In Londen 2012 was de oudste Belgische atleet Jean-Michel Saive, die 42 jaar en ruim acht maanden was toen hij aan zijn zevende olympiade begon. De tafeltennisser wil in 2016 ook naar Rio, maar de kans lijkt klein dat dat zal lukken. In dat geval wordt de oudste Belgische olympiër allicht Veerle Dejaeghere, die net 43 jaar geworden zal zijn wanneer ze op 14 augustus aan de olympische marathon deelneemt. Helemaal zeker is dat nog niet, maar na haar 2 u. 31: 56 in de jongst...

In Londen 2012 was de oudste Belgische atleet Jean-Michel Saive, die 42 jaar en ruim acht maanden was toen hij aan zijn zevende olympiade begon. De tafeltennisser wil in 2016 ook naar Rio, maar de kans lijkt klein dat dat zal lukken. In dat geval wordt de oudste Belgische olympiër allicht Veerle Dejaeghere, die net 43 jaar geworden zal zijn wanneer ze op 14 augustus aan de olympische marathon deelneemt. Helemaal zeker is dat nog niet, maar na haar 2 u. 31: 56 in de jongste marathon van Berlijn (op 27 september) lijkt het weinig waarschijnlijk dat nog drie Belgische atletes - het maximale aantal dat ons land kan afvaardigen voor de marathon - rapper zullen lopen dan de West-Vlaamse. Die tijd is immers de zevende beste Belgische chrono ooit en de snelste sinds die van Marleen Renders (2 u. 23: 05) in 2002. Opmerkelijk gezien haar fulltimejob (Dejaeghere geeft sinds 2008 les aan anderstalige kindjes) en dus haar leeftijd (ruim 42). Op de jaarranglijst van de IAAF bekleedt de atlete uit Ardooie met 2 u. 31: 56 weliswaar 'pas' de 155e plaats, maar alle atleten voor haar zijn wel jonger. Uit de top 200 is zelfs alleen de Nederlandse Miranda Boonstra (een jaartje) ouder. Zij liep in Rotterdam 17 seconden trager dan Dejaeghere, wiens tijd wel een eind verwijderd is van het wereldrecord bij de masters (2 u. 22: 27), dat (de toen 40-jarige) Russische Mary Konovalova in maart dit jaar liep in Nagoya. Met dat verschil dat Konovalova al vele marathons in de benen heeft, terwijl Dejaeghere in Berlijn, als niet-profatlete dus, aan haar éérste marathon toe was. In het verleden focuste de West-Vlaamse vooral op de kortere afstanden: op de Spelen van Sydney 2000 bereikte ze de halve finales op de 1500 meter en acht jaar later in Peking overleefde ze de reeksen van de 3000 meter steeple niet. Daarnaast werd Dejaeghere ook twaalf keer winnares van de CrossCup en vijfmaal Belgisch kampioen veldlopen. Omdat het BOIC voor Rio, in tegenstelling tot vroeger, echter de minder strenge limieten van de IAAF overneemt - op de marathon voor vrouwen ligt die op 'maar' 2 u. 42 -, overtuigde een vriendin Dejaeghere om haar kans te wagen. Die dreef haar trainingskilometers op, met een (bijna zeker) olympisch ticket als resultaat. Al wordt een deftige (ere)plaats in Rio wel een ander paar mouwen. DOOR JONAS CRETEURDejaeghere liep vorige week in Berlijn haar éérste marathon.