Soms wordt nog eens gemijmerd over de periode dat Club Brugge nog niet was aangestoken door zakelijkheid en de club in alle geledingen doordrongen was door een sfeer van kameraadschap. Spelers voelden zich binnen die familieband als het ware verantwoordelijk voor elkaar en stonden heel dicht bij de supporters. Is er iemand die meer symbool stond voor de Brugse eigenheid dan Raoul Lambert? Hij bracht zijn jeugd door in Brugge, waar hij bij de provincialer SK Steenbrugge voetbalde, op een steenworp van het café waar hij opgroeide. Maar de tijden veranderen. Op het veld van SK Steenbrugge staat nu een woonerf, de tegenwoordig in derde provinciale uitkomende club speelt in het nabijgelegen Davelopark. En het café werd twee jaar geleden tegen de grond gegooid, in de plaats daarvan staan er...

Soms wordt nog eens gemijmerd over de periode dat Club Brugge nog niet was aangestoken door zakelijkheid en de club in alle geledingen doordrongen was door een sfeer van kameraadschap. Spelers voelden zich binnen die familieband als het ware verantwoordelijk voor elkaar en stonden heel dicht bij de supporters. Is er iemand die meer symbool stond voor de Brugse eigenheid dan Raoul Lambert? Hij bracht zijn jeugd door in Brugge, waar hij bij de provincialer SK Steenbrugge voetbalde, op een steenworp van het café waar hij opgroeide. Maar de tijden veranderen. Op het veld van SK Steenbrugge staat nu een woonerf, de tegenwoordig in derde provinciale uitkomende club speelt in het nabijgelegen Davelopark. En het café werd twee jaar geleden tegen de grond gegooid, in de plaats daarvan staan er vier woningen. Maar Lambert bleef zichzelf: toen hem vorig jaar werd gevraagd of hij wilde meewerken aan een boek over zijn carrière, weigerde hij categoriek. Bescheidenheid was de rode draad door de loopbaan van spits. Nog volkser dan Raoul Lambert was zijn flamboyante spitsbroeder Johny Thio. Hij ademde echt de sfeer uit van Club Brugge: een man van en voor het volk. Als een vlinder fladderde hij door het leven, vrij en blij, toegankelijk en bereidwillig. Thio, opgegroeid in een arbeidersgezin in Roeselare, was een natuurtalent. Hij passeerde de tegenstander even gemakkelijk links als rechts en beschikte over een uitmuntende traptechniek. Eén enkele keer lukte het hem in een seizoen om zeven hoekschoppen rechtstreeks binnen te trappen. Het was het gevolg van heel hard werken. Thio deed als het ware aan zelfstudie: de bal in al zijn facetten leren kennen en op een bepaalde manier met de voet zwaaien om te proberen effect te krijgen. Hij was een rechtsbuiten uit de oude doos. Thio werd aangedreven door een onblusbare drang naar zelfbevestiging en een ijzeren conditie. Twee jaar nadat hij in het eerste elftal van Club debuteerde, maakte Johny Thio zijn opwachting in de nationale ploeg, waarvoor hij achttien keer zou uitkomen. Nooit liet hij zich door iemand intimideren. Dat leidde in 1975 uiteindelijk ook tot een breuk. Toen Ernst Happel eind 1973 bij Club Brugge arriveerde, zei hij een elftal te willen opbouwen en Thio niet meer nodig te hebben. Hij kocht vervolgens Roger Van Gool. Maar Thio, wiens contract nog een jaar liep, trainde in de voorbereiding op het seizoen 1974/75 zo hard dat niet Van Gool maar hij speelde. Tot hij dan net voor een verplaatsing naar Waregem op training een tand kwijtraakte. Happel noemde hem lachend Dracula. Toen Thio dan op een zaterdagochtend onverwacht naar de tandarts moest en kinesist Eddy Warinier belde met de vraag Happel te verwittigen, pikte die zijn afwezigheid op training niet. Thio moest 's namiddags met de invallers spelen. Het kwam vervolgens tot een aanvaring met Happel die Thio een lulvoetballer noemde. De in zijn eer gekrenkte volksjongen verloor alle controle over zichzelf. Hij zei dat Happel misschien een grote trainer maar als mens een dikke nul. En hij brulde in zijn beste Duits: "Du bist ein Gestapo." Vervolgens had hij het helemaal verbrod. Na twaalf jaar trouwe dienst en 293 competitiewedstrijden versaste Johny Thio naar derdeklasser Zottegem. Een scheiding van zijn tweede vrouw bezorgde hem later een zenuwinzinking en duwde hem in een poel van financiële ellende. Als voetballer genoot hij van de status die hij opbouwde. Hij dronk graag een pintje en kreeg de bijnaam Johny Tuborg ofschoon hij, zoals hij vaak lachend vertelde, nooit Tuborg maar alleen Carlsberg dronk. Thio was graag bij het gewone volk en ging altijd uit van de goedheid van de mensen. Pas na een aantal tegenslagen werd hij meer terughoudend. Hij zette niettemin zijn leven weer op de rails en werkte in een containerpark in Hooglede. Begin deze maand, op 4 augustus, was het vier jaar geleden dat Johny Thio overleed. Een paar maanden na zijn pensioen bezweek hij op 63-jarige leeftijd aan een hartaderbreuk.