Net voor Kerstmis stond Bayer Leverkusen op kop in de Bundesliga. Er werd met veel lof gesproken over de aanpak van de Nederlandse trainer Peter Bosz die in zijn derde seizoen in Leverkusen een spelcultuur had geïnstalleerd die als verrijkend werd aanzien. Maar na de jaarwisseling verloor Bayer...

Net voor Kerstmis stond Bayer Leverkusen op kop in de Bundesliga. Er werd met veel lof gesproken over de aanpak van de Nederlandse trainer Peter Bosz die in zijn derde seizoen in Leverkusen een spelcultuur had geïnstalleerd die als verrijkend werd aanzien. Maar na de jaarwisseling verloor Bayer in niet eens drie maanden tien wedstrijden, twee meer dan in heel 2020. De club gleed af naar de zesde plaats. Een soortgelijk proces kende Bosz in 2017 bij Borussia Dortmund: hij leek met de club op weg naar de titel, tot de ene nederlaag na de andere volgde. Bayer moest snel een opvolger vinden en werkte een ongebruikelijke constructie uit: bij de Duitse voetbalbond huurde het tot aan het einde van het seizoen Hannes Wolf. Die werkt na zijn ontslag bij KRC Genk als trainer van de Duitse U18 die door de coronapandemie geen wedstrijden mogen spelen. Het vergemakkelijkte de overgang: Wolf moet in acht wedstrijden Bayer een ticket voor de Europa League bezorgen. De club spreekt, gezien de omstandigheden, van een creatieve oplossing. Of Bayer Leverkusen voor volgend seizoen al een trainer heeft, is niet duidelijk. Wel dat Wolf een overgangsfiguur is. Per 1 juli neemt hij zijn vroegere job bij de Duitse voetbalbond weer op. In afwachting daarvan vindt Bayer niet dat het met Wolf een risico neemt. Slechter dan met Bosz, zo klinkt het niet echt flatterend, kan het niet gaan. Zaterdag debuteert Wolf met een thuiswedstrijd tegen Schalke 04, de laatste in het klassement.