Woensdagvoormiddag. In de hoofdtribune van de Bosuil kijkt Tim Van Vlasselaer (28) naar zijn stappenteller. De head groundsman van Antwerp heeft al 10.000 passen in de benen en het is pas 11 uur. Van Vlasselaer behoedt de heilige grond van het stamnummer 1 zoveel mogelijk voor zwaar rollend materieel waar iemand opzit. Dat staat hij enkel nog toe als het niet anders kan, bij ingrijpende handelingen. 'Meestal gebruiken we kleine maaiers waar we achter stappen. Dat is beter voor het veld. Gras is een fantástisch product om mee te werken. Als je daar passie voor voelt, vind je het niet erg om op dat veld elke week 60 à 70 kilometer te stappen.'

Toen de groundsman van Wembley hoorde met welk budget hij in Waregem zou moeten werken, zei hij: 'Laat maar.'' Thierry De Jonghe

Een echt 'pelouseken'

De inzet van Van Vlasselaer loont. Binnen de Pro League, de vereniging van profclubs, werd het veld van Antwerp vorig seizoen verkozen tot het beste van het land. Van Vlasselaer mocht de zogenaamde Greenkeepers Award in ontvangst nemen. Maar van de term greenkeepers houden hij en zijn collega's niet. 'In Engeland spreken ze van een football ground, dus van groundsmen', zegt Thierry De Jonghe (34). Meteen is duidelijk uit welk land de wind waait in dit wereldje.

De Jonghe ging Van Vlasselaer voor op de erelijst van de - welaan dan - Groundsmen Award. Hij ontving de trofee in 2018, toen hij nog voor Lokeren werkte. Eerder was De Jonghe ook aan de slag bij Anderlecht en KV Mechelen. Intussen werkt hij bij De Ceuster, een bedrijf dat honderden sportclubs bijstaat in hun veldverzorging. Zijn huidige job is gezinsvriendelijker: 'Als groundsman van een profclub moet je áltíjd klaarstaan, want dat veld is voor de spelers een werkmiddel, zoals een computer voor een journalist.'

Oli Makin knikt: 'Als je een veld op niveau wil krijgen, neemt het je leven over.' Makin is een 29-jarige Engelsman uit Rochdale. Hij werkt als head groundsman bij Oud-Heverlee Leuven en kwam speciaal voor die job in Leuven wonen. Nochtans is België niet gekend om zijn biljartlakens, en al zeker 1B niet, de afdeling waarin OHL speelt. Maar aan Den Dreef voert King Power het hoge woord. Die Thaise investeringsgroep bezit ook Premier Leagueclub Leicester City en is dus vertrouwd met de Engelse cultuur om zorg en geld te besteden aan een goed veld. Daardoor kan Makin aan Den Dreef aarden. 'King Power wil dat we hier de kwaliteit van de mat bij Leicester spiegelen.'

Tim Van Vlasselaer, de head groundsman van Antwerp, over het in orde krijgen van het veld op de Bosuil: 'Dat is elke keer weer míjn Champions Leaguematch.', BELGAIMAGE, CHRISTOPHE KETELS
Tim Van Vlasselaer, de head groundsman van Antwerp, over het in orde krijgen van het veld op de Bosuil: 'Dat is elke keer weer míjn Champions Leaguematch.' © BELGAIMAGE, CHRISTOPHE KETELS

Om op dat niveau te geraken is wel nog een en ander vereist, smaalt Makin. Veldverwarming met een buizensysteem is er nog niet in Leuven. Maar de jonge Engelsman vindt vooral het verouderde drainagesysteem problematisch. 'Als het nog niet eens hard regent, krijgen we al problemen op het veld.' Persverantwoordelijke Roel Van Olmen tempert: 'Denk nu niet dat er dan plassen staan. Gewone supporters zien op zulke momenten een perfecte mat. Maar de standaarden van Oli liggen héél hoog.' Die Engelse veeleisendheid werpt zijn vruchten af. 'Vroeger zag ons veld echt af als het zwaar regende', zegt Van Olmen. 'Soms liet dat zelfs maandenlang sporen na. Nu er een prof aan werkt, is het een echt pelouseken. Als je veel geld in je grasmat steekt, heb je iemand als Oli nodig. Zet je er dan een amateur op, dan verkwist die je investering.'

