Het is bijna twaalf uur en voor Hotel et le Café de Paris in het centrum van Apeldoorn staat al een lange rij gegadigden aan te schuiven voor de terrassen die pal op de middag opengaan. Een half uur later zit alles vol.
...

Het is bijna twaalf uur en voor Hotel et le Café de Paris in het centrum van Apeldoorn staat al een lange rij gegadigden aan te schuiven voor de terrassen die pal op de middag opengaan. Een half uur later zit alles vol. Het Raadsplein met het oude inmiddels veel te kleine raadshuis is met zijn cafés en restaurants hét terras van Apeldoorn, het kloppend hart van de stad. Wie in Apeldoorn zaken wil doen, moet in Hotel et le Café de Paris zijn, dé plek om dingen te regelen in deze statige stad in het geografische midden van Nederland, de ideale uitvalsbasis voor lange wandeltochten of fietstochten door de Veluwe, het natuurgebied dichtbij. Officieel is Apeldoorn ondanks zijn 163.000 inwoners, de elfde grootste gemeente van Nederland, zelfs geen stad. Hier woont sjiek volk, dat geniet van de rust, de faciliteiten, de natuur en de centrale ligging. En dat een pak goedkoper dan in het bijna onbetaalbare Amsterdam. Niet alleen voor de lokale business is Hotel et le Café de Paris een trefpunt, ook voor Dries Mertens, Nacer Chadli en de andere spelers van AGOVV die er verzamelden voor de wedstrijd. Op de toiletten staat, zoals het in een Frans etablissement hoort, 'Messieurs' en 'Mesdames'. Even verderop woont - hij weet precies hoeveel stappen hij van thuis naar het café moet zetten - Ted van Leeuwen. In 2002 belandde hij bij de club in een programma om AGOVV na een onderbreking van veertig jaar weer in het betaalde voetbal te krijgen. Dat lukte moeizaam in 2003. Vandaag is de voormalige journalist van het Nederlandse voetbalblad Voetbal International technisch directeur van eerstedivisieclub NEC Nijmegen. Van Leeuwen streek hier neer wegens de levenskwaliteit en de centrale ligging. 'In het Twentse is het glas altijd half leeg, hier is het altijd half vol', zegt hij. Maar verder valt hier niets te beleven, behalve wandelen en fietsen in de mooiste natuur van Nederland. 'In Apeldoorn word je geboren en ga je dood, en verder gebeurt er niets.' Even leek er wel iets te gebeuren, toen hij in 2002 bij AGOVV belandde. Hij wijst op het bordes van het oude raadshuis. 'Daar hebben we nog gestaan toen we in 2003 nationaal amateurkampioen werden, met Stanley Menzo, in afwachting van onze proflicentie.' Als je met Van Leeuwen door Apeldoorn loopt, spreekt men hem om de haverklap aan. 'Hé, Ted, wanneer kom je weer terug?', vraagt een fietser op een straathoek. Het is de voormalige bakker die de broodjes bracht naar de toenmalige profclub. 'Hoe gaat het met de club tegenwoordig?' vraagt Van Leeuwen. 'Geen idee, ik ben er jaren niet meer geweest. De gemeente heeft er een zootje van gemaakt.' Als Van Leeuwen op het einde van zijn professionele rit nog eens een poging waagt om profvoetbal in de stad te krijgen, dan moet Mertens wel meekomen als trainer.In de Asselsestraat aan de rand van het centrum bevindt zich op de hoek een tattoo- annex repairshop voor telefoons. Daarboven woonden de vier toenmalige Belgen van de club: Mertens, Chadli, Chiro N'Toko en Christian Kabeya, meestal in het gezelschap van het enige eigen product dat in die profjaren de overstap maakte van de amateurclub AGOVV naar de profclub, Jeremy Bokila. 'We hadden geen appartementen toen we het profvoetbal instapten, en we hadden geen geld', zegt van Leeuwen. Dus sleurde men vanaf de overkant van de straat, waar een Mik & Mak - een kringloopwinkel - gevestigd was, voor een paar honderd euro meubilair naar de andere kant. De eerste speler die hier zijn intrek nam, was de jonge Spanjaard Gonzalo García García. Later volgden de vier Belgen. Ze trokken vaak samen op, 's avonds met zijn vieren de stad in, herinnert Van Leeuwen zich. 