Tranen wellen op in de ogen van Han Grijzenhout en zijn gezicht loopt rood aan wanneer hij het doodsprentje na vijfentwintig jaar weer in handen krijgt:
...

Tranen wellen op in de ogen van Han Grijzenhout en zijn gezicht loopt rood aan wanneer hij het doodsprentje na vijfentwintig jaar weer in handen krijgt: Ter herinnering aanJean-Claude BOUVY Beroepsvoetballer. Echtgenoot van Marie TIBOUen vader van Ludovic. Geboren te Kinshasa op 19 mei 1959en overleden in het A.Z. te Gentop 5 februari 1986. Hij was speler bij: Voetbalclub Saint Léger, Voetbalclub Virton, Sporting Club Anderlechten K.A.A. Gent. "Potverdorie," schudt Grijzenhout, toenmalig trainer van AA Gent, langzaam het hoofd, "het ontroert mij nu nog. Als ik die tekst lees ... Ik zit daarnet op de fiets hier naartoe een beetje te stampen tegen de brug op. Ik zeg, Jean-Claude, hoe moet dat nou, hé. Na vijfentwintig jaar ben ik op weg om over jou te praten." Behoedzaam ontvouwt de kranige trainer, 78 inmiddels, een met zorg bewaarde poster van Foot Magazine met daarop het elftal van AA Gent dat hij in het seizoen 1985/86 onder zijn hoede had. Blauwe truitjes met een paar fijne witte lijntjes erdoor en in gele letters de sponsor, Bellewaerde Park. Wie toen supporter was, kan zo de spelerskern opnoemen waarvan de meesten in 1984 de beker van België hadden gewonnen: Dré Laurijssen, Luc Criel, Michel De Wolf, Hubert Cordiez, Guy Hanssens, Milan Ruzic, Ronny Borloo, Aad Koudijzer, Sören Busk, Cees Schapendonk, Tony Rombouts, René Mücher, Willy Quipor, André Raes, Francesco Pirelli, Ronny Martens, Kiyika Tokodi en Jean-Claude Bouvy. Bouvy was in 1981 samen met Tony Rombouts van Anderlecht gekomen. Kort na zijn debuut in eerste klasse had hij voor hen nog gescoord in een Europese wedstrijd tegen Lokomotiv Sofia, maar hij slaagde er niet in meer dan een handvol competitiewedstrijden per seizoen bijeen te sprokkelen. Bouvy, een rechtermiddenvelder met een behoorlijke techniek, had het aanvankelijk ook in het Ottenstadion moeilijk. "Hij was gewoon van schuune te spelen, salonvoetbal," zegt toenmalig manager Julien Verwee, "maar bij ons moest er gewerkt worden. Ik denk dat Michel De Wolf op Waregem eens vreselijk kwaad geworden is op hem omdat hij niet genoeg meewerkte. Als hij de bal kwijt was, bleef hij staan. Maar daarna is hij dat geleidelijk aan meer beginnen te doen. Hij was in 1985/86 een reuzenseizoen aan het spelen, werkelijk een reuzenseizoen. Het was zes maanden bezig en hij stond op kop als verdienstelijkste speler volgens de supportersfederatie." De man achter die ontbolstering heette Han Grijzenhout. "Hij toonde de drive om het te maken," zag de Amsterdamse trainer, "terwijl je bij Anderlecht omringd bent door spelers met enige naam en faam die minder naar je omkijken. 'Spartel maar mee, zoek het maar uit.' Bij ons werd hij erbij getrokken. Hij voelde dat de trainer vertrouwen in hem had, dus hij dacht: verdorie, hier krijg ik mijn kans." In de nacht van 24 op 25 januari 1986 kwam aan zijn definitieve doorbraak abrupt een einde toen Jean-Claude Bouvy in Oordegem met zijn BMW tegen een boom botste. Hij was onderweg van Brussel naar Gentbrugge, waar hij woonde. Over de reden waarom hij binnendoor en niet via de autosnelweg was gereden, doen al jaren verschillende versies de ronde, maar de ware toedracht kan tot op heden niemand geven. Wel staat vast dat hij in Brussel een feestje had bijgewoond van de verzekeringsfirma waarvoor hij een kantoor had geopend - gewapend met hun adressen placht hij na de trainingen langs de abonnees van AA Gent te trekken - en dat het een vrijdagavond voor een competitiewedstrijd was, een avond en een uur waarop een profvoetballer eigenlijk thuis in bed hoorde te liggen. Met een onherstelbaar samengedrukt onderlijf overleefde Bouvy nog enkele dagen in een coma, tot hij op 5 februari op zesentwintigjarige leeftijd overleed. "Dat hij