De maaiers van Madrid

Zulke amateurs ziet Makin nog heel vaak in België: 'Dit land staat waar Engeland tien jaar geleden stond. Veel Belgische terreinverzorgers zijn héél bereidwillig, maar beschikken niet altijd over de juiste kennis en skills. Stilaan maken almaar meer Engelse groundsmen de oversteek naar het continent. Vorig jaar had je bijvoorbeeld ook Nathan Scarff bij Club Brugge. In Engeland zijn er in deze branche niet veel kansen voor jonge mensen zoals wij. Hier kunnen wij lokale mensen, zoals mijn assistent Kevin, opleiden volgens de Engelse standaarden.'

Makin volgde in Engeland een opleiding om groundsman te worden, een van het Myerscough College van Preston. Zo'n cursus bestaat in België niet. Dus krijgen de meeste groundsmen hier het vak al doende onder de knie. Zo ging het ook voor Van Vlasselaer bij Antwerp. Hij begon op zijn achttiende bij de groendienst van de gemeente Duffel. Tien jaar later geldt hij als een van de meest bekwame groundsmen van het land. Dat dankt hij aan zijn toewijding, aan veel trial-and-error én aan het slim kopiëren van technieken van bijvoorbeeld boeren. 'Zo hoorde ik eens over het gebruik van kiemdoeken in de landbouw. Toen we het veld hier in de winter renoveerden, legden we het eens volledig dicht met zulke doeken. Zo vervloog de warmte van ons buizensysteem niet meteen. Dankzij die doeken konden we de temperatuur aan de toplaag een beetje doen stijgen en kon ons nieuw gras sneller kiemen.'

Ook Instagram is een dankbaar hulpmiddel. 'Daarop volg ik veel groundsmen,' zegt Van Vlasselaer, 'zeker ook Engelse. Dan zie ik welk soort graszaad zij gebruiken en zoek ik de samenstelling daarvan op. Ik test ook heel graag machines. Komt er iets nieuws op de markt, dan contacteer ik het bedrijf. Als ik die machine dan eens mag gebruiken, kan ik snel inschatten of ze een meerwaarde biedt. Enkele maanden geleden zag ik dat Real Madrid grasmaaiers gebruikt van een ander merk dan wij er hadden. Ik zocht uit waarom zij daarin investeren, contacteerde de verdeler en kreeg er een in demo. Als ik dan overtuigd ben, leg ik de investering voor aan onze directie.'

Lampen van 2dehands.be

Op de Bosuil heeft Van Vlasselaer niet te klagen over de financiële mogelijkheden. Dat is belangrijk, zegt Makin in Leuven: 'Veel Belgische clubs willen wel de beste velden, maar ze investeren er niet in. Maar je moet eerst de investering doen vooraleer je professionals als ons kunt aantrekken.' De Jonghe knikt: 'Enkele jaren geleden was Zulte Waregem op zoek naar een nieuwe groundsman en Anthony Stones was vrij, de man die op Wembley gezeten had. Hij ging in Waregem op gesprek, maar toen die man hoorde met welk budget hij daar zou moeten werken, zei hij: 'Laat maar.' Hij is dan naar het Stade de France gegaan.'

Oli Makin, de Engelse groundsman van OHL: 'Als je een veld op niveau wil krijgen, neemt het je leven over.', BELGAIMAGE, CHRISTOPHE KETELS
Oli Makin, de Engelse groundsman van OHL: 'Als je een veld op niveau wil krijgen, neemt het je leven over.' © BELGAIMAGE, CHRISTOPHE KETELS

Maar je kan en mag de Belgische budgetten voor de veldverzorging niet vergelijken met de Engelse, zegt De Jonghe ook. 'Ginder krijgt de laatste in de Premier League nog altijd meer tv-geld dan alle Belgische clubs samen. Aan de andere kant zorgt dat er dan weer voor dat de Belgische groundsmen vindingrijker zijn dan de Engelse. Bij KRC Genk was er eens een groundsman die een oplossing bedacht voor het maaisel dat blijft liggen als je 's ochtends maait, wanneer er nog dauw is. Hij hing een sleepnetje achter zijn kooimaaier. Dat gaf een heel proper resultaat. Zelf fabriceerde ik in mijn tijd bij KV Mechelen eens eigenhandig een systeem met groeilampen, iets wat normaal heel duur is. Op 2dehands.be had ik een hovenier gevonden die zijn assimilatielampen aanbood. Ik ging die kopen en bouwde zelf een aluminium kar om ze op vast te maken.'