'Driesje altijd voorop, de grote N'Toko achteraan en daartussen Nacer en Christian.' Toen Mertens er in januari 2007 arriveerde, maakte AGOVV alweer vier jaar deel uit van het profvoetbal. Maar de opstart was moeilijk, en de niet echt voetbalgezinde gemeente had geen zin in de ambitieuze plannen voor een nieuw, modern stadion met 6000 plaatsen. Het werd er één van 3200 plaatsen. AGOVV moest dagelijks van niets iets maken om het leefbaar te houden. 'Op een dag zou er nog een keeper gehaald worden, terwijl het budget op was. Toen ik vroeg hoe dat gelukt was, zei de financiële man: ik heb de hele medische dienst geschrapt. Mijn zoons spelen bij een amateurclub en die hebben dat ook niet nodig.' ( lacht) Van meet af aan was het businessmodel van profclub AGOVV de minimale begroting rondkrijgen door de verkoop van spelers die gratis of goedkoop gehaald zijn. Maar hoe vond Van Leeuwen die spelers? 'Door zelf naar de gekste plaatsen te gaan kijken, of via mijn uitgebreid netwerk.' Zo haalde hij op een dag Klaas Jan Huntelaar samen met Paul Verhaegh bij de beloften van PSV. 'Een Engelse rugbycoach had een speciaal programma waaraan hij kon zien dat Klaas Jan ooit een ongeluk had gehad, terwijl die dat zelf niet eens wist. Als gevolg daarvan begon hij met zijn rechterbeen te trekken zodra hij een beetje moe werd. Dus gaf die man hem aangepaste oefeningen en een skippybal mee. Probleem opgelost. Soms hangt het van een kleinigheid af om een speler op een heel ander niveau te krijgen.' Het gevolg van die aanpak was dat AGOVV liefst vier spelers op het WK 2014 in Brazilië had: Nacer Chadli en Dries Mertens bij de Rode Duivels, Klaas Jan Huntelaar en Paul Verhaegh bij Oranje. 'Welke andere kleine club kan dat zeggen?' Het begon allemaal met de toen 21-jarige Spaanse jeugdinternational García García, een jeugdproduct van Real die Ted van Leeuwen in 2005 bij de Spaanse derdeklasser Palencia weghaalde. 'Dan moet je eerst altijd even afwachten hoe zo'n jongen zich aanpast, komende van de wereldstad Madrid. Maar hij vond het meteen geweldig in Apeldoorn. Een paar jaar later werd hij voor veel geld verkocht aan Heerenveen.' De speler die AGOVV het meeste opbracht, kwam uit België. Sherjill MacDonald voetbalde nog in Apeldoorn toen Mertens er een jaar later arriveerde, de twee kenden elkaar nog van bij Anderlecht. MacDonald bracht de club bij de verkoop naar West Bromwich Albion 900.000 euro op, nog steeds de hoogste uitgaande transfer. De link tussen MacDonald en AGOVV was tevens de link met Mertens, zegt Van Leeuwen. 'Het verhaal van Dries begon in de tuin van Peter Ressel op de grens van België en Nederland. Peter, oud-speler en scout van Anderlecht, komt ook uit Apeldoorn. Hij bleef altijd goed voor zijn jongens zorgen, ook voor degenen die het niet maakten. Op een dag zaten in zijn tuin twee jongens aan tafel: Dries en Sven Kums. Hun verhaal was dat ze beiden geïndoctrineerd waren; hen was wijs gemaakt dat ze te klein waren voor een carrière in het profvoetbal, en ze geloofden dat ook nog. Maar ons budget was op. Toen ben ik als een gek gaan rondbellen om wat geld bijeen te krijgen. Uiteindelijk kreeg ik toestemming om er ééntje te halen. Dat brak mijn hart. Als je naast zulke jongens zit die wanhopig zijn omdat ze geen perspectief meer hebben, en jij mag er maar één nemen... ik vond het verschrikkelijk om te moeten beslissen. Het werd Dries, omdat we meer nood hadden aan dat profiel. Gelukkig is ook Sven goed terecht gekomen.' Van Leeuwen had Mertens toen al live bij Eendracht Aalst gezien. 