Dante Vanzeir: 'Momenteel gaat het goed. Ik ben nu bijna een jaar en een half vrij van blessures en voor mij is dat heel belangrijk, zodat ik zo veel mogelijk kan spelen en kan groeien als voetballer. Vorig seizoen zette ik in 1B bij Beerschot stappen in het voetbal voor volwassenen en nu wil ik dat bij KV Mechelen ook in 1A doen.
...

Dante Vanzeir: 'Momenteel gaat het goed. Ik ben nu bijna een jaar en een half vrij van blessures en voor mij is dat heel belangrijk, zodat ik zo veel mogelijk kan spelen en kan groeien als voetballer. Vorig seizoen zette ik in 1B bij Beerschot stappen in het voetbal voor volwassenen en nu wil ik dat bij KV Mechelen ook in 1A doen. 'In 1B gaat het meer om mentaliteit, om het vuur. Aan de bal krijg je minder tijd, omdat ze er korter op zitten. Het is een moeilijke, onderschatte competitie. 1A is tactischer. Je komt er slimmere verdedigers tegen, die positioneel beter staan. Het voetbal is er zuiverder en sneller. Dat betekent dat ik sneller moet denken en handelen. Want een kleine spits die tegen reuzen speelt, moet uit het duel kunnen voetballen. Mijn explosiviteit en mijn looplijnen zijn troeven, maar ik wil daar nog beter in worden. Ik ben wel een stevige jongen, maar meer in de breedte dan in de lengte ( lacht); en ik sta wel stevig op mijn poten, maar ik moet nog iets sterker aan de bal worden. Zeker als ik alleen in de spits sta. 'Op mijn topniveau van vorig seizoen ben ik nog niet. Dat komt door de aanpassing aan betere tegenspelers en door de grote onderlinge concurrentie. Bij Beerschot speelde ik altijd. Hier hangt het week na week af van hoe de ploeg het best wordt aangepast aan de tegenstander. Op training probeer ik de coach elke dag te laten zien dat ik wil spelen. 'Bij Beerschot stond ik een tijd op rechts, maar het liefst speel ik in de spits. Ideaal is voor mij als ik dat samen met iemand als Igor de Camargo kan doen en met mijn snelheid van zijn balvastheid kan profiteren. Uit het zicht blijven en dan in één ruk in de rug van de verdedigers duiken, is mijn krachtigste wapen. Als ik alleen in de spits sta, is het belangrijk dat er achter mij een nummer 10 staat die aanspeelbaar en balvast is. 'Naar KV Mechelen overstappen, was voor mij een logische stap. Ik vond het altijd al een heel mooie club met geweldige supporters en als je er dan de kans krijgt om er in 1A door te breken, is het uiteraard nog mooier. Ik ben nog altijd eigendom van Genk en voor mij was dit de beste optie in mijn nog jonge carrière. 'KV Mechelen verwierf tijdens de bespreking van de huurovereenkomst ook een optie tot aankoop. Maar daartegenover staat wel dat de eindbeslissing bij Genk blijft liggen en dat het mij kan terugkopen voor een x-aantal procent meer. Het ideale parcours was voor mij om bij Genk basisspeler te worden en daar mooie momenten mee te maken. Maar daar is natuurlijk heel veel concurrentie. Er breken maar weinig jonge gasten door. Maar het blijft een mogelijkheid. Ik geloof daar nog altijd in. Dat liet ik in de weinige wedstrijden die ik er speelde ook zien. Maar dat Ally Samatta bleef en dat er toch nog twee nieuwe centrumspitsen werden aangetrokken, was voor mij een teken dat het daarvoor nog te vroeg was. 'Dat ik in de supercup met Genk scoorde tegen KV Mechelen, was geen toeval. Het klikte heel goed met Felice Mazzu in die twee maanden dat ik onder hem trainde. Zijn speelstijl, dat directe, verticale voetbal ligt mij. Ik was wel benieuwd wat die samenwerking zou geven. Maar ik koos voor KV Mechelen omdat ik denk dat er hier meer speelkansen zijn en dat dus beter is voor mijn ontwikkeling.' 'Doorbreken bij Genk is natuurlijk waar je als jeugdspeler van droomt. Ik ben van Beringen, maar ben beginnen voetballen bij Berkenbos, dat tegenwoordig Heusden-Zolder heet. Mijn papa speelde voetbal, tot op het niveau van de vierde klasse, ik ging altijd met hem mee en nam zo de microbe van hem over. Op een talentendag in Genk werd ik uitgekozen om te beginnen bij hun U7. 