Ook Aimé L'Hermite (48), de groundsman van Charleroi, moet inventief zijn. Op Mambourg wordt niet zo fors geïnvesteerd in de grasmat als bij Antwerp of OHL. Een tijd geleden kreeg L'Hermite gesakker van de spelers rond zijn oren, omdat het hoofdveld in Charleroi en het trainingsveld in Marcinelle met een ander type maaier gemaaid werden. 'De spelers hebben liefst dat die twee zo goed mogelijk op elkaar lijken. Maar zo'n maaier kost 30.000 euro. Uiteindelijk vond ik in Engeland een tweedehands exemplaar aan 8000 euro. Dus hing ik op een dag mijn remorque aan mijn auto en reed ik richting Londen.'

Ook over de lengte van het gras hebben veel spelers een uitgesproken mening, ondervindt L'Hermite: 'Ze houden van kort gras, 25 millimeter. Maar hoe korter je maait, hoe minder diep de wortels gaan.' De Jonghe: 'En een profvoetballer heeft graag dat een veld stevig is, maar toch niet te hard. Het veld moet goed geworteld zijn, zodat er geen stukken gras uitvliegen, en tegelijkertijd moet het zacht aanvoelen. Dat bekom je door vóór de wedstrijd nog eens extra te beluchten. Of door voor natuurgras te kiezen. Dat voelt altijd iets zachter aan dan een hybride systeem met kunstvezels.'

20 miljoen vezels

Antwerp heeft enkel natuurgras. Dat geeft de award van vorig seizoen nog extra glans, want de tweede en derde in de verkiezing - OHL en KRC Genk - beschikken over een hybride systeem. Van Vlasselaer: 'We streden dus niet met gelijke wapens. Tenminste niet als je enkel naar het gras kijkt. Misschien hebben wij wel betere omstandigheden om het gras te laten groeien, doordat de Bosuil nog geen gesloten kuip is.'

In Genk ligt er, net als in Brugge, een zogenaamde Grassmaster. Van Vlasselaer: 'Daarbij zijn over de hele grasmat 20 miljoen kunstgrasvezels diep in de grond gestikt. De wortels van het natuurgras groeien rond die vezels. Dat geeft een enorme stevigheid.' Bij OHL hebben ze een Playmaster. Daarbij ligt er onderaan een soort van tapijt waar al kunstgrasvezels inzitten en waartussen natuurlijk gras is gekweekt. Ook dat geeft extra stabiliteit.

Tegenover dat voordeel staat een kostenplaatje. 'Zo'n Grassmaster kost 750.000 euro', zegt De Jonghe. Maar een Grassmaster kan wel tien jaar mee. 'Daarbij kun je op het eind van elk seizoen de toplaag eraf frezen', aldus Van Vlasselaer. 'De kunstvezels blijven staan en dan kun je terug inzaaien. Na zes weken kun je er weer op spelen. Bij Antwerp hadden wij afgelopen zomer niet genoeg tijd om opnieuw in te zaaien. Op een natuurlijke grasmat heb je twaalf weken nodig eer het gras stevig genoeg is om erop te spelen. Maar onze zomerstop duurde maar vijf weken. Dus behielden wij onze basis en renoveerden we ons veld. Nochtans vervang je een natuurlijke grasmat best elk jaar, zoals Feyenoord. Die club verhuurt haar stadion voor concerten en gebruikt een deel van de opbrengsten om met zijn veld telkens weer vanaf nul te herbeginnen. Dat is ideaal.'

