Voor de fans van Real Madrid is de fontein op de Plaza de Cibeles een mythisch oord. Hier, in het hartje van de Spaanse hoofdstad, viert de club haar grootste zeges. Een open dubbeldekbus voert de ploeg op zulke feestdagen langs de prachtige boulevard Paseo de la Castellana, terwijl tienduizenden jubelende supporters op straat samentroepen.
...

Voor de fans van Real Madrid is de fontein op de Plaza de Cibeles een mythisch oord. Hier, in het hartje van de Spaanse hoofdstad, viert de club haar grootste zeges. Een open dubbeldekbus voert de ploeg op zulke feestdagen langs de prachtige boulevard Paseo de la Castellana, terwijl tienduizenden jubelende supporters op straat samentroepen. Zo ging het onlangs nog met de viering van de titel. En ook eind mei 2016 de dag na de zege in de Champions Leaguefinale tegen stadsrivaal Atlético. De Plaza de Cibeles vierde uitbundig feest in het wit, de kleur van de Koninklijke. Dergelijke topdagen voor de club zijn traditioneel ook topdagen voor de kledingleverancier van de club, Adidas. Terwijl tijdens de triomftocht door de hoofdstad het embleem van Real Madrid goed zichtbaar was, viel eveneens het bedrijfslogo met de drie strepen op. Zo heeft de Duitse sportartikelengigant het ook in het ontwerp voor een kledingovereenkomst laten schrijven onder de hoofding 'Celebrations' - een document dat veel vertelt over de excessen van het mondiale voetbal. Adidas betaalt voor zijn exclusiviteit bij Real Madrid namelijk een miljard euro. Een miljard! De kloof tussen de kapitaalkrachtigste clubs ter wereld en hun concurrenten wordt door de jaren steeds groter. Als verklaring wordt aangevoerd dat de Champions League voor ongelijkheid zorgt en de bestaande verhoudingen betonneert. De UEFA heeft inderdaad aan enkele topclubs sinds de zomer van 2010 hoge Champions Leaguepremies uitbetaald: Real Madrid incasseerde 318 miljoen euro, FC Barcelona 299 miljoen en Bayern München 290 miljoen. De sportieve en economische dominantie van dat trio is overweldigend. Afgezien van Chelsea, dat het in de finale van 2012 in München haalde van Bayern, heeft de voorbije zes jaar geen andere club het Europese kampioenenbal weten te winnen. Maar het zijn niet in de eerste plaats de Champions League-inkomsten die voor dat financiële overwicht zorgen. De hoofdverantwoordelijken voor de geldstroom die de rijkste clubs nog rijker maakt, zijn de sportgiganten Adidas en Nike. Beide bedrijven hanteren dezelfde marktstrategie: ze zetten in op de bekendste namen, de succesvolste clubs en de beroemdste spelers. Adidas pronkt bijvoorbeeld met Lionel Messi van Barcelona, Nike met Cristiano Ronaldo van Real Madrid. In de strijd om de clubs en de spelers met de grootste uitstraling pokeren de beide kledingmerken met steeds hogere sommen en schuiven ze hun publiciteitspartners absurde bedragen toe. Het is opvallend hoe weinig er van die overeenkomsten uitlekt. Geen wonder: de vertrouwelijke clausules en getallen in die kledingcontracten begeven zich steeds vaker in onwerkelijke dimensies. Bij nader inzien kan men niet anders dan zich afvragen: waar eindigt de economische redelijkheid en waar begint de waanzin? Van de kant van de clubs kwamen recent stukken en brokken informatie over de omvang van die sponsorcontracten naar buiten. Toen Manchester United in de zomer van 2014 het contract met Nike liet aflopen en een tienjarige overeenkomst met Adidas ondertekende, maakte de club een getal bekend: de deal zou United minstens 750 miljoen pond (destijds zowat 940 miljoen euro) opbrengen, zo werd in een communiqué meegedeeld. Verdere details werden niet bekendgemaakt. Over het contract tussen Adidas en Real Madrid circuleerden tot voor kort alleen geruchten. Maar met behulp van de gegevens uit Football Leaks kunnen we nu een blik werpen op de innige band tussen de Spaanse recordkampioen en de Duitse sportmiddelengigant - een verhouding die al twintig jaar aan de gang is. Onder de documenten uit Football Leaks bevindt zich ook het ontwerp voor een