'Toen al was ik heel gedreven en bij de jeugd was ik voor de trainers niet altijd de gemakkelijkste. Ik was heel speels, lachte graag en was op training niet altijd geconcentreerd. Daardoor kon ik nogal eens slordig zijn en werd er soms aan mij getwijfeld, maar ik was wel snel en ik scoorde makkelijk. Tenslotte was ik nog een kind en dan besef je natuurlijk nog niet dat het allemaal zo serieus moet zijn. 'Ook op school was ik een speelvogel. Ik kreeg veel opmerkingen en vaak straf van de leerkrachten, maar dat hielp bij mij weinig. Doorgaans stak ik de volgende keer alweer iets anders uit. ( lacht) In het lager onderwijs vroeg een lerares zelfs ooit aan mijn ouders of ze mij niet eens zouden laten testen op ADHD. Maar de dokter zei dat ik gewoon een heel actief kind was en dat er van een stoornis helemaal geen sprake was. 'Bij de jeugd van Genk had ik het niet elk seizoen even makkelijk. Ik was nooit de beste en ook nooit de slechtste, maar een paar evaluaties waren wel kantje boord. Toen mijn puberteit begon, merkte ik dat ik serieuzer moest worden. Ik was heel vroeg rijp en bij de U14 was ik de grootste van allemaal, begon ik meer in de spits te spelen en veel goals te maken. Toen is echt de drive gekomen om profvoetballer te worden. Ik voelde mij veel sterker en veel beter op het veld en beleefde er echt plezier aan. Bij de U15 werd ik opgeroepen voor de nationale ploeg en op mijn zestiende kreeg ik een semiprofcontractje. Maar kort daarna scheurde ik tijdens een vriendschappelijk wedstrijdje op de topsportschool mijn linkerkruisband. Op een slecht kunstgrasveld bleef ik tijdens een explosieve actie met mijn studs steken en ging ik door mijn knie. Toen ik de dokter hoorde zeggen dat mijn voorste kruisband afgescheurd was, was dat slikken. Want ik was goed bezig en ineens zakte de grond onder mijn voeten weg. Maar dankzij de juiste woorden van mijn ouders en andere mensen uit mijn entourage kon ik snel de knop omdraaien. Binnen de week werd ik geopereerd en daarna was er weer een doel om vooruit te kijken. 'Achteraf bekeken, haalde ik daar ook veel positiviteit uit. Tijdens mijn revalidatie trainde ik ook mijn bovenlichaam en ben ik over bepaalde zaken gaan nadenken. Toen zei ik tegen mezelf: nu moet het echt wel serieus worden, anders zal je er niet geraken. Sindsdien ben ik echt vooruit beginnen gaan. Ik ben Bob Browaeys nog altijd dankbaar dat hij mij na een jaar revalideren en weinig wedstrijdritme toch meenam naar het WK U17 in Chili. Dat ik daar in de troostfinale tegen Mexico zelfs twee keer scoorde was natuurlijk geweldig. 'De voetbalwereld is een moeilijke, keiharde wereld. Zeker in België is er meer nodig dan talent om te overleven. Goeie voetjes volstaan niet. Er zijn factoren die een belangrijke rol spelen en die negatief of positief voor je kunnen uitdraaien, zoals ook een trainer die voor of tegen je is. Gelukkig ben ik mentaal sterk. Van kritiek trek ik mij heel weinig aan. Dat gaat bij mij het ene oor in en het andere weer uit. Want als je daarop gaat focussen, verlies je energie die je beter in iets positiefs kunt steken. Ik kijk vooruit zonder veel na te denken. Mijn blessures droegen daar toe bij, denk ik. 'Toen de supporters van KV Mechelen mij uitfloten in de supercup met Genk, omdat ik vorig seizoen bij Beerschot speelde, motiveerde mij dat. Het gaf mij een boost om te laten zien dat het mij niets deed. Mijn instelling is: niet te veel blabla, ik reageer wel met mijn voeten.' 'Zo'n zware blessure blijft hoe dan ook in je hoofd zitten. Je weet wat het is en je bent je bewust geworden dat het in het voetbal snel de andere kant kan opgaan. Sindsdien ben ik heel professioneel geworden. Ik doe elke dag mijn preventieve oefeningen en ik werk aan mijn hamstrings om nieuwe blessures te vermijden. Omdat mijn quadriceps zo gespierd zijn, was er geen balans tussen de voor- en de achterkant van mijn dijen. 