Aimé L'Hermite, de groundsman van Charleroi, reed speciaal naar Engeland om er een tweedehandsgrasmaaier te kopen., BELGAIMAGE, CHRISTOPHE KETELS
Aimé L'Hermite, de groundsman van Charleroi, reed speciaal naar Engeland om er een tweedehandsgrasmaaier te kopen. © BELGAIMAGE, CHRISTOPHE KETELS

Omdat Antwerp zijn grasmat behield, zijn de uitdagingen voor Van Vlasselaer nu nóg groter dan vorig seizoen. 'Die trofee biedt geen enkele garantie. Je bent in dit werk ook van zó veel factoren afhankelijk.' Maar het zijn geen gure weersomstandigheden die Van Vlasselaer het meest vreest. 'Mijn grootste angst blijft dat de trainer in de aanloop naar een thuismatch op het hoofdveld wil trainen. In mijn eerste jaar hier hadden we 32 trainingen op het A-veld. Dat was rampzalig.'

In Charleroi herkent L'Hermite de problematiek. ' Karim Belhocine trainde in zijn beginweken hier soms twee à drie keer per week op ons A-veld. Ik heb hem moeten uitleggen dat zoiets hier niet mogelijk is. Anders is de grasmat binnen de kortste keren dood. Ik begrijp hem wel; hij is een nieuwe trainer, het is zijn eerste seizoen hier en hij wil het beste voor zijn team. Maar ik wil het beste voor het terrein.'

Het schoonste wat er is

L'Hermite vertelt het allemaal in zijn bureau onder een van de tribunes, een voormalig rommelkot dat hij pimpte. Aan de muur prijkt nu zijn gereedschap, akelig netjes geordend. De ruimte is versierd met foto's en Charleroishirts. Zelfs een sofa heeft hij naar binnen gesleurd. Die komt van pas als hij in de aanloop naar een wedstrijd de nacht op de club doorbrengt. Net als OHL moet Charleroi zich bij vriesweer nog altijd behelpen met tenten en warmtekanonnen. Als het kwik in de nacht vóór een match onder nul duikt, blijft L'Hermite in de buurt om te checken of de zeilen het houden en de kanonnen niet in panne vallen. In Leuven heeft ook Makin zo al nachten aan Den Dreef doorgebracht: 'Als ik op zo'n moment naar huis ga, slaap ik toch niet.'

Maar ook clubs die wel een systeem met warmwaterbuizen onder hun veld hebben, huiveren nog altijd voor sneeuwval, zeker als die de dag vóór of de dag van de match valt. Het buizensysteem kan niet verhinderen dat de sneeuw blijft liggen op het terrein. Van Vlasselaer: 'En dan is het verre van ideaal voor het gras als je op het veld moet stappen om de sneeuw eraf te scheppen. Zoals ook extreme hitte slecht is. Tijdens die 40 gradenweek van afgelopen zomer zijn wij een hele week van het veld gebleven, om het zo weinig mogelijk stress te geven. Wij werken mét de natuur, maar krijgen ook veel tegenkanting van die natuur. Ze laat zich niet bepalen. We kunnen een hele planning opmaken van wat we allemaal willen doen, maar als de natuur het anders ziet, gaat het niet door. Belangrijk in deze job is om te aanvaarden dat er een moment komt waarop je het veld niet meer in zijn oorspronkelijke staat kunt herstellen. Ook moet je onthouden dat de kunst niét is om het veld op één moment piekfijn te krijgen. De uitdaging is om het een heel seizoen zo goed mogelijk te houden.'

Daarbij telt voor de groundsmen niet enkel de kwaliteit van het veld, maar zeker ook de aanblik. 'Natúúrlijk,' zegt Van Vlasselaer, 'het gaat om je uitstraling op het grote toneel. Ik rol 's zondags niet om zes uur uit mijn bed om hier dan 's avonds, bij de aftrap, niét tevreden te zijn over hoe het veld eruitziet. Hele dagen spannen we ons in om het gras fris en groen te krijgen tegen het moment dat de spelers het veld betreden. Als dat lukt, vind ik dat het schoonste wat er is. Dat is elke keer weer míjn Champions Leaguematch. Bij de vorige wedstrijd had ik op 25 millimeter gemaaid. Toen sprong ons veld er niet echt uit qua kleur, vond ik. Volgende keer ga ik één millimeter hoger maaien.'