nieuw contract, dat zou moeten ingegaan zijn op 1 juli 2015 en dat loopt tot 30 juli 2024. Adidas zou volgens dat contract jaarlijks een vast bedrag van 70 miljoen euro uitkeren aan Real Madrid. Daarbovenop krijgt de club ook nog 22,5 procent van de nettowinst die Adidas maakt op de wereldwijde verkoop van Real Madridproducten. Ook daarvoor bestaat er een gegarandeerde som: 30 miljoen euro. Alle inkomsten uit de verkoop van licentieproducten die dat bedrag overschrijden, worden netjes afgerekend: Adidas verplicht zich ertoe om Real Madrid elk kwartaal een gedetailleerd overzicht van zijn wereldwijde afzet voor te leggen. Bovendien stellen de Duitsers Real ook nog eens kleding, truitjes, schoenen en ballen ter waarde van acht miljoen euro ter beschikking. En wanneer het sportief goed loopt bij de Koninklijke, dan komen daar nog premies bovenop. Bij een Spaanse titel incasseert de club nog eens 2,5 miljoen euro - na 2020 wordt dat zelfs opgetrokken tot 3,5 miljoen. Voor elke winst van de Champions League zou Adidas 5 miljoen neertellen - na 2020 verhoogd tot 7 miljoen. Hoe zot die bedragen zijn en hoe ver ze boven de rest van het voetbal uitsteken, wordt met een kleine vergelijking duidelijk. Neem nu Borussia Dortmund, na Bayern de populairste club in Duitsland. Dortmund kreeg van zijn kledingsponsor Puma in het seizoen 2015/16 naar schatting 8 miljoen euro. Real Madrid overtrof in datzelfde seizoen alleen al met de inkomsten van Adidas de totale jaaromzet van een club als Hertha BSC (95 miljoen euro). De juristen die het 140 pagina's dikke contractontwerp tussen Adidas en Real Madrid opgemaakt hebben, lijken aan alle eventualiteiten gedacht te hebben, zelfs een zeer onwaarschijnlijke degradatie van de club naar tweede klasse. Zou dat toch gebeuren, dan zou het Real niet al te zwaar vallen: Adidas zou dan nog altijd 65 miljoen per jaar garanderen. Toen Adidas in de zomer van 2015 met Real Madrid een contractverlenging onderhandelde, had het lopende contract nog een termijn van vijf jaar - het was in juli 2011 in werking getreden. Het vaste jaarlijkse bedrag waartoe Adidas en Real tot de zomer van 2020 overeengekomen waren, lag rond de 42 miljoen euro (tegenover nu dus 70 miljoen). En het jaarlijkse minimumbedrag aan merchandisinginkomsten lag op 10 in plaats van op 30 miljoen euro. Het toont aan hoe de inkomstenmogelijkheden voor de Spaanse topclub tussen 2011 en 2015 geëxplodeerd zijn. Real kon Adidas er blijkbaar toe bewegen om het lopende contract na nog niet eens de helft van de looptijd opnieuw te onderhandelen om de gegarandeerde sommen met bijna honderd procent op te trekken. In het contract van 2011 staat nog iets merkwaardigs: een eenmalige betaling aan Real Madrid, een zogenaamd Advanced Payment, van 40 miljoen euro. In het strikt vertrouwelijke contractontwerp stond daarover een bijzondere passage: Adidas moest het bedrag cash betalen. Wilden de Madrilenen zoveel baar geld in de hand? Kan het echt dat het Spaanse filiaal van Adidas, dat de zaken met Real doet, een aantal koffers met geld zou laten aanrukken? Een bedrag van 40 miljoen euro, dat is niet bepaald een som die ernstige zakenpartners cash over tafel uitbetalen... Real Madrid reageerde gepikeerd op een vraag naar commentaar op de inhoud van het verdrag. 'Uw onderzoek schijnt gebaseerd te zijn op informatie die via illegale weg verkregen werd', luidde het in een antwoord. Als die openbaar zou gemaakt worden, betekende dat een 'inbreuk' waartegen de club juridische stappen zou ondernemen. Adidas reageerde op een uitgebreide vragenlijst alleen maar met de mededeling: 'De inhoud van contracten is vertrouwelijk, daar wordt geen commentaar op gegeven.' Over naar Atlético Madrid. Sportief gezien is de club in de voorbije jaren uitgegroeid tot een van de succesvolste van Europa. In 2010 en 2012 won Atlético de Europa League, in 2014 werd het Spaans landskampioen en in 2014 en 2016 speelde het de finale van de Champions League (die het telkens verloor tegen stadsgenoot