'Gewoon op een dag van Apeldoorn naar derdeklasser Aalst gereden. Daar liep een ventje wiens eerste aanname van de bal altijd perfect was, en die zijn eerste actie altijd naar voren maakte. Die notities vond ik onlangs nog terug in mijn scoutingsboekje. Dries trainde al lekker mee toen ik plots telefoon kreeg van Michel Louwagie: 'Jullie hebben een speler van ons, hoe zit dat?' Ik wist dat niet, heb me geëxcuseerd en uiteindelijk 46.000 euro betaald. Bij ons kreeg Dries een contractje van zo'n 30.000 euro bruto per jaar.' Een direct succes was het niet. 'Anders zou hij geen drie jaar in de eerste divisie gespeeld hebben. Idem voor Chadli later. Ruud van Nistelrooij voetbalde zelfs vier jaar in de eerste divisie. Voor mij was het een raadsel dat men hem zo laat oppikte. Uiteindelijk was er een Belg bij Utrecht die vaak bij ons kwam kijken, zo kwam dat contact tot stand. Ook Dries' transfer naar PSV was zo'n verhaal. PSV raakte Balázs Dzsudzsák kwijt, die maakte per seizoen twaalf goals op vrije trappen, toen Fred Rutten me vroeg wie de meeste goals uit vrije trappen maakte. Omdat ze twijfelden of hij mee kon bij een topclub, namen ze Dries om in die kleine wedstrijden het verschil te maken met zijn vrije trappen. Sommige spelers imploderen als ze een stap hoger zetten, omdat ze al op hun limiet zitten. Dries explodeerde eenmaal hij verlost was van de waangedachte dat hij te klein was voor het profvoetbal. Vanaf dan maakte hij snel stappen. Dries was altijd bezig met het spelletje, met beter worden.' Een extra duwtje in de rug gaf John van den Brom, die trainer werd bij AGOVV in Mertens' tweede seizoen. 'John is bij uitstek een trainer die bepaalde spelers beter kan maken. In iedere club waar hij werkt zie je dat hij minstens één voetballer boven zichzelf laat uitstijgen. John kan ook alles perfect voordoen, en voelt zich ook niet te goed om alles te doen. Hij heeft nog een amateurclub, Bennekom, getraind.' De huidige trainer van KRC Genk deed net zijn trainersstage bij AGOVV toen daar in 2007 Nacer Chadli arriveerde. Hoe kwam een Franstalige vanuit Luik in Apeldoorn terecht? Van Leeuwen: 'Nou, via connecties. Ik ken nu eenmaal veel mensen. Hij was doorgestuurd bij Standard en MVV had geen geld voor een contractje, dus dacht zijn makelaar, Rubenilson: laat ik maar eens met Ted bellen. Al op de eerste trainingen zagen we: wat een talent. We zouden hem in een oefenmatch tegen AEK Athene opstellen. Zet die teammanager van ons toch wel zijn echte naam op het scheidsrechtersblad terwijl er twintig scouts op de tribune zaten. Ik heb er toen gauw El Kalifi van gemaakt ( lacht) en dacht: laat ze maar uitzoeken wie die speler is. Alleen had hij op dat moment nog geen duidelijke positie, het was geen tien en geen elf. Pas toen John hem op de linkerflank zette, liep het vanzelf.' Uiteindelijk werd Mertens, in 2006 nog gehaald voor 46.000 euro, drie jaar later na 112 wedstrijden en 32 goals voor 600.000 euro verkocht aan Utrecht. Ook van de verkoop van Chadli aan toenmalig kampioen FC Twente werd de club niet rijk. Van Leeuwen was toen al weg. 'Er werd in het algemeen weinig betaald voor spelers uit de eerste divisie. Omdat we geen geld hadden, maakten we investeringsfondsen voor lokale mensen. Als er dan een speler verkocht werd, kregen ze daar een percentje op. Alleen hadden ze Chadli niet in één, maar in al die fondsen ingeschreven, zodat ze bij de verkoop die mensen meer moesten betalen dan ze er aan overhielden.' John van den Brom weet nog wat hij dacht toen hij Dries Mertens voor het eerst zag bij AGOVV: 'Wat een klein manneke! ( lacht) Maar wel een liefhebber pur sang. Dries was altijd zot van voetbal. Die wilde altijd trainen, haalde toen al altijd het beste uit zichzelf. Ik heb hem op zijn negentiende ook aanvoerder gemaakt omdat hij toen al in staat was om de anderen in die drive mee te nemen. AGOVV was mijn eerste job als hoofdcoach. Dries was mijn eerste extreem talent, voetbaltactisch en -technisch. Ook nog eens een vrolijke jongen, in staat om de rest mee te nemen. Wat een genot om mee te werken! Hij kwam wel bij een club én een trainer die hem ook wilden helpen om zich verder te ontwikkelen.' Van den Brom nam de tijd om nog eens apart te trainen met spelers, bevestigt Van Leeuwen. 