23 juni 1973, een snikhete namiddag in het Rheinstadion van Düsseldorf, waar 70.000 toeschouwers op elkaar gepakt zitten voor de finale van de DFB-Pokal. Borussia Mönchengladbach is dé favoriet, maar slaagt er niet in om afstand te nemen van de oude rivalen van 1. FC Köln. Niemand in de tribunes die begrijpt waarom Günter Netzer op de bank zit. Mentaal niet klaar om te spelen, vond trainer Hennes Weisweiler, die enkele dagen ervoor te horen kreeg dat zijn spelmaker voor Real Madrid zou tekenen.

Aan de rust, bij een 1-1-stand, bindt Weisweiler in, maar Netzer weigert om in te vallen. 'Ze hebben me niet nodig', snauwt hij, terwijl zijn verveelde blik opnieuw naar het veld glijdt. De supporters willen het anders zien. 'Netzer! Netzer! Netzer!' Wanneer de spelers zich klaarmaken voor de verlengingen en Christian Kulik zegt dat hij niet meer verder kan, trekt Netzer zijn trainingsjas uit en stapt naar Weisweiler: ' Ich spiel dann jetzt' - 'Ik zal nu spelen.' Drie minuten erna knalt hij de 2-1 voorbij doelman Gerhard Welz. Het was een afscheid van de club zoals een rebel het zou gewild hebben. Een regisseur wil regisseren. Niet geregisseerd worden.

Netzer is een kind van Mönchengladbach, een stad ten westen van de Rijn waar hij bij het nietige 1. FC Mönchengladbach begon te voetballen. In 1963, op zijn 19e, werd de middenvelder naar De Bökelberg geroepen, een stadion dat voetbal ademde. Een opvallende verschijning die met zijn brede schouders en lang blond haar eerder deed denken aan een rockster dan aan een fijnbesnaarde voetbalartiest die strooide met passes en vrijschoppen tot kunst verhief. Altijd op zoek naar schoonheid naast (auto's, kunst en vrouwen) en puurheid op het veld. Dominant, zelfs als jonge twintiger, eigenwijs, onbezonnen en kritisch, nog meer toen hij later voor ARD wedstrijden analyseerde. Of, beter: fileerde. Dat zijn biografie Rebell am Ball als titel zou meekrijgen, was de logica zelve.

Hij gidste Die Fohlen (De Veulens) in 1965 naar de Bundesliga, vijf jaar later naar de eerste titel in de clubgeschiedenis. De eeuwige dwarsligger smulde van de strijd met Bayern München, het bolwerk uit Beieren dat hij samen met Berti Vogts, Rainer Bonhof en Jupp Heynckes ook in 1971 van de titel kon houden. In volle titelstrijd opende hij Lovers Lane, een discotheek in de binnenstad, eregast was... Franz Beckenbauer.

Ze stonden zij aan zij toen West-Duitsland in 1972 Europees kampioen werd, een niet te stoppen voetbalmachine die elegantie aan efficiëntie koppelde. In de finale was de Sovjet-Unie negentig minuten een speelbal van Netzer, Beckenbauer, Heynckes, Uli Hoeness, Paul Breitner en de onvermijdelijke Gerd Müller, die West-Duitsland twee jaar erna in eigen land naar de wereldtitel zou schieten. Met Netzer in een bijrol, want bondscoach Helmut Schön gaf de voorkeur aan Wolfgang Overath, motor van 1. FC Köln. Netzer moest het stellen met 21 minuten tegen Oost-Duitsland en ging met tegenzin zijn medaille ophalen. 'Ik heb me nooit een wereldkampioen gevoeld', zei de middenvelder, die toen al in het maagdelijk wit van Real Madrid voetbalde. FC Barcelona had Johan Cruijff naar Spanje gelokt, Netzer en - een jaar later - Breitner waren Reals tegenzet. En ook daar schitterde de artiest: 2 titels en 2 bekers in 3 seizoenen.

Het stak dat hij na zijn carrière nooit kon terugkeren naar Borussia, waar hij twee keer Duits Voetballer van het Jaar werd, maar in Hamburg stond hij als manager aan de wieg van de meest succesvolle periode van HSV. Drie kampioenschappen en Europacup I in 1983, aan de zijlijn stond Ernst Happel. Een gelijkgestemde kritische ziel...

