal is voor veel mensen nog het enige waar ze passioneel mee verbonden zijn." "Mijn geloof is het mooiste wat mij overkomen is in mijn leven, maar LOSC is voor mij een stuk familie. Ik kijk twee keer per dag naar de website van de club voor de laatste nieuwtjes." "Voetbal is niet onbenullig. Ik ben ook socioloog. Voetbal is een onderschat fenomeen in de samenleving. Neem Marseille. Die stad kun je niet begrijpen of aanvoelen als je l'OM niet snapt. Die club is zo inherent verbonden met de identiteit van die stad. Als je daar naartoe gaat, niet alleen als voetbalsupporter, maar ook als toerist of als socioloog, word je hoe dan ook geconfronteerd met Olympique. "In het buitenland ga ik vaak naar een match om een stad te leren kennen. Voetbal is heel belangrijk voor de gemeenschap. Niet alleen politici, ook bestuursleden moeten daar meer mee bezig zijn. De verbondenheid tussen club en supporter mag je niet onderschatten. Wat de mensen vroeger met de Kerk hadden, hebben ze nu met hun geliefkoosde voetbalclub. Sommigen gaan zeer ver in die verbondenheid. In die zin zijn spelers voor hen een stukje moderne heiligen. "Ik zal een voorbeeld geven. Als het veld vol sneeuw ligt en de club doet een oproep op de sociale media, dan komen er vaak honderden mensen op af om met een schop sneeuw te ruimen. Terwijl ze thuis niet eens het voetpad schoonvegen. Als de Kerk de parochianen vandaag zou vragen om een kerk op te ruimen zouden er slechts een paar mensen op afkomen." "Neen, voetbal is geen religie. Geloof is een verinnerlijkingsproces en ik denk dat daar de wegen toch een beetje uit elkaar lopen. Religie is bezig met het heilige, het bovennatuurlijke, het spirituele. Voetbal niet. Er zijn wel veel functies die ze met elkaar delen. Naast verbondenheid, opvoeding en vorming. Kinderen krijgen in hun club een aantal waarden mee. Een stadion wordt niet voor niets soms de voetbaltempel genoemd." "Het zijn geen kerken, geen heilige plaatsen, maar in Engeland vragen veel mensen om hun as op de heilige grond van Anfield Road, Old Trafford of Villa Park uit te strooien. Voor velen is dat het ultieme. Ook over je leven heen blijf je zo verbonden met die club. Kun je je inbeelden dat mensen nog zeggen: over de grenzen van de dood heen verbind ik mijn leven aan Kerk en geloof." "Het geloof reikt je een referentiekader aan waarbinnen je dingen in je leven kunt plaatsen, kunt duiden of in een bredere context plaatsen. Dat doet voetbal volgens mij niet, maar het stadion is net als de kerk een plaats waar je je verdriet en vreugde kunt uiten, je emoties kwijt kunt en waar iets te beleven valt. Dit is het affectieve aspect van zingeving, waardoor je ook zin krijgt om te leven. Ik heb iemand gekend die terminaal ziek was en nog één keer naar het voetbal wilde gaan." "De moderne mens schreeuwt om rituelen. Vroeger vond hij die inderdaad in de Kerk. De Kerk was gebouwd op rituelen, maar ook daar zijn ze deels geschrapt. Door de rationalisering van ons dagelijks levenspatroon zijn we veel dingen van het innerlijke kwijtgeraakt. Waar kun je die rituelen nu nog het best ervaren? Op het voetbalveld. Voor de match: het clublied, de sjaal omhoog." "Ik vond dat een schitterend boek en ben met hem gaan praten. Stokvis heeft daar onderzoek naar gedaan en neen, we zijn niet gestopt met geloven omdat we naar het voetbal gaan. Het gaat om twee totaal verschillende ontwikkelingen. " "Ik ken heel wat priesters die voetbalsupporter zijn. Ook de paus is een voetbalfan. Dat is niet onbelangrijk. Misschien staat hij daardoor zo dicht bij het volk." "Geloof is een privézaak en ik kan onmogelijk in iemands ziel kijken. Ik geloof wel in iemand die een doelpunt aan God opdraagt. Zoals Ivan Santini bijvoorbeeld. We hebben voor Kerk & Leven met hem een reportage gemaakt, hij woont ook de misvieringen van de Sint-Michielsbeweging in Kortrijk bij. Van hem weet ik dat hij gelovig is. De anderen moet je als vroom christenmens het voordeel van de twijfel gunnen. Maar laat me toe te denken dat het meestal puur bijgeloof is. Toen ik als jonge gast naar Club ging, dacht ik ook dat ik moest bidden opdat ze zouden winnen." "Ik niet meer. Zelfs als Lille op het punt staat om kampioen te spelen ga ik niet bidden. God is niet iemand die wedstrijden manipuleert. God is de gokchinees niet. God zit daarboven niet na te denken over wie er dit keer moet winnen. Hij is daar echt niet mee bezig." "Hij heeft in de allereerste plaats met de mens te maken en in die zin voel ik dat Hij mij kalmeert en me zegt: jongen, waar ben je mee bezig, het is maar voetbal. Hij doet me dimmen en zegt me dat als ik een beter mens wil worden dat ook op de tribune geldt en dat ik mij daar moet gedragen. Naar belangrijke matchen neem ik soms iemand mee van wie ik denk: in zijn aanwezigheid kan ik me niet permitteren om te schelden. Je wordt immers meegezogen in heel die catharsis en je wordt een heel ander mens." "Ja. Op de tribune voel ik dat er ook in mij nog een stuk agressie verscholen zit. Het jaar dat Lille kampioen werd, heb ik thuis gezegd dat ik nu nooit meer kwaad zou worden op een speler. Maar dat houd ik niet vol." DOOR FRANÇOIS COLIN - BEELDEN: BELGAIMAGE/CHRISTOPHE KETELS"Stadions zijn geen kerken, maar in Engeland vragen veel mensen om hun as op de heilige grond van Anfield Road, Old Trafford of Villa Park uit te strooien."