F rank Vercauteren werd op 28 oktober 1956 geboren in de Liverpoolstraat op de grens van Molenbeek en Anderlecht. Als jongste van drie kwam hij nog onverwacht ter wereld. Van de dokter had zijn moeder te horen gekregen dat ze geen kinderen meer kon baren. Omdat de burgerlijke stand de naam Franky niet aanvaardde, werd hij ingeschreven als Frank Vercauteren. Franky/ie werd zijn roepnaam, door zijn ouders met -y op het eind geschreven, door hemzelf altijd consequent met -ie. Frankie had al een veertien jaar oudere broer, François, en een vier jaar oudere zus, Rosette. Officieel heten zij Francis en Rosa.
...

F rank Vercauteren werd op 28 oktober 1956 geboren in de Liverpoolstraat op de grens van Molenbeek en Anderlecht. Als jongste van drie kwam hij nog onverwacht ter wereld. Van de dokter had zijn moeder te horen gekregen dat ze geen kinderen meer kon baren. Omdat de burgerlijke stand de naam Franky niet aanvaardde, werd hij ingeschreven als Frank Vercauteren. Franky/ie werd zijn roepnaam, door zijn ouders met -y op het eind geschreven, door hemzelf altijd consequent met -ie. Frankie had al een veertien jaar oudere broer, François, en een vier jaar oudere zus, Rosette. Officieel heten zij Francis en Rosa. Kort na Frankies geboorte verhuisde het vijfkoppige gezin naar de Heyvaertstraat, waar het een verdieping huurde boven een kruidenierswinkel. De rue Heyvaert loopt uit op de bekende slachthuizen van Anderlecht, den abattoir in de Brusselse volksmond. Vader Louis Vercauteren was er chef-magazijnier in een vleeshandel. Moeder Mathilde Buyl werkte in dezelfde wijk als stikster in een fabriekje dat mannenondergoed, caleçons, maakte. Een tuin had het gezin niet, een auto evenmin, tv kijken deed het bij familie. Drie tantes - een zus van zijn moeder, twee zussen van zijn vader - woonden eveneens in de toen nog levendige buurt tussen het kanaal Charleroi-Brussel, de slachthuizen en de Bergensesteenweg. Zijn grootmoeder aan vaderszijde woonde om de hoek in de Liverpoolstraat. Wanneer de ouders uit werken waren, ving zij meestal de kinderen van de hele familie op. Veel meer plaats dan een kleine keuken was er niet. Kleine Frankie trapte er zijn eerste kaders van de muren. Het sociale leven speelde zich grotendeels af op straat. Het leven was eenvoudig, maar goed. De straten waren nog met kasseien geplaveid, op bijna elke hoek was een café. Op het einde van de rue Liverpool, in de toen nog niet om zijn criminaliteit beruchte wijk Kuregem, lag een pleintje. François en zijn vrienden gingen er dikwijls voetballen. Omdat ze Frankie te klein vonden, mocht hij alleen mee als hij keeper stond. Tussen de palen van de basketring leerde het ventje zich staande houden tussen de grote jongens. Frankie Vercauteren liep school in Sint-Pieter en nadien in het katholieke college aan de Vierwindenstraat. Daar ontdekte broeder Grégoire zijn voetbaltalent. Elke donderdagmiddag trok hij met zijn leerlingen naar het ondertussen al lang verdwenen veld van derdeprovincialer Green Star. Ballen en uitrustingen kreeg hij van Eugène Steppé, de secretaris-generaal van RSC Anderlecht met wie hij een goed contact onderhield. In ruil tipte Frère Grégoire hem de talentrijke jongens. Op een dag kwam Frankie thuis van school met een aansluitingkaart van Anderlecht. Zijn ouders wisten nergens van. Hij was 9. De broederlijke demarche viel niet in goede aarde in huize Vercauteren. De hele familie had altijd de rood-zwarte kleuren van Daring Molenbeek in het hart gedragen. Frankies broer François stond een paar keer in het doel van den Daring, dat later met Racing White fuseerde tot RWDM, en zijn vader en nonkels waren hevige supporters. Maar het kwaad was geschied en voortaan zette zijn moeder hem wekelijks op de bus naar Anderlecht. Sindsdien stroomt er paars bloed door Frankies aderen. Tussen de rest van de familie en de club is er altijd een haar in de boter blijven zitten. Dat hun zoon er in 1987 na twintig jaar zonder bloemeke of merci weg moest, doet het moederhart nog steeds bloeden. En sinds hij door Belle-Vue uit zijn café aan het Dapperheidsplein werd gezet, heeft ook François geen goed woord over voor de familie Vanden Stock. Hij werkt nu voor het staalbedrijf Arcelor. Zus Rosa is caissière in een doe-het-zelfhandel. Na drie jaar bij Nantes in Frankrijk sloot Frankie Vercauteren zijn spelerscarrière af bij RWDM. Hij voetbalde er nog drie seizoenen, tot 1993. Daarmee was de cirkel rond. "Nu zijn er hierboven twee bezig zich zat te drinken", zei hij na de ondertekening van zijn laatste