verongelukt is, is voor ons als club ook een deel van de ondergang geweest", zegt Julien Verwee. "Want niet lang daarna zijn we weggezakt." AA Gent eindigde de competitie 1985/86 nog als vierde, maar in de volgende twee seizoenen moest het genoegen nemen met een zestiende en zeventiende plaats. Het bericht van zijn ongeluk en de geringe overlevingskansen waarvan dokters de familie en clubleden onomwonden op de hoogte brachten, sloeg iedereen met verstomming. Ook zijn oud-ploegmakkers bij Anderlecht. Met Jacky Munaron deelde hij er in een gastgezin een tijd de kamer. De huidige doelmannentrainer van AA Gent leerde hem daar kennen als "een brave jongen, misschien een beetje te goed en te vriendelijk voor de voetbalwereld, zeker die van Anderlecht." Twee anekdotes, zegt de voormalige doelman van Anderlecht, typeerden Bouvy. Ze zijn hem daarom altijd bijgebleven. " Raymond Goethals liet hem in een onderlinge trainingswedstrijd spelen tegen Gille Van Binst, die rechtsachter stond. Jean-Claude wou zich als invaller laten gelden, dus hij kreeg van Van Binst, die het als ervaren speler rustiger aan deed, te horen dat hij dan maar op de andere kant zijn best moest gaan doen, terwijl daar Jean Thissen stond, die hem net hetzelfde zei. Jean-Claude deed gewoon wat ze hem vroegen, dus op den duur wist hij niet meer waar hij moest gaan staan. ( glimlacht)" En ... "Hij had eens nieuwe schoenen gekocht: witte mocassins. Toen hij na een training merkte dat iemand ze met zwarte schoenpoets had ingesmeerd, zei hij daar niks van. Hij lachte dan, met die glimlach die hij altijd had. Een eeuwige glimlach, leek het wel. Als je je kwaad maakte op hem, sloot hij als een oester. Maar hij was graag gezien, bon prince en een beetje verlegen. Je moest hem aanmoedigen en beschermen, want hij zou geen vlieg kwaad gedaan hebben. Maar hij liet zich op den duur een beetje gaan omdat hij nog maar weinig mogelijkheden zag." In het gastgezin waar ze verbleven heerste discipline. "Je kon naar huis bellen, maar je moest aan de telefoon de minuten noteren. En om tien uur ging de deur dicht en als we naar de cinema gingen, moesten we vooraf zeggen naar welke film, welke cinema en welke voorstelling", weet Munaron nog. Vriendinnen werden in het huis niet geduld, merkte Bouvy toen de vrouw des huizes zijn vriendin de toegang ontzegde. De vriendin die hij bij Anderlecht had leren kennen, is Marie Tibou, die zijn echtgenote zou worden. "Ik heb hem leren kennen toen we allebei ongeveer achttien waren", herinnert ze zich. "Op 1 april 1978. Een grote 'vis'. ( lacht) Ik kwam uit een gezin van elf kinderen en ik woonde al alleen sinds mijn zeventienenhalf. Ik was net als Jean-Claude niet gelukkig geweest en daarin hebben we elkaar gevonden." Na Bouvy's overlijden werden twee begrafenisplechtigheden gehouden: een in de kerk vlak bij het stadion in Gentbrugge en een andere in Saint-Léger, nabij Virton, waar hij zijn jeugd doorbracht in het huis tegenover de kerk. Van de begrafenis in Gent bestaat een foto waarop te midden van bijeen gedromde toeschouwers ploegmaats te zien zijn die de kist de kerk uit dragen: Milan Ruzic, Ronny Borloo en René Mücher links, Luc Criel, Ronny Martens en André Laurijssen rechts en Kiyika Tokodifuansiuka, bekend als Tokodi, achter de kist. "Dat was keihard," zegt Luc Criel, "die kist dragen van een collega-vriend. Ik weet niet of ik het ooit nog zou doen. Na de begrafenis zijn we naar de kantine getrokken om een koffie te drinken, maar een halfuur nadien moesten we wel op de training staan. Dat is, herinner ik mij, niet zo goed gevallen in de groep. Later, op het einde van het seizoen, zijn we in een bepaalde krant uitgeroepen tot sportiefste ploeg. Het gewonnen bedrag van 100.000 frank hebben we geschonken aan zijn zoon." Voorzitter Robert Naudts, Jean-Pierre De Meester (de zoon van Albert), Julien Verwee en hun vrouwen trokken ook naar de mis in