Op zaterdagavond 23 september gaat een warm applaus door de Luminus Arena in Genk wanneer net voor de aftrap de oudgedienden Branko Strupar en Souleymane Oulare als eregenodigden rond het veld stappen. Het is voor de thuisaanhang het mooiste moment van de avond. Even later lopen de Genkspelers zich te pletter op een Oostendse muur. Het heeft in de eerste helft liefst 76 procent balbezit. Na de wedstrijd, die op een gelijkspel eindigt, bedraagt het percentage balbezit bij de thuisploeg nog altijd 64 procent. De thuisaanhang is woedend. Wanneer de spelers het sfeervak gaan groeten, draaien de meeste fans hen de rug toe. Er wordt gefloten en geroepen: 'Wij willen bloed, zweet en tranen.'
...

Op zaterdagavond 23 september gaat een warm applaus door de Luminus Arena in Genk wanneer net voor de aftrap de oudgedienden Branko Strupar en Souleymane Oulare als eregenodigden rond het veld stappen. Het is voor de thuisaanhang het mooiste moment van de avond. Even later lopen de Genkspelers zich te pletter op een Oostendse muur. Het heeft in de eerste helft liefst 76 procent balbezit. Na de wedstrijd, die op een gelijkspel eindigt, bedraagt het percentage balbezit bij de thuisploeg nog altijd 64 procent. De thuisaanhang is woedend. Wanneer de spelers het sfeervak gaan groeten, draaien de meeste fans hen de rug toe. Er wordt gefloten en geroepen: 'Wij willen bloed, zweet en tranen.' Twee weken later voltrekt zich bijna hetzelfde scenario. Excel Mouscron is niet naar Genk afgezakt om het spel te maken. Het eerste kwartier dwingt de thuisploeg met een verstikkende druk al zes corners en vier open kansen af terwijl het 70 procent balbezit heeft. Het is een wedstrijd die Genk altijd moet winnen, maar opnieuw wordt het een gelijkspel. Ook nu weer klinkt gefluit en gejoel na afloop. Dat komt ervan als je de competitie start als een van de titelkandidaten en maar één van de vijf thuismatchen kan winnen, terwijl er nog geen enkele andere topploeg op bezoek kwam. Het pleit voor trainer Albert Stuivenberg dat hij bij zo veel tegenslag en contestatie niet gaat zeuren. Niet over de scheidsrechter, niet over het publiek. Hij toont begrip voor de reactie van de fans, benadrukt nog eens dat ook hij niet tevreden is, dat de lat hoger ligt, en neemt zelfs de eigen misnoegde spelers in bescherming. Dat geldt voor Roeslan Malinovski die tijdens de rust tegen Mouscron de kleedkamermuren doet daveren met een woede-uitbarsting. Maar ook voor Alejandro Pozuelo die bij zijn vervanging tegen Mouscron woest naar binnen stormt. Wel vindt de trainer het niet terecht dat het publiek om bloed, zweet en tranen vraagt. Een gebrek aan inzet is wel het laatste wat je de Genkse spelers kan verwijten. Alleen voetbalt het veel te traag en is een aantal spelers niet in vorm. Op basis van het verzamelde talent is Genk een kanshebber voor de titel, maar het verzamelde talent is geen complementair geheel. Het probleem van Genk is niet Albert Stuivenberg, maar het teveel aan talent centraal op het middenveld. Met Malinovski, Pozuelo, Sander Berge en Siebe Schrijvers heeft Genk vier fantastische voetballers, die allemaal op hun best zijn op een centrale positie. Die vier zijn het kapitaal van de club, en die moeten dan ook altijd samen op het veld worden gebracht, hoewel ze mekaar wel eens voor de voeten lopen. Voor twee van hen, met name Pozuelo en Berge, heeft Genk afgelopen zomer enorm veel moeite gedaan om hen in Limburg te houden. Vooral Pozuelo had zijn zinnen op een transfer naar het buitenland gezet. Dat hij geblesseerd was, hielp om hem in Genk te houden, maar het was niet van harte. Het maakt dat de speler in deze aanvangsfase van het seizoen met een dubbel probleem loopt. Mentaal heeft hij zijn