Real). Op economisch vlak ziet alles er heel wat minder rooskleurig uit. In de zomer van 2015 stond de club nog voor 520 miljoen euro in de rode cijfers. De belastingschuld bedroeg op dat moment ongeveer 45 miljoen euro. Veel van die schulden dateren uit het verleden. De voormalige voorzitter Jesús Gil y Gil bestuurde de club zestien jaar lang (1987-2003) als een zonnekoning. Op een keer kwam hij met een krokodil aan de leiband naar het stadion, een andere keer reed hij op de rug van een olifant door Madrid. Toen de excentrieke voorzitter, die achttien maanden van zijn leven in de gevangenis doorbracht, in 2004 stierf, werd zijn lijk in het stadion opgebaard. Zijn zoon Miguel Angel Gil is momenteel hoofdaandeelhouder van de club. De reputatie van Atlético is ondertussen fel verbeterd. Het mikt nu op de rol van underdog, verpersoonlijkt door de Argentijnse coach Diego Simeone en oefent een aantrekkingskracht uit op allen die vinden dat stadsgenoot Real te veel show verkoopt. Atlético staat voor verbetenheid en strijd, ook tegen zichzelf. Als hoofdreden voor de opgang van de laatste jaren wordt de transferpolitiek genoemd. Atlético verkocht Sergio Agüero in 2011 voor 36 miljoen aan Manchester City, Radamel Falcao in 2013 voor 43 miljoen aan Monaco en Jackson Martínez in 2016 voor 42 miljoen aan het Chinese Guangzhou Evergrande. Alles goed dus bij Atlético? De documenten van Football Leaks onttoveren echter het romantische verhaal van de arbeidersclub die het onverschrokken opneemt tegen het establishment. De waarheid is namelijk dat Atlético aan het infuus van investeerders hangt. Sinds 2010 heeft de club transferrechten van ruim twintig spelers gedeeltelijk aan investeerders overgedragen. In 2011 verpandde Atlético een derde van de transferrechten van Radamel Falcao. De onderneming die Atlético het geld bezorgde, kwam uit Malta: Doyen Sports. In de inleiding van het contract wordt duidelijk wie de spelregels bepaalt. Er staat: 'Atlético Madrid heeft financiële hulp nodig en is dus naar meerdere kredietinstellingen gestapt. Gezien de huidige toestand van de markt en de financiële crisis is het voor de club uiterst moeilijk om financiering te verkrijgen bij een bank. Daarom heeft de club zich als laatste redmiddel tot Doyen Sports gewend.' Atlético ging heel ver bij die deals. Bewijzen daarvan zijn bijvoorbeeld de zaken die het doet met het bedrijf Quality Football. Achter dat bedrijf staan twee invloedrijke figuren uit het voetbal: Jorge Mendes, de makelaar van onder meer Ronaldo, en Peter Kenyon, ex-zaakvoerder bij Manchester United en Chelsea en sinds 2014 onder meer raadgever bij Atlético. Mendes en Kenyon zien de transfermarkt als een groeimarkt, waarbij de inzet automatisch vermeerdert - tien procent rente per jaar, minstens! Waar krijg je sinds de financiële crisis nog zo'n rentevoet? Quality Football is een kluwen van firma's en fondsen met zetel in belastingparadijzen Jersey en Ierland. Mendes en Kenyon beslissen welke sommen aan welke speler gespendeerd worden. Op hun top pompten de fondsen minstens 88 miljoen euro in een veertigtal spelers. Er waren ruim 2000 investeerders van over de hele wereld bij betrokken. Een van de eerste profvoetballers van Atlético Madrid met wie de investeerders zich inlieten, was Sergio Agüero. Voor een eenmalige injectie van 2,5 miljoen verkreeg een van de Mendesfondsen in 2011 twaalf procent van de transferrechten van de aanvaller. Zes maanden later werd Agüero voor 36 miljoen euro aan Manchester City verkocht. De winst voor de investeerders: 2,6 miljoen euro. Atlético's zaakvoerder Gil wilde zich niet uitspreken over die investeringsdeals. Mendes en Kenyon lieten vragen over de zaken van hun fonds onbeantwoord. DOOR RAFAEL BUSCHMANN & MICHAEL WULZINGER - FOTO'S BELGIAMAGEMen kan niet anders dan zich afvragen: waar eindigt de economische redelijkheid en waar begint de waanzin? Real Madrid overtrof alleen al met de inkomsten van Adidas de totale jaaromzet van een Bundesligaclub als Hertha BSC.