contract. Hij dacht aan zijn vader en zijn nonkel, strijdmakkers van vele drinkgelagen en er ook aan ten onder gegaan. Louis Vercauteren was amper 60 toen hij stierf. Van hem erfde Frankie zijn gesloten karakter. Vader was zelden thuis, maar de schoolprestaties van zijn kinderen ontsnapten niet aan zijn aandacht. Als hij sprak, werd er geluisterd. Streng, maar rechtvaardig was hij, precies zoals Frankie zijn eigen vaderschap - hij heeft vier zonen - later zou omschrijven. Het voetbal ging nooit ten koste van de school. Frankie was een toegewijde en uitmuntende student. Een kei in wiskunde. Hij vervolmaakte zijn humaniora, richting Wetenschappen, aan het Sint-Niklaasinstituut in Anderlecht, een school die bekendstaat om zijn sportfaciliteiten. Verscheidene grootheden uit het Belgische voetbal, onder wie Paul Van Himst en Rik Coppens, volgden er les of zaten er op internaat. Eens zijn diploma op zak koos de 18-jarige Frank Vercauteren resoluut voor het voetbal. In de zomer van 1998 keerde de kleine prins van het Astridpark als een soort van jeugdcoordinator terug naar de club waarmee hij vier landstitels behaalde, één Belgische beker veroverde, vijf Europacupfinales speelde en er drie won. Eerdere toenaderingspogingen waren op niets uitgedraaid. Volgens toenmalig clubmanager Michel Verschueren wegens financiële meningsverschillen. Even waarschijnlijk is dat Anderlecht vooral terugdeinsde voor Vercauterens confronterende visie op opleiding en doorstroming. Toen hij kwam, heerste in het Vanden Stockstadion nog het apartheidsregime. Er was de professionele A-kern en er was de B-kern met daarin ook de jonge talenten met een (semi)profcontract. Beide groepen trainden afzonderlijk. Elkaar zien deden ze zelden of nooit, laat staan samen voetballen. Vercauteren maakte korte metten met die situatie. Het resultaat was één afgeslankte profkern van jonge en ervaren profs samen. De 63-voudige Rode Duivel is zo goed als de enige topvoetballer van zijn generatie die nadien geen stappen oversloeg in de uitbouw van zijn trainerscarrière. Hij begon als jeugdcoördinator van het bescheiden Eigenbrakel, dat hij na een jaar verliet voor KV Mechelen. Bij de toenmalige tweedeklasser zette hij prompt de hele jeugdopleiding naar zijn hand. Wie niet mee stapte in zijn visie, schoof hij aan de kant. Andere trainers, vaak uit zijn kennissenkring, kwamen hen vervangen. Malinois kreeg een Brussels tintje, maar werd daar niet slechter van. In zijn vierde seizoen werd hij hoofdtrainer van een erg jonge ploeg, waarmee hij de eindronde van de tweede klasse speelde. Van bij zijn terugkeer was Vercauteren omstreden op Anderlecht. Hij heette stug in de omgang te zijn, iemand die achter elke boom een vijand vermoedde en zelfs zijn eigen schaduw niet vertrouwde. Ook zijn autoritaire omgang met jonge voetballers botste op tegenkanting. Vercauteren liet zich kennen als een man van de ijzeren discipline, die de jonge ego's graag de regels van het moderne prof-zijn inpeperde. Voorbij was het rijk van de verwende salonvoetballer die het vertikte zijn deel van het verdedigende werk op te knappen. De in grote eenvoud en met respect voor gezag opgegroeide straatvoetballer kon zich van ergernis afwenden als hij Alin Stoica op training weer eens zijn aanwijzingen in de wind zag slaan. Lang zou Vercauteren geen jeugdcoördinator blijven. Al in september ontsloeg Anderlecht hoofdtrainer Arie Haan. Jean Dockx nam over, maar alleen op voorwaarde dat hij Vercauteren als assistent naast zich kreeg. De aandacht van de jeugdcoördinator verschoof noodgedwongen ook naar de A-ploeg. Dat zou niet meer veranderen. Na dat eerste seizoen kwam Aimé Anthuenis en Vercauteren bleef de eerste assistent. Tot wanhoop van sommigen. Zoals Lucas Zelenka, net als Stoica een ouderwetse nummer tien zoals Anderlecht er naar Vercauterens zin te veel had rondlopen in de jeugd. Op de training was het al eens net niet tot een slaande ruzie gekomen tussen beiden. In de winterstop vertrok de jonge Tsjechische spelmaker op uitleenbasis naar Westerlo. Twee maanden later haalde hij zijn gram. Nadat hij halfweg de eerste helft de 2-0 had aangetekend tegen zijn ex-ploeg (het zou uiteindelijk 5-0 worden), zette hij het op een sprinten naar de Brusselse bank. Met beide wijsvingers viseerde hij de door hem gewraakte trainer, waarna hij met de duimen over de schouders naar zijn rugnummer wees. Als een ordinaire straatvechter bij wie alle stoppen doorslaan, schoot Vercauteren vooruit om net voor de zijlijn door een paar stevige armen uit de