'Volgens de wetenschap is de kans maar enkele procenten dat ik nog eens een kruisband scheur aan dezelfde knie. Bij zo'n operatie halen ze een pees uit de hamstrings, plooien ze die een paar keer dubbel en ben je uiteindelijk sterker dan met je originele kruisband. In het begin ondervind je er hier en daar nog wel wat hinder van, maar na een jaar is dat volledig weg. 'Vorig seizoen voelden mijn benen bij momenten precies niet klaar. Ik ben toen met de diëtiste en de fysiektrainer gaan kijken naar welke voedingsmiddelen voor meer afvalstoffen in mijn beenspieren zorgden. Bleek dat voedsel waar veel purine in zit voor meer verzuring zorgde. Bij Beerschot kreeg ik zelfs opeens een jichtaanval in mijn dikke teen. Op een dag stond ik ermee op, de dag van de wedstrijd nog wel! Daar werd toen enorm mee gelachen omdat in de volksmond jicht meestal voorkomt door overmatig alcoholverbruik, maar ik drink zo goed als geen alcohol. Sindsdien ben ik erg gaan letten op wat ik allemaal eet en drink. Veel geraffineerde suikers zijn niet goed voor mij, fructose, purine, kaas en melkproducten evenmin, net als rood vlees, tomaten en paprika's. Ik eet nu veel meer vis, kip en heel veel groene groenten. 'Op mijn gsm installeerde ik een intolerantie-app waarop ik kan aflezen welke voedingsmiddelen goed zijn voor mij en welke niet. Ik draag nu ook een ring waarmee ik via een app op mijn gsm onder meer de kwaliteit van mijn slaap en mijn herstel kan aflezen. Het zijn details die een groot verschil kunnen maken. Ik wil niks aan het toeval overlaten. 'Bij mijn eerste kruisbandblessure zeiden ze mij dat er dertig procent kans was dat op een dag ook de kruisband aan de andere knie zou afscheuren. Je weet het, maar als het gebeurt, is het natuurlijk weer een klap. 'Deze keer gebeurde het tijdens een U19 EK-kwalificatie-interland. Uitgerekend in Beringen, waar veel familieleden en vrienden aanwezig waren. Het was kort nadat ik bij Genk mijn eerste echte profcontract mocht tekenen. Ik wilde een actie maken, mijn voet blokkeerde en ik ging door mijn knie. Ik hoorde het kraken. Toen wist ik het meteen, want ik kende het gevoel en dat maakte de klap nog groter dan de eerste keer. Op het moment dat ik op een draagberrie van het veld werd gedragen, zocht ik in de tribune mijn papa en toen ik hem vond, zag ik de angst in zijn ogen... Gelukkig was er ook Gert Verheyen, de toenmalige coach van de nationale U19, om mij op te vangen. Ik kreeg direct steun van hem en dat deed heel goed. Zelf was hij ook emotioneel... ( krijgt het moeilijk)... dat was zo mooi... Ik krijg er nog tranen van in mijn ogen... Sorry, maar dat was toen een heel moeilijk moment voor mij en als je dan merkt dat Gert zo fel meeleeft... als je ook bij hem tranen ziet... ( snikt)... en dat hij in de kleedkamer ... zegt tegen de andere spelers: 'Ik wil dat Dante van jullie elke dag een bericht krijgt... om te laten zien dat we achter hem staan...' 'We waren gekwalificeerd voor het EK, maar dat was bijzaak; de aandacht ging naar mij... dat was zo mooi... In de daaropvolgende wedstrijden hield de coach mijn shirt met nummer 7 achter, niemand mocht ermee spelen... ( veegt zijn tranen droog)... zulke dingen... Echt een topmens, die Gert Verheyen! De dag erna laat je alles achter je en begin je weer positief op te bouwen, maar het zijn momenten die je nooit meer vergeet. Enerzijds door de pijn en anderzijds door de emotie die je met zo'n zorgzame coach deelde. 'Zo zet ik dus mijn weg verder. Ik ben realistisch en wil geen stap overslaan in mijn ontwikkeling. Ik ben 21, maar in voetbaljaren ben ik eigenlijk nog maar 19. 'Na mijn tweede kruisbandblessure ben ik twee jaar geen international meer geweest. Tot ik in september werd opgeroepen voor de nationale belofteploeg. Dat mijn zus Luna ook international is, bij de WU17, maakt het des te leuker. Zeker ook voor mijn ouders, aan wie mijn zus en ik heel veel te danken hebben.'