Als geld alleen de uitslag op het voetbalveld voorspelt, zouden Porto, Monaco, Valencia en Marseille nooit het jongste kwartet Europese finalisten hebben uitgemaakt. Sinds de oprichting van de Champions League in 1991 was het nog niet voorgekomen dat niet minstens één van beide ploegen in de eindstrijd uit Spanje, Engeland, Italië of Duitsland - de belangrijkste vier Europese voetbalmarkten - kwam. Als enige leverde Spanje in de Uefabeker één finalist : Valencia. Dat speelde (en verloor) de finale van de Champions League in 2000 en 2001, werd sindsdien twee keer Spaans landskampioen en won nu dus de Uefabeker. Toch haalt het maar net de lijst van rijkste twintig clubs van Deloitte Football, die de Londense nieuwsbrief Soccer Investor dit voorjaar bekendmaakte.
...

Als geld alleen de uitslag op het voetbalveld voorspelt, zouden Porto, Monaco, Valencia en Marseille nooit het jongste kwartet Europese finalisten hebben uitgemaakt. Sinds de oprichting van de Champions League in 1991 was het nog niet voorgekomen dat niet minstens één van beide ploegen in de eindstrijd uit Spanje, Engeland, Italië of Duitsland - de belangrijkste vier Europese voetbalmarkten - kwam. Als enige leverde Spanje in de Uefabeker één finalist : Valencia. Dat speelde (en verloor) de finale van de Champions League in 2000 en 2001, werd sindsdien twee keer Spaans landskampioen en won nu dus de Uefabeker. Toch haalt het maar net de lijst van rijkste twintig clubs van Deloitte Football, die de Londense nieuwsbrief Soccer Investor dit voorjaar bekendmaakte. Deloitte kijkt voor de samenstelling van zijn Rich List uitsluitend naar de omzet (zonder transferinkomsten). Wat een club uitgeeft en of ze daarbij schulden maakt, laat het buiten beschouwing. Dat verklaart bijvoorbeeld de aanwezigheid van Leeds United, in 2001 nog halvefinalist in de Champions League nadat het onder meer Anderlecht uitschakelde. In een poging de selectie bijeen te houden overspeelde de Engelse club nadien haar hand. Het faillissement wenkte en Leeds verkocht alsnog zijn beste spelers. Volgend seizoen speelt het in de tweede divisie. "Wij bekijken alleen de omzet," zegt Dan Jones van Deloitte, "want een club met hoge inkomsten die daar goed mee omgaat, zal altijd rijk worden. De bekende financiële problemen waarmee sommige van de opgenomen clubs te maken hebben, worden immers niét veroorzaakt doordat er te weinig geld binnenkomt !" In 1996/97 bedroeg de gecumuleerde omzet van de rijkste twintig clubs 1,2 miljard euro. In 1999/2000 was dat gestegen naar 2,2 miljard euro en vandaag gaat het om 2,8 miljard euro. Dertien clubs stonden al elk jaar in de lijst. "Een bewijs van de blijvende aantrekkingskracht én waarde van de topclubs als merk", aldus Jones. De zeventien clubs die minstens zes van de zeven edities van de Rich List haalden, komen zonder uitzondering uit de vier topcompetities in Europa : zeven uit Engeland (Manchester United, Arsenal, Liverpool, Chelsea, Newcastle, Leeds en Tottenham), zes uit Italië (Juventus, AC Milan, Inter Milaan, AS Roma, Lazio Roma en Parma) en twee uit Spanje (Real Madrid en Barcelona) en Duitsland (Bayern München en Dortmund). Glasgow Rangers was er vijf keer bij, maar de laatste twee jaar niet meer, in tegenstelling tot die andere club uit de Schotse hoofdstad, Celtic. Dat stond drie keer in de lijst. Dertien clubs haalden de lijst slechts één of twee keer : Paris Saint-Germain, Olympique Marseille en Olympique Lyon (Frankrijk), Aston Villa, Sunderland en West Ham United (Engeland), Atlético Madrid en Valencia (Spanje), Schalke 04 en Hamburg (Duitsland), Fiorentina (Italië), Ajax (Nederland) en Flamengo (Brazilië). Relatief kleinere clubs (Valencia) of clubs uit kleinere voetbalmarkten (Ajax) hebben een sportief succesvolle en dus financieel lonende Europese campagne nodig om het tot de lijst te kunnen schoppen. Toch is ook voor de absolute topclubs de impact van de Champions