Echt weg is hij nooit geweest, maar sinds hij een half jaar geleden zijn kleine maar gezellig ingerichte woning op een woonerf in het vlak over de grens gelegen Hapert, verruilde voor een riantere villa in Overpelt aan de andere kant van de grens, is Will Van Woerkum toch weer een beetje meer Belg geworden. "Heel ons sociaal leven speelde zich in België af", glundert de sympathieke Nederlander als hij ons in zijn nieuwe maar nog kale woning ontvangt.
...

Echt weg is hij nooit geweest, maar sinds hij een half jaar geleden zijn kleine maar gezellig ingerichte woning op een woonerf in het vlak over de grens gelegen Hapert, verruilde voor een riantere villa in Overpelt aan de andere kant van de grens, is Will Van Woerkum toch weer een beetje meer Belg geworden. "Heel ons sociaal leven speelde zich in België af", glundert de sympathieke Nederlander als hij ons in zijn nieuwe maar nog kale woning ontvangt. Wanneer hij ons plots ook een heerlijke roomsoes voorschotelt, is het pas echt duidelijk dat de man meer Belgische dan Nederlandse gewoonten heeft. "Zelfs toen we nog in Nederland woonden, zaten we meer in Overpelt dan in Hapert. En voor onze kinderen moesten we er ook niet langer blijven. Mijn jongste zoon Bobby, die mee verhuisde, speelt al een tijdje in België. Vorig jaar bij Heppen, nu bij VK Beringen in eerste provinciale. De oudste, Dave, woont nog in Nederland en is nu scheidsrechter. Als voetballer was hij het nooit met de scheids eens, daarom is hij er zelf maar een geworden ( lacht)." Voor het werk toeft hij nog vaak in Nederland. Als schilder van onder meer woninggevels is Will Van Woerkum al geruime tijd aan de slag bij een bedrijf in Best, nabij Eindhoven. "Ik ben er wat jullie hier een ploegbaas noemen, maar schilder uiteraard zelf ook mee. Het werk bevalt me uitstekend net als de uren. Van half acht tot vier. Kan moeilijk beter."Het voetbal volgt hij nog van zeer nabij, al gaat hij niet langer elke week naar het stadion. Uiteraard kijkt hij met speciale aandacht naar Racing Genk en ook een beetje naar Heusden Zolder, waar hij veel respect en sympathie toont voor trainer Peter Balette. "Die man is echt wel met zijn vak bezig. Mocht hij bij zijn club ontslagen worden, dan verdient hij zeker een nieuwe kans in eerste klasse. Maar ik hoop echt voor hem dat het niet zover komt. Jammer dat zijn ploeg zo moeilijk scoort." Scoren, daar had Van Woerkum het zelf helemaal niet moeilijk mee. Zo maakte hij in een derby tegen Waterschei een zuivere hattrick op zeven minuten tijd. "Van 2-1 naar 5-1", geniet hij nog altijd na. "Daar wordt nu nog altijd over gesproken. We hadden met Winterslag echt ook wel een fantastische groep. Het is een cliché, maar wij gingen voor elkaar echt door het vuur. Velen van ons waren dan wel geen mijnwerkers maar we hadden wel die mentaliteit. Dat de groep enorm goed aan elkaar hing, bleek nog tijdens een feestje voor Mathy Billen toen die vorige lente vijftig werd. Iedereen was er." Billen was overigens, samen met zijn boezemvriend Paul Lambrichts, de ambiancemaker bij uitstek. "Die twee gingen soms tot het ochtendgloren uit maar liepen de dag nadien op training wel vooraan. Zelf ben ik nooit een stapper geweest al waren de supportersavonden die Waseige organiseerde een verplicht nummer. Hoe geestig die vaak ook waren, ik vertrok altijd als eerste omdat ik ook nog een eindje moest rijden en bovendien toch fris wilde zijn." Onder Staf Vandenbergh, zijn eerste trainer bij Winterslag, was dat anders. "Die liet me veel rusten. Het enige wat ik moest doen, was de ballen binnentrappen die de keeper loste. En als de andere jongens zware fysieke arbeid verrichtten, mocht ik me laten verzorgen. Niemand die daar een opmerking over maakte, want in het weekend trapte ik ze één na één binnen. Ik herinner me mijn eerste seizoen nog goed. Doordat ik in balans lag met Roger Beckers, een andere aankoop, miste ik de eerste vijf competitiewedstrijden maar bij mijn debuut tegen Lokeren haalde ik mijn trukendoos al boven en behield ik mijn plaats." Zijn goals aan de Noordlaan kenden ook hun weerklank in Nederland maar toen bondscoach Jan Zwartkruis Van Woerkum tegen Lierse kwam scouten, sloeg het noodlot toe. "Uitgerekend in die wedstrijd", jammert Van Woerkum, "bleef ik met mijn voet in het gras steken en verdraaide ik mijn knie. Een regelrechte ramp, want ik stond heel dicht bij Oranje. Zwartkruis zat namelijk al voor de derde keer in de tribune. Die blessure heeft me nog lang achtervolgd, al bleef ik wel spelen. Zij het met een speciaal verband waarvoor ik elke vrijdag naar Kerkrade trok, waar ik ook nog eens een aparte behandeling kreeg om in het weekend toch maar fit te zijn. Die knie moest soepel blijven en dat kon enkel door te spelen." Maar dat kreeg hij bij Thieu Bollen, de opvolger van Waseige, niet aan het verstand. "Die had het bovendien ook niet voor mij. Jammer genoeg viel zijn komst samen met onze enige Europese campagne die we onder Waseige hadden afgedwongen. Dan hadden ze bij Winterslag beter Urbain Haesaert genomen, die ook kandidaat was maar allicht iets duurder uitviel. Hoewel het in de competitie voor geen meter liep, hield hij Thieu Denier en mij uit de ploeg en voor het hoogtepunt uit de clubgeschiedenis, de dubbele confrontatie met Arsenal, zaten we allebei in de tribune. Hij mocht van geluk spreken dat Winterslag zich toen heeft gekwalificeerd, al heeft hij het als trainer nadien niet lang meer uitgezongen." door Stefan Van Loock'Onze groep hing enorm aan elkaar. Dat bleek onlangs nog tijdens een feestje voor Mathy Billen. Iedereen was er.'