de Gaume. Tokodi was als goede vriend de enige speler die de verre verplaatsing door de barre weersomstandigheden - er lag een dikke laag sneeuw - meemaakte. Het kleine kerkje zat barstensvol, weten twee ploegmakkers van bij Saint-Léger, Dominique Pechon, die de kist hielp dragen, en Jean-Pierre Descamps. Er waren afgevaardigden van Saint-Léger, Virton, Anderlecht en AA Gent, de clubs waarvoor Jean-Claude Bouvy achtereenvolgens had gespeeld. "Enorm fair play was hij ... Met ons percent op de transfer van Jean-Claude naar Anderlecht hebben we nog een buvette kunnen zetten bij Saint-Léger", haalt Pechon meewarig aan. "Ik ben nog naar de training van Anderlecht gaan kijken", rakelt Descamps op. "Omdat ik mee in de kleedkamer mocht, heb ik Frank Vercauteren nog onder de douche zien staan. ( glimlacht) Maar ik vond het wel pijnlijk om Jean-Claude met het materiaal te moeten zien slepen." Aan het huis tegenover de kerk verraden ook vandaag de grote ramen nog de schrijnwerkerij die het vroeger was. Nu woont zijn zus Yvonne er, maar als kind groeide Jean-Claude er op met haar, zijn jongere zus Patricia en zijn broer Robert. Hun ouderlijke huis was het wel niet: zijn vader, een Belg die als elektricien in Kinshasa had gewerkt, en hun moeder, een Congolese die met hem mee was gekomen naar Saint-Léger, werd na hun scheiding allebei al vroeg het hoederecht over de kinderen ontnomen. Ofschoon hij in Kinshasa was geboren - hij kwam pas op zijn tweeënhalf naar België - heeft Jean-Claude Bouvy nooit meer Afrika bezocht, laat staan interesse getoond in zijn warme geboortegrond. In het diep in de Gaume gelegen Saint-Léger was dat - in een tijd waar racisme scherper bleek dan nu - ook amper mogelijk geweest. "Wij spraken Lingala, maar sinds onze moeder daar een opmerking over kreeg, hebben we het nooit meer gesproken", zegt zijn zus Yvonne. "We spraken zelfs niet meer over Afrika. Je moet weten dat onze moeder de enige zwarte was hier in het dorp en ze wilde niets liever dan zich te integreren. Dat kon alleen door zich los te maken van haar cultuur, net als haar kinderen." Alle vier kwamen ze een paar maanden in een Brussels weeshuis terecht om vervolgens toch te worden ondergebracht bij een oudoom en -tante aan vaders, en dus Belgische, kant. Hij schrijnwerker, zij lerares, en allebei al met pensioen en niet meer gewend aan jonge, speelse kinderen. "Ze waren vriendelijk en materieel kenden we geen problemen, maar onze tante was enorm streng ..." Toen Robert, Jean-Claudes broer, op een middag na de examens beschonken van school kwam, brak een ruzie los tussen hem en zijn autoritaire oudtante. Een paar minuten later hoorden de buren een schot. Robert had zich in de garage met het jachtgeweer van zijn oom van het leven beroofd. "Jean-Claude heeft daar ook onder geleden", zegt Yvonne. "Na de zelfmoord van onze broer meer vrijheid genomen. Zijn reactie was dat hij vond dat tante hem niks te zeggen had. Hij ging uit en hij trok er zich niets meer van aan. We hebben daarna ook nooit meer over Roberts dood gepraat. Mijn tante voelde zich bovendien schuldig, dus het lag moeilijk om daarover te beginnen. Mijn tante was nogal elitair en hield niet van zijn vriendinnetjes. Zij was ook degene die later zou beslissen dat hij van Virton naar Anderlecht moest gaan en niet naar Charleroi, dat ook geïnteresseerd was. Charleroi vond ze als omgeving maar niks. Jean-Claude was iemand die een familie nodig had - die zocht hij ook - maar hij heeft ze eigenlijk nooit genoeg gevoeld." Marie Tibou is na de dood van haar man in het naburige L'Eglise komen wonen. In haar huisje bladert ze met Ludovic, hun zoon, door de zorgvuldig ingeplakte foto- en knipselalbums, destijds grotendeels door Jean-Claude zelf bijgehouden. Een foto waarop hij bij Rob Rensenbrink staat, een foto van de transfer samen met Tony Rombouts naar AA Gent, een foto met de oudste vlaggendrager