gemiste transfer nog niet helemaal verteerd, en fysiek is hij nog niet helemaal in orde. Dus zag Genk tot de match op Anderlecht weer de Pozuelo van bij zijn aankomst in Limburg: de middenvelder die het liefst de bal achterin komt vragen, oprukt en dan probeert voorin iets te forceren. Terwijl de Limburgers het liefst de Pozuelo zien zoals hij onder Peter Maes functioneerde: snel in één tijd voetballend. In afwachting zoekt Stuivenberg wekelijks de beste oplossing voor de vier goudhaantjes. De laatste weken gebeurt dat vooral in een ruitvorm. Dat betekent dat het spel op de flanken moet komen van de oprukkende vleugelverdedigers, Jere Uronen en Clinton Mata.Halen die de achterlijn niet, dan is er een probleem voor de nieuwe spits. Nooit betaalde Genk meer geld dan voor de nieuwe Deense aanvaller Marcus Ingvartsen (naar verluidt 5 miljoen euro) die op zijn best is wanneer hij gevoed wordt met voorzetten vanaf de flanken. Die komen er minder omdat de middenvelders graag de bal vanuit het centrum dragen, en omdat Ally Samatta wel een heel sterke aanvaller is maar tegelijk een speler die bij wijze van spreken zonder gps functioneert, en van wie je dus nooit tevoren kan inschatten wat hij gaat doen. Dat is een probleem voor een spits als Ingvartsen, die perfect functioneert in een gestructureerd aanvalsspel, maar moeite heeft als er rond hem vooral geïmproviseerd wordt. Op alternatieven op de flank moet Genk nog even wachten. Leandro Trossard is nog niet fit, met Thomas Buffel werd de afspraak gemaakt dat hij geen eerste keuze meer zou zijn, en op de rechterkant heeft Manuel Benson meer tijd nodig dan gedacht om de stap te zetten van uitblinker bij een tweedeklasser naar actiemaker bij een topploeg in eerste. In de statistieken van het Zwitsers voetbaldatabedrijf CIES over het balbezit in alle Europese competities is RC Genk samen met AA Gent de enige Belgische club die begin oktober voorkomt in de top 100. In de lijst staat Genk 50e, met gemiddeld 58,1 procent balbezit. Ook in de ranking van de eerste tien speeldagen van de Jupiler Pro League heeft Genk het meeste balbezit, en het op één na hoogste aantal kansen, maar omdat het in verhouding tot het percentage balbezit en de afgedwongen kansen té weinig doelpunten (1,7 per wedstrijd) en punten heeft, zakte het zondag wel als een ploeg onder hoogspanning naar Brussel af. Eén die vooraf nog eens benadrukte dat het niet van plan was om zijn trainer te ontslaan, goed wetende dat je dat mantra niet wekenlang kan herhalen zonder zege. Daarom vormde het tweeluik Anderlecht-Club wel degelijk een deadline voor de trainer. Niet omdat er binnen de club en de ploeg onvoldoende steun was voor Stuivenberg, maar omdat Genk er een tegenstander had bijgekregen van wie je niet kan winnen: de eigen aanhang. Niets is erger dan week na week uitgefloten worden door je eigen ontgoochelde fans. Om een trainerswissel af te wenden, restte er maar één scenario: puntenwinst op Anderlecht. Vooraf gevraagd wat het plan was voor die wedstrijd, antwoordde een strijdvaardig ogende Stuivenbergzonder nadenken: 'Het plan is winnen.' Dat plan lukte, met Pozuelo in een vooruitgeschoven rol. Op geen enkel moment toonde Genk zich in Anderlecht een ploeg die zijn trainer beu was. Goed voor een eerste zege in zes wedstrijden. Dat het in paars-wit eindelijk een tegenstander trof die ook de bal wilde hebben, heeft zeker meegespeeld. Als het vanavond wint of gelijk speelt tegen Club Brugge, heeft de steun die het bestuur de trainer nadrukkelijk gaf, geloond. Bij verlies zal de reactie van het publiek bepalen of het weer crisis is. door Geert Foutré - foto BelgaimageOp geen enkel moment toonde Genk zich in Anderlecht een ploeg die zijn trainer beu was.