Felipe Avenatti (26) kwam vorig seizoen pas eind augustus in Kortrijk aan, als huurling van Bologna, maar was meteen succesvol: in zijn eerste wedstrijd, in Charleroi, scoorde hij al na negen minuten. Dat vierde hij met grote vreugde. Het was dan ook zijn eerste doelpunt in vijftien maanden. In de zomer van 2017 was in Italië tijdens medische testen gebleken dat er iets niet normaal was aan zijn hart en kreeg hij te horen dat hij onmiddellijk moest stoppen met voetballen omdat het risico om dood te vallen te groot was. Enkele maanden later stelde onderzoek door dokter Valentin Fuster van het Mount Sinai Hospital in New York, wereldleider in cardiologie, hem evenwel gerust. 'Het enige ongemak is dat als mijn hart 170 à 180 slagen per minuut klopt, het eventjes tilt slaat en ik één à twee seconden mijn adem verlies', vertelde de 1 meter 96 lange Uruguyaanse spits ons daar vorig seizoen over. 'Daarna kan ik weer verder.' Maar de vreugde na zijn succesvolle debuut in de Jupiler Pro League was van korte duur. Glen De Boeck was niet tevreden over zijn ingesteldheid en zette hem op de bank en zelfs in de tribune.
...

Felipe Avenatti (26) kwam vorig seizoen pas eind augustus in Kortrijk aan, als huurling van Bologna, maar was meteen succesvol: in zijn eerste wedstrijd, in Charleroi, scoorde hij al na negen minuten. Dat vierde hij met grote vreugde. Het was dan ook zijn eerste doelpunt in vijftien maanden. In de zomer van 2017 was in Italië tijdens medische testen gebleken dat er iets niet normaal was aan zijn hart en kreeg hij te horen dat hij onmiddellijk moest stoppen met voetballen omdat het risico om dood te vallen te groot was. Enkele maanden later stelde onderzoek door dokter Valentin Fuster van het Mount Sinai Hospital in New York, wereldleider in cardiologie, hem evenwel gerust. 'Het enige ongemak is dat als mijn hart 170 à 180 slagen per minuut klopt, het eventjes tilt slaat en ik één à twee seconden mijn adem verlies', vertelde de 1 meter 96 lange Uruguyaanse spits ons daar vorig seizoen over. 'Daarna kan ik weer verder.' Maar de vreugde na zijn succesvolle debuut in de Jupiler Pro League was van korte duur. Glen De Boeck was niet tevreden over zijn ingesteldheid en zette hem op de bank en zelfs in de tribune. 'Avenatti is een speler met veel kwaliteiten, maar hij gaf niet de indruk met veel goesting naar Kortrijk te zijn gekomen', aldus de toenmalige KVK-coach. 'Elke dag kwam hij binnen alsof hij naar de gevangenis moest, schoorvoetend, één minuut voor negen of één minuut erna. Mentaal was hij niet klaar voor België. Ik praatte daar enkele keren met hem over en hij begreep mij wel, maar hij deed er niks mee. Uiteindelijk zijn we gebotst.' Dat was toen hij hem na een invalbeurt tegen Standard hard aanpakte in de kleedkamer. Het werd overigens de laatste wedstrijd van De Boeck als coach van KV Kortrijk. 'Ik weet nog dat ik tegen hem zei: 'Jij bent het soort speler door wie een trainer ontslagen kan worden!' Hij bewoog niet tijdens die invalbeurt! Later hoorde ik dat ik voor die wedstrijd eigenlijk al ontslagen was, want dat Yves Vanderhaeghe toen al wist dat hij trainer zou worden. Hoe dan ook had ik die jongen niet zo mogen aanpakken terwijl iedereen erbij was. Het gebeurde uit frustratie, omdat hij mij in de steek liet. Achteraf gaf hij toe dat hij een wake-upcall nodig had. Wat ik bij hem miste, was de drive om beter te worden, de wil om zichzelf pijn te doen, om elke dag weer de beste Avenatti te willen zijn. Die mentale weerbaarheid is zeker ook bij Standard nodig om dagelijks met concurrentie om te gaan. Daar ligt zijn progressiemarge.' Volgens De Boeck rendeert Avenatti het best in een tweespitsensysteem. 'Gekoppeld aan een snelle, diepgaande spits, omdat hij heel graag naar de bal toe komt. Hij doet mij denken aan René Eijkelkamp: hij is even balvast, maar gebruikt minder zijn lichaam en zijn ellebogen.' Onder Vanderhaeghe begon het beter te gaan met Avenatti. De nieuwe KVK-coach benadrukte vooral zijn sterke punten en liet hem doen wat hij het best kan om hem optimaal te laten renderen. Hij speelde hem zelfs een tijdje uit als offensieve middenvelder, in de rug van Teddy Chevalier, zodat hij iets lager in de bal kon komen dan onder De Boeck was toegelaten. Dat bevorderde zijn welbevinden en zijn concentratie. Zijn aandacht en energie waren minder verspreid, zijn focus en acties werden diepgaander. Uiteindelijk sloot hij het seizoen nog af met vijftien doelpunten. 