Real Madrid huist sinds 1947 aan de statige Paseo de la Castellana - vroeger Avenida del Generalisimo Franco -, de hoofdader in het financiële hart van de Spaanse hoofdstad. De grote banken, ministeries en musea zijn er gevestigd, en dus ook Real, wiens Bernabeustadion gerust ook een nationaal instituut genoemd mag worden. Nadat het oude stadion Chamartin tijdens de burgeroorlog in de jaren dertig was vernield, liet Santiago Bernabeu in het noorden van de stad een nieuwe arena optrekken. Die droeg aanvankelijk de naam Nuevo Chamartin (Nieuw Chamartin). Bernabeu was een advocaat, die achtereenvolgens speler, aanvoerder, secretaris, coach en voorzitter was van Real.
...

Real Madrid huist sinds 1947 aan de statige Paseo de la Castellana - vroeger Avenida del Generalisimo Franco -, de hoofdader in het financiële hart van de Spaanse hoofdstad. De grote banken, ministeries en musea zijn er gevestigd, en dus ook Real, wiens Bernabeustadion gerust ook een nationaal instituut genoemd mag worden. Nadat het oude stadion Chamartin tijdens de burgeroorlog in de jaren dertig was vernield, liet Santiago Bernabeu in het noorden van de stad een nieuwe arena optrekken. Die droeg aanvankelijk de naam Nuevo Chamartin (Nieuw Chamartin). Bernabeu was een advocaat, die achtereenvolgens speler, aanvoerder, secretaris, coach en voorzitter was van Real. Tien jaar na de laatste landstitel in 1933 werd Bernabeu tot voorzitter verkozen. Een nieuw groot stadion was onontbeerlijk, vond hij, om het geld binnen te brengen waarmee nieuwe spelers dienden te worden aangetrokken. De (rijke) clubleden mochten zich mee inkopen in het nieuwe complex en Bernabeu haalde voor de aankoop van de grond en de eerste bouwfase 41 miljoen peseta's op. Tijdens de bouwwerken mocht Real tijdelijk in het Estadio Metropolitano van rivaal Atletico spelen, op voorwaarde dat de socio's van Atletico gratis de wedstrijden van Real konden bijwonen. De nieuwe arena beschikte aanvankelijk over 75.000 plaatsen en werd in december 1947 ingespeeld tegen het Portugese Belenenses. Rivaal Atletico, dat na de burgeroorlog onder druk van de regering tijdelijk samensmolt met het onbeduidende Aviacion (de vereniging van de luchtmacht), was ondertussen de fakkeldrager van het voetbal in de hoofdstad geworden. De nationale titels echter gingen stuk voor stuk naar clubs uit de provincie : Barcelona, Bilbao, Sevilla en Valencia. Een doorn in het oog van de trotse Don Bernabeu, die de peseta's liet rollen en in 1953 Alfredo Di Stefano en Francisco Gento naar de club lokte. Het jaar nadien knoopte Real opnieuw met de successen aan. Nuevo Chamartin kreeg sacrale allure toen de Koninklijke aan een periode begon, waarin het zowel het nationale als het internationale voetbal zou beheersen. De trofeeën stapelden zich op : in de indrukwekkende sala de trofeos staan er intussen om en bij de vijfduizend. De trofeeënzaal krijgt jaarlijks zo'n 250.000 bezoekers over de vloer. De successen uit de jaren vijftig noopten de club tot een uitbreiding van haar al imposante infrastructuur met liefst vijftigduizend plaatsen en twee witte torens. In 1955 werd het stadion naar Santiago Bernabeu genoemd en in '57 scheen er tijdens de Europacupfinale voor het eerst kunstlicht in de arena. Titelverdediger Real, dat het jaar voordien de eerste uitgave van de Beker voor Landskampioenen had gewonnen, versloeg in eigen stadion voor 124.000 toeschouwers Fiorentina met 2-0 na late goals van Di Stefano en Gento. De grootheidswaanzin van Bernabeu was grenzeloos en in de jaren zeventig droomde hij luidop van een fonkelnieuwe arena. Dit keer kreeg hij zijn zin niet. Kort na zijn dood in 1978 en met het oog op de Mundial in 1982 werd het stadion verkleind tot een capaciteit van 85.000 plaatsen. En over de drie lage tribunes kreeg het een licht aërodynamisch dak; tot dan was het volledig onoverdekt geweest. Enkel de uit drie ringen bestaande en door hoektorens geflankeerde hoofdtribune bleef onoverdekt, al zit het clubbestuur wel onder een dak in de palco de honor (eretribune) net onder de tweede ring. Op dit moment wordt de arena opnieuw gemoderniseerd en de capaciteit opgevoerd tot om en bij de 100.000 plaatsen. Vanavond is Anderlecht er voor de vijfde keer op bezoek voor een Europabekerwedstrijd. In de vorige vier confrontaties slikte het er telkens minstens drie doelpunten. Enkel bij de eerste confrontatie in 1963 scoorde het er zelf ook evenveel. In de kwartfinale bij de landskampioenen drie jaar later werd met 4-2 verloren, en vorig seizoen in de tweede ronde van de Champions League was de uitslag 4-1. Maar de meest pijnlijke afgang beleefde Anderlecht er in december 1985, toen het na een 3-0-zege in eigen huis de return met 6-1 kwam verliezen.door Stefan Van Loock