paars-witte staf tot stilstand te worden gebracht. Uit heel zijn uitdagende lichaam sprak het verlangen om geslagen te worden, opdat hij zelf zou kunnen uithalen. Door een simpel gebaar was een jonge kerel erin geslaagd een man die in zijn rijke carrière alles heeft meegemaakt en gezien, elke controle over zichzelf te doen verliezen. Voorbeeldig was het niet. Vercauteren bleef assistent-trainer tot februari 2005, eerst van Anthuenis, nadien van Hugo Broos. Steeds minder vaak wond hij zich op over zaken waaraan hij zich diep vanbinnen wel stoorde. Hij koesterde zijn rol in de schaduw. Zijn privésituatie had daar veel mee te maken : hij scheidde en gaf voorrang aan de opvoeding van zijn zonen. Dus zette hij zijn job niet op het spel. Met de garantie op werkzekerheid nadien aanvaardde hij na Broos' ontslag het hoofdtrainerschap. Als dat een einde neemt, wacht hem de functie van technisch directeur. De facto is hij nu al de man die waakt over de visie en de middellange termijn op Anderlecht. Toen hij op het oude paars-witte nest terugkeerde, nu bijna acht jaar geleden, oordeelde Vercauteren genadeloos over het vele zogenaamde talent waarvoor de club zichzelf trots op de borst klopte. Hij vond het maar niks. Geruisloos liet hij ze één voor één afvloeien naar clubs op een lager niveau. Daar bewezen ze meestal zijn gelijk. Opvallend is dat hij daar ondanks zijn reputatie als jeugdopleider zelf weinig resultaat tegenover kan stellen. Vercauteren is niet ongevoelig voor kritische bedenkingen bij zijn aanpak. Soms komt het straatvechtertje in de bijna 50-jarige trainer nog boven. Na de 2-0-nederlaag van Anderlecht tegen Standard (15de speeldag, 14 december 2005) haalde hij in de perszaal voor het oog van de aanwezige journalisten onverhoeds uit naar tv-analist Wim De Coninck. Die had tijdens de rechtstreekse uitzending vraagtekens geplaatst achter de angstige spelwijze van de Brusselaars. De Coninck maakte Vercauteren nog mee in zijn nadagen als derde keeper in het Vanden Stockstadion. De ex-doelman is een grote fan van de Anderlechttrainer, maar omgekeerd geldt dat allerminst. Vercauteren zegt De Coninck al langer te hebben geklasseerd en wekt daardoor de indruk dat er wederzijds rekeningen worden vereffend. Volgens de analist maakte Vercauteren het Anderlecht dit seizoen zelf moeilijk door een hele heenronde lang niet voor een vast elftal te kiezen. Pas met de komst van Nicolas Frutos kwam er een herkenbare manier van voetballen. De Argentijn scoorde en liet scoren. Zonder hem geen titel. Een overtuiging die door vele waarnemers wordt gedeeld, maar niet door Vercauteren. Voor wie zijn vakmanschap nog maar in twijfel líjkt te trekken, kent hij geen genade. Wat dat betreft, lijkt Vercauteren erg op René Vandereycken. De bondscoach bekritiseerde eerder de tv-optredens van zijn voorganger Anthuenis. Collega's horen elkanders werk niet te analyseren, laat staan te bekritiseren, vindt hij. A fortiori houdt wie er niks van kent beter zijn mond. Van de pers hebben Vandereycken noch Vercauteren een hoge pet op. Het is een noodzakelijk kwaad waar ze vriendelijk en beleefd mee omgaan, maar waarvoor ze zich niet altijd toegankelijk opstellen. Als beginnend trainer van AA Gent probeerde Vandereycken meer dan tien jaar geleden al de journalisten uit de kleedkamer te weren. De tijd was er niet rijp voor. Van zodra Vercauteren hoofdcoach op Anderlecht werd, voerde hij gesloten trainingen in en een strikte controle op hoe, wanneer en wie er wordt geïnterviewd. Vandereycken deed hetzelfde in Genk. In beide clubs was men dat niet gewoon en het misverstand is dat ze dit doen om dwars te liggen. Dat is niet zo. In hun drang naar perfectie en controle proberen zowel Vercauteren als Vandereycken winst te puren uit alles wat kan bijdragen tot het succes van een elftal. Omdat zij weten : hoe dichter bij de top, hoe meer de details het verschil bepalen. Die openheid voor het nieuwe en het onbekende bij beide trainers, niet toevallig twee van de slimste voetballers die België tot vandaag kende, is opmerkelijk. Vandereycken omringde zich in Gent al met een psycholoog, Vercauteren had er een bij KV Mechelen en bracht hem nu mee naar Anderlecht. Koppig zijn ze en overtuigd van hun gelijk, maar desondanks met een open geest voor wat anderen hen vanuit hun specialisatie kunnen leren. Dat verdient respect. Frankie Vercauteren is zonder twijfel een goede trainer, maar dat neemt niet weg dat het, ondanks deze titel, voor de buitenwacht nog wachten is op het overtuigende bewijs. JAN HAUSPIE