van AA Gent, eentje naast Ronny Martens, een foto van bij de geboorte van Ludovic, een knipsel met foto van het laatste verschenen interview op 12 januari ('Hij lag in bed met griep, waardoor de wedstrijd tegen Lokeren in het water viel, maar nu is hij genezen en kan hij weer spelen.'), een foto met bijschrift van zijn laatste actie op 22 januari, tegen Beerschotter Patrick Vervoort ... Marie: "Zijn droom was om voor de nationale ploeg te spelen en in het buitenland te voetballen. Hij wou echt de vedette zijn en tonen aan Anderlecht dat hij er toch stond, omdat ze hem daar nooit voluit zijn kans gegeven hadden. Hij geloofde er nochtans in dat hij het kon maken. Hij zei dat thuis ook altijd: op een dag zal ik een vedette zijn. En dan liep hij met zijn borst vooruit: 'Ik ben de beste!' ( lacht) Ik heb Guy Thys na zijn dood aan de telefoon gehad. Hij zei dat hij eraan dacht om hem voor de volgende wedstrijd in de nationale ploeg op te nemen. Er was voor Jean-Claudes overlijden al met hem over gepraat, maar daarna, toen hij belde om mij te condoleren, heeft hij dat nog eens gedaan." Ludovic, negenentwintig inmiddels, was vier toen zijn vader verongelukte en werd vijf op de dag dat hij werd begraven. Zijn verjaardag is sindsdien nooit meer een feest geweest. Ludovic: "Ik heb alleen heel vage herinneringen aan hem. Ik heb zijn albums thuis gescand en het meeste wat ik weet van hem is wat mijn moeder en mijn familie mij over hem hebben verteld. Ik heb nooit iemand anders als mijn vader beschouwd, ik heb hem vaak gemist. Vaak." Marie: "Hij wil zijn verjaardag sindsdien nooit meer vieren. Toen we Ludovic bij zijn opa vertelden dat zijn vader overleden was - na de begrafenis pas - heeft hij zo'n hevige astma-aanval gekregen dat we de dokter erbij hebben moeten halen. Hij heeft het zwaar gehad sindsdien. Ludovic was zijn oogappel. Hij kwam soms huilend binnen, want iedereen vergeleek hem met zijn vader." Ludovic: "We hebben video's van zijn wedstrijden, maar ik heb er nooit langer dan tien minuten naar kunnen kijken. Na een tijd merk ik dat ik geen zin heb om hem weer tot leven te zien komen en te wenen. Foto's kan ik zonder emotioneel te worden bekijken, maar als kind heb ik wel heel lang geweend. Zeker tot ik tien, elf jaar was." Marie: "Ze zeiden toen hij zelf ook begon te voetballen dat hij het zo goed moest doen als zijn vader en dat heeft hem toch wat gehinderd. Hij stond soms te schreien omdat ze zeiden dat hij in vergelijking met zijn vader een nul was. De jongeren zijn tres méchant geweest met hem. Weet je, Ludovic heeft ook een zoon nu, Maël Bouvy heet hij, geboren op 12 mei. En zijn tweede voornaam is Jean-Claude. We moesten iets doen om hem te herinneren, hé. ( glimlacht)" Ook al is het vijfentwintig jaar geleden, zeker eens per jaar bezoeken ze het graf van Jean-Claude, zeggen Marie en Ludovic. Hij ligt er begraven in een familietombe, samen met onder anderen zijn grootouders. Groot is het kerkhof van Saint-Léger niet, maar gemakkelijk is het graf van Jean-Claude Bouvy daarom nog niet terug te vinden. Bouvy blijkt een in de streek veel voorkomende familienaam. Ergens onder het aan de overkant van de weg gelegen bos put Valvert het water dat gebotteld in de supermarkt ligt, terwijl aan de andere kant bos wordt gekapt om een rotonde aan te leggen. De grijpers van een kraan schrapen onverstoord aarde bij elkaar. Het graf van de voetballer laat zich uiteindelijk ontdekken door een geemailleerd fotootje in zwart en wit. Gekleed in het shirt van AA Gent kijkt Jean-Claude Bouvy de bezoeker aan zoals iedereen zich hem herinnert: met een minzame glimlach, vanuit de koude grond. DOOR RAOUL DE GROOTE - BEELDEN: REPORTERS"Dat hij verongelukt is, is voor AA Gent als club ook een deel van de ondergang geweest." Julien Verwee "Na de zelfmoord van onze broer Robert ging Jean-Claude uit en trok hij zich van niks nog wat aan." zus Yvonne