'Ik ben een spits die veel ballen moet raken om mij goed te voelen', zei hij toen. 'In het begin dat ik in Europa was, kon je op basis van mijn eerste balcontact de rest van mijn wedstrijd voorspellen. Daar ben ik intussen al veel in verbeterd. Maar het moet nog beter. Ik moet leren omgaan met moeilijke wedstrijden waarin ik weinig ballen raak.' Het zit in zijn persoonlijkheid: hij is niet iemand die forceert op wilskracht, hij is gevoelig en bedachtzaam. 'Dat is een mooie menselijke eigenschap maar in voetbal... you need to be more like a bad guy. Ik ken de lacunes in mijn persoonlijkheid en mijn mentaliteit, ik weet dat ik agressiever moet worden en ik werk eraan. Het belangrijkste is: doorzetten als ik een bal verlies en mij niet door ontgoocheling in beslag laten nemen.' Vanderhaeghe benadrukt ook de rol van Gary Kagelmacher, KVK-verdediger en landgenoot van Avenatti, in de evolutie die de Uruguyaanse targetspits vorig seizoen doormaakte. 'Aanvankelijk dacht hij dat het met zijn talent alleen in België wel zou lukken, maar Gary pakte hem daar eens over aan en opeens zagen we een andere Avenatti: een Avenatti die niet meer om negen uur aankwam met zijn haar nog in de bochten waarmee hij net uit zijn bed was gestapt, maar die voor en na de training oefeningen begon te doen. Een Avenatti met meer begeestering en werkijver, met het geloof dat hij nog veel beter kan worden en met de wil om extra's te doen. Hij is zachtaardig, braaf en tolerant en mag soms iets nijdiger zijn, maar anderzijds: als je ziet hoe aanvallers soms aangepakt worden, is het ook een kwaliteit om niet te reageren. Zijn technische kwaliteiten zijn enorm, maar ik vind hem wat te veel georiënteerd op zijn linker. Hij wil precies alles per se met links doen. Terwijl als je onder druk een bal moet kaatsen het soms eenvoudiger is om gewoon je rechtervoet open te draaien dan te forceren om het met links te kunnen doen. Tijdens trap- en passvormen benadrukte ik altijd dat als de bal voor zijn rechter ligt hij dan beter zijn rechter gebruikt.' Na de trainerswissel gaf hij KVK op het middenveld door zijn aanspeelbaarheid en balvastheid wat adem, zegt Vanderhaeghe. 'Hij bezit ook het loopvermogen om daar te spelen, al mist hij misschien wel wat de beweeglijkheid en de agressiviteit om er ballen te recupereren. Als targetspits kwam hij in het begin altijd in de bal en te weinig in de zestien, maar dat stelden we bij. Daarna bewees hij dat hij ook constant aanwezig kan zijn in de zestien en daar alert kan reageren op voorzetten met soms sublieme kopstoten. Hij is graag waar de bal is, maar als spits moet je soms wat geduldiger zijn. Een grote prater is hij niet, terwijl openheid en communicatie belangrijk zijn om in een team optimaal te functioneren, maar hij paste zich goed aan.' Toen Standard in januari vorig jaar de huurovereenkomst van KVK met Bologna wou overnemen, maar hij uiteindelijk toch in Kortrijk moest blijven, was hij even ontgoocheld, maar daarna zette hij zich toch door, aldus Vanderhaeghe. 'Dat ik hem na een mindere wedstrijd liet staan, is ook wel belangrijk geweest in zijn ontwikkeling. Een topclub als Standard is voor hem natuurlijk weer een nieuwe omgeving, met meer concurrentie en met meer druk. Hij komt eropaan elke dag opnieuw gretig en scherp te zijn, elke training als een uitdaging te zien om beter te worden en om vertrouwen te winnen. Wat dat betreft maakte hij bij ons in elk geval een klik en zette hij een stapje in de goeie richting.' 'Eigenlijk is Felipe best wel een complete voetballer', zegt KVK-aanvoerder Hannes Van der Bruggen. 'Heel technisch voor zijn grootte, mooie balbehandeling, zuivere baltoets, goed kopspel. Hij is niet de snelste, je moet hem niet in de diepte aanspelen, en zoals dat voor wel meer spitsen geldt, is jagen op verdedigers niet het liefste wat hij doet. Maar aan de bal was hij nuttig voor de ploeg. Op zijn best is hij als hij kan kaatsen op de middenvelders, wij de bal dan naar de zijkant spelen en hij in de box opduikt om daar de voorzet te benutten. Ik vind hem echt een goeie centrumspits. Zo lopen er in België niet veel rond. Maar hij moet zich goed in zijn vel voelen om te kunnen presteren. Hij is een timide jongen die moet voelen dat een trainer in hem gelooft. Bij een topclub als Standard is er meer concurrentie, maar ik denk wel dat hij daarmee om kan. Uiteindelijk is hij er bij ons toch ook doorgekomen.'