28/01/2015 09:30

Opstaan! Ik ben een 'snoozer': ik zet mijn wekker wat vroeger zodat ik dan nog even kan blijven liggen. Op gewone trainingsdagen sta ik rond acht uur op, maar op een vrije dag mag dat wat later. Vroeger durfde ik soms tot de middag in bed te blijven liggen, maar sinds ik profvoetballer ben, veranderde mijn bioritme.
...

Opstaan! Ik ben een 'snoozer': ik zet mijn wekker wat vroeger zodat ik dan nog even kan blijven liggen. Op gewone trainingsdagen sta ik rond acht uur op, maar op een vrije dag mag dat wat later. Vroeger durfde ik soms tot de middag in bed te blijven liggen, maar sinds ik profvoetballer ben, veranderde mijn bioritme. De vorige avond zijn we met de ploeg in een Grieks restaurant gaan eten, een belofte van de trainer. Ayanda Patosi en ik moesten de drank betalen: in mijn geval de boete voor een gele kaart die ik pakte wegens protest bij de scheidsrechter. Tegelijkertijd is mijn vriendin, Lauren, met enkele spelersvrouwen gaan dineren in Gent. Om 23.15 uur was ik thuis, op mijn appartement in Antwerpen. Cornflakes als ontbijt. Met een lege maag functioneer ik niet. Op trainingsdagen eet ik meestal eerst thuis iets en dan op de club nog een paar boterhammen vlak voor de eerste training. Eigenlijk eet ik best veel, al zou je het niet zeggen als je mijn figuur bekijkt: ik weeg 76 kilogram voor 1m94. Op de club zeggen ze zelfs dat ik meer vetten mag eten. Ik doe mijn best! (lacht)Vertrek naar Tongeren, waar we rond 12 uur afgesproken hebben voor een lunch in een mosselhuis waar mijn schoonouders vaste klant zijn. Mijn schoonouders hebben daar in de buurt een beddenzaak: Tongers Slaapcomfort. Aankomst in Tongeren. Mosselen met friet op het menu en dan nog een chocomousse als dessert. Ik ga graag op restaurant, gezellig tafelen. Soms herkennen mensen mij, maar zelf merk ik dat zelden op. Het is meestal Lauren die mij daarop wijst. Al is mijn bekendheid relatief. In Limburg natuurlijk iets meer dan elders, Jelle Vossen kan daarvan meespreken. Nog even een tussenstop in de zaak van mijn schoonouders, waar we een koffietje drinken. Het gebeurt dat ik er even meehelp: bedden verplaatsen bijvoorbeeld. Eén keer ben ik met mijn schoonvader mee op locatie geweest om een waterbed te helpen herstellen. Deze keer moet ik me wel wat inhouden, bij een doktersbezoek bleek immers dat ik al enkele jaren met een kleine breuk rondloop in mijn rechterpols. Vreemd, want ik heb er nooit last van gehad. Ik loop nu met een afneembare brace rond. Doorrijden naar Hasselt. Ik heb een bon voor een kledingwinkel daar en we maken van de gelegenheid gebruik om wat te shoppen in de stad. Als we maar even tijd hebben, is Hasselt vaak de bestemming. Willen we er echt een daguitstap van maken, dan gaat het eerder richting de kust. Ik koop twee broeken en een armband. Van die armbanden moest ik aanvankelijk weinig weten, maar Lauren wist me te overtuigen en nu draag ik ze - ik heb er een stuk of zes - bijna altijd in mijn vrije tijd. Een Starbuckskoffie drinken in Brasserie De Boulevard, deel uitmakend van de Holiday Inn. Ik neem bij de koffie ook een moelleux van chocolade: het is toch tijd voor een vieruurtje en ik kan sowieso moeilijk weerstaan aan chocolade. Samen met Lauren kaart ik nog wat na over het avondje uit van de dag voordien. We rijden naar Lommel, naar het ouderlijke huis van Lauren, waar we op de iPad naar een aflevering van de Amerikaanse serie Homeland kijken. Een uurtje later komen de schoonouders thuis, we schuiven samen aan tafel voor wat boterhammen. Een bezoekje aan mijn ouders, die op amper drie minuutjes rijden wonen. Niets speciaals, we zitten wat in de zetel, drinken koffie en praten bij over de voorbije week. Elke keer als ik in Lommel ben, ga ik bij hen langs. Vroeger gebeurde dat vaker: toen Lauren en ik pas in Antwerpen woonden, vonden we er maar moeilijk onze draai en keerden we dikwijls terug naar Lommel. Soms tot vier keer per week. Dat is nu veel beter, maximaal twee keer per week. In die zin doet het na die hectische heenronde deugd om weer een vrije dag te hebben tijdens de week. We keren terug naar het huis van mijn schoonouders en nestelen ons daar nog even voor de televisie. Tijd om onder de wol te kruipen. Doorgaans gaan we rond dit uur slapen. Ik kan daar enorm naar uitkijken, zelfs 's middags een siësta in de zetel kan deugd doen. Gelukkig ben ik een goede slaper, ik val meteen in slaap en word zelden wakker tussendoor. Het geheim? Goede bedden, hè. (lacht)DOOR MATTHIAS STOCKMANS