Wanneer het verhaal wordt verteld van een ploeg die vierkant draait, dan kijkt men vaak naar de voeten die geacht worden ze soepel te doen draaien. Met zijn twee Gouden Schoenen springt Hans Vanaken dan in het oog. Nu hij in de eerste vier wedstrijden van het seizoen de weg naar het net slechts één keer wist te vinden, keert de kritiek van vroeger weer terug. Niet beslissend genoeg op de momenten die ertoe doen. Onzichtbaar wanneer hij zijn ploeg moet dragen. Te zelden in staat om een penibele situatie om te keren. Eerder een man die meedrijft met de stroom dan een redder die de golven in duikt om zijn verdrinkend elftal te helpen.
...

Wanneer het verhaal wordt verteld van een ploeg die vierkant draait, dan kijkt men vaak naar de voeten die geacht worden ze soepel te doen draaien. Met zijn twee Gouden Schoenen springt Hans Vanaken dan in het oog. Nu hij in de eerste vier wedstrijden van het seizoen de weg naar het net slechts één keer wist te vinden, keert de kritiek van vroeger weer terug. Niet beslissend genoeg op de momenten die ertoe doen. Onzichtbaar wanneer hij zijn ploeg moet dragen. Te zelden in staat om een penibele situatie om te keren. Eerder een man die meedrijft met de stroom dan een redder die de golven in duikt om zijn verdrinkend elftal te helpen. In het collectieve geheugen zitten Gouden Schoenen die in staat zijn om een wedstrijd met één geniale ingeving te doen kantelen, maar de genialiteit van Hans Vanaken zit eerder in het collectief. De Limburger is vooral een passengever, die perfect het traject van een bal tussen twee verdedigers kan lezen om die dan haarfijn in te spelen in de loop van zijn vleugelaanvaller. Aangezien hij zelf niet snel is, heeft de nummer 20 van Club Brugge de benen van anderen nodig om het ritme van een wedstrijd te veranderen. Onder Ivan Leko was Club een ploeg van veel beweging, waardoor Vanaken twee jaar geleden zijn beste seizoen kende qua statistieken: 14 goals en 14 assists. Vorig seizoen dreef blauw-zwart de afwerkingskwaliteiten van zijn spelmaker nog iets op. Met twee aanvallers voor hem, vaak beweeglijke jongens die het centrum verlieten, maakte 'de eerste Vanaken' onder Philippe Clement gebruik van de centraal vrijgekomen ruimte om te infiltreren. Hij was op weg naar wat voor hem een recordseizoen moest worden qua goals: na 29 speeldagen had hij er al 13. De Gouden Schoen was vooral sterk met het hoofd: met 6 kopbalgoals deed niemand beter. Ook daar maakte zijn neus voor ruimte het verschil: hij wist op het juiste moment in de grote rechthoek te komen om zich vrij te lopen en af te werken. In een seizoen dat werd gekenmerkt door de problemen om een vaste spits te vinden trok de Rode Duivel dan maar zelf het kostuum van topschutter aan. Sinds de aftrap van het tweede seizoen onder Clement lijkt Club Brugge op zoek naar collectieve harmonie. De West-Vlamingen ondernemen eerder de ene soloactie na de andere dan dat ze zich op driehoekjes richten. En dus is het Krepin Diatta die de teugels van de aanval in handen neemt in plaats van een nog vrij onzichtbare Vanaken. De Rode Duivel probeert vijf dribbels per match - dat is meer dan dubbel zoveel als vorig seizoen - en schiet ook veel vaker op doel. In zijn geval is dat vooral een teken van onmacht.