'Spelers een apart gevoel geven, dat helpt vaak. John is een echte liefhebber. Hij maakt van niets iets. De echte liefhebbers onder de spelers zie je meteen. Huntelaar was met geen tien man van het trainingsveld weg te halen. Had-ie weer een vrije trap gezien die op tien centimeter boven de grond binnenbotste. Dan kleefde hij pleisters op de paal en oefende tot hij dat ook kon.' Waarom ging Van den Brom met Mertens extra trainen? 'Omdat hij zo enthousiast was. Op den duur kwamen er steeds meer jongens bij die extra trainingen. Ik heb Dries toen ook zelf trainingen laten geven. Die truukjes van Michel Bruyninckx met die bal in het netje, daar was hij de koning in. Ik was ook best technisch, maar die dingen kon ik niet voordoen. Dus zei ik: 'Dries, geef jij maar training.' Hij kreeg op zijn negentiende wel die hele groep aan de gang.' Onder Van den Brom speelde Mertens overal. 'Op de tien, in de spits, rechts, links. Maar het beste was hij vanaf links. Wel altijd met een bepaalde vrijheid; hij mocht naar binnen trekken. Hij was de lieveling van de club.' Ook naast het veld was het plezant. 'Als je niets hebt, moet je alles zelf doen', zegt de trainer van KRC Genk, terugblikkend op toen. 'Ted en ik waren twee vakidioten die het beste uit spelers wilden halen, en het beste uit spelers halen doe je niet alleen op het trainingsveld. Wij zorgden met alle beperkte middelen voor het beste van het beste. Zo hadden we een afspraak met een hele mooie school waar we de gym mochten gebruiken. Daar kon Dries zich fysiek ontwikkelen. 'Op een dag organiseerden we een trainingskamp op ons eigen complex. Lieten we in de sponsortent, eigenlijk onze businessclub, 30 veldbedjes van het leger installeren. Ik bracht mijn eigen slaapzak en dekbed mee. Het werd een supergoed trainingskamp, bij het eten zaten we met dertig man rond de barbecue.' Van Leeuwen: 'Ik kwam 's morgens met zo'n grote scheepsbel de tent binnen en dan sprongen de spelers geschrokken uit bed. Maar ze vonden het wél leuk. Dat zijn de verhalen die ze onthouden na een carrière in een wereldje waar alle stages en alle hotelkamers er hetzelfde uitzien.' Uiteindelijk liep het project om een duurzame profclub in Apeldoorn uit te bouwen eind 2012 mis. Dus voetbalt vandaag bijna drie kilometer van het centrum in een groot park in het stemmige stadionnetje Berg en Bos enkel nog amateurclub AGOVV, uitkomend in de derde amateurklasse. De oude houten zittribune uit 1925 is opgekalefaterd. 'De mooiste tribune van Nederland vinden wij', glundert Gert Sangers, vice-voorzitter en bestuurslid voetbalzaken die bij het horen van de naam Mertens spontaan toegeeft: 'Wie had ooit gedacht dat die jongen zo'n carrière zou maken? Toen hij hier arriveerde vroegen we ons af: wat komt die kleine schooljongen hier doen?' Vandaag prijken de koppen van AGOVV's vier WK-gangers op het scorebord en heeft Huntelaar zijn eigen tribune achter het doel. In de bestuurskamer hangen nog foto's van Mertens, Chadli en Menzo. Het is alleen wachten tot Dries op een dag nog eens de aftrap komt geven. 'Weet je wat ik zo knap aan hem vind?', besluit Van den Brom. 'Dries is nog steeds Dries. Onlangs was ik hier in Genk bij Pepe, het gekende Italiaans restaurant. Komt-ie binnen en roept: 'Hé, coach, leuk!' Hoewel hij nu een wereldster is, is hij voor mij nog steeds dat kleine mannetje dat ik bij AGOVV zag de eerste dag.'