League enorm. Enerzijds omdat het extra wedstrijddagen garandeert waar geld uit te puren valt, anderzijds wegens de niet te versmaden tv-rechtenpot. Bayern München ging er vorig jaar uit in de eerste ronde van het kampioenenbal, raakte nadien niet ver in de Uefabeker en tuimelde prompt voor het eerst uit de top-5 van de rijkenlijst. Toen Borussia Dortmund voor het seizoen 2000/01 naast de Europese tickets greep, was het er helemaal niet meer in terug te vinden. Wegens geen Champions-Leaguevoetbal het afgelopen seizoen (uitgeschakeld door Club Brugge) zit een nieuwe terugval er voor de Borussen aan te komen, net als voor Inter Milaan : vorig seizoen halve finale Champions League, maar nu vroeg uitgeschakeld. Maar er is meer dan Champions- Leaguevoetbal om de rijkdom van de rijkste clubs te verklaren. In de jongste Rich List spannen andermaal twee landen de kroon : Engeland en Italië. Samen leveren zij twaalf van de twintig clubs. Nog meer dan elders speelt in Italië het geld van de tv-rechtenhouders een doorslaggevende rol. Italiaanse clubs kunnen in eigen land individueel tv-deals sluiten, met als gevolg dat (betaal)zenders meer geld neertellen voor de rechten van een select kransje clubs. Liefst 57 procent van de omzet van Inter komt uit tv-inkomsten, en bij Juventus en AC Milan is dat nauwelijks minder. In Engeland, zoals in de meeste andere landen, worden de tv-rechten collectief verkocht. Bijgevolg moet de koek achteraf onder meer gegadigden worden verdeeld. Toch voert Manchester United al zeven jaar de top-20 van rijkste clubs aan en niet Juventus, dat de laatste drie jaar telkens tweede is en nooit uit de topvijf verdween. Dat komt, zeggen ze bij Deloitte, omdat Engelse clubs de commerciële mogelijkheden van hun stadions beter benutten. Manchester haalt 44 procent minder uit tv-rechten dan Juventus, maar bijna vijf keer zoveel uit de dagen waarop er gevoetbald wordt op Old Trafford. Bovendien is Engeland ook toonaangevend wat betreft stadionexploitatie op niet-wedstrijddagen. Een verklaring - nog steeds volgens Deloitte - is dat clubs in Engeland ook eigenaar zijn van hun stadions. Op het Europese vasteland is dat vaak nog de overheid. Clubs zijn er niet hun eigen baas en dat bemoeilijkt investeringen. Inter Milaan heeft een sterke fanbasis met gemiddeld 61.900 toeschouwers, het hoogste aantal in Italië vóór stadsgenoot AC (61.600), maar per kop genereren die minder geld dan bij de Engelse concurrentie, zelfs als die in kleinere stadions speelt. De Engelse voorsprong heeft ook te maken met commercieel vernuft. Dortmund telt 67.800 toeschouwers en straks na de laatste stadionuitbreiding 82.900, maar die brengen minder op dan bij Manchester. Lyon, de enige Franse club, puurt van alle twintig rijken het mínst uit matchdagen (12,5 miljoen euro, of 15 procent van de omzet). Celtic (53.500 abonnees) maakt procentueel dan weer de hoogste omzet bij thuiswedstrijden (43,8 miljoen euro, of 50 procent). Dat percentage haalt Arsenal, commercieel beperkt door zijn kleine stadion (38.500), uit de tv-rechten - het meeste van alle Engelse clubs uit de Rich List. Maar het allerbelangrijkste blijft het draagvlak van een club. Manchester United gaat er prat op 53 miljoen supporters te hebben verspreid over de hele wereld en Juventus claimt er 13 miljoen in Italië en nog eens 11 miljoen in het buitenland. Ook Inter en Liverpool hebben wereldwijd fans : zij bewerken nu de Aziatische markt. AC Milan heeft al een Japanse versie van zijn website. Valencia moet er niet aan denken. Zijn draagvlak blijft Spaans - lokaal dus. Met als gevolg een shirtsponsordeal die slechts een vijfde waard is van wat Real Madrid van Siemens ontvangt. Geen Uefabekerwinst die daar iets aan verandert. door Jan Hauspie'De financiële problemen van rijke clubs worden niét veroorzaakt doordat er te weinig geld binnenkomt.'Italiaanse clubs halen hun omzet uit tv-geld, Engelse uit hun stadions.