238 kilometer, verdeeld over 14 ronden, krijgen de renners voorgeschoteld over de zuidrand van Antwerpen, met de finish op de Desguinlei. In elke ronde ook twee kasseistroken, goed voor in totaal ruim 40 kilometer stenen. Niet te vergelijken met die van Parijs-Roubaix, maar toch is de jongste winnaar van de Helletocht, Greg Van Avermaet, ook in Antwerpen topfavoriet. Een biljartvlakke omloop is immers geen garantie op een massasprint. In de laatste 20 BK's, sinds 1997, waren er 10 parcoursen waarbij de voornaamste hindernis een snelwegbrug, of ten hoogste een heuveltje, was.
...

238 kilometer, verdeeld over 14 ronden, krijgen de renners voorgeschoteld over de zuidrand van Antwerpen, met de finish op de Desguinlei. In elke ronde ook twee kasseistroken, goed voor in totaal ruim 40 kilometer stenen. Niet te vergelijken met die van Parijs-Roubaix, maar toch is de jongste winnaar van de Helletocht, Greg Van Avermaet, ook in Antwerpen topfavoriet. Een biljartvlakke omloop is immers geen garantie op een massasprint. In de laatste 20 BK's, sinds 1997, waren er 10 parcoursen waarbij de voornaamste hindernis een snelwegbrug, of ten hoogste een heuveltje, was. Op slechts vier daarvan werd er gesprint met een groep van meer dan 20 coureurs: 2014 Wielsbeke (69 renners, winnaar Jens Debusschere), 2008 Knokke-Heist (63, Jürgen Roelandts), 2002 Maldegem (34, Tom Steels), 1997 Knokke-Heist (20, Steels). In de zes andere kampioenschappen ging de titel naar de snelste van een beperkte kopgroep. Zoals in 2006, toen het BK ook in Antwerpen plaatsvond, en Niko Eeckhout de jonge Philippe Gilbert en Tom Boonen verrassend het nakijken gaf. Als de wind stevig waait, en ook de kasseitjes voor extra slijtage zorgen, bestaat de kans dat ook zondag een groepje om de tricolore zal sprinten. Als er van in het begin hard gekoerst wordt, dan drijven de toppers sowieso boven. En de altijd offensief ingestelde Van Avermaet laat zich daarin nooit onbetuigd. Maar ook als een grotere groep richting finish vlamt, hoeft de olympisch kampioen in dit Belgisch peloton van niemand bang te zijn. Na het afhaken van Boonen heeft ons land immers geen enkele topsprinter meer. Boonen liet die massasprinten de laatste jaren ook steeds meer achterwege. De Kempenaar is een van de amper drie Belgen die dit jaar een groeps/massasprint in een UCI-race van eerste categorie won. Jens Debusschere was de snelste in een rit in de Vierdaagse van Duinkerke en de Ronde van België (tegen weliswaar beperkte tegenstand) en... Van Avermaet liet in de Ronde van Luxemburg 42 renners zijn achterwiel zien (al was ook daar de sprintersspoeling heel dun). Daarna zei de Oost-Vlaming dat hij op het BK gerust wilde gokken op een sprint, zeker na 238 kilometer. Van Avermaet is dan wel geen hazewind à la Cavendish, in het verleden won hij al meermaals (ook vlakke) sprinten van grote groepen, zoals in de Ronde van Utah 2013, toen hij 91 renners te snel af was. Of in zijn beginjaren als prof, als winnaar van verscheidene etappes in de Ronde van Wallonië. Aangezien Timothy Dupont, vorig jaar nog de sprintrevelatie (op Belgisch niveau), dit seizoen achteruit fietst en Edward Theuns (twee keer top vijf in massasprinten in de Tour van 2016) nog de naweeën voelt van een rugoperatie, zal Van Avermaet vooral Debusschere, Jasper Stuyven (drie topvijfplaatsen in een massasprint in de jongste Giro), Roy Jans, Kenny Dehaes, Bert Van Lerberghe en Baptiste Planckaert en de onvermijdelijke Philippe Gilbert in het oog moeten houden. Maar evengoed soleert Gouden Greg naar zijn eerste Belgische titel. Jonas Creteur