Toen hij nog groundsman was bij KV Mechelen, knutselde Thierry De Jonghe eigenhandig een lampensysteem in elkaar., BELGAIMAGE, CHRISTOPHE KETELS
Toen hij nog groundsman was bij KV Mechelen, knutselde Thierry De Jonghe eigenhandig een lampensysteem in elkaar. © BELGAIMAGE, CHRISTOPHE KETELS

De transfers van groundsmen

Enkele maanden geleden plukte Club Brugge de groundsman van KAA Gent weg. De Oost-Vlamingen gingen met die van KV Oostende aan de haal. In de badstad verleidden ze op hun beurt de groundsman van KSV Roeselare.

Ook op hoger niveau plukken clubs weleens de groundsman van een andere club weg, met als bekendste voorbeeld: Paul Burgess,

die in 2009 van Arsenal naar Real Madrid ging. Burgess staat te boek als dé referentie in het wereldje. Maar Thierry De Jonghe, die zelf bij drie Belgische clubs groundsman was, relativeert: 'Burgess kan zichzelf goed verkopen. Waarschijnlijk zijn er andere groundsmen die even goed werk leveren, maar iets minder behendig zijn op de sociale media.'

Woensdagvoormiddag. In de hoofdtribune van de Bosuil kijkt Tim Van Vlasselaer (28) naar zijn stappenteller. De head groundsman van Antwerp heeft al 10.000 passen in de benen en het is pas 11 uur. Van Vlasselaer behoedt de heilige grond van het stamnummer 1 zoveel mogelijk voor zwaar rollend materieel waar iemand opzit. Dat staat hij enkel nog toe als het niet anders kan, bij ingrijpende handelingen. 'Meestal gebruiken we kleine maaiers waar we achter stappen. Dat is beter voor het veld. Gras is een fantástisch product om mee te werken. Als je daar passie voor voelt, vind je het niet erg om op dat veld elke week 60 à 70 kilometer te stappen.'De inzet van Van Vlasselaer loont. Binnen de Pro League, de vereniging van profclubs, werd het veld van Antwerp vorig seizoen verkozen tot het beste van het land. Van Vlasselaer mocht de zogenaamde Greenkeepers Award in ontvangst nemen. Maar van de term greenkeepers houden hij en zijn collega's niet. 'In Engeland spreken ze van een football ground, dus van groundsmen', zegt Thierry De Jonghe (34). Meteen is duidelijk uit welk land de wind waait in dit wereldje. De Jonghe ging Van Vlasselaer voor op de erelijst van de - welaan dan - Groundsmen Award. Hij ontving de trofee in 2018, toen hij nog voor Lokeren werkte. Eerder was De Jonghe ook aan de slag bij Anderlecht en KV Mechelen. Intussen werkt hij bij De Ceuster, een bedrijf dat honderden sportclubs bijstaat in hun veldverzorging. Zijn huidige job is gezinsvriendelijker: 'Als groundsman van een profclub moet je áltíjd klaarstaan, want dat veld is voor de spelers een werkmiddel, zoals een computer voor een journalist.' Oli Makin knikt: 'Als je een veld op niveau wil krijgen, neemt het je leven over.' Makin is een 29-jarige Engelsman uit Rochdale. Hij werkt als head groundsman bij Oud-Heverlee Leuven en kwam speciaal voor die job in Leuven wonen. Nochtans is België niet gekend om zijn biljartlakens, en al zeker 1B niet, de afdeling waarin OHL speelt. Maar aan Den Dreef voert King Power het hoge woord. Die Thaise investeringsgroep bezit ook Premier Leagueclub Leicester City en is dus vertrouwd met de Engelse cultuur om zorg en geld te besteden aan een goed veld. Daardoor kan Makin aan Den Dreef aarden. 'King Power wil dat we hier de kwaliteit van de mat bij Leicester spiegelen.' Om op dat niveau te geraken is wel nog een en ander vereist, smaalt Makin. Veldverwarming met een buizensysteem is er nog niet in Leuven. Maar de jonge Engelsman vindt vooral het verouderde drainagesysteem problematisch. 'Als het nog niet eens hard regent, krijgen we al problemen op het veld.' Persverantwoordelijke Roel Van Olmen tempert: 'Denk nu niet dat er dan plassen staan. Gewone supporters zien op zulke momenten een perfecte mat. Maar de standaarden van Oli liggen héél hoog.' Die Engelse veeleisendheid werpt zijn vruchten af. 'Vroeger zag ons veld echt af als het zwaar regende', zegt Van Olmen. 'Soms liet dat zelfs maandenlang sporen na. Nu er een prof aan werkt, is het een echt pelouseken. Als je veel geld in je grasmat steekt, heb je iemand als Oli nodig. Zet je er dan een amateur op, dan verkwist die je investering.'Zulke amateurs ziet Makin nog heel vaak in België: 'Dit land staat waar Engeland tien jaar geleden stond. Veel Belgische terreinverzorgers zijn héél bereidwillig, maar beschikken niet altijd over de juiste kennis en skills. Stilaan maken almaar meer Engelse groundsmen de oversteek naar het continent. Vorig jaar had je bijvoorbeeld ook Nathan Scarff bij Club Brugge. In Engeland zijn er in deze branche niet veel kansen voor jonge mensen zoals wij. Hier kunnen wij lokale mensen, zoals mijn assistent Kevin, opleiden volgens de Engelse standaarden.' Makin volgde in Engeland een opleiding om groundsman te worden, een van het Myerscough College van Preston. Zo'n cursus bestaat in België niet. Dus krijgen de meeste groundsmen hier het vak al doende onder de knie. Zo ging het ook voor Van Vlasselaer bij Antwerp. Hij begon op zijn achttiende bij de groendienst van de gemeente Duffel. Tien jaar later geldt hij als een van de meest bekwame groundsmen van het land. Dat dankt hij aan zijn toewijding, aan veel trial-and-error én aan het slim kopiëren van technieken van bijvoorbeeld boeren. 'Zo hoorde ik eens over het gebruik van kiemdoeken in de landbouw. Toen we het veld hier in de winter renoveerden, legden we het eens volledig dicht met zulke doeken. Zo vervloog de warmte van ons buizensysteem niet meteen. Dankzij die doeken konden we de temperatuur aan de toplaag een beetje doen stijgen en kon ons nieuw gras sneller kiemen.' Ook Instagram is een dankbaar hulpmiddel. 'Daarop volg ik veel groundsmen,' zegt Van Vlasselaer, 'zeker ook Engelse. Dan zie ik welk soort graszaad zij gebruiken en zoek ik de samenstelling daarvan op. Ik test ook heel graag machines. Komt er iets nieuws op de markt, dan contacteer ik het bedrijf. Als ik die machine dan eens mag gebruiken, kan ik snel inschatten of ze een meerwaarde biedt. Enkele maanden geleden zag ik dat Real Madrid grasmaaiers gebruikt van een ander merk dan wij er hadden. Ik zocht uit waarom zij daarin investeren, contacteerde de verdeler en kreeg er een in demo. Als ik dan overtuigd ben, leg ik de investering voor aan onze directie.'Op de Bosuil heeft Van Vlasselaer niet te klagen over de financiële mogelijkheden. Dat is belangrijk, zegt Makin in Leuven: 'Veel Belgische clubs willen wel de beste velden, maar ze investeren er niet in. Maar je moet eerst de investering doen vooraleer je professionals als ons kunt aantrekken.' De Jonghe knikt: 'Enkele jaren geleden was Zulte Waregem op zoek naar een nieuwe groundsman en Anthony Stones was vrij, de man die op Wembley gezeten had. Hij ging in Waregem op gesprek, maar toen die man hoorde met welk budget hij daar zou moeten werken, zei hij: 'Laat maar.' Hij is dan naar het Stade de France gegaan.' Maar je kan en mag de Belgische budgetten voor de veldverzorging niet vergelijken met de Engelse, zegt De Jonghe ook. 'Ginder krijgt de laatste in de Premier League nog altijd meer tv-geld dan alle Belgische clubs samen. Aan de andere kant zorgt dat er dan weer voor dat de Belgische groundsmen vindingrijker zijn dan de Engelse. Bij KRC Genk was er eens een groundsman die een oplossing bedacht voor het maaisel dat blijft liggen als je 's ochtends maait, wanneer er nog dauw is. Hij hing een sleepnetje achter zijn kooimaaier. Dat gaf een heel proper resultaat. Zelf fabriceerde ik in mijn tijd bij KV Mechelen eens eigenhandig een systeem met groeilampen, iets wat normaal heel duur is. Op 2dehands.be had ik een hovenier gevonden die zijn assimilatielampen aanbood. Ik ging die kopen en bouwde zelf een aluminium kar om ze op vast te maken.' Ook Aimé L'Hermite (48), de groundsman van Charleroi, moet inventief zijn. Op Mambourg wordt niet zo fors geïnvesteerd in de grasmat als bij Antwerp of OHL. Een tijd geleden kreeg L'Hermite gesakker van de spelers rond zijn oren, omdat het hoofdveld in Charleroi en het trainingsveld in Marcinelle met een ander type maaier gemaaid werden. 'De spelers hebben liefst dat die twee zo goed mogelijk op elkaar lijken. Maar zo'n maaier kost 30.000 euro. Uiteindelijk vond ik in Engeland een tweedehands exemplaar aan 8000 euro. Dus hing ik op een dag mijn remorque aan mijn auto en reed ik richting Londen.' Ook over de lengte van het gras hebben veel spelers een uitgesproken mening, ondervindt L'Hermite: 'Ze houden van kort gras, 25 millimeter. Maar hoe korter je maait, hoe minder diep de wortels gaan.' De Jonghe: 'En een profvoetballer heeft graag dat een veld stevig is, maar toch niet te hard. Het veld moet goed geworteld zijn, zodat er geen stukken gras uitvliegen, en tegelijkertijd moet het zacht aanvoelen. Dat bekom je door vóór de wedstrijd nog eens extra te beluchten. Of door voor natuurgras te kiezen. Dat voelt altijd iets zachter aan dan een hybride systeem met kunstvezels.' Antwerp heeft enkel natuurgras. Dat geeft de award van vorig seizoen nog extra glans, want de tweede en derde in de verkiezing - OHL en KRC Genk - beschikken over een hybride systeem. Van Vlasselaer: 'We streden dus niet met gelijke wapens. Tenminste niet als je enkel naar het gras kijkt. Misschien hebben wij wel betere omstandigheden om het gras te laten groeien, doordat de Bosuil nog geen gesloten kuip is.' In Genk ligt er, net als in Brugge, een zogenaamde Grassmaster. Van Vlasselaer: 'Daarbij zijn over de hele grasmat 20 miljoen kunstgrasvezels diep in de grond gestikt. De wortels van het natuurgras groeien rond die vezels. Dat geeft een enorme stevigheid.' Bij OHL hebben ze een Playmaster. Daarbij ligt er onderaan een soort van tapijt waar al kunstgrasvezels inzitten en waartussen natuurlijk gras is gekweekt. Ook dat geeft extra stabiliteit. Tegenover dat voordeel staat een kostenplaatje. 'Zo'n Grassmaster kost 750.000 euro', zegt De Jonghe. Maar een Grassmaster kan wel tien jaar mee. 'Daarbij kun je op het eind van elk seizoen de toplaag eraf frezen', aldus Van Vlasselaer. 'De kunstvezels blijven staan en dan kun je terug inzaaien. Na zes weken kun je er weer op spelen. Bij Antwerp hadden wij afgelopen zomer niet genoeg tijd om opnieuw in te zaaien. Op een natuurlijke grasmat heb je twaalf weken nodig eer het gras stevig genoeg is om erop te spelen. Maar onze zomerstop duurde maar vijf weken. Dus behielden wij onze basis en renoveerden we ons veld. Nochtans vervang je een natuurlijke grasmat best elk jaar, zoals Feyenoord. Die club verhuurt haar stadion voor concerten en gebruikt een deel van de opbrengsten om met zijn veld telkens weer vanaf nul te herbeginnen. Dat is ideaal.' Omdat Antwerp zijn grasmat behield, zijn de uitdagingen voor Van Vlasselaer nu nóg groter dan vorig seizoen. 'Die trofee biedt geen enkele garantie. Je bent in dit werk ook van zó veel factoren afhankelijk.' Maar het zijn geen gure weersomstandigheden die Van Vlasselaer het meest vreest. 'Mijn grootste angst blijft dat de trainer in de aanloop naar een thuismatch op het hoofdveld wil trainen. In mijn eerste jaar hier hadden we 32 trainingen op het A-veld. Dat was rampzalig.' In Charleroi herkent L'Hermite de problematiek. ' Karim Belhocine trainde in zijn beginweken hier soms twee à drie keer per week op ons A-veld. Ik heb hem moeten uitleggen dat zoiets hier niet mogelijk is. Anders is de grasmat binnen de kortste keren dood. Ik begrijp hem wel; hij is een nieuwe trainer, het is zijn eerste seizoen hier en hij wil het beste voor zijn team. Maar ik wil het beste voor het terrein.' L'Hermite vertelt het allemaal in zijn bureau onder een van de tribunes, een voormalig rommelkot dat hij pimpte. Aan de muur prijkt nu zijn gereedschap, akelig netjes geordend. De ruimte is versierd met foto's en Charleroishirts. Zelfs een sofa heeft hij naar binnen gesleurd. Die komt van pas als hij in de aanloop naar een wedstrijd de nacht op de club doorbrengt. Net als OHL moet Charleroi zich bij vriesweer nog altijd behelpen met tenten en warmtekanonnen. Als het kwik in de nacht vóór een match onder nul duikt, blijft L'Hermite in de buurt om te checken of de zeilen het houden en de kanonnen niet in panne vallen. In Leuven heeft ook Makin zo al nachten aan Den Dreef doorgebracht: 'Als ik op zo'n moment naar huis ga, slaap ik toch niet.' Maar ook clubs die wel een systeem met warmwaterbuizen onder hun veld hebben, huiveren nog altijd voor sneeuwval, zeker als die de dag vóór of de dag van de match valt. Het buizensysteem kan niet verhinderen dat de sneeuw blijft liggen op het terrein. Van Vlasselaer: 'En dan is het verre van ideaal voor het gras als je op het veld moet stappen om de sneeuw eraf te scheppen. Zoals ook extreme hitte slecht is. Tijdens die 40 gradenweek van afgelopen zomer zijn wij een hele week van het veld gebleven, om het zo weinig mogelijk stress te geven. Wij werken mét de natuur, maar krijgen ook veel tegenkanting van die natuur. Ze laat zich niet bepalen. We kunnen een hele planning opmaken van wat we allemaal willen doen, maar als de natuur het anders ziet, gaat het niet door. Belangrijk in deze job is om te aanvaarden dat er een moment komt waarop je het veld niet meer in zijn oorspronkelijke staat kunt herstellen. Ook moet je onthouden dat de kunst niét is om het veld op één moment piekfijn te krijgen. De uitdaging is om het een heel seizoen zo goed mogelijk te houden.' Daarbij telt voor de groundsmen niet enkel de kwaliteit van het veld, maar zeker ook de aanblik. 'Natúúrlijk,' zegt Van Vlasselaer, 'het gaat om je uitstraling op het grote toneel. Ik rol 's zondags niet om zes uur uit mijn bed om hier dan 's avonds, bij de aftrap, niét tevreden te zijn over hoe het veld eruitziet. Hele dagen spannen we ons in om het gras fris en groen te krijgen tegen het moment dat de spelers het veld betreden. Als dat lukt, vind ik dat het schoonste wat er is. Dat is elke keer weer míjn Champions Leaguematch. Bij de vorige wedstrijd had ik op 25 millimeter gemaaid. Toen sprong ons veld er niet echt uit qua kleur, vond ik. Volgende keer ga ik één millimeter hoger maaien.'