Günter Netzer

Geboren: 14 september 1944 (Duitsland)

Clubs: Borussia Mönchengladbach, Real Madrid, Grasshopper Club Zürich

Caps: 37 (6 goals)

23 juni 1973, een snikhete namiddag in het Rheinstadion van Düsseldorf, waar 70.000 toeschouwers op elkaar gepakt zitten voor de finale van de DFB-Pokal. Borussia Mönchengladbach is dé favoriet, maar slaagt er niet in om afstand te nemen van de oude rivalen van 1. FC Köln. Niemand in de tribunes die begrijpt waarom Günter Netzer op de bank zit. Mentaal niet klaar om te spelen, vond trainer Hennes Weisweiler, die enkele dagen ervoor te horen kreeg dat zijn spelmaker voor Real Madrid zou tekenen. Aan de rust, bij een 1-1-stand, bindt Weisweiler in, maar Netzer weigert om in te vallen. 'Ze hebben me niet nodig', snauwt hij, terwijl zijn verveelde blik opnieuw naar het veld glijdt. De supporters willen het anders zien. 'Netzer! Netzer! Netzer!' Wanneer de spelers zich klaarmaken voor de verlengingen en Christian Kulik zegt dat hij niet meer verder kan, trekt Netzer zijn trainingsjas uit en stapt naar Weisweiler: ' Ich spiel dann jetzt' - 'Ik zal nu spelen.' Drie minuten erna knalt hij de 2-1 voorbij doelman Gerhard Welz. Het was een afscheid van de club zoals een rebel het zou gewild hebben. Een regisseur wil regisseren. Niet geregisseerd worden. Netzer is een kind van Mönchengladbach, een stad ten westen van de Rijn waar hij bij het nietige 1. FC Mönchengladbach begon te voetballen. In 1963, op zijn 19e, werd de middenvelder naar De Bökelberg geroepen, een stadion dat voetbal ademde. Een opvallende verschijning die met zijn brede schouders en lang blond haar eerder deed denken aan een rockster dan aan een fijnbesnaarde voetbalartiest die strooide met passes en vrijschoppen tot kunst verhief. Altijd op zoek naar schoonheid naast (auto's, kunst en vrouwen) en puurheid op het veld. Dominant, zelfs als jonge twintiger, eigenwijs, onbezonnen en kritisch, nog meer toen hij later voor ARD wedstrijden analyseerde. Of, beter: fileerde. Dat zijn biografie Rebell am Ball als titel zou meekrijgen, was de logica zelve. Hij gidste Die Fohlen (De Veulens) in 1965 naar de Bundesliga, vijf jaar later naar de eerste titel in de clubgeschiedenis. De eeuwige dwarsligger smulde van de strijd met Bayern München, het bolwerk uit Beieren dat hij samen met Berti Vogts, Rainer Bonhof en Jupp Heynckes ook in 1971 van de titel kon houden. In volle titelstrijd opende hij Lovers Lane, een discotheek in de binnenstad, eregast was... Franz Beckenbauer. Ze stonden zij aan zij toen West-Duitsland in 1972 Europees kampioen werd, een niet te stoppen voetbalmachine die elegantie aan efficiëntie koppelde. In de finale was de Sovjet-Unie negentig minuten een speelbal van Netzer, Beckenbauer, Heynckes, Uli Hoeness, Paul Breitner en de onvermijdelijke Gerd Müller, die West-Duitsland twee jaar erna in eigen land naar de wereldtitel zou schieten. Met Netzer in een bijrol, want bondscoach Helmut Schön gaf de voorkeur aan Wolfgang Overath, motor van 1. FC Köln. Netzer moest het stellen met 21 minuten tegen Oost-Duitsland en ging met tegenzin zijn medaille ophalen. 'Ik heb me nooit een wereldkampioen gevoeld', zei de middenvelder, die toen al in het maagdelijk wit van Real Madrid voetbalde. FC Barcelona had Johan Cruijff naar Spanje gelokt, Netzer en - een jaar later - Breitner waren Reals tegenzet. En ook daar schitterde de artiest: 2 titels en 2 bekers in 3 seizoenen. Het stak dat hij na zijn carrière nooit kon terugkeren naar Borussia, waar hij twee keer Duits Voetballer van het Jaar werd, maar in Hamburg stond hij als manager aan de wieg van de meest succesvolle periode van HSV. Drie kampioenschappen en Europacup I in 1983, aan de zijlijn stond Ernst Happel